Zeeland was niet onbekend met stormvloeden. Eeuwenlang werd de provincie, steeds weer, geteisterd door de zee. Deze natuurverschijnselen kregen prachtige namen, meestal gerelateerd aan de naamdag van een heilige. De bekendste zijn wel de Sint-Elisbethsvloeden en de Allerheiligenvloeden. Maar dat was al lang geleden. Daarvoor moesten we terug naar de 16de en 17de eeuw.

Natuurlijk, Zeeland werd nog geconfronteerd met een kleine stormvloed in 1906 en 1911, maar in vergelijking met het natuurgeweld van een paar eeuwen daarvoor had dat nauwelijks iets om het lijf. De bestuurders waren ingeslapen.

Dijkdoorbraken, van alle tijden

Stormvloed

Aan onze kusten kan een stormvloed heel gevaarlijk zijn. De naam zegt het al, het is een storm die samenvalt met vloed. Extra gevaar kan ontstaan als de wind en springtij samen spannen. Springtij is het tweewekelijkse getij waarin zon en maan samenwerken, waardoor het verschil in waterhoogte tussen eb en vloed extra hoog is.

Noord – Noordwest

De Noordzee is een merkwaardig water dat anders dan andere wateren reageert op eb en vloed. Door de nauwe doorgang die we ‘het nauw van Calais’ noemen krijgen  zowel de Noordzee als het Engels Kanaal de vorm van een trechter. Dat betekent dat er zich een opstropping kan voordoen. Hierdoor wordt het aangevoerde water min of meer tegengehouden waardoor opstropping, lees verhoging, van de waterspiegel ontstaat.

De trechter van de Noordzee

Afhankelijk van de windrichting zal de waterhoogte meer of minder stijgen. De richting van de wind wordt altijd benoemd naar de richting van waaruit ze waait. De Noordzeetrechter ligt op het Nood-Westen. Dus als de wind uit die richting komt lijkt het er op of de hele Noordelijke Atlantische Oceaan zich door die opening door het enge Nauw van Calais wil persen.

Als zo’n storm dan ook nog eens samenvalt met springvloed, laten de gevolgen zich raden.

Een gewaarschuwd mens…

Veel dijken, met name die in het Deltagebied, waren te laag en te zwak. Rijkswaterstaat wist dit al vanaf de jaren 20 van vorige eeuw. Er werd gewerkt aan plannen om binnenwateren van de zee af te sluiten. Daarvoor werden nieuwe kunstwerken aangelegd. Het begon met de Afsluitdijk in 1932. Maar daarna viel door geldgebrek tijdens de crisisjaren, gevolgd door de Tweede Wereldoorlog het werk weer stil. Men kwam pas weer op gang door de afdamming van het Botlekgebied en de Brielse Maas. Twee jaar later, in 1952 werd de Braakman onder handen genomen.

Niet gewaarschuwde verweesde biggetjes, voor hen kwam ook alle hulp te laat

Aan de kustbescherming werd nauwelijks aandacht geschonken Hiervoor was vlak na de oorlog een bescheiden budget vrijgemaakt maar dat werd gekort. Voorrang werd gegeven aan de economische wederopbouw. Er werd in die periode van ‘bestedingsbeperking’ op alles bezuinigd door toenmalig minister Hofstra en, zoals de burger het noemde: ‘De regering haalt zelfs de kaas van je brood”.

Volgens Johan van Veen, een belangrijk waterbouwkundige, zou de hierboven beschreven toestand, rampzalig kunnen zijn voor de Zeeuwse Delta. Hij bleef aandringen op menselijk ingrijpen. Aanvankelijk werd er niet naar hem geluisterd. Toen hij eindelijk toestemming kreeg van de regering kon hij aan de slag. Drie dagen nadat hij zijn plannen en adviezen had gepresenteerd, sloeg te noodlot toe.

Voor de storm was het leven nog lollig

Zaterdag 31 Januari

In de loop van die dag ontwikkelde zich ter hoogte van de Orkny Eilanden een storm die uit zou groeien tot een orkaan. Deze bijzonder zware storm breidde zich in de loop van de dag uit over de volle lengte van de Noordzee. Het water in de trechter werd opgestuwd tot een absolute recordhoogte.

Waarschuwingen

De stormvloedseindienst was de organisatie die bij stormvloeddreiging dijkbeheerders, waterkering beheerders en andere belanghebbenden tijdig moest waarschuwen voor de dreiging van stormvloeden. Vanaf de zaterdagmorgen maakte deze dienst al melding van een opkomende ‘zeer zware noordwesterstorm’. Op zaterdagavond was de stand van het laagwaterpeil even hoog als normaal het hoogwaterpeil was. Dat betekende dat onder deze omstandigheden het waterpeil nog verder zou stijgen.

In de algemene weersverwachtingen op de radio werd die zaterdagavond gewaarschuwd voor ‘gevaarlijk hoogwater’, de hoogst mogelijke staat van alarm. Maar in 1953 beschikte nog maar iets meer dan de helft van de bevolking over een radio. De waarschuwing werd door velen in het rampgebied dan ook niet gehoord, anderen begrepen de boodschap niet. Daarbij kwam dat de zenders om middernacht uit de lucht gingen. Voor het gebruik van de telefoon gold hetzelfde probleem. De bemande en met de hand bediende centrales sloten in de avond.

Handgeschakelde telefooncentrale

1 februari

Tijdens de avond en de nacht bleef de storm waaien uit de gevaarlijke richting. Daarbij werd geconstateerd dat ze langer aanhield dan normaal. Op het marine vliegveld de Kooi bij Den Helder werd zowel op 31 januari als op 1 februari een daggemiddelde gemeten van windkracht 8. Wat gevreesd werd en waar voor was gewaarschuwd gebeurde. In die beruchte nacht werd ons land getroffen door een van de ergste natuurrampen uit onze geschiedenis. Het was de grootste sinds de derde Allerheiligenvloed van 1570.

Rond middernacht was het aan de zuidwestkust van ons land laagwater. Op zondagmorgen vroeg zou het hoogwater zijn.

Op de vlucht voor her water

Dijkdoorbraken

In 1953 waren de Grevelingen en de Oosterschelde nog open zeearmen. In de rampnacht zocht het water in alle richtingen mogelijkheden om zich te verspreiden. De grote open wateren waren een goede plek. Het water steeg hier dan ook tot ongekende hoogte. Op de Kop van Schouwen bereikte het water het hoogste peil langs de hele Nederlandse kust.  Verder landinwaarts kwamen de Grevelingen en de Oosterschelde samen bij Bruinisse. Op zondagmorgen, toen de mensen zich gereed maakten om naar de kerk te gaan, stond het water daar 4 ½ meter boven NAP. Dit was een nog nooit bereikt record.

Tussen 04:00 en 06:00 uur begonnen de dijken door te breken. Vooral de noord- en oostkant van de Oosterschelde bij dorpen als Stavenisse, Ouwerkerk en Nieuwerkerk kregen de volle mep. Oude- en Nieuwe-Tongen langs de Grevelingen deden hier niet voor onder. Maar ook langs het Hollandsch Diep kregen plaatsen als Schuring en ‘s -Gravendeel het zwaar te verduren.

Angstige gezichtjes

Eerste gevolgen

Op Goeree-Overflakkee stroomde het water op bepaalde plaatsen zo hard de polder in dat Oude- en Nieuwe-Tonge in een goed half uur twee tot drie meter onder water kwamen te staan. Merkwaardig genoeg, Ooltgensplaat dat hemelsbreed maar 12 km. van Nieuwe-Tonge ligt, werd pas ’s avonds om 19:00 uur door het water bereikt.

Ook op Duiveland werd pas op zondagmiddag de hoogste waterstand bereikt.

 

 

 

Redden wat je redden kunt

Communicatie

Een van de grootste problemen tijdens de eerste uren na het onderlopen van het land was een gebrek aan communicatie. Telefoon en telegraafverbindingen waren door de overstromingen zwaar beschadigd en onbruikbaar.

Een aantal zendamateurs in het gebied, maar ook van buiten de getroffen delen, zetten binnen enkele uren een noodradio netwerk op. Hun werk was onbetaalbaar. Tien dagen lang verzorgden zij de radio communicatie en zij waren de enigen die contact tussen de overstroomde gebieden en de rest van Nederland mogelijk maakten.

Hossfeld

Op zondag (1 februari) was er contact gelegd met grote delen van het getroffen gebied. De hulpverlening kwam langzaam op gang.

Een uitzondering vormde Schouwen-Duiveland waar nog geen contact mee kon worden gemaakt. Dat ging Peter Hossfeld te ver. Hij was werkzaam als technicus bij een radiozaak in Zierikzee.

Hij ging naar de werkplaats van zijn werkgever en sloeg daar aan het knutselen. Hij scharrelde een aantal noodzakelijke elementen bij elkaar waaronder een fles rollen koperdraad. Met deze ongebruikelijke dingen bouwde hij een functionerende radiozender. Hij noemde zijn radiozender/ontvanger PA0ZRK (Peter Albert-0-Zierikzee).

De noodradio van Peter Hossfeld

De knutselarij van Hossfeld werkte! Zijn noodsignalen werden, op de avond van de 2de februari, in Middelburg opgevangen. Hierna kon de hulpverlening aan het geïsoleerde eiland meteen beginnen.

Een paar uur na het eerste contact werden de eerste hulppakketten uit vliegtuigen boven Zierikzee gedropt. Maar deze vielen dwars door de daken van de huizen. Hossfeld kon dan wel instructies doorseinen aan de vliegtuigbemanningen, maar omdat deze niet precies wisten waar de signalen vandaan kwamen misten zij hun doel. Om die reden bond Hossfeld een grote rode lap aan een stok die dienst deed als herkenningspunt.

De noodzender die Hossfeld was zo goed dat zijn berichten zelfs in de Alpen werden opgevangen.

 

 

Waar eens het leven goed was

Slachtoffers

In die rampzalige nacht veranderde 165.000 ha. land in een onoverzichtelijke wateroppervlakte. Mensen werkten als gekken om de instroom tegen te gaan en dijken te versterken. Het was een hopeloze zaak.

Grote delen van Zeeland, Zuid-Hollend en West Brabant stonden blank. Hoewel de overstroming algemeen was, werden bepaalde plaatsen veel zwaarder getroffen dan andere. In Stavenisse op Tholen kwamen meer dan 150 mensen om het leven. In Stellendam op Goeree-Overflakkee waren 61 slachtoffers te betreuren. In het Brabantse Fijnaart werden 76 doden geteld.

Een hopeloze zaak

In Oude-Tonge kwam 9,9% procent van de bevolking (305 mensen) om. In het nabijgelegen Nieuwe-Tonge stierf 4% van de inwoners (85 mensen). De zuidzijde van Schouwen-Duiveland werd het zwaarst getroffen. Hier viel ruim 40% van de bevolking ten prooi aan de golven. Alleen al in Ouwerkerk werd de bevolking met 16,3% gedecimeerd. Het dorpje treurde om haar 91 doden.

 

 

Nieuwerkerk, niet meer te vinden

Andere plaatsen.

Door de ramp werden vooral Schouwen-Duiveland, Goeree-Overflakkee, Tholen, Voorne-Putten en de streek rond Dordrecht zwaar getroffen. Maar ook andere delen van Zeeland kregen het zwaar te verduren. Over Zeeuws-Vlaanderen horen we zelden iets. Maar toch… Bij Cadzand sloeg het water over de dijk en bij Kruiningen op Zuid-Beveland werd door de coupure van de nog openstaande veerhaven deze haven helemaal weggeslagen waardoor in vrij korte tijd de Kruiningenpolder met een oppervlakte van 1.400 ha. onder water kwam te staan.

In Stellendam stond het water tot aan de zolder van de huizen. Het historische Veere stond helemaal blank. Bij Wolphaartsdijk werd een groot deel van de dijk weggeslagen. Bij Ossenisse van hetzelfde laken een pak. De polder bij Nieuwerkerk was volgestroomd en de Suzannepolder bij Sint-Annaland was reddeloos verloren. Bij Rammekens waren gaten in de dijk geslagen en Rilland-Bath was helemaal geïsoleerd en aanvankelijk onbereikbaar.

Het wonder van Colijnsplaat

Het wonder van Colijnsplaat

Een coupure, ook wel dijkgat, is een onderbreking in de waterkering. Tijdens de rampnacht trachtten een aantal mannen de vloedplanken en een steunbeer in de coupure in Colijnsplaat tegen te houden. Onbegonnen werk. Ze kregen echter hulp uit onverwachte hoek. Door de storm was een vrachtschip losgeslagen. Door de wind werd dit schip in de coupure gedrukt waardoor het als een golfbreker ging fungeren en gat werd gedicht. Hierdoor werd de overstroming van Colijnsplaat voorkomen. Lang hebben de inwoners van dit vissersdorp zich afgevraagd: “Waarom zij wel en wij niet?” Het antwoord is simpel. Omdat er veel wonderlijke dingen in die nacht gebeurden.

Ter herinnering aan dat moment werd in 1993 een monument, genaakt door Jan Haas onthuld. Het beeld kreeg de toepasselijke naam “Houen Jongens’.

De slachting onder het vee was niet te beschrijven

Verschillen

Het aantal slachtoffers in een aantal genoemde dorpen verschilt soms sterk van dat in nabijgelegen dorpen. Ooltgensplaat ligt slecht op een paar kilometer van Oude- en Nieuwe-Tonge. Hier vielen ‘maar’ twee slachtoffers. In Den Bommel en in Stad aan het Haringvliet aan de noordkant van Overflakkee kwamen respectievelijk negen en geen mensen om. Terwijl in Nieuwerkerk en Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland honderden doden te betreuren vielen kwam er in het aan de oostkant van Duiveland, in Bruinisse, slechts één persoon om het leven.

Duizenden lieten het leven

 

Zoekende naar de oorzaken van deze grote verschillen kon worden geconcludeerd dat:

  1. De richting van de waterstromen van grote invloed was;
  2. Ook de hoogteverschillen tussen de polders onderling speelden een grote rol;
  3. De kwaliteit en de levensduur van de binnendijken bleken belangrijk;
  4. De kwaliteit van het plaatselijke bestuur was bij het voorkomen en de eerste hulpverlening doorslaggevend;
  5. Niet in de laatste plaats, de vaak (zeer) slechte staat van de arbeiderswoningen.

Al deze factoren samen maakten het verschil tussen de enorme ramp in Oude-Tonge en Ouwerkerk en de noodlottige overstroming zoals in Ooltgensplaat en Bruinisse.

Militairen brengen de mensen in Veiligheid

Eindelijk duidelijkheid

De volle omvang van de ramp drong pas enige dagen later in volle omvang door tot de rest van Nederland. De hulpverlening was nog niet op gang gekomen. Nederland kon slechts gissen.

Bijna de helft van de slachtoffers viel in de nacht van 31 januari op 1 februari.  Maar op zondagmiddag zorgde het hoogtij in combinatie met de nog steeds waaiende zeer harde wind voor nog meer ellende. Veel overlevenden van de eerste klap hadden zich verschanst op zolders en daken van huizen. De veelal gammele huizen konden de tweede stormvloed en de sterke stroming niet aan en stortten alsnog als kaartenhuisjes in elkaar. De tol van de zondagmiddag was bijna zo groot als die van de nacht.

Verslagenheid

Verslaggeving

In de rest Nederland hingen de mensen voor het laatste nieuws aan de radio. De zendtijd vanuit Hilversum was sterk verzuild. Naar rato van leden kregen socialistische en religieuze partijen tijd voor uitzendingen toegewezen. Daarom verdrongen de zendgemachtigden zich om het randgebied en stuurden ze hun beste verslaggevers naar de overstroomden delen van het land. Jan de Troje en Arie Kleiwegt van de VARA, Siebe van der Zee van de AVRO en Herman Felderhof en Goos Kamphuis van de NCRV losten elkaar af om de meest huiveringwekkende verhalen met Nederland te delen. Ze hadden echter allemaal hetzelfde probleem.

Het was onmogelijk om het rampgebied binnen te gaan. Daarom werden de uitzendingen verzorgd vanaf de toegankelijke gebieden. En dan nog alleen vanuit plaatsen waar de zenders van de PTT Hilversum konden bereiken.

Carel_Enkelaar – publiek domein Wiki

Carel Enkelaar

De in 1920 geboren Carel Enkelaar was een inventief journalist. Op zijn 25ste trad hij in dienst van de Volkskrant. Hij trachtte steeds een andere manier van verslaggeving te bedenken. Op de dag na de ramp stapte hij naar zijn hoofdredacteur Lucker, en vroeg toestemming om een dakota te huren om over het rampgebied te kunnen vliegen. Hij kreeg zijn toestemming en de KLM was bereid hem een toestel ter beschikking te stellen, mits bestuurd door een eigen piloot.

Willem van Veenendaal

In de vroege ochtend steeg de dakota, met aan de stuurknuppel piloot Willem van Veenendaal op vanaf Schiphol. Aan boord Enkelaar in gezelschap van fotograaf Jan Stevens. Zij maakten een rondvlucht boven Zeeland en Zuid-Holland. Eenmaal terug op Schiphol stelde Van Veenendaal zijn baas, Albert Plesman, op de hoogte van wat hij ter plekke had waargenomen. Plesman stelde vervolgens de regering op de hoogte van de ernst van de situatie. Dankzij die inlichtingen, maar vooral door de fotoreportage, kwam vanuit binnen- en buitenland de hulpverlening op gang.

 

Beurzen open – Dijken dicht

Ondersteund door de omroep NCRV kwam via de radio de eerste massale landelijke hulpactie op gang. Johan Bodegraven werd beroemd met zijn actie ‘Beurzen open – Dijken dicht’.

Johan Bodegraven – publiek domein Wiki

Vanaf 7 februari, de eerste zaterdagavond na de ramp, werd door de gezamenlijk omroepen elke week dit radioprogramma uitgezonden. Hier werden particulieren en bedrijven in de gelegenheid gesteld voor de microfoon te vertellen hoeveel geld ze hadden gedoneerd of zouden storten op de rekening van het rampenfonds. De overheid had speciaal toestemming gegeven voor het noemen van namen van bedrijven in de uitzending. Elke zaterdagavond waren er liveoptredens van bekende artiesten, orkesten en koren. Al snel werd een lied van Jules de Korte omarmt als het actielied. Iedereen kende het refrein: “het leeft in alle oorden – van Dokkum tot Maastricht, van hier tot Hindelopen – Beurzen open, Dijken dicht”.

Finale van de omroepactie Beurzen open, dijken dicht in het concertgebouw

Op 28 maart 1953 werd vanuit het concertgebouw in Amsterdam de slotuitzending verzorgd. Daarbij werd een bedrag van 5.212.960,83 gulden aan de voorzitter van het rampenfonds overhandigd.

 

Buitenlandse hulp

De  Franse regering stuurde als eerste genietroepen naar de Nederlandse rampgebieden. Ook de Belgen, Amerikanen, Duitsers en Engelsen schoten te hulp.

Betaald voetbal was in die tijd nog een sportieve doodzonde. Toch waren er goede Nederlandse voetballers die in het buitenland een aardige boterham bij elkaar trapten. Het in het buitenland spelende ‘uitschot’ zoals ze werden genoemd door de KNVB organiseerden een wedstrijd tegen het veel sterker geachte Franse nationale team.

Het Watersnoodelftal – foto-Matty-Verkamman publiek domein Wiki

Op 12 maart trad het Nederlands elftal aan met onder andere Frans de Munck, Cor van der Hart, Bertus de Harder, Bram Appel en Kees Rijvers aan voor bijna 39.000 mensen, waaronder ca. 8.000 afgereisde Nederlanders in Parijs in het Parc-des-Prinses, waar met 1-2 werd gewonnen. De wedstrijd zou de geschiedenis ingaan als de Watersnoodwedstrijd. De opbrengst bedroeg ruim een ton dat onmiddellijk werd overgemaakt op de rekening van het rampenfonds.

 

 

Meer werd bijna te veel

 

Aan de Koning Haakonstraat in Stavenisse staat nog een rijtje Noorse huizen

Toch was dat maar een topje van de ijsberg. Vanuit de hele wereld werden hulpgoederen waaronder kleding, huisraad, linnengoed en voedsel gestuurd. Het Nederlandse Rose Kruis ontving zoveel goederen dat ze er na verloop van tijd geen raad meer wist. Een groot deel van die goederen werd daarom doorgestuurd naar andere rampgebieden en landen in de Derde Wereld.

Vooral Scandinavische landen hadden een geweldige oplossing. Zij leverden veel bouwmaterialen en zelfs complete geprefabriceerde woningen. Deze waren zo goed dat in heel Zeeland nog steeds houten woningen van Zweedse, Noorse, Deense en Finse architecten bewoond worden.

Het Zweedse koningshuis schonk het Rode Kruis voldoende geld om een compleet Ziekenhuis in Zierikzee re bouwen. Op 1 april 1955 kwam Koning Gustaaf VI hoogstpersoonlijk de eerste steen leggen.

Het nieuwe ziekenhuis vlak na de oplevering

Resultaten

Eindelijk kwam binnen de Nederlandse politiek de discussie over de beveiliging van ons land tegen het water op gang. Er werd een Deltacommissie ingesteld en het Deltaplan werd ontwikkeld.

De wederopbouw en de totstandkoming van de Deltawerken brachten veel werkgelegenheid naar Zeeland. Een bijkomend gelukje; er was door alle hulp zoveel geld bijeen gebracht dat veel slachtoffers van de ramp financieel veel beter af waren dan voor die tijd.

De provincie beleefde in de jaren na de ramp een bloeiperiode. In een paar jaar werd een achterstand van tientallen jaren weg gepoetst.

Woningen, ingestort als kaartenhuisjes

Trieste balans.

Maar naast de onverwachte voorspoed was er het niet uit te wissen aantal van de slachtoffers.

Kort na de ramp verzochten de burgerlijke autoriteiten het Rode Kruis om te zorgen voor de administratie van slachtoffers. Het uiteindelijke resultaat was schrikbarend. In totaal kwamen 1836 mensen om het leven. Daarvan 865 in Zeeland, 677 in Zuid-Holland, 247 in Noord-Brabant en 7 in Noord-Holland. Aan het einde van 1953 bracht het Rode Kruis een lijst uit met de namen van alle slachtoffers. Hieruit bleek dat Schouwen-Duiveland het zwaarst was getroffen.

Toekomst

Hoewel bijna 70 jaar geleden lijkt het er op dat we van deze enorme tragedie niet veel hebben geleerd. We hebben nog steeds geen respect voor de natuur. Broodnodige grondstoffen worden in een razend tempo op geconsumeerd. Bossen verdwijnen in een vaart die nauwelijks te bevatten is.

Ons klimaat veranderd hierdoor bijna per dag. Hittegolven, enorme hoosbuien en stijging van de zeespiegel zijn het gevolg. En wat doen wij, de wereldleiders voorop? Niets!!! Hebben we dan niets geleerd?

Wilt u toch iets opsteken? Ga dan op bezoek in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk. U zult versteld staan van alles wat we samen kunnen doen.