Abraham Crijnssen ook wel (Querijnsen) werd vermoedelijk geboren in Vlissingen. Zijn geboortedatum is nergens te achterhalen. Wel liet hij behoorlijk van zich spreken.

Vlootbevelhebber

De reders Adriaan en Cornelis Lampsins waren eigenaren van een vloot van twaalf schepen die permanent op zee aanwezig waren. Zij voerden kaapvaart uit en streden tegen kapers. In 1632 voerde Crijnssen het bevel  over twee oorlogsschepen, de Samson en de Vlissingen, beide behorend tot de vloot van de gebroeders Lampsins.

Crijnssen bracht de beruchte Duinkerker kapers regelmatig veel schade toe door zijn overmoedige optredens. Hij onderscheidde zich ook tijdens de Slag bij Duins op 31 oktober 1639. Admiraal Tromp en zijn viceadmiraal Witte de With behaalden daarbij een beslissende overwinning op een Spaanse oorlogsvloot onder bevel van admiraal Antonio de Oquendo, die een poging ondernam om geld en soldaten naar Vlaanderen te brengen.

Schipper Crijnssen viel opnieuw op door zijn moedig optreden en om zijn tactisch inzicht.

Voor de slag bij Duins, schilderij Reinier Nooms

Voor de slag bij Duins, schilderij Reinier Nooms

Commandeur

In 1665 werd Crijnssen benoemd tot commandeur bij de Admiraliteit van Zeeland. Hij diende als eerste kapitein onder Adriaan Banckert. In het najaar werd hij kapitein van het jacht Prins te Paard. Tijdens de Vierdaagse (11 juni tot 14 juni 1666) en de Tweedaagse Zeeslag (4 en 5 augustus 1666) vocht hij mee als bevelhebber van het fregat Zeelandia.

Tweedaagse Zeeslag door Abrahamsz. van Beerstraten

Tweedaagse Zeeslag door Abrahamsz. van Beerstraten

Opdracht Suriname

In december waren de daden van Crijnssen genoegzaam bekend. Hij kreeg het bevel over een eskader, bestaande uit de fregatten Zeelandia, West-Capelle en Zeeridder. Daarnaast vier kleinere vaartuigen waaronder zijn oude schip Prins te Paard. Hij werd door de Staten van Zeeland naar West-Indië en de oostkust van Noord-Amerika gestuurd voor een expeditie tegen de Engelsen.

Op 30 december vertrok het eskader vanaf de rede van Veere met aan boord 700 man en ruim 200 soldaten. Hij zeilde langs de gevaarlijke Barbarijse kust om vandaar de Atlantische Oceaan over te steken. Op 25 februari 1667 voer hij de Surinamerivier op om het Engelse fort Willoughby te veroveren.

Inname

Na een felle beschieting van het fort gaven de Engelsen zich over. Een deel vluchtte het binnenland in. Ze werden achtervolgd en opgejaagd door de soldaten van Crijnssen. Al snel werden deze gevangen genomen en op 6 maart gaven de Engelsen de hele kolonie op. Fort Willoughby werd omgedoopt tot Fort Zeelandia en de Zeeuwse vlag wapperde fier naast het Ranje, Blanje Bleu op het dak van het fort. Hij liet op het fort een bezettingsmacht achter en organiseerde – hoewel dat buiten zijn opdracht viel –  een bestuur voor de nieuwe kolonie.

De vloot van Crijnssen op de rede van Veere

De vloot van Crijnssen voor vertrek naar de West op de rede van Veere

Buit

Het fluitschip Aerdenburg zeilde naar Zeeland terug beladen met suiker.  De West-Capelle bleef in de monding van de Surinamerivier liggen om nietsvermoedende Engelse slavenschepen op te wachten en veroverde het Engelse fregat York. De West-Capelle zeilde in oktober 1667 terug naar Zeeland met aan boord duizend pond olifanten slagtanden, de buit uit de York.

Hij ging maar door.

Crijnssen was op 17 april met de resterende vijf schepen uit zijn eskader, aangevuld met twee nieuwkomers naar drie bestaande Nederlandse koloniën op de noordkust van Zuid-Amerika vertrokken. Deze moesten worden heroverd  op de Engelsen die de kolonies in 1665 zouden hebben bezet. Bij aankomst in Berbice bleek dat deze kolonie een aanval van de Engelsen zelf had afgeslagen. Essequibo en Pomoroon  bleken al voor de komst van Crijnssen op de Engelsen te zijn heroverd door commandeur Berger van Fort Nassau.

Crijnssen benoemde de vaandrig Baerland van Fort Kijk Overal tot commandeur van Essequibo, en de vaandrig Snel tot commandeur van Pomoroon. Hierna zeilde zijn eskader, dat inmiddels tot drie schepen was geslonken, naar Tobago. Bij zijn aankomst op 26 april bleken daar de forten vernield te zijn door de Fransen. Crijnssen liet een van de forten weer opbouwen.

Het kalefateren van schepen - Reinier Nooms

Het kalefateren van schepen – Reinier Nooms

Op 4 mei vertrok hij weer van Tobago waar hij een garnizoen achterliet. Hij voer naar Sint Eustatius dat hij heroverde. Vervolgens zeilde hij naar Martinique. Hier hoorde hij van de Fransen dat in het gebied een sterke Engelse vloot actief was. Crijnssen bleek ook een geboren diplomaat en in overleg met de Fransen werd besloten met een zojuist gearriveerde Franse vloot de Engelsen samen aan te vallen, onder gedeeld commando. Crijnssen kreeg vijf Franse schepen onder zijn bevel. De slag vond op 20 april plaats bij het eiland Nevis maar werd al na enkele uren afgebroken wegens gebrekkige communicatieve samenwerking van de Fransen.

Steeds meer

Na het debacle zeilde Crijnssen door naar Virginia aan de oostkust van Noord-Amerika. Door list en verrassing werd daar, in de monding van de Jamesrivier binnen een paar uur een Engels oorlogsschip veroverd, samen met een groot aantal Engelse koopvaarders. Deze lagen, volgeladen met tabak, klaar om de reis huiswaarts te ondernemen.

Crijnssen verdeelde buit over elf Engelse schepen die hij voorzag van groepen zeelieden van zijn eigen bemanningen. De overgebleven koopvaarders liet hij voor alle zekerheid in brand steken.

Hij zeilde, na kalefateren van zijn vloot, met zijn buit naar Zeeland, waar hij op 25 augustus 1667 in Vlissingen afmeerde. Op 22 september diende hij zijn verslag in bij de admiraliteit. Deze was zo onder de indruk dat de kapteins van Crijnssen werden bevorderd. Zelf ontving hij een gouden ketting met medaillon.

Terug naar de West.

In februari 1668 werd Crijnssen opnieuw uitgestuurd naar Suriname. Ditmaal met een kleinere vloot, twee fregatten en een fluitschip. De Engelsen hadden in oktober 1667 Fort Zeelandia heroverd, hoewel Suriname eerder dat jaar bij de Vrede van Breda voorlopig aan de Republiek was toegewezen. Crijnssen voer op 20 april de Surinamerivier op. Het werd een snelle expeditie. Op 28 april was heel Suriname weer in bezit genomen. Het zou tot 1975 onder Nederlands bestuur blijven.

Fort Zeelandia, voorgoed in Nederlandse handen

Fort Zeelandia, voorgoed in Nederlandse handen

 

Crijnssen zelf zou zijn geliefde Zeeland niet meer terug zien. Hij overleed op 1 februari 1669 in Paramaribo aan een slepende ziekte

Herinnering

Bij de Nederlandse marine doet men nog steeds enigszins aan heldenverering. Twee schepen hebben later de naam van Admiraal Crijnssen gekregen. Begin 20ste eeuw werd een mijnenveger naar Crijnssen vernoemd en eind 20ste eeuw kreeg een fregat zijn naam.

 

Hr.Ms Abraham Crijnsse, 'vermomd' als tropisch eiland

Hr.Ms Abraham Crijnsse, ‘vermomd’ als tropisch eiland

Weinig schepen van de Koninklijke Marine hebben zo’n heroïsch verleden als de mijnenveger Hr.Ms. Abraham Crijnssen. Te weinig bekend is het verhaal van de spectaculaire ontsnapping uit Nederlands-Indië in maart 1942. Gecamoufleerd als tropisch eiland misleidde het vaartuig de Japanse patrouilles en bereikte veilig de havenplaats Geraldton op de westkust van Australië.

Hoewel al lang overleden bleef zijn naam, de visie, het inzicht en het tactisch vernuft van de admiraal  voortleven. Abraham Crijnssen, een man om nooit te vergeten.