Het hart van Dreischor is onmiskenbaar de Nederland Hervormde Adriaanskerk. Oud en meermaals gerestaureerd. Maar, omgeven door een prachtige begroeide gracht, uniek in Nederland, met recht een Rijksmonument.

De prachtig begroeide ringgracht

De kerk en toren

In de tweede helft van de 12de eeuw werd Dreischor bedijkt. Er werd een parochiekerk gesticht en deze werd gewijd aan Sint Adrianus. Een lang leven was Dreischor en haar kerkje niet beschoren. Alles verdween onder water tijdens de Sint Aagtenvloed in 1287. Het duurde jaren voor werd begonnen aan de wederopbouw.

Omstreeks 1340 was de schor waarop Dreischor ligt, opnieuw ingedijkt. In die periode werd ook weer begonnen met de bouw van een, uit baksteen opgetrokken gotische kerk. Men begon met het koor. Na 1400 werd het tweebeukige hallendeel hieraan toegevoegd.
Aan de noordkant is een zijkapel aangebouwd. Tegen deze kapel werd oorspronkelijk de sacristie gebouwd. In de vroege 16de eeuw werd deze vervangen door een sacristie met twee verdiepingen aan de zuidzijde van het koor.
De oudst bekende pastoor was Claes Hermanszoon die in 1409 werd benoemd.

Sint-Adrianusskerk – Foto Paul Hermans

De toren is, afgemeten aan de rest van het gebouw, relatief klein. De reden hiervan is, dat tijdens de bouw, de toren regelmatig verzakte. De toren, ook opgetrokken uit baksteen maar met natuurstenen banden was niet van goede fundamenten voorzien. Waarschijnlijk is ze daarom zo bescheiden gebleven.
Overigens, de verzakking is nog voor een deel terug te zien. De toren staat ietwat scheef.

Opvallend is dat de dakspanten van het middenschip, van de grafkapel en die van de sacristie worden ondersteund door steunberen die voorzien zijn van gebeeldhouwde figuren. Dit zijn onder andere karikaturale priesterkoppen. Goed rondkijkend ontdekt men een priesterkop die met zijn vingers zijn lippen uit elkaar trekt. Een andere houdt zijn linkerhand voor zijn mond. Dit kan er op wijzen dat hij zijn biechtgeheim heeft geschonden. Deugden en ondeugden werden zo aangekaart op onbereikbare plaatsen.

Adrianus.

De naamgever van de kerk is de Heilige Adrianus. In de periode dat de kerk was afgebouwd, was Zeeland nog helemaal katholiek. Al in de Merovingische periode werd het christendom in Zeeland beleden onder supervisie van de Paus van Rome. De heiligen Elooi, Bavo en Willebrord zouden het christelijke geloof in Zeeland hebben verkondigd. Het gebied was verdeeld tussen de bisdommen Utrecht, Luik en Doornik.
Het is dus niet vreemd dat de naamgever voor een Nederlands Hervormde Kerk een katholieke heilige is.

Heilige Adrianus

Adrianus was, volgens de overleveringen, een Romeinse legerhoofdman in het leger van keizer Galerius zijn geweest aan het einde van de 2de eeuw. Hij kreeg de opdracht om 23 christenen te vervolgen. Door hun standvastigheid raakte Adrianus zodanig onder de indruk dat hij zich tot het christendom liet bekeren. Zijn superieuren vonden dat hij hiervoor gestraft moest worden. Daarop werden zijn benen op een aambeeld met een ijzeren stang vermorzeld en zijn hand werd met een bijl afgehakt.

Op het hier vertoonde schilderij uit 1518, staat hij afgebeeld met een zwaard, een verwijzing naar zijn soldatenverleden, en een aambeeld. Dit zou duiden op zijn marteling waarbij zijn beide benen werden verbrijzeld.

De marteling van Adrianus

Iedere katholieke kerk had zijn patroon- of schutsheilige. Adrianus werd in Dreischor de patroonheilige van de ‘huidenvetters’, de leerlooiers. Uiteraard koos men een beschermheilige waar behoefte aan bestond. We mogen dus aannemen dat in Dreischor ter plaatse schapenhuiden werden gelooid.

 

 

 

 

 

 

Leerlooier aan het werk – foto httpscommons.wikimedia.org.

 

Adrianus liet in ieder geval een grote indruk achter op de bevolking van Dreischor. Veel pasgeboren jongens werden vernoemd naar de schutspatroon van hun dorp. Adriaan was dan ook lange tijd de meest gebruikte voornaam.

Toch is nooit helemaal duidelijk geworden hoe de naam Adrianus in Dreischor is beland. Vanwege schaarste aan middeleeuwse bronnen is nooit gebleken of er enig verband is tussen de Sint-Adriaansabdij van Geraardsbergen en de Adriaanskerk in Dreischor. Het is echter niet ondenkbaar, immers in veel gevallen waren Vlaamse monniken betrokken bij de inpoldering van Zeeland.

Wat ook opvalt is dat Dreischor lange tijd, net als Geraardsbergen een bedevaartsoord is geweest,

Bedevaarten

Aan de basis van deze bedevaarten stonden waarschijnlijk de strafbedevaarten. Deze bedevaarten werden opgelegd door het gerecht van Zierikzee. In 1498 werden Scoen Cornelis de Zoutdrager en zijn vrouw Lievine veroordeeld voor schelden. Cornelis moest een bedevaart ondernemen naar Geraardsbergen en Lievine naar Dreischor.

Lievine op strafbedevaart

 

 

Ook marktvrouw Callaers kreeg in dat jaar een strafbedevaart naar Dreischor opgelegd vanwege lasten en bedreiging.
In de periode die daarop volgde werd de pelgrimstocht nog vaak door particulieren gelopen. Dit vond plaats op Sint Adrianusdag. De processie die de ommegang van Sint Adriaan werd genoemd, hield men op 8 september.
Dat was hier in de rooms-katholieke tijd de hoogtijdag van het kerkelijk leven.
Een groot aantal bedevaartgangers uit heel Schouwen en Duiveland zette deze traditie zelfs in 1597 nog voort.
Zij gingen dan in optocht barrevoets door het dorp, tot groot ongenoegen van de predikant.

 

 

Monumentje voor de pelgrims in Schuddebeurs

Later, tijdens de reformatie werd dit soort heiligenverering voorgoed in de ban gedaan. In 2018 werd de pelgrimsroute onder het stof vandaan gehaald. 21 wandelaars liepen de route van Zierikzee naar Dreischor opnieuw. Zij liepen de route van 8 km. vanaf het Stadhuismuseum in Zierikzee naar de Adriaanskerk in Dreischor opnieuw en hun avontuur is op dit filmpje terug te kijken.
Als herinnering aan deze periode staat bij de Hotellerie in Schuddebeurs een beeldje dat een pelgrim voorstelt opgesteld.

Pastoor als predikant

De oude kerken op het eiland waren gebouwd als Rooms Katholieke kerken. In de 16de eeuw begonnen groepen zich af te zetten tegen het Roomse geloof. Het hoogtepunt van het verzet vond plaats tijdens de Beeldenstorm die begon in 1566. Of er in Dreischor ook sprake van een beeldenstorm is geweest, is niet bekend.
Zeeuwse kerkgebouwen vielen rond 1572 in handen van de protestanten. Sommige pastoors werden nu predikant. De mensen die katholiek wilden blijven kregen het moeilijk.

Beeldenstorm in Antwerpen 1566 – Tekening Frans Hogenberg.

In 1572, terwijl de reformatie in volle gang was, kreeg Dreischor al snel een eigen predikant. Een ‘overloper’. Robertus de Ridder was een voormalig katholiek pastoor die na de opstand de kant van de hervormden had gekozen. Op Tweede Kerstdag 1573 preekte hij voor het eerst in Dreischor.
Hij was ook predikant van Noordgouwe en Zonnemaire. Predikanten werden door hun gemeenten nog niet onderhouden zoals nu het geval is. Daarom moest de Ridder in zijn schamel onderhoud voorzien door preekstoelen en kerkbanken voor zijn kerken te vervaardigen.

Toch deed de reformatie de naam Adrianus niet vergeten. Dit tot grote ergernis van predikant Anthonius Laurentiusz. Deze klaagde zijn nood bij de Zeeuwse Synode over de afgoderie in Dreischor.

U raadt het al. Adrianus bleef onlosmakelijk verbonden met Dreischor. Zo ook de Adriaanskerk

Heerlijkheid

Langzaam maar zeker groeide Dreischor uit tot een van de grotere en welvarende dorpen van Schouwen-Duiveland. Het werd een heerlijkheid, een bezitting van een heer of vrijheer. Hij kon hieraan bepaalde ‘heerlijke rechten’ ontlenen. Het was een bestuursvorm die voortkwam uit de feodale onderverdeling van het overheidsgezag in de middeleeuwen.

Grafmonument gebroeders Ockersse

De broers Ockersse

De heerlijke rechten over Dreischor kwamen vanaf 1705 in handen van vermogende regenten uit Zierikzee. de man met de titel ‘heer’ had dus het recht het middelbare en hogere gezag uit te oefenen over de ambachtsheerlijkheid. Dit waren dus welgestelde bestuurders uit Zierikzee.
De eerste nieuwe ambachtsheer was Jan Ockersse (1668-1742). Hij was regent en burgemeester van Zierikzee.
Nodig had hij de heerlijkheid niet. Hij beschouwde de heerlijkheid Dreischor meer als een statussymbool.

In 1728 overleed zijn jongere broer Cornelis. Denkende aan zijn statussymbool, liet hij zijn jongere broer in de kerk in Dreischor begraven. Cornelis was net als zijn broer, een rijk en voornaam man. Toen Jan in 1742 ook kwam te overlijden kreeg hij ook zijn laatste rustplaats naast zijn broer in de gebouwde grafkelder in de zijbeuk.

Standbeeld van Pieter Mogge in Zierikee

Pieter Mogge

Na de dood van Cornelis en Jan Ockersse erfde hun neef Pieter Mogge de heerlijkheid Dreischor. Net als zijn oom Cornelis was hij een niet te onderschatten man. Hij was lid van de landelijke rekenkamer en afgevaardigde namens Zeeland bij de Staten Generaal.
Vanwege deze functies verhuisde hij naar Den Haag. Hij verkocht de heerlijkheid Dreischor. Maar zijn hart bleef in Zeeland.

Hij kwam terug naar Zierikzee waar deze verstokte vrijgezel burgemeester werd. Mogge was door zijn vele belangrijke functies voor die tijd ongelooflijk rijk geworden. Bij zijn overlijden in 1756 liet hij de stad het ‘luttele’ bedrag van 420.000 gulden na. Dat spaarpotje van Pieter Mogge heeft Zierikzee regelmatig uit de financiële ellende gered.

 

 

 

Grafmonument van Pieter Mogge

Toch was Mogge Drieschor niet helemaal vergeten. Hij stond er op in zijn vroegere heerlijkheid begraven te worden en bijzet in het graf van zijn ooms.
Bij zijn begrafenis kregen de genodigden behalve brood tijdens de dienst, ook wijn, kaas en werden tabak en pijpen rond gedeeld.

Grafmonumenten

De relatie met deze notabelen kun je niet missen in de Adriaanskerk. In de zuidbeuk van de kerk kwam een imposant grafmonument voor de broers Ockersse. Dit werd gemaakt door de Haagse beeldhouwer Nicolaas Seuntjes. Op het marmeren monument zijn de portretten van de broers uitgehouwen.

Links van het grafmonument van de Ockerssen werd voor Mogge een, zo mogelijk nog grootser monument opgericht. Hij kreeg een marmeren grafmonument. Dit werd vervaardigd door de Zierikzeese beeldhouwer Mathijs van Nooijen. De beelden en de versiering zijn van de hand van de Haagse beeldhouwer Anthony Wapperom.
Beide grafmonumenten bevatten symbolische verwijzingen naar leven en dood.

Grafkapel – foto A.v.d. Linde

 

Deze ex-regenten zijn echter niet de enige die in de Adrianuskerk zijn begraven. In het koor treft u tal van grafstenen van bekendere vooraanstaanden aan, goed onderhouden en bijzonder leesbaar.

Restauraties

In 1867 werd de Adriaanskerk getroffen door blikseminslag. De toren raakte zwaar beschadigd en de klok ging verloren. Er volgde een restauratie waarbij de toren van een nieuwe klok werd voorzien. De zuidbeuk van de kerk werd in 1875 verbouwd tot een school. Natuurlijk bracht dat de ruimte in de kerk sterk terug. De preekstoel stond eigenlijk in de weg, in de sluiting van het koor.

Een van de goed bewaarde grafstenen

Door de Watersnoodramp van 1953 werd ook Dreischor zwaar getroffen. 32 mensen in het dorp lieten het leven. Ook de Adriaanskerk raakte zwaar beschadigd.

Tussen 1959 en 1968 werd een grootscheepse restauratie uitgevoerd. De kerk werd in de oorspronkelijke staat terug gebracht. Het houtwerk, de preekstoel en de banken voor de notabelen werden volledig onder handen genomen.

Schatgraven

In het koor en het schip werden tijdens deze restauratie nooit vermoedde muurschilderingen ontdekt. Na onderzoek bleek het te gaan om 16de eeuwse teksten te gaan uit de Deux Aes Bijbel, uit de eerste druk Van 1568 in Emden.

De ingemetselde wapensteen

Net zo bijzonder was de ontdekking van een onder de vloer tevoorschijn komende wapensteen. Voordat in de 14de eeuw het buskruit werd uitgevonden gingen ridders de strijd met elkaar aan met het zwaard. Als de landsheer in een oorlog betrokken raakte dan werd uit elk van zijn heerlijkheden een aantal mannen opgeroepen om hem bij te staan in de strijd. In dat geval moest Dreischor een ‘Heercogghe’ (een brede platbodem) met tenminste 25 bewapende mannen leveren. Zij waren bewapend met pijlen en bogen. Daarom bestond in alle heerlijkheden, ook in Dreischor, ‘een gilde van den edelen voet- en cruysboghe’. Het was een eer om tot een dergelijk gilde te behoren. De leden oefenden dan ook vaak en kregen daarvoor een vergoeding van de landsheer. Het vinden van de wapensteen is niet alleen een bevestiging van het bestaan van dit gilde in Dreischor. Zij zijn ook bijzonder zeldzaam in West Europa.

 

Het orgel.

Tot 1959 werden de gezangen in de Adriaanskerk begeleid door een organist die een Mannborg harmonium bespeelde. Dit harmonium dateerde uit 1908. Het stond verscholen achter een front van pijpen.
In september 1962 kreeg orgelbouwer H.J. Vierdag uit Enschede de opdracht voor het bouwen van een nieuw instrument. Maar in december 1965 werd de bouw stil gelegd. De oorzaak was de te hoge vochtigheidsgraad in de kerk. De reden hiervan was dat de kerk nog volop werd gerestaureerd. Er moesten herstelwerkzaamheden aan de kas, windladen en pijpwerk worden uitgevoerd. Na de nodige aanpassingen en herstelwerkzaamheden werden kerk en orgel op 24 oktober 1968 officieel opgeleverd.

Het nieuwe orgel

Akoestiek.

Door de bouw met haar noord- en zuidbeuk beschikt de Adriaanskerk over een geweldige akoestiek. Dat komt niet alleen het orgelspel ten goede. De kerk is ook uitgegroeid tot een geliefde concertruimte, zowel bij koren als bij zangers en instrumentalisten.

Anno nu

Natuurlijk wordt de kerk nog steeds gebruikt voor kerkdiensten. Maar daarnaast is de Adriaanskerk uitgegroeid tot een cultureel centrum met museale waarde. Waar immers wordt in een bescheiden hoek een schandboks bewaard waarin overspelige vrouwen in de middeleeuwen werden gedwongen plaats te nemen om voor in de kerk te schande te worden gezet?

De schandboks

 

 

 

Regelmatig worden er tentoonstellingen en concerten gehouden, van klassiek tot modern. Tijdens het traditionele ‘Rondje Dreischor’ vormt de Adriaanskerk het absolute middelpunt. Kijk dan niet gek op als u de kerk binnenwandelt en terecht komt in een opstelling van poppen, allemaal gekleed in verschillende Zeeuwse drachten die een levendige voorstelling uitbeelden van een boerenbruiloft. Compleet met een predikant en een priester (hoe verdraagzaam kan men zijn), een bruidswagen uit 1920, een volledig in antiek tin geserveerde maaltijd en een moeder die op de grond haar baby van een schone luier voorziet.

Ouderwetse bruiloft in een moderne tijd

Al deze evenementen worden georganiseerd door de bijzonder levendige ‘Vrienden van de Adriaanskerk. Een kijkje op hun website houdt u op de hoogte van de agenda.

Bijzonder

De Adriaanskerk is een bijzonder gebouw, met een bijzondere geschiedenis die na uw bezoek een bijzondere indruk achter laat.