Nederland heeft zich altijd tegen het water moeten verweren. Niet alleen in Zeeland, maar in alle delen van ons land. Noord Holland werd doorsneden met tal van kreken en riviertjes die meren en binnenzeeën met elkaar verbonden. Wieringen was een eiland en er waren grote meren als Purmer, Beemster en Wormer. Maar ook in andere delen van ons land begon men door gebrek aan voldoende landbouwgrond het belang van inpolderen in te zien. Het gefragmenteerde land van toen begon vastere vormen aan te nemen

De Kop van Holland - uitgave Van Deventer 1542

De Kop van Holland – uitgave Van Deventer 1542

 

Dit leidde er toe dat men in de elfde eeuw het belang al inzag over gemeenschappelijk waterbeheer in ons land. Ambachten of marken, zoals lokale buurtschappen werden genoemd hadden de zorg over dijken en waterlopen. Een boerenbedrijf waarvan een gezin zichzelf kon onderhouden werd een volle hoeve genoemd. Eigenaren van een volle hoeve kregen stemrecht in de buurtvergadering waarin werd beslist over de waterhuishouding.

Iedere ‘volle buur’ kreeg zijn eigen deel, een zogenoemde ‘hoefslag’ van een dijk, dam of sloot aangewezen om te onderhouden.

 

 

Zeeland in 1600 naar een kaart van Barent Langenes - een onoverzichelijke archipel

Zeeland in 1600 naar een kaart van Barent Langenes – een onoverzichelijke archipel

 

 

Heemraden

Tijdens een buurvergadering werden functionarissen gekozen. Zij vormden de heemraden. Deze heemraden inspecteerden (schouwden) drie keer per jaar de waterwerken. In het voorjaar bepaalden zij welke werkzaamheden per hoefslag uitgevoerd moesten worden. Dit werd vastgelegd in een document dat men de ‘keur’ noemde.

In de zomer kwamen de heemraden terug om te controleren of elke buur de werkzaamheden correct waren uitgevoerd. Was dat niet het geval dan kreeg deze tot het najaar alsnog de tijd om aan zijn verplichtingen te voldoen. Als er dan nog gebreken werden ontdekt dan vestigden de heemraden zich, op kosten van de buur, in een herberg waar ze bleven tot aan het moment waarop aan de keur was voldaan.

Wapen van een heemraad uit 1759

Wapen van een heemraad uit 1759

 

Democratisch?

 

Kolonisten kochten stukken moerasgrond van de graven van Holland. Deze brachten de grond in cultuur en vestigden hier hun eigen bestuur. Zij betaalden een symbolisch bedrag aan de graaf, maar hadden wel de verplichting hem bij te staan in geval van een militair conflict.

Het leek aanvankelijk allemaal heel democratisch van opzet. Hoewel, alleen bezitters van een volle hoeve hadden recht van inspraak. Toch werd deze ‘democratie’ al snel ondermijnd. De bemoeienissen van de landsheer groeiden en er ontstond een tendens om de belangrijke functies binnen de rijkste en meest invloedrijke families te houden.

Vanaf de 13de eeuw kregen de landsheren steeds meer invloed op het waterbeheer. Net als in de steden werd in elk buurtschap een college van schout en schepenen aangesteld. Zij vertegenwoordigden het grafelijk gezag en namen de zorg en de controle van de heemraden over. De graaf selecteerde de schout en schepenen zelf uit de plaatselijke bevolking maar zijn voorkeur ging daarbij wel uit naar personen uit de meest aanzienlijke families.

 

 

 

 

 

 

 

De graven Jan I en Willem II van Holland.

Ontwatering

Nederland werd steeds kwetsbaarder voor het water. Door ontginning en ontwatering kwam het land steeds lager te liggen. Vloedgolven zorgden voor rampen in Zeeland, Holland, Friesland tot zelfs in Utrecht. Er vielen talloze doden en hele gebieden werden opnieuw aan de zee prijs gegeven. Deze inklinking van de bodem zou catastrofale gevolgen kunnen krijgen, zoals op andere plaatsen op de wereld wel gebeurde.

Een door verzakking van de bodem vernietigd stuk weg bij Castleton, Engeland

Een door verzakking van de bodem vernietigd stuk weg bij Castleton, Engeland

Dijken

Het land dat resteerde moest worden beschermd. Hiervoor ging men over tot het aanleggen van dijken waardoor polders ontstonden. Vaak moesten die polders afwateren op dezelfde vaart. De bewoners van die polders werden ‘ingelanden’ genoemd. De controle op de zorgplicht voor de waterwerken, raakte meer en meer versnipperd.

Om het toezicht goed uit te kunnen voeren was het onvermijdelijk dat hiervoor een organisatie werd opgetuigd die boven de lokale belanghebbenden stond.

Iedere polder koos afgevaardigden die onder voorzitterschap van een dijkgraaf zitting namen in de eerste waterschappen.

Op dijkwerkers werd een stevige wissel getrokken

Op dijkwerkers werd een stevige wissel getrokken

 

Kosten

De polders waren vaak vrij uitgebreid, Daardoor lagen niet alle hoeven en kleine dorpen rechtstreeks aan een dijk. Maar mocht er zich een dijkdoorbraak voordoen, dan zouden zij evengoed onder water komen te staan. Het was dus ook in hun belang dat de waterwerken goed werden onderhouden. Het was dus voor alle ingelanden van levensbelang dat die onderhoudswerken goed en gecontroleerd werden uitgevoerd.

Dat hield wel in dat er een nieuw systeem van financiering moest worden uitgewerkt. Besloten werd dat ieder per hoofd van de ingelanden een belasting in geld of natura zou betalen.

Met deze betalingen kon het bestuur van een waterschap het onderhoud of nieuwe aanleg van dijken en vaarten controleren en onderhouden.

Eerste Waterschappen

Deze vorm van samenwerking en controle, de Waterschappen, waren de oudste representatieve bestuurslichamen in Europa. Het was natuurlijk van het grootste belang dat de afgevaardigden van buurtschappen en dorpen het met elkaar eens waren over het te voeren beleid. Het altijd dreigende water moest buiten de dijken worden gehouden. Overleg en goed bestuur waren bijzonder noodzakelijk.

Karel V door Titiaan, 1548

Karel V door Titiaan, 1548

Groeistuipen

In de loop der eeuwen hebben zich veel groeistuipen en controverses voor gedaan. Door samenvoeging en uitbreiding werden de waterschappen steeds groter. Daardoor werd een bestuursfunctie binnen een waterschap steeds prestigieuzer. Bij de oprichting van de waterschappen waren het meestal leden van belangrijke families die in het bestuur zaten. Naarmate de waterschappen groter werden, werden belangrijke posities binnen deze lichamen aan elkaar doorgeschoven. Natuurlijk werkte dit corruptie in de hand.

Zo is bekend dat keizer Karel V in 1515 het hele bestuur van het hoogheemraadschap van het Rijnland dwong tot aftreden. De reden was dat zij het vertikten financiële verantwoording af te leggen ten overstaan van de lokale gemeenschappen.

Ook trachtte Karel V belangenverstrengeling tegen te gaan. In 1516 verbood hij leden van een waterschapsbestuur gelijktijdig lid te zijn van het Hof van Holland. Zij waren het die de waterschappen controleerden. Slagers die hun eigen vlees keurden. Toch deed het landsbestuur er alles aan deze excessen te voorkomen.

Lodewijk Bonaparte door Charles Howard Hodges

Lodewijk Bonaparte door Charles Howard Hodges

Ministerie van Waterstaat

In de Franse tijd, onder koning Lodewijk van Bonaparte ging men verder met de centralisatie van het waterbeheer. Het eerste Ministerie van Waterstaat werd in 1798 opgericht.

De Dijkwet van 1810 was belangrijk voor een uniform stelsel van regelingen voor heel Nederland. De laatste resten van versnippering verdwenen hierdoor. Na de invoering van deze wet moesten de bestuurders van waterschappen hun plannen voor bouw en onderhoud voortaan voorleggen aan het ministerie.

 

Eigen beheer

Na het vertrek van de Fransen probeerde men de zaken weer terug te draaien. Bepaalde plannen om veranderingen door te voeren werden door de Tweede Kamer getorpedeerd. Maar koning Willem I bleek een taaie klif. Door middel van Koninklijke Besluiten wist hij zijn zin door te drijven.

20ste eeuw

Door de Waterstaatswet van 1900 kregen de rijksoverheid en de provincies veel meer bevoegdheden. Ze kregen invloed op het aanbesteden en inspecteren van waterstaatswerken. Toezicht op het bestuur en de benoeming en het ontslag van bestuursleden.

De watersnoodrampen van 1916 en 1953 maakten al snel duidelijk dat een centrale aanpak niet te vermijden waren. Steeds meer waterschappen gingen fusies aan. In 1850 waren er ongeveer 3.500 waterschappen. Dat aantal was in 1950 al teruggelopen tot 2.500. Momenteel zijn er daar nog 27 van over.

Alles ging op de schop

Alles ging op de schop

 

En nu?

Door de vele ‘waterschappen’ die we in vroegere eeuwen rijk waren, stonden de mensen er letterlijk met hun neus boven op. De centralisatie heeft er toe geleid dat het allemaal strikter georganiseerd is. Per hoofd van de bevolking kost het minder en er wordt veel effectiever gewerkt.

Toch heeft dit ook een keerzijde. We zien bijna dagelijks auto’s met daarop de opdruk Waterschap Scheldestromen door onze provincie rijden. Maar vragen we ons wel eens af “Wat doen die gasten eigenlijk?”. Ik denk dat u het antwoord schuldig moet blijven. Waterschappen staan mijlenver bij ons vandaan.

 

 

 

Helder, schoon en voldoende water

Helder, schoon en voldoende water

 

Toch zijn ze te belangrijk om er aan voorbij te gaan. Zij zijn verantwoordelijke voor:

  • Het regelen van de waterstand, waarvoor ze gemalen en sluizen in kunnen zetten;
  • Zij staan in voor schoon drinkwater, onze dagelijkse behoefte. Hiervoor zijn ze ook verantwoordelijk voor riolen en waterzuiveringsinstallaties;
  • Ze beheren de dijken en niemand beter dan Zeeuwen weten hoe belangrijk die waterkeringen zijn;
  • Zij waken over het beheer van de natuur, zowel in als aan het water;
  • Ze controleren de kwaliteit van het buitenzwemwater en houden eventuele mogelijkheden door besmetting (blauwalg) in het oog;
  • Ook hebben ze op sommige plaatsen zowel vaar- als landwegen in beheer.

U ziet, we hebben dagelijks, ongemerkt, met het werk van het waterschap te maken. Ze zijn dus veel belangrijker dan we op het eerste oog denken.

Veilige wegen en fietspaden

Veilige wegen en fietspaden

 

 

Wilt u beter kennis maken met het werk van het Waterschap Scheldestromen? Omroep Zeeland heeft in samenwerking met dit Waterschap een prachtige serie gemaakt over hun dagelijks werk. De serie kunt u hier bekijken. Zeker doen. Wellicht dat hierdoor het belang van het waterschap beter leert kennen en het u er toe aanzet dit keer zeker te gaan stemmen. Ook hier geldt, u kunt invloed uitoefenen en iedere stem telt!

 

 

Bronnen:       Historisch Nieuwsblad,

                        Waterschap Scheldestromen

                        Omroep Zeeland