In het gebouw van de Eerste Kamer hangt een zeldzame reeks van 36 portretten van de Hollandse graven en gravinnen. Het belang van deze serie ligt niet zozeer in de artistieke kwaliteit of betrouwbaarheid van de portretweergave, maar in de volledigheid van de reeks die begint bij  de heersers over onze gebieden, te beginnen met Dirk I en eindigt bij Filips II, de laatste graaf van Holland en Zeeland in 1581.

Alle portretten zijn voorzien van een gouden opschrift met de naam van de geportretteerde en de titel comes Hollandiae et Zelandiae (graaf van Holland en Zeeland).

Bovenste rij (v.l.n.r.): Floris IV , Willem II, Floris V
Onderste rij (v.l.n.r.): Albrecht van Beieren, Jacoba van Beieren, Filips II

In hun tijd waren zij belangrijke machthebbers die allen hun stempel hebben gedrukt op Zeeland. Bij de uitstraling van die macht hoorde natuurlijk ook uiterlijk vertoon. Om die reden werd in 1050 in Zierikzee een residentie, genaamd ’s Gravenhof, gebouwd. Dit hof, wat een synoniem is voor kasteel, werd gebouwd in opdracht van Boudewijn van Vlaanderen die in die periode voor een belangrijk deel de dienst uitmaakte in Zeeland.

Boudewijn van Vlaanderen

 

‘s Gravenhof

Het ‘s Gravenhof lag in het westen van de stad ongeveer grenzend aan het blok afgebakend door de Balie, Weststraat, Wandeling en Karnemelksvaart, Het kasteel lag aan het voormalige marktveld, tegenover de latere Sint-Lievensmonsterkerk. Het ’s Gravenhof moet waarschijnlijk gezien worden als een versterkte residentie, gebaseerd op de combinatie van representatieve, gouvernementele en verdedigbare aspecten van het complex. De hoge vierschaar over Beoosten Schelde werd bijvoorbeeld twee keer per jaar in het ‘s Gravenhof gehouden. Van dit ’s Gravenhof worden nog regelmatig restanten gevonden.

 

Nieuwe gevangenis

 Omstreeks 1325 breidde Zierikzee sterk uit. De gevangenis werd te klein en er werd een nieuw gebouw opgetrokken. Deze grotere gevangenis stond aan de huidige Mol. Het gebouw kwam gereed in 1350. Het heeft uiteindelijk 165 jaar dienst gedaan. Maar in de loop der jaren raakte het sterk in verval, of zoals in de archieven stond: ‘geheel ende al desolaet ende in ruyne vervallen lach’.

Het Gravensteen

 

 

 

Gravensteen

De houten gevangenis werd gesloopt en op dezelfde plaats werd tussen 1524 en 1526, in opdracht van het Graafschap Zeeland, onder gezag van Philips II van Spanje, het huidige Gravensteen gebouwd. De functie werd aangepast en naast gevangenis werd het Gravensteen het juridische, financiële en administratieve centrum van de graaf van Holland en Zeeland, graaf Flores V.

Het werd van steen gebouwd, iets wat in die tijd een uitzondering was op de normale houten gebouwen. Het ‘Steen’ zoals het werd genoemd, kreeg een hoge trapgevel van zandsteen. De kruiskozijnen zijn voorzien van smeedijzeren traliekorven. De trapgevel is verfraaid met sierankers, die gesmeed zijn in de vorm van emblemen van het Habsburgse Huis en het Gulden Vlies.

De Antwerpse bouwmeester Harman van Aecken leverde het ontwerp. De rekening voor de werkzaamheden en gebruikte materialen is via het digitale archief van het Zeeuws Archief in te zien.

Deze rekeningen vermelden dat er onder andere 242.500 Hollandse stenen werden geleverd, 425 plavuizen en 8.000 “coppelstenen”, arduinsteen en witte Brusselse steen voor de voorgevel. Mechelse smeden leverden het ijzerwerk, waaronder de fraaie ankers in de voorgevel.

Traliekorven voor de ramen

 

Rentmeester

Het Gravensteen was ook de huisvesting van de rentmeester van Zeeland Beoosten Schelde en zijn ambtenaren. Deze rentmeester beheerde het geld van de graaf en zorgde voor zijn goederen.

Hij was een machtig man, ook op bestuurlijk gebied en had vele rechterlijke bevoegdheden. Het was dan ook de reden dat de vierschaar, de vroegere rechtbank, hier werd gevestigd.

De toegang tot de gijzelkamer

Het gebouw was voor die tijd multifunctioneel. De heren van justitie zetelden in het voorvertrek op de begane grond aan de westzijde. Aan de andere kant had de cipier zijn woning. Beide vertrekken waren gescheiden door een gang, waarin als schrikwekkend voorbeeld de martelwerktuigen waren opgehangen.

Op de tweede verdieping en de zolder werden misdadigers opgesloten. Vooral de gijzelkamer aan de voorzijde van het gebouw geeft een goed beeld van de omstandigheden waarin gevangenen leefden.

 

Ingekerfde tekeningen

Tekeningen

In de cel zijn nog veel tekeningen gevonden in de wanden die door verschillende gevangenen in de houten muren zijn gekerfd. Tekeningen van soldaten, schepen, en inscripties getuigen van de geschiedenis van het Gravensteen.

De oudste inscriptie stamt uit 1577

Kapers

Het grote aantal schepen die in het hout gekerfd zijn, wekt de indruk dat het gebouw door veel zeelieden. tegen hun zin, is bezocht. Men vindt er scheepstypes uit vele eeuwen. Gezien het feit dat er nogal wat zeventiende-eeuwse fregatten ingekerfd zijn, compleet met de Bourgondische vlag (wit met een diagonaal kruis), kan met zekerheid worden aangenomen dat hier Duinkerker kapers hebben vastgezeten.

Ongetwijfeld hebben ook officieren op het Zierikzeese Gravensteen gevangen gezeten. Onder de namen prijkt ook die van een viceadmiraal van de Duinkerkers; Matheus Rombout. Van hem en mogelijk door hem is een mannenfiguur gesneden die een verrekijker voor het oog houdt en een houten been heeft. Zijn naam staat er boven. Het is vrijwel zeker dat de viceadmiraal en zijn manschappen gegijzeld hebben gezeten tussen 1635 en 1638 om als ruilobject te dienen. In het algemeen werden gevangengenomen Duinkerkers naar de plaats gebracht van waaruit de kapitein opereerde en geruild tegen gevangen genomen Zeeuwse zeelieden

Gang in het Gravensteen

Straffen

Het Gravensteen was in de eerste plaats een gevangenis. Talloze gearresteerden brachten hier hun voorarrest door in afwachting van de terechtzitting. Maar ook werd hier gemarteld en werden de opgelegde straffen ten uitvoer gebracht. Meermaals was dit de doodstraf. Voor de uitvoering daarvan werd ‘s nachts een schavot opgezet aan de straatkant van het Gravensteen. Zelf mocht de veroordeelde kiezen wat hij als galgenmaal opgediend wilde zien. Bij die maaltijd waren altijd de burgemeester, de baljuw, een predikant, een zieken-trooster, de president-thesaurier, de stadsbouwmeester en de verdediger van de veroordeelde aanwezig. . Na het ‘genieten’ van het galgenmaal werd het vonnis voltrokken.

Daarbij stroomden de inwoners van Zierikzee en omgeving met honderden kijklustigen naar de strafplaats. Op 5 maart 1739 werd besloten deze vertoning af te schaffen. Veel misdadigers werden voor het Gravensteen onthoofd of opgehangen. Onder hen was ook de beruchte Jan Rap, die in 1784 door de scherprechter werd opgeknoopt.

De kelder aan de achterzijde diende eveneens als gevangenis, later als cachot voor de leden van de schutterij die wegens een of ander vergrijp waren veroordeeld. Tussen, de voor- en de achterkelder was nog een kelder, die slechts van bovenaf toegankelijk was en de „donkere put” werd genoemd. Voor kleine vergrijpen kon men veroordeeld worden tot het uitzitten van een kortere straf in deze put op water en brood.

Dikke deuren hielden iedereen tegen

Ook werd in de kelders gefolterd en gemarteld door de beul. Op de verdiepingen werden de gevangenen ondergebracht. De opschriften op de deuren van de vertrekken geven de bestemming aan die de kamers in de  18de en begin van de 19de eeuw hadden. Men vindt er onder andere de strafgevangenis, de slaapzaal, de ziekenzaal en de cellen voor de vrouwelijke gevangenen. Alles ademt nog de sfeer van de 19de-eeuwse gevangenis en dat is geen wonder, want tot 1923 werd het gebouw als huis van bewaring en strafgevangenis gebruikt.

Jan Rap

Jan Rap was de afgekorte naam van Jan Machielse – van der (uit) Made – Rap. Toepasselijk was zijn naam wel. De benaming werd al in de 16de eeuw gebruikt. De oudste vermelding van Jan Rap en zijn maat lezen we in het satirisch werk ‘Lof der Zotheid’ van Erasmus uit 1509. In minstens twee van zijn verzen komen de namen Jan Rap en zijn maat voor.

In de 17de eeuw verstond men onder Jan Rap het mindere scheepsvolk, ook wel aangeduid als gespuis, canaille, rapaille en Jak en Jooi. Het was een veelgebruikte term voor het lagere scheepsvolk (dat het niet zo nauw nam met normen en waarden) en dienst deed op de schepen van de VOC en WIC.

Deel uit Het Lof der Zotheid

Op 4 mei 1778 was het voor Jan Machielse van der Made Rap eindelijk prijs. Hij was vierender­tig jaar oud en afkom­stig uit Made in Noord-Bra­bant. Al bijna een jaar zat hij gevangen in het Gravensteen te Zierikzee. Op 19 mei 1777, ‘t was Pinksteren, was een ordi­naire caféruzie de oorzaak vav zijn gevangen­neming. Laat in de avond hadden Arnold Bosscher en Cornelis van Opdorp woorden gekregen in herberg “Het Groene Woud”, even buiten de stad. Flip Dito, de herber­gier, had onderschout Adriaan Corbeel om assistentie gevraagd. Deze was gekomen en probeerde op een vriendelijke manier een eind aan de ruzie te maken. Dat leek te gaan lukken, maar toen ging Jan Rap zich er mee bemoeien.

Een galg met valluik

Van het ene woord kwam het andere. Onder­schout Cor­beel greep Rap bij de arm, wierp hem op de grond en zette zijn rechterknie op Raps borst om hem in bedwang te houden. Stiekem trok Rap zijn mes en stak Corbeel in diens dij. Een diepe vleeswond van zo’n tien centimeter had drie uur later de dood van de politiedie­naar tot gevolg. Rap werd opgepakt en in de gevangenis geworpen. Burgemeester en schepe­nen veroordeelden hem ter dood. Hij moest bengelen aan de galg. Zijn li­chaam zou op het galgenveld worden opgehangen totdat het zou zijn verteerd. Het vonnis werd echter niet uitgevoerd. Op last van de Staten van Zee­land werd de straf omgezet in brandmer­king en verbanning voor een periode van dertig jaar uit Hol­land en Zeeland. Was Rap nu maar weg geble­ven! Zo’n tien jaar later werd hij gesigna­leerd. Eerst in Rot­terdam en daarna in Amsterdam, waar hij opnieuw het pad van de misdaad was opgegaan. Niet voor lang, want hij werd daar in de kraag gepakt en overgebracht naar het Gravensteen in Zierikzee. Daar werd duidelijk dat hij daar zo’n tien jaar eerder een moord had gepleegd en was veroordeeld. Op 7 mei 1789 vonnisten burgemeester en schepenen opnieuw. Nu werd de doodstraf wel uitgevoerd.

Ontsnappen

Ontsnappen uit het Robbeneiland van Zeeland was onvoorstelbaar. Maar toch uit twee 16e-eeuwse archiefstukken, afkomstig uit de Rekenkamer van Zeeland (eigendom van het Zeeuws Archief), blijkt echter dat sommige gedetineerden het onmogelijke presteerden.

In 1568, twee jaar na de Beeldenstorm, kreeg de metselaar Jan Gheertsz betaald voor geleverd werk. Het was blijkbaar nodig de muren achter het Gravensteen te verhogen aangezien ‘de gevangens daar over wech liepen’. Wellicht klommen ze tijdens het luchten over de muur maar dat was na de arbeid van Jan Gheertsz afgelopen.

Rekening van Jan Geertsz

Er moesten andere manieren gevonden worden om te ontsnappen waarbij een nieuwe methode weliswaar enorm creatief maar tegelijkertijd niet al te fris was. Het was enkele gevangenen blijkbaar gelukt om via het privaat (de WC) uit het Gravensteen uit te breken.

Aan het interieur van het Gravensteen is niet heel veel veranderd. Daardoor krijgt men tijdens een rondleiding een realistische indruk hoe de mensen onder erbarmelijke omstandigheden gevangen zaten. Niet voor niets deden sommigen er alles aan weg te komen.

Uitbraakpoging uit het Gravensteen

 

Latere eeuwen

De  stevige cellen van het Gravensteen hebben nooit een noodzakelijke restauratie nodig gehad. De rol van het Gravensteen als arrondissementsrechtbank en huis van bewaring werd opgeheven in 1923. Het gebouw heeft dus bijna 400 jaar dienst gedaan. Later werd het nog gebruikt als belastingkantoor en werden er exposities van schilderkunst en oudheden ingericht.

In 1984 kreeg het Gravensteen een nieuwe bestemming. Het Maritiem museum werd in het gebouw gevestigd. Er werden scheepsmodellen en oude maritieme kaarten tentoongesteld. In de kelder kon men kennis maken met Nehalennia vondsten. Een lang leven was dit museum niet beschoren.

In 1997 werd de gemeente Zierikzee opgeheven als gevolg van de gemeentelijke herindeling. Het oude stadhuis verloor zijn functie en kreeg vanaf die tijd uitsluitend een museale functie. Twee Zierikzeese museumcollecties, die van het oude Stadhuismuseum en die van het Maritiem Museum, werden in 2011  samengevoegd.

In 2012 werd het Gravensteen voor ruim een kwart miljoen gerestaureerd.

Eerste etage voor de renovatie

Griezelen

In juli 2013 deed een team van Paranormal Activities onderzoek in het Gravensteen. Tijdens dit nachtelijk onderzoek werden twee orbs, duidelijke en onverklaarbare lichtbronnen, op foto vastgelegd. Deze orbs  zouden entiteiten kunnen zijn, geesten of zielen die hun aanwezigheid niet kenbaar willen maken, maar wel op een foto werden vastgelegd. Ook werden op EVP (Electronic Voice Phenomena drie stemmen vastgelegd. Kortom, er zit nog leven in het gebouw.

Rondleidingen

In het Stadhuismuseum wordt nu de rijke geschiedenis van de stad verteld. Maar los daarvan, in het Gravensteen rond kijken is al geweldige belevenis op zich. Ondanks de renovatie is het interieur nauwelijks veranderd. De dikke celdeuren maken nog steeds een enorme indruk. Tijdens een rondleiding krijgt men een bijzonder realistische indruk van de manier waarop eeuwen geleden mensen onder erbarmelijke omstandigheden werden gevangen gehouden.

Het Gravensteen wordt beheerd door het Stadhuismuseum waar u ook voor een bezoek aan dit beroemde en beruchte huis u terecht kunt. Rondleidingen kunt u aanvragen aan de balie van het Stadhuismuseum. Een bezichtiging van het Gravensteen is een ervaring op zich. Af en toe even rillingen voelen maakt hier een onderdeel van uit.

Voor meer informatie en openingstijden, kijk hier