Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog waren de Duitsers desperaat. Alle middelen werden ingezet om de nederlaag tegen te houden en zelfs om te zetten in een overwinning. Zij bleken daarbij bijzonder creatief. Onder leiding van Werner von Braun werden de eerste onbemande raketten, de V1 en de V2 ontwikkeld en ingezet. Deze raketten veroorzaakten grote schade in Engeland.

Een V2 na de start, vermoedelijk in Wassenaar - Foto Bundesarchiv

Lancering van een V2, vermoedelijk in Wassenaar – Foto Bundesarchiv

Duikboten

Op het gebied van duikboten waren de Duitsers tot 1943 superieur. De Kriegsmarine ontwikkelde de ‘Rudeltaktik, de zogenaamde Wolfpacks. Daarbij zochten U-boten individueel naar konvooien. Als een U-boot een konvooi ontdekte werd contact opgenomen met andere duikboten in de buurt. Zij omsingelden het konvooi. In het donker kwamen ze boven water. Ze voeren razendsnel op het konvooi af en vuurden hun torpedo’s af. Door dit soort gecoördineerde aanvallen werd in korte tijd het hele konvooi tot zinken gebracht.

De onderzeebootoorlog werd steeds grimmiger. Bemanningen van vrachtschepen overleefden meestal de aanvallen niet. Het optreden tegen de U-boten werd steeds harder. De Rudeltaktik was zo efficiënt en vernietigend voor de bevoorrading van de geallieerden dat deze in grote moeilijkheden kwam. Er waren maanden dat er nauwelijks nog een geallieerd bevoorradingsschip op zee te bekennen was.

 

 

Tekening van een Biber

Tekening van een Biber

Biber

In de nadagen van de oorlog kwam Korvettenkapitän Hans Bartels met het idee kleine éénpersoons duikboten te ontwikkelen. Hij noemde zijn ontwerp Biber (Duits voor bever). Deze miniduikboten werden als bijzonder effectief gezien, als geheim wapen, om in ondiep water, zelfs ver landinwaarts, onverwachte aanvallen uit te voeren.

De Biber was uitgerust met twee 51,5 centimeter torpedo’s of één torpedo en een mijn. Ze werden bemand door, meestal zeer jonge, tot kikvorsman opgeleide, mannen. De bootjes waren 8,85 meter lang, 1,57 meter breed en hadden een hoogte van1,42 meter. De voortstuwing werd geleverd door een BHP-SHP benzine-elektrische motor. Daarmee werd een snelheid bereikt tussen de 5,25 tot 6,5 knopen. De actieradius bedroeg ongeveer 200 mijlen en de maximale operationele diepte 20 meter.

Tekening van een biber - bron Wilco Vermeer

Plattegrond van een biber – bron Wilco Vermeer

Grote aantallen

Van de Bibers werden er 324 geproduceerd op werven in  Hamburg en Bremen. Vandaar werden ze per trein of op vrachtwagens getransporteerd naar havens aan de Noordzeekust.

Daar werden de dwergduikboten samen gevoegd tot flottieljes. In Nederland  werden er enkele honderden gestationeerd in Hellevoetsluis en Poortershaven (Maasluis). Andere havens waren Groningen, IJmuiden, Den Helder en Scheveningen. Vandaar werden ze op avontuur gestuurd.

In Hellevoetsluis arriveerde op 5 november 1944 het K-flottielje 261 met dertig Bibers, afkomstig van de Duitse Flenderwerf in Lübeck.

 

Korvettenkapitan Hans Bartels - bron Wilco Vermeer Collection

Korvettenkapitan Hans Bartels – bron Wilco Vermeer Collection

 

 

Market Garden

Ook ver landinwaarts. De Duitsers gebruikten Bibers bij hun pogingen om het bruggenhoofd over de Maas, dat was ontstaan na Operatie Market Garden, in de buurt van Nijmegen, uit te schakelen. Ze hadden al pogingen ondernomen om de brug te bombarderen. Ook duikers die explosieven moesten plaatsen hadden geen effect.

In de nacht van 13 op 14 januari 1945 werd een flottielje Bibers uitgestuurd. 17 dwergduikbootjes werden ingezet. Slechts acht bereikten hun doel. Zeven liepen aan de grond en twee werden vernietigd. De brug bleef onbeschadigd doordat de Canadese Forestry Company een versperring in de rivier had opgetrokken. Ondanks deze mislukking keerden 16 van de 17 bestuurders van de Bibers heelhuids terug naar hun basis.

 

 

De restauratie van de Biber - foto Mia van den Berg

De restauratie van de Biber – foto Mia van den Berg

Slag om de Schelde.

De strijd om Walcheren vond plaats tussen 1 en 8 november 1944. Uiteindelijk werd deze door de geallieerden in hun voordeel beslecht. En dat was noodzakelijk. Niet zozeer om het eiland te ontzetten. Het doel was het openstellen van de haven van Antwerpen voor geallieerde schepen.

De geallieerde opmars door België verliep vlot. Op 2 september passeerde het leger de Frans-Belgische grens. Een dag later was Brussel bevrijd en op 4 september was Antwerpen aan de beurt.

De haven, veroverd zonder noemenswaardige schade, was van groot belang. Immers de aanvoerlijnen van de geïmproviseerde havens Arromanches en Saint-Laurent in Normandië naar het front werden te lang. Alle andere havens aan de Noordzee, het Kanaal en de Atlantische oceaan waren nog in handen van de Duitsers.

Ondanks dat Antwerpen en de haven in handen waren van de geallieerde troepen bleef de toekomst onzeker. Om de Belgische haven te bereiken moest de Westerschelde bevaren worden. Vanaf Walcheren, waar de bezetters nog steeds hun stellingen betrokken hadden, werden schepen op weg naar Antwerpen onder vuur genomen. De oude geschiedenis om het bezit van de Schelde zou zich herhalen. Weer werd er strijd geleverd om di zo historische water.

 

De krappe stuurhut - Foto Mia van den Berg

De krappe stuurhut – Foto Mia van den Berg

De dwergduikbootjes

Op 28 november 1944 arriveerde het eerste Liberty schip in Antwerpen. Met de inzet van de Bibers wilden de wanhopige Duitsers geallieerde vrachtschepen op weg naar Antwerpen tegenhouden. De Bibers zouden daarbij een belangrijke rol spelen in de Slag om de Schelde. Zij werden vanuit Poortershaven door een sleepboot naar volle zee gebracht. Ter hoogte van Voorne werden de trossen losgegooid en voeren ze op eigen kracht naar de Westerschelde.

Van november 1944 tot en met 7 mei 1945 zijn er door de eenmansduikbootjes 28 schepen op de Westerschelde tot zinken gebracht. Sommige door aanvallen met torpedo’s, andere door het plaatsen van “slimme zeemijnen’. Maar toch was het wapen was niet zo succesvol als werd gedacht. Hoewel er successen waren verloren de meeste, vaak jonge bestuurders, vaak door koolmonoxidevergiftiging het leven.

Cockpit of brug? - foto Mia van de Berg

Cockpit of brug? – foto Mia van de Berg

Restanten

In 1950 een duikbootje van deze categorie, de Biber 313, geborgen uit de Westerschelde bij Breskens. Na de nodige omzwervingen kwam het in 2007 terecht in Fort Rammekens. Het is nadien verschillende keren opgeknapt. Maar in 2018 vond het zijn laatste vaste plaats in Vlissingen. In de zomer van dat jaar werd het door vrijwilligers, onder leiding van Niels Peters, in de Vlissingse Machinefabriek helemaal gerestaureerd en in oorspronkelijke staat terug gebracht. Het bootje kreeg een vaste plaats bij de ‘Oranjemodel’ een onderdeel van ‘Uncle Beach’ het landingsstrand bij Vlissingen. Hier staat de historische Biber 313 in een glazen container opgesteld. Van de plaatsing maakte Omroep Zeeland een kort item.

Voor altijd gekooid. - foto Mia van de Berg

Voor altijd gekooid. – foto Mia van de Berg

Op Uncle Beach wordt het verhaal vertelt van Vlissingen in de Tweede Wereldoorlog en de Slag om de Schelde. De Biber staat daarbij symbool voor de bezetter.

De stad Vlissingen en Zeeuws maritiem muZEEum in Vlissingen zitten in het project World War Two Heritage. Met dit project wil men het erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog toegankelijker maken voor een groot publiek.