Wapen van Bath

Wapen van Bath

Bath is een klein dorp en heerlijkheid. Het maakt deel uit van de gemeente Reimerswaal. Als zelfstandige gemeente werd het dorp op 1 januari 1816 ingericht. Het werd gevormd door een deel van de gemeente Rilland en Bath samen te voegen. Het werd in die tijd Fort Bath en Bath genoemd.

Deze zelfstandigheid duurde tot 1 januari 1878 toen de gemeente opging in Rilland-Bath.

Momenteel telt Bath ongeveer 90 inwoners die Bathsenaars worden genoemd.

Bath bestaat al lange tijd. In oude archieven duikt de naam al op als Insula de Beostenbade in 1325. In 1481 komt het voor als Badt en in 1490 wordt het ’t Dorp van den Bade genoemd.

Oorspronkelijk was Bath een klein eilandje. Het was genoemd naar het Bad, een kreek die het eilandje van Zuid-Beveland scheidde. De kreek werd drooggelegd en het eilandje Beostenbade lag vanaf dat moment vast aan Zuid-Beveland.

Fort Bath

Fort Bath

Bath is tal van keren geteisterd door de zee. Steeds braken de dijken door. Op 5 november 1530 stoomde het hele dorp onder. Maar de dijken werden gedicht en de bewoners gingen verder. Het was niet voor lang. Twee jaar later gebeurde hetzelfde om in 1539 weer geconfronteerd te worden met doorgebroken dijken. Die laatste dijkdoorbraak verwoestte het dorp en de bewoners verlieten het dorp.

Twee eeuwen gingen er overheen tot in 1773 het gebied weer werd ingedijkt en drooggemaakt.

In 1799 kwam de Heerlijkheid Bath via de families Van der Bilt en Van den Brande in bezit van de familie Slicher. Slicher is de naam van een Nederlands geslacht waarvan een lid in 1815 in de Nederlandse adel is opgenomen. In ander lid van deze familie werd in 1841 in de adel van Hannover opgenomen.

De heer Slicher (l) Heer van Bath

De heer Slicher (l) Heer van Bath

 

Aan de eigendomsrechten van de familie Slicher is sindsdien niets meer veranderd. Bernard Hendrik Slicher van Bath was sinds 1933 titulair Heer van Bath. Deze historicus overleed in 2004 in Wageningen.

 

De Raad van State nam in de 18de eeuw het besluit dat de scheepvaart van en naar Antwerpen beschermd en/of belemmerd moest worden. Ook moest de oostelijke kant van Zuid-Beveland beter worden beschermd.

Op 18 oktober 1785 kreeg generaal DuMoulin de opdracht een goede plaats voor een fort te zoeken dat aan de opdracht kon voldoen. In het voorjaar van 1786 deed hij het voorstel het fort te bouwen aan de Batse Kaai. De Raad van State ging hiermee akkoord.

Er werd met grote inzet gewerkt aan de grondwerken. Na het gereedkomen hiervan startte men met de bouw van de militaire gebouwen. Er kwam een kruidmagazijn, gevolgd door kazernes en kazematten. Het fort was groot genoeg om 300 soldaten te kunnen huisvesten. Ook kwam in het fort een douanekantoor van waaruit schepen die het fort passeerden tol belasting moesten betalen.

Generaal DuMoulin

Generaal DuMoulin

In 1809 was Zeeland voor een deel van het Franse rijk van Napoleon en onderdeel van het Koninkrijk Holland dat werd bestuurd door de broer van Napoleon, Lodewijk I.

Voor de Engelsen was dit een reden te trachten om bij een inval het land te veroveren en Antwerpen in te nemen. Deze inval ging de geschiedenisboeken in als de Walcherenexpeditie.

De expeditie werd een drama voor de Engelsen. Hoewel hun leger sterker was dan de tegenstanders, stierven zij bij bosjes ten gevolge van, wat werd genoemd, de Zeeuwse koorts. Deze ziekte werd in die tijd toegeschreven aan de ongezonde lucht op Walcheren en Zuid-Beveland. Meer waarschijnlijk was het een combinatie van vlektyfus, buiktyfus, dysenterie en malaria. Meer dan 4.000 soldaten bezweken aan de ziekte, terwijl er maar 100 sneuvelden tijdens de gevechten. Aan het einde van december trokken de Engelsen zich terug. Van het restant van het legen stierven nog eens 4.000 soldaten nadat ze waren terug gekeerd in Engeland.

Engelse soldaten tijdens de Walcherenexpeditie

Engelse soldaten tijdens de Walcherenexpeditie

Toch werd het fort Bath veroverd. Generaal Bruge had met zijn manschappen het fort verlaten en de Engelsen konden het fort zonder slag of stoot bezetten. Zij bleven daar tot 24 augustus 1810, waarna ook zij richting Engeland vertrokken. Maar niet nadat ze alle bewapening hadden vernietigd of, wat mogelijk was, meenamen.

In 1828 werd het fort versterkt. De versterking werd nog geïntensifieerd na de Belgische revolutie. Men begon met de kant die grensde aan de Westerschelde, later werd de landzijde onder handen genomen. In 1833 woonden er 190 mensen in Bath. Zij voorzagen in hun levensonderhoud door handel, visserij en landbouw.

In 1839 werd in Londen een verdrag gesloten tussen Nederland en België. De scheiding van beide landen werd hierin voorgoed geregeld. Nederland verklaarde zich hierna zich als een neutraal land op te stellen.

Vanwege die neutraliteitspolitiek werd het fort steeds minder van belang. In 1876 werd het opgeheven. Alleen de douanepost bleef nog bestaan tot zij in 1953 ook haar deuren sloot.

In 1939 kwam er weer leven in het fort. Het werd opgenomen in de zogenaamde Bathstelling waarmee men de toegang tot Zuid-Beveland af wilde sluiten. Er werd ook begonnen met de zeven gevechtsopstellingen aan de dijk van de Bathpolder tussen de Kreekrakdam en het kustlicht bij Bath. Een ander onderdeel van de stelling was de inundatievlakte ten noorden van het dorp.

Op 10 mei 1940 werd de opdracht gegeven het land onder water te zetten. Vanwege de te lage stand van het water, mislukte dit.

De Duitsers bereikten de stelling op 14 mei en troffen een nagenoeg verlaten stelling aan. Na een korte beschieting door de Duitse artillerie gaven de laatste overgeblevenen zich over. Een aantal van hen was intussen naar Rilland getrokken. Daar wilden zij, in het raadhuis, boeken en documenten verbranden. Maar dat liep uit de hand. Niet alleen de boeken en documenten vatten vlam. Dat gebeurde ook met het Raadhuis dat geheel in vlammen opging.

Van het roemruchte fort is nu nog alleen de omtrek terug te vinden. De aarden wallen, de grachten en de bouwwerken zijn verdwenen.

De Schelde gezien vanaf Bath

De Schelde gezien vanaf Bath

Bekend of berucht is ‘het Nauw van Bath’. De ‘bocht van Bath’, zoals deze havengeul ook wel wordt genoemd, is een vernauwing in de Westerschelde die hier overgaat in de Schelde. Deze engte is een punt van twist sinds de Belgische revolutie.

In 1919 werd het een deel van een gedemilitariseerd gebied.

Het Nauw van Bath staat berucht als een moeilijk te bevaren flessenhals voor zwaar beladen zeeschepen. Het is wel een punt om deze schepen te spotten. U heeft het idee dat u ze aan kunt raken.

Dat het moeilijk te bevaren is blijkt wel uit het feit dat hier regelmatig schapen vastlopen. Dat bleek op 14 augustus 2017 toen het Chinese schip ‘Jupiter’ net buiten de vaargeul vastliep. Enige maanden later, op 20 september, was het opnieuw raak. Een Duitse tanker, op weg van Antwerpen liep vast.

De dorpskerk van Bath

De dorpskerk van Bath

 

De dorpskerk van Bath is in gebruik door een Vrije Evangelische Gemeente. Deze gemeente ontstond toen de hervormde kerk werd verplaatst naar Rilland. In 1910 sloot de gemeente zich aan bij de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten.

Deze dorpskerk is waarschijnlijk de enige dorpskerk die in eigendom is van een Evangelische gemeente.

 

Het dorpje Bath is, zoals u begrijpt, te klein voor een eigen winkelcentrum, school of huisarts.

Wel is er ieder jaar, op de eerste zaterdag van augustus een leuke braderie en rommelmarkt.

Bekend is ook het in april jaarlijks terugkerende popfestival Dijkrock. Een groot aantal groepen spelen hier stevige rock, hardrock, metal en blues. Dijkrock wordt goed bezocht.

Bent u op zoek naar een rustige vakantie op een camping op de meest westelijke punt van Zuid-Beveland, vlak bij de grens van Noord-Brabant? Ga eens kijken in Bath!