Naar school gaan was vroeger helemaal niet zo vanzelfsprekend. Leren en lesgeven hebben een lange geschiedenis achter zich. Dat geldt ook voor de lagere school in Burgh-Haamstede.

Ergens in de 18de eeuw was er al een gelegenheid voor kinderen om naar school te gaan in Burgh. Maar de kwaliteit van het gebouw kon geen enkele toets doorstaan. Er werd in 1842 een rapport opgemaakt over de deplorabele staat van het gebouw en de onmogelijkheid hier behoorlijk onderwijs te geven.

Het museumgebouw

Het museumgebou

Naar aanleiding van dit rapport van de districts-schoolopziener aan Gedeputeerde Staten van Zeeland werden burgemeester en wethouders van Burgh uitgenodigd om plannen voor de toekomst te bespreken. Het resultaat van het gesprek was, dat de oude school gesloopt diende te worden en vervangen moest worden door een nieuwe school.

Voor de sloop van het oude gebouw en de bouw van een nieuwe school was een bedrag begroot van 2.220 gulden, een enorm bedrag voor die tijd. Gedeputeerde Staten kwam met een bedrag van 700 gulden over de brug. De rest moest worden geleend. Een jaar later, op 12 juni 1843 werd de bouw van de school gegund aan de Zierikzeese aannemer Frederik Brandenburg. Het bedrag waarvoor hij het project aannam bedroeg 2.500 gulden.

Houten Boekentasje

Houten Boekentasje

De enige leerkracht, (hoofd)onderwijzer Manus van der Jacht, kreeg de beschikking over een lokaal van 6 bij 13 meter. Groot genoeg voor 64 leerlingen in de zomer. Maar in de winter kwamen de kinderen die in de zonnige maanden hun ouders moesten helpen op het land, ook naar school en liep het aantal leerlingen op tot boven de 100.

De verdiensten van meester Van der Jacht waren zeker geen vetpot. Voor ongeveer de helft van de leerlingen werd schoolgeld betaald. De rest was te arm en kon geen bijdrage leveren. Om toch redelijk rond te kunnen komen, werkte de hoofdonderwijzer ook voor de kerk. Samengeteld had de meester een inkomen van 430 gulden. Maar hij hoefde geen huur te betalen voor zijn ambtswoning.

De oude schoolmeesterswoning

De oude schoolmeesterswoning

 

Meester van der Jagt bleef ruim 43 jaar voor de klas staan. In 1872, op zijn 72ste vroeg hij ontslag aan wegens zijn “borstongesteldheid”.

In 1888 kreeg de toenmalige onderwijzeres (inmiddels de tweede leerkracht) Juffrouw Schilt een eigen lokaal. Op 13 juli van dat jaar werd voor een bedrag van 2377 gulden een uitbreiding gerealiseerd.

In 1916 vond opnieuw een aanpassing plaats. De twee klaslokalen werden uitgebreid met een derde lokaal. De gang werd vergroot en de ingang werd verplaatst. De laatste 40 jaar stond Juffrouw Hartog voor de klas. Zij bleef tot aan de sluiting in 1961, het jaar waarin een nieuw schoolgebouw werd betrokken.

Het museum “De Burghse Schoole”, onderdeel van de Stichting Westerschouwen Kultureel (SWK). bevind zich in het oude schoolgebouw dat sinds 1916 nauwelijks is veranderd.

schoolklas begin 20ste eeuw

schoolklas begin 20ste eeuw

We gaan in het museum terug naar de vroege jaren twintig van vorige eeuw. Een ruim, hoog vertrek met ramen die voor de onderste helft geblindeerd waren. Men kon niet binnen- of buitenkijken. Achter in de klas stond een grote kolenkachel. De klas was volgepropt met schoolbanken. Twee zwarte schoolborden, een telraam, een hoge stoel en een lessenaar voor de leerkracht. In deze nieuwe, enge wereld stapte een zesjarige op de eerste maandag van mei voor het eerst binnen. Hij ging naar “de Grote School” waarvan de sfeer zo mooi is weergegeven in dit liedje

De voornaamste taak van de meester of de juffrouw was de nieuwe leerlingen leren lezen. Daarvoor werd de leesplank van Hoogeveen gebruikt. De Aap-Noot-Mies tekeningen waren van de hand van Cornelis Jetses, die ook verantwoordelijk was voor de bijbehorende vertelplaat.

Jetses leesplank vertelplaat

Jetses leesplank vertelplaat

Jetses was ook de maker van tal van schoolplaten die betrekking hadden op historische gebeurtenissen.

De kinderen leerden schrijven met een lei en een griffel, naschrijven van een voorbeeld op het bord. In het tweede jaar werd dit vervangen door potlood en papier, maar in het derde jaar werd het pas echt spannend. De kroontjespen en de inktpot kwamen boven tafel.

Voor het leren, vanaf de eerste klas maakte men gebruik van het telraam. Eerst tot tien, het tweede jaar tot honderd en de bollebozen in het derde leerjaar kwamen al tot duizend.
De Burghse Schoole ademt de nostalgie en het sentiment van die tijd uit. Als u het museum bezoekt krijgt u vanzelf van die “Oh Ja” momenten. Uw kinderen kijken hun ogen uit en zullen zich realiseren hoe armzalig het onderwijs 100 jaar geleden was en hoe rijk zij zich nu zouden kunnen voelen.

Ook kun je in het schooltje archeologische vondsten zien van de Kop van Schouwen en de Karolingische Ringwalburg, die grenst aan de school.

Hoewel de link met school snel is gelegd, heeft het museum meer te bieden. Het dorp Burgh heeft haar naam en het dorpswapen te danken aan haar Karolingische Ringwalburg. Dit landschappelijk monument dateert uit de periode 9de en 10de eeuw.

Ringwalburgen werden aangelegd langs de Noordzeekust van het noord Franse Boulogne tot in het Duitse Emden. Totaal zijn er een 18tal van deze ringwalburgen te traceren.

Andere burgen in Zeeland hebben invloed gehad op de naamgeving zoals in Oostburg, Oost-Souburg, Middelburg en Domburg.

Het exemplaar dat in Burgh bewaard is gebleven is een van de best bewaarde voorbeelden. De burgen van Burgh en Oost-Souburg zijn nog het meest zichtbaar in het landschap te ‘lezen’. Door middel van luchtfoto’s is de exacte ronde structuur duidelijk waarneembaar.

Inval van de Noormannen

Inval van de Noormannen

In de genoemde eeuwen werden de lage landen aan de zee regelmatig geteisterd door woeste Noormannen, die niets en niemand ontziend de steden en dorpen lang de Noordzeekust leegplunderden. In die tijd was er nog geen sprake van enige vorm van organisatie in Zeeland, ver weg in een steeds overstromend gebied. Het lag in een laag liggende delta, die alleen per boot bereikbaar was.

Met hun drakars, knarren en karves bewezen zij hun zeemanschap zoals geen enkel ander volk. De eerste bewoners van onze streken woonden in kleine gemeenschappen. In die periode bestonden er nog geen dijken. Ze beschermden zich tegen het steeds terugkerende gulzige water, door op hoger gelegen plaatsen te gaan wonen. Ze vestigden zich op aangeslibde kreekruggen, de voorlopers van onze duinen. In het begin van de vorige eeuw werd dat wetenschappelijk bewezen. In de duinen werden duidelijk Germaanse en vroeg Romeinse sporen van bewoning aangetroffen.

De Noormannen deden tijdens hun strooptochten ook onze provincie aan. Om zich tegen de aanvallen van deze Vikingen te weren werden ringwalburgen op hoge plaatsen gebouwd. Dat gebeurde met grote nauwkeurigheid.

Maquette van de ringburgwal

Maquette van de ringburgwal

Er werd een zuiver ronde cirkel opgeworpen met een diameter van 200 meter. Daaromheen groef men een gracht van ongeveer 50 meter breed. Met een wal van 2 tot 4 meter hoog creëerde men een veilig binnenterrein van 190 meter doorsnee.

Binnen de ring werd een eenvoudig dorpje, opgetrokken uit plaggenhutten, gebouwd. Er werden vier doorgangen in de wal gemaakt die met elkaar waren verbonden door houten paden. De paden hadden de vorm van een kruis. In vredestijd waren de burgen meestal onbewoond, maar in tijden van gevaar konden de bewoners van het gebied hier, met hun gezinnen en hun vee, een veilig heenkomen zoeken.

Hier kunt u een film bekijken over de geschiedenis van de ringwalburgen.

Archeologische opgravingen en goed bewaarde profielen in het landschap hebben duidelijk de ligging van de burg aangetoond. Daarbij heeft de ringwalburg in Burgh van geluk kunnen spreken. In de eeuwen volgend op de bouw van de burg heeft er nooit bebouwing plaats gevonden. Het huidige dorp werd op een plek naast de burg gebouwd. De burg werd landbouwgrond.

Staatsbosbeheer kocht later de grond op om te voorkomen dat de oorspronkelijke burg verder zou worden aangetast. Mede op initiatief van dit museum werd ongeveer een kwart van de walburg gerestaureerd. Er werden weer palen opgezet en daartussen werd weer vlechtwerk van takken aangebracht. Een knuppelpad, uitgevoerd in eiken bielzen om het lopen te vergemakkelijken en het eeuwenoude voetpaadje maken het geheel af.

Gerestaureerd deel van de walburg

Gerestaureerd deel van de walburg

In het museum vind u een aantal objecten die zijn opgegraven en er is een permanente tentoonstelling van een maquette, waar u de nodige uitleg kunt krijgen over deze woelige vroege middeleeuwen. U moet zeker een wandeling maken over de burg.

 

De Burghse Schoole bevindt zich in een authentiek oud schoolgebouw met klaslokaal ingericht als een klas uit 1920.

In het tweede lokaal is een permanente expositie van de Ringwalburgen in Zeeland, met name over de ‘Karolingische Ringwalburg’, die achter het museum ligt.

Het museum beschikt over een derde bijzondere ruimte. In dit wissellokaal vindt jaarlijks een wisseltentoonstelling plaats, al of niet voorafgegaan door een (kleine) expositie van een (lokale) kunstenaar. Welke expositie er op dit moment te zien is, wordt u pas duidelijk als u deze ruimten binnengaat. Laat u verrassen!

In ons kleine, maar uitgebreide winkeltje, kunt u nostalgische spulletjes kopen van Aap, Noot, Mies en Ot en Sien. Maar ook kroontjespennen, merklappen, leitjes en griffels en boeken met de schoolplaten en nog veel meer van vroeger zitten in het assortiment.

Nostalgie voor ouderen; Leuk voor kinderen.

 

Openingstijden:

Vanaf het Nationaal Museumweekend in april tot eind oktober.

Dinsdag tot en met zaterdag geopend; zondag, maandag en de feestdagen in principe gesloten.

In de maanden april t/m juni van 13:00 – 16:00 uur.

In de maanden juli en augustus van 13:00 – 17:00 uur.

In de maanden september en oktober van 13:00 – 16:00 uur

Beperkt toegankelijk voor gehandicapten.

 

Tarieven 2019:

Kinderen van 6 t/m 12 jaar          € 2,00 per persoon

Volwassenen                                   € 3,00 per persoon

Prijzen onder voorbehoud van prijswijzigingen.

 

Groepsbezoek

Wilt u het museum ‘de Burghse Schoole’ met een groep bezoeken? Dat kan! Dan gelden de gewone tarieven. Voor groepen kunnen wij een lesje in de stijl van 100 jaar geleden met een ‘ouderwetse’ schoolmeester aanbieden, daarvoor rekenen we € 25,00 extra. Maximaal 25 personen.

 

Groepen zijn ook buiten de normale openingstijden van het museum welkom. Indien u een groepsbezoek wilt plannen aan de Burghse Schoole, neem dan vroegtijdig contact met ons op via: 0111-651529 of via ons e-mailadres: info@burghseschoole.nl 

Ook hebben we leuke wandelingen uitgezet. Een wandeling door bos en duin en een monumentenwandeling.

Prijzen onder voorbehoud van prijswijzigingen.

Neem gerust contact met ons op.