Overeenkomsten oester- en mosselkweek

Mossel- en oesterkwekers hebben wat betreft de uitoefening van hun bedrijf nogal wat overeenkomsten.

Grondstof. Net als bij de collega mosselvissers zijn de “oesterboeren” ook afhankelijk van de grondstof. Zonder “broed” geen consumptie-oesters.

Percelen. Oestervisserij en -kweek vindt plaats op percelen die van de overheid worden gehuurd. Een perceel is een gebied in zee dat wordt afgebakend door bakens in zee te plaatsen. Een perceel wordt genoemd naar het gebied waar het zich bevindt, en krijgt een nummer.

Kotters. Dit zijn vaak de kleinere mosselschepen van jaren terug die in de verkoop kwamen toen de mosselsector een grote nieuwbouwfase kende.

Vismethode. De manier van vissen is dezelfde. Men gebruikt hetzelfde net (kor).

Een oude mosselkotter als oesterkotter met een uithangende Kor. Rechts een baken – Foto: Ben Biondina – laatzeelandzien.nl

Verschillen tussen oester- en mosselkweek

Daarnaast zijn er ook duidelijke verschillen tussen mossel- en oesterkwekers.
• Visserij buiten de percelen. Naast de kweek en visserij op de percelen, mag in de oestersector ook gevist worden op de zogenaamde ‘vrije gronden’. Dit zijn gebieden die niet gehuurd worden van de overheid en ook niet afgebakend zijn. De kwekers moeten wel in het bezit zijn van een vergunning om hier te mogen vissen. Dan is het toegestaan om het hele jaar op deze vrije gronden op oesterbroed en consumptieoesters vissen.
• Verwerking. Het verwerken van de oesters gebeurt grotendeels handmatig. Aan boord van de schepen staat wel een verwerkingslijn en er bestaan ook oestersorteerders, maar veel werk gebeurt nog met de hand.

Een drijvende fabriek met midscheeps de verwerkingslijn -Foto: Ben Biondina - laatzeelandzien.nl

Een drijvende fabriek met midscheeps de verwerkingslijn -Foto: Ben Biondina – laatzeelandzien.nl

 

Kweekmethode

Nederland is uniek in de manier waarop gekweekt wordt. Tot ongeveer 2016 was er hoofdzakelijk sprake van de zogenaamde bodemcultuur. Door diverse omstandigheden is er nu ook sprake van andere kweekmethoden. Deze zijn vergelijkbaar met de kweekmethoden zoals die in de meeste landen uitgevoerd worden.

 

 

 Visgronden

Percelen in de kom van de Oosterschelde

Percelen in de kom van de Oosterschelde

 

Soorten oesters

Ondanks dat er meerdere namen in omloop zijn kun je de oesters in Zeeland verdelen in 2 soorten.
1. de topper onder de oesters: de Zeeuwse ‘platte’
2. een goedkopere oester van goede kwaliteit: de ‘Zeeuwse oester’

De Zeeuwse oester

Een soort met vele bijnamen. ‘Kromme’, holle’, ‘Portugees’ en ‘Japanse oester’. Deze oester is een geïmporteerde soort uit Japan en herkenbaar aan de grillig gevormde schelp. De oester is geïmporteerd door enkele kwekers die bleven volhouden nadat door diverse oorzaken de oesterkweek bijna volledig verdwenen was.

De Zeeuwse oester heeft vele bijnamen - Foto Kees Kole

De Zeeuwse oester heeft vele bijnamen – Foto Kees Kole

De oester bleek ongevoelig voor ziekten, plantte zich massaal voort en de kwaliteit werd steeds beter. De oester voelt zich nu helemaal thuis in de Oosterschelde. Men spreekt tegenwoordig dan ook van Zeeuwse oesters.

Platte oester

Platte oesters - Foto Felice Buonadonna - laatzeelandzien.nl

Platte oesters – Foto Felice Buonadonna – laatzeelandzien.nl

Deze exclusieve oester doet er langer over om door te groeien tot consumptieoester dan de Zeeuwse oester. De platte heeft een verfijndere smaak dan de Zeeuwse oester en is zeer geliefd bij kenners. De prijs die voor deze oester betaald moet worden ligt dan ook een stuk hoger.

Grondstof: oesterbroed

In de maanden juli en augustus planten de oesters zich voort. Het moment van de zaadval is maar van korte duur en dus houden de kwekers de omstandigheden wanneer dit kan gebeuren, goed in de gaten. Belangrijk hierbij is de temperatuur van het zeewater. De zaadval wordt in oesterjargon aangeduid met ‘broedval’. De zaadjes worden kleine larfjes. De larfjes zakken op een gegeven moment door hun gewicht naar de bodem.

Oesterbroed - Foto Ben Biondina - laatzeelandzien.nl

Oesterbroed – Foto Ben Biondina – laatzeelandzien.nl

Hergebruik lege mosselschelpen

Een oesterkweker maakt voor de invang van oesterbroed gebruik van zogenaamde collecteurs. Collecteurs zijn voorwerpen waar aan het oesterbroed zich kan vastzetten, zodat de oesters los van elkaar kunnen opgroeien. Vaak worden hier lege mosselschelpen voor gebruikt, die afkomstig zijn uit de mosselconservenindustrie. Als de oester groeit, breekt de mosselschelp iedere keer een beetje af.

Percelen

Oesterpercelen worden door de kwekers gehuurd van de overheid. Een perceel is een gebied in zee dat wordt afgebakend door bakens; dunne rechte bomen die handmatig in zee worden geplaatst.
Elk perceel is genoemd naar het gebied waar het zich bevindt en heeft een nummer.
Om de eigen percelen makkelijk te kunnen herkennen heeft iedere kweker z’n eigen attributen in de top van een baken gehangen (bijvoorbeeld fietsbanden, oude nummerplaten, dekseltjes van emmers et cetera.) Ook hebben alle percelen geografische coördinaten die in de elektronische zeekaarten aan boord van de kotters staan.
Tussen deze bakens mag men collecteurs gooien, het broed opvissen als dat nodig is en als de oesters geschikt zijn voor consumptie ze weer opvissen.

Oesters op een perceel - Foto Kees Kole

Oesters op een perceel – Foto Kees Kole

Broed percelen

Men gebruikt zo schoon mogelijke percelen voor het uitstrooien van collecteurs die het oesterbroed moeten opvangen. Percelen met een zo gunstig mogelijke aanvoer van voedsel zijn het meest geschikt. Dit is niet overal hetzelfde. Voedsel wordt onder andere meegevoerd met de stroming. Als er eenmaal oesterbroed gevallen is, blijft dit enkele maanden hier op het perceel liggen. Daarna worden de broedjes verplaatst naar percelen die nog betere groeiomstandigheden kennen.

Verplaatsen van de oesters

Tijdens het groeiproces van de oester verplaatst de kweker de oesters af en toe naar andere percelen. Platte oesters worden minder vaak verplaatst dan de Zeeuwse oester. Dit verplaatsen gebeurt bij de Zeeuwse oester vaak twee keer per jaar. Dit wordt gedaan om de oester optimaal te laten groeien. Niet elk perceel heeft de meest gunstigste omstandigheden wat betreft stroming en diepte. Verplaatsing naar steeds betere percelen heeft uiteindelijk een mooie oester met veel vlees tot gevolg.

Vorm van de oester

Ook wil men op deze manier de vorm van de oester beïnvloeden. Oorspronkelijk is de Zeeuwse oester een wilde oester. Als de oester wordt opgevist breken de scherpe en dunne randjes af en krijgt de oester een meer ovale vorm. De oester gaat dan wat meer op de platte lijken en wordt niet een enorm langgerekt exemplaar.

Verwerking van de oesters aan boord

Aan boord van de schepen staat een complete verwerkingslijn. Als de korren vol zitten worden ze geleegd in een trechter. Via een opvoerband komen ze op de oesterschudder terecht. De kleinste, de bruikbare soorten en alles wat niet bruikbaar is, worden op de oesterschudder van elkaar gescheiden. De kleinste en niet bruikbare oesters worden afgevoerd naar aparte ruimgedeelten. De kleinere soorten worden gelost op een perceel. Alles wat niet bruikbaar is wordt later gelost op een speciale locatie in de Oosterschelde, waar dit productafval gelost mag worden.
Hierna komen de bruikbare oesters op een lopend band terecht. De bemanning raapt deze van de band en doet ze in kisten. Er vindt dan al direct een visuele voorsortering plaats wat betreft de grootte.

Verwerkingslijn aan boord van een oesterkotter -Foto: Ben Biondina - laatzeelandzien.nl

Verwerkingslijn aan boord van een oesterkotter -Foto: Ben Biondina – laatzeelandzien.nl

Opslaglocaties

Als men genoeg kisten met oesters heeft, gaat men terug naar Yerseke om de oesters te lossen. Een verschil met de mosselvisserij is het feit dat er voor oesters geen veiling bestaat. Alle geviste oesters worden dus direct bij de eigenaar gelost!
Sommige grote mosselbedrijven die ook oesters verhandelen, laten de oesters vissen en aanvoeren in containers. Deze worden na het lossen direct verwaterd op dezelfde manier als de mosselen. De oesters die worden aangevoerd in kisten, worden gelost bij de historische oesterputten.

Tekst: Kees Kole – meer van deze schrijver, kijk hier.