Een wapen bestaat uit een schild waarop één of meer afbeeldingen en eventueel een wapenspreuk. Soms zijn aan het wapenschild uitwendige versieringen toegevoegd, bijvoorbeeld, vaak voorkomend, twee dieren die het schild vasthouden, zogenoemde schildhouders.

Het officiële wapen van Zeeland is niet zo oud als iedereen wel denkt. Het werd vastgesteld bij Koninklijk Besluit op 4 december 1948. De wapenspreuk die aan het schild werd toegevoegd luidt; “Luctor et Emergo”. In populair Nederlands betekent dit “Ik worstel en kom boven”.

Het wapen van Zeeland

Het wapen van Zeeland

Aan Zeeland denkend met haar eilanden en het vele water is men al snel geneigd een link te leggen met de voortdurende strijd van de Zeeuwen tegen het water. Toch is dit niet de oorsprong van Luctor et Emergo.

Voor die oorsprong moeten we een aantal eeuwen terug in de tijd. In de Tachtigjarige Oorlog, met name in 1585 ging het slecht met de strijd tegen de Spanjaarden. Niet zonder politieke bijbedoelingen lieten de Staten van Zeeland een penning slaan. Op deze penning stond aan twee zijden een tekst die doorlopend gelezen moest worden. Op één kant van de penning stond: “Autore Deo, favente Regina” op de andere kant was te lezen: “Luctor et Emergo”. Vertaalt in het Nederlands betekende de hele spreuk: “Door het gezag van God en de gunst der koningin, worstel ik en kom ik boven”.

Met de koningin wordt koningin Elisabeth van Engeland bedoeld. De spreuk “Luctor et Emergo” is ook op veel oude munten te vinden. Ook komt ze voor op een wandtapijt met een afbeelding van Willem van Oranje, samen met het wapen van Zeeland.

Roman de Girart de Rousillon

Roman de Girart de Rousillon

Het wapen wordt voor het eerst afgebeeld op een miniatuur uit 1450 met het aanbieding tafereel van de Roman de Girart de Rousillon, dat werd vervaardigd voor hertog Filips de Goede. De leeuw wordt dan nog in zijn geheel afgebeeld. De halve, uit zee oprijzende leeuw is te zien op een krijgsverordening van Karel de Stoute uit de periode 1473-1476. De Engelsman Matthew Paris tekent rond 1250 een vergelijkbaar wapen, maar zonder herkenbare golven, naast het wapen van graaf Willem II van Holland. In de Kattendijke-kroniek van 1491 is een golvende scheidslijn te zien, getekend naar een ouder voorbeeld.

Tractaat uit 1754

Tractaat uit 1754

Uit een document uit 1754 waarop het wapen staat afgebeeld, blijkt dat het deel waarop de leeuw voorkomt, ongeveer 2/3 van het schild beslaat en de leeuw verder boven het water uitsteekt.

Het belangrijkste onderdeel van het wapen, het schild, bestaat uit twee gescheiden delen. Op het bovenste deel zien we de bovenhelft van een leeuw. In het onderste deel zijn een zestal golven afgebeeld, om en om, blauw en wit. Bij het wapen zoals nu afgebeeld, lijkt het dat de leeuw uit het water oprijst. Bij het oorspronkelijke wapen was dat niet het geval. Bij het wapen gaat het dus echt om twee verschillende zaken. De symboliek van de leeuw die slaat op strijdvaardigheid, kracht en heldhaftigheid. Het onderste deel geeft de Zeeuwse relatie met het water weer.

De trots wordt uitgedragen

De trots wordt uitgedragen

Naast het schild, het belangrijkste onderdeel van het wapen zien we uitwendige versieringen. Momenteel zien we twee leeuwen die het schild vasthouden, z.g. schildhouders. Daarnaast wordt het schild aan de bovenzijde versierd met een kroon. Verder is aan de onderzijde een soort van tak aangebracht, waarop een wit lint is gedrapeerd met daarop de spreuk “Luctor et Emergo”, wat dus eigenlijk maar een onderdeel is van de oorspronkelijke spreuk.

Het worstelen zoals oorspronkelijk bedoeld, had dus niets met zee of water te maken, maar alles met de strijd tegen de Spanjaarden.

Het wapenschild komt ook gedeeltelijk voor op de, in 1948 ontworpen, vlag van de provincie Zeeland. Op 14 januari 1949 werd ze door de Gedeputeerde Staten officieel vastgesteld. Op die vlag is het schild opgenomen met daarboven als uitwendig versiersel alleen de kroon. De leeuwen als schildhouders ontbreken zoals ook de uitwendige versiering onder het schild. Ook het Luctor et Emergo is niet opgenomen op de vlag wat wellicht om praktische redenen is gedaan. De vlag bestaat verder uit een rechthoek met vier blauwe golvende banen en daartussen drie witte met centraal daarop het schild en de kroon. Aanvankelijk was het de bedoeling om het aantal golvende banen gelijk te houden aan die van het schild (zes banen) maar uiteindelijk werd om esthetische redenen gekozen voor zeven banen met aan de bovenzijde en onderzijde een afstekende blauwe baan.

De Zeeuwse vlag

De Zeeuwse vlag

Over het ontwerp is nogal wat te doen geweest. De vraag was; moest het een vlag zijn die gedachten opriep aan de Nederlandse driekleur? Of moest de nadruk liggen op de kleuren in het Zeeuwse wapen? Verder was er de nodige discussie over de vraag of het wapen van Zeeland in de vlag moest worden afgebeeld.

Uiteindelijk ging men akkoord met een voorstel dat werd ingediend door het Statenlid Jhr. Mr. T.A.J.W Schorer. Aanvankelijk was er nog enige voorkeur voor een vlag met zes banen. Maar Schorer wist de Staten te overtuigen dat een vlag met zeven banen meer in evenwicht was en dat een donkere baan aan de boven- en onderkant een beter contrast vormde met de lucht.

Ten slotte is er nog het Zeeuwse Volkslied.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Nederland officieel neutraal gebleven. Na het beëindigen van die oorlog werd Nederland, door de Belgische regering, gesteund door de Engelse regering een “pro-Duitse” houding verweten. Zij eisten dan ook herstelbetalingen. Bij de vredesonderhandelingen zouden delen van Zuid Limburg, vanwege de rijkdom aan steenkool en Zeeuws-Vlaanderen, vanwege de toegang tot de haven van Antwerpen, in zijn geheel aan België moeten worden toegewezen.

Toenmalig koningin Wilhelmina ging voorop in het verzet. In Zeeuws-Vlaanderen werd een heel strijdlustig Anti-Annexatie Comité opgericht dast zich al snel over heel Zeeland uitbreidde.

Wilhelmina voerde het verzet aan en sprak over “het amputeren van een pink, waardoor de gehele hand verminkt blijft”. Zij bracht veelvuldig bezoeken aan de streek om haar verbondenheid met Zeeuws-Vlaanderen en haar bevolking tot uitdrukking te brengen. De annexatie ging uiteindelijk niet door, maar het comité bleef tot 1930 bestaan.

De Belgische territoriumclaim uit 1919

De Belgische territoriumclaim uit 1919

In 1919, toen de eisen van de Belgen op haar felst waren, voelde het grootste deel van de Zeeuwen de noodzaak om hun verbondenheid met de Oranjes en met Nederland te benadrukken. D.A. Poldermans, hoofdonderwijzer van ’s Gravenzande schreef de woorden voor een Zeeuws volkslied. De Middelburgse dirigent J. Morks zette de woorden op muziek. Zij droegen het volkslied op aan de toenmalige Commissaris van de Koningin, mr. H.J. Dijkmeester.

Hun creatieve en patriottische opwelling is nooit meer verdwenen. Bij tal van gelegenheden, onder andere tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Provincie Zeeland, wordt het door alle aanwezigen uit volle borst meegezongen.

Hier kunt u het lied beluisteren en de tekst meelezen.