Tholen is het meest oostelijke deel van Noord Zeeland. Vroeger werd het ook wel Zeeland beoosten Schelde genoemd. Ooit was het een eiland dat later werd samengevoegd met het eiland Sint Philipsland. Gezamenlijk vormen de voormalige eilanden nu de gemeente Tholen.

De naam Tholen verwijst naar de tol die hier vroeger werd geheven op de Eendracht (nu het Schelde-Rijnkanaal) en de Striene. De Eendracht is het water tussen Tholen en Noord Brabant. In 1928 werd het veer tussen Tholen en Brabant vervangen door een brug. De Tholense brug, een witte boogbrug.

De gemeente wordt nog wel geheel omgeven door water. Tussen Tholen en Sint-Philipsland ligt de Krabbenkreek.

In het noordwesten van de eilanden stromen het Keeten, het Mastgat en het Zijpe. In het zuiden grenst de gemeente aan de Oosterschelde en om het idee eiland in stand te houden, in het oosten loopt het Schelde-Rijnkanaal en het Zoommeer, de grens van Zeeland en Noord Brabant.

Het huidige Tholen

Het huidige Tholen

 

De gemeente telde op 31 maart 2015 25.415 inwoners. Tholen heeft een oppervlakte van 254.41 km² waarvan 106,60 km² uit water bestaat.

Via de Krabbenkreekdam is er, sinds 1973, een verbinding tussen Tholen en Sint-Philipsland. Er zijn twee bruggen over het Schelde-Rijnkanaal die de verbinding verzorgen met westelijke Noord Brabant en tenslotte is er de Oesterdam die Tholen met Zuid-Beveland verbindt.

In 1971 werden alle gemeenten op het eiland Tholen samengevoegd. Het gemeentehuis werd gevestigd in het dorp St. Maartensdijk.

In 1995 werd de gemeente Tholen uitgebreid met de gemeente St. Philipsland. Op 2 januari 2008 werd het nieuwe, grotere gemeentehuis in Tholen, in gebruik genomen.

St. Philipsland is sinds 1884 door middel van de Slaakdam verbonden met het vaste land van Noord Brabant. Naar het noorden is dit voormalige eiland via de Philipsdam verboden met de Grevelingendam richting Schouwen-Duiveland.

De gemeente Tholen is overwegend gereformeerd. Daarom is het opmerkelijk, maar ook wel begrijpelijk, dat het eiland voornamelijk gericht is op het katholieke, Brabantse Berden op Zoom.

Tholen was in de late IJzertijd deel van een uitgestrekt kustveenmoeras ten noorden en oosten van de oude Scheldeloop. Armetierig land.

De oudste sporen van bewoning op Tholen, toen een dateren van rond de jaartelling. Er zijn een aantal vondsten gedaan die hier op wijzen. Zo is er een armband van git, een zwarte steensoort, gevonden op het veen in de buurt van Sint Maartensdijk. Deze armband dateert ongeveer uit het jaar 200 vCr. Ook werd, bij het graven van een sloot bij Poortvliet een open armbandje van paarsachtig, bijna ondoorschijnend glas dat aan twee kanten is versierd met goudkleurig glasdraad gevonden. Hieruit mag men afleiden dat sommige ‘Tholenaren’ in deze periode moeten toch enige welstand hebben gekend.

Ook zijn daar op het veen de restanten van een boerenwoning met Romeins en vroeg inheems aardewerk uit de 2de eeuw opgegraven.

Gevonden sieraad uit de IJzertijd

Gevonden sieraad uit de IJzertijd

 

Dan volgt er een periode waarvan niets bekend is over eventuele bewoning van Tholen. Er werden sporen van bewoning ontdekt in de vorm van houtskoolresten in de nabijheid van een oven waarvan werd bepaald dat deze uit 1015 moest stammen. Deze resten werden gevonden in de Westkerkseberg vlak bij Scherpenisse.

In deze periode werd Tholen regelmatig getroffen door stormvloeden. Naar aanleiding daarvan gingen de toenmalige bewoners over tot het aanleggen van vliedbergen of terpen en werden de eerste dijken opgeworpen.

Een voorbeeld van zo’n terp is de eerder genoemde Westkerkseberg. Dit is de enig bewaarde vliedberg van de 12 die er oorspronkelijk op Tholen hebben gelegen. De andere zijn afgegraven.

 

Het eiland Tholen omstreeks 1400

Het eiland Tholen omstreeks 1400

 

In de Middeleeuwen bestond Tholen uit een aantal kleine eilandjes die van elkaar waren gescheiden door waterlopen. Dat waren het land van Scherpenisse, van Sint Maartensdijk, van Stavenisse, van Poortvliet en van Schakerloo. Dit laatste eiland is de oorsprong van de stad Tholen. Door bedijking van tussenliggende geulen werden ze samen gevoegd. De laatste grote geul, de Pluimpot, verdeelde holen in een oostelijke en westelijke helft. In 1556 werd de Pluimpot op twee plaatsen afgedamd.

Hierna volgde een periode van kleine landwinningen. Met engelengeduld werden de eilanden vergroot door de schorren die hen omringden in te polderen. Zo werd het een geheel.

De belangrijkste inpolderingen dateren uit de 19de eeuw. Maar voor de eerste inpoldering van St.Philipsland moeten we terug gaan naar het jaar 1487. Anna van Bourgondie was een buitenechtelijke dochter van hertog Philips van Bourgondie. Op haar initiatief werd begonnen met de aanleg van dijken. Zij liet in het drooggelegde gebied een kerk bouwen die gewijd werd aan de heilige Philippus. Hiermee wilde zij de beschermheilige van haar vader eren en zijn naam bewaren. Aangenomen werd dat hiermee de naam Sint Philipsland is ontstaan.

Zowel in 1530 als in 1532 overstroomden de polders na zware stormen. Na de laatste storm bleef het eiland lange tijd onder water staan.

Slikken en Schorren

Slikken en Schorren

 

In 1645 werden de schorren herdijkt. Hierdoor ontstond een nieuw eiland dat iets groter was dan het oorspronkelijke Sint Philipsland en iets meer naar het zuiden was opgeschoven.

In 1776 werd op dit eiland de Henriëttepolder droog gelegd. Door de inpoldering van de Anna Jacobapolder en de Kramerpolder in 1847 verdubbelde de oppervlakte van het eiland.

In 1859 volgde de Willemspolder in 1907 gevolgd door de Prins Hendrikpolder. In 1935 kreeg Sint Philipsland zijn uiteindelijke vorm door de bedijking van de Abraham Wissepolder.

Tholen is nog steeds een poldergebied. Maar van het gebied zoals het ooit was is bijna niets meer terug te vinden. Alleen het schorrengebied in de Krabbenkreek ten noorden van Sint Annaland geeft nog een idee hoe het gebied er aan het begin van onze jaartelling uit moet hebben gezien.

Een van de vele stranden van Tholen

Omdat Tholen nagenoeg geheel omgeven is door water biedt het unieke gelegenheden om hiervan te genieten. De steeds veranderende Oosterschelde onder invloed van eb en vloed biedt steeds een ander landschap. Bij eb vallen de platen droog en kun je regelmatig kennis maken met zonnebadende zeehonden. Tijdens de vloed zie je een adembenemend spel van wind en water.

Maar ook onder water is er veel te zien. Liefhebbers van duiken kunnen hier een prachtige, kleurige wereld ontdekken. Op en in de zanderige bodem leven brokkelsterren, diverse soorten platvis, sepia’s weduwrozen, tal van schelpdieren en garnalen.

Tussen de stenen van de dammen en de dijken leven krabbetjes en kreeften. Prachtig gekleurde zeeanjelieren en mosselen.

Je hoeft geen ervaren duiker te zijn om van al die pracht te genieten. Gewapend met een snorkel en een goede bril gaat er een wonderlijke wereld voor u open.

Zeehonden bij eb

Zeehonden bij eb – Foto Zie Zeeland

 

Voor een belangrijk deel is het natuurschoon op Tholen het gevolg van de unieke ligging van het Nationaal Natuurpark Oosterschelde. Door de getijdebeweging is de Oosterschelde een fantastisch broedgebied voor allerlei soorten vogels die hier rust en ruimte vinden.

Wandelend of fietsend, maar ook met de auto of op de motor staat u elke keer weer verbaasd. De negen kleine woonkernen ademen een sfeer van rust, maar ook het historisch verleden is hier onmiskenbaar aanwezig. Tholen garandeert u rust en ruimte.

De stadsmarkt in Tholen

De stadsmarkt in Tholen

 

Trek er ’s ochtends op uit in een bootje en beleef het intense gevoel van vrijheid. Gooi een hengeltje uit om mooie gezonde vis aan de haak te slaan. Tong, bot, schar, paling, wijting, makreel en geep, we noemen maar een paar soorten die de Oosterschelde u kan bieden. En voor sportvissen op zee heeft u geen vergunning nodig.

In de leuke dorpjes treft u een aantal leuke winkeltjes en er zijn supermarkten. Ook zijn er op diverse dagen weekmarkten, in Tholen op dinsdagmorgen, in Scherpenisse en Poortvliet op dinsdagmiddag. Op woensdagmorgen kunt u terecht op de markt in Stavenisse, op donderdagmorgen in Oud-Vossemeer, s’middags in int Annaland.

De vrijdagmorgen is gereserveerd voor Sint Philipsland en ’s middags in Sint Maartensdijk.

Tholen is per boot goed bereikbaar. Als u wilt overnachten is dat geen enkel probleem. U kunt afmeren in een van de drie jachthavens. U kunt aanleggen in de stad Tholen, Sint Annaland of in Stavenisse.

Als u toch met de boot bent, wat is er dan nog leuker dan van haven naar haven te varen en vanaf het water te genieten van de prachtige omgeving en het uitgestrekte landschap van Tholen.

Jachtwerf Duivendijk op Tholen

Jachtwerf Duivendijk op Tholen

 

Ook voor kinderen is holen een geweldig eiland. In de stille hoekjes van de Oosterschelde vind u kleine, knusse strandjes, b.v. De Schelphoek bij Poortvliet, Bergsediepsluis, bij de gelijknamige sluis in Tholen. Ga eens kijken bij het strand van Sint Annaland of strand Gorisdijk bij Sint Maartensdijk. Hier kunnen ze vissen, zwemmen, snorkelen of gewoon pootje baden.

Wat is er nog leuker voor ze dan langs de strandjes te speuren naar wieren, schelpen en andere waterdieren?

Maar let wel op voor stroming en oesters. Zwemmen en zelfs pootje baden is in de Oosterschelde niet helemaal zonder gevaar.

Dit water kent sterke en verraderlijke stroming. Laat uw kroost daarom nooit te ver het water ingaan, zeker niet bij afgaand tij. Ook is het oppassen geblazen voor de vele Japanse oesters. Deze liggen vooral in ondiep water en de schelpen hebben vlijmscherpe randen. Hieraan kunnen zowel de kinderen als uzelf zich makkelijk verwonden. Daarom is het raadzaam om bij het te water gaan altijd waterschoenen te dragen.

En kunt u, na een heerlijke dag, nog een betere afsluiter wensen dan een heerlijk etentje? Tholen kent veel restaurants en eetcafés in alle prijsklassen. Veel restaurants serveren typische streekproducten van het eiland. Al eens zeekraal of lamsoor gegeten? Of Thoolse dikbil? Probeer het eens uit. Zeker de moeite waard.

Kortom, zoekt u een rustige vakantie in een steeds wisselend landschap, dan is Tholen de aangewezen plaats.