In de periode tussen 300 v Chr. tot 600 n Chr. werd Walcheren bevolkt door Romeinen waarvan talrijke sporen zijn teruggevonden in de bovenlaag van het veen. In de omgeving van Domburg is aardewerk gevonden uit circa 300 voor Christus. In Koudekerke dateren de oudste vondsten van Romeins aardewerk uit circa 70 na Christus. In 1974 zijn ten noorden van Koudekerke resten van een Romeinse kalkoven gevonden en onlangs heeft men bij werkzaamheden voor de rondweg rond Koudekerke nog Romeins materiaal gevonden. Vooral uit de 2de en 3de eeuw na Christus zijn veel Romeinse vondsten op Walcheren bekend waaronder ook een munt uit de periode van keizer Antoninus Pius welke bij de hofstede Paauwenburg is gevonden in het begin van de 20e eeuw. Alle gevonden munten op Walcheren dateren van vóór het jaar 274.

Keizer Anthonius Pius

 

Zwakke plekken

Hieruit mag men afleiden dat Koudekerke en haar omgeving al lange tijd bewoond zijn door mensen. Maar al die tijd was de zee en het water de natuurlijke vijand van Zeeland. Om die reden was men altijd op de hoede voor de kracht van het water. Overal waren er wel zwakke plekken en die kregen extra aandacht.

deel van de kaart van het strand bij Dishoek – Anthonius van Wijngaarde ca. 1550

 

 

 

Een van die zwakke plekken was de nog jonge duinstrook aan de zuidwestelijke kant van Walcheren. De duinenrij was smal en laag. De massa werd ook nog een onderbroken door extra zwakke plekken waar kreken hun water afvoerden naar de zee.

 

 

Naamgeving

Tot aan het einde  van de 13de eeuw was de lokale bevolking op zichzelf aangewezen als het aankwam op bescherming tegen het water. Na 1290 richtte men het ‘Dijkgraafschap Walcheren’ op. Hierdoor kwam het beheer van alle dijken, duinen en watergangen van Walcheren onder beheer en verantwoordelijkheid van een centraal gezag.

Dishoek was in die tijd een naamloos buurtschap van Koudekerke en lag vastgeplakt tegen een extreem smalle duinenrij. Deze liep van Vlissingen tot Zoutelande. Om deze te versterken werd in 1293 een extra dijk aangelegd. Op de plek waar de duinenrij ophield en de dijk begon kreeg het naamloze buurtschapje de naam ‘Dyckshoecke’ wat later verbasterd zou worden tot Dishoek.

De karakteristieke Zeeuwse paalhoofden

Paalhoofden

In 1540 vroegen de inwoners van Westkapelle vergunning tot het aanleggen van een dijk. Deze dijk werd aangelegd nadat in de vijftiende eeuw de ‘Westkaap’, een duingebied, door de zee was weggeslagen.

Daarnaast ontstond gelijktijdig een fenomeen dat aan Zeeland haar karakteristieke uiterlijk zou geven. Als extra bescherming tegen het water werden rijen palen haaks op de kust en dijk geplaatst. Deze rijen ‘paalhoofden’ zoals ze werden genoemd breidden zich later uit over de kusten van Zeeland.

Wachthuis bij Dishoek

Wachthuizen

Bij Dishoek lagen de hoogste duinen van Zeeland. Deze waren in vroeger eeuwen een belangrijk herkenningspunt. In 1579 werden op bevel van Alexander de Haultain, de gouverneur van Walcheren, een negental wachthuizen langs de kust gebouwd. Daaronder ook bij Dishoek en de Vijgeter. Vanuit deze wachthuizen opereerde de landwacht. Ook kon men van hieruit de scheepvaart in de gaten houden en werd de terugkeer van de Oost-Indiëvaarders aan de bewindvoerders van de VOC gemeld.

 

Wachthuis bij Vijgheter

 

Vijgeter

Bij Vijgeter, ook wel Vijgheter genoemd, een stuk verder langs de kust, was ook een wachthuis gebouwd. In de omgeving van het wachthuis werd later Hofstede ‘De Vijgheter’ gebouwd. Rond de hofstede zijn later wat kleinere woningen gebouwd, waardoor de Vijgheter uitgroeide tot een klein gehuchtje. Het is bijna ondoenlijk om over dit gehucht informatie te vinden. Maar vergeten is Vijgeter niet. Een deel van de duinen onder Koudekerke wordt nog steeds Vijgeter genoemd.

 

De vroegere locatie van Vijgheter

Hagepreken

In de tweede helft van de 16de eeuw werden ‘protestante ketters’ onder de Spaanse koning hard aangepakt. De hervormden schrokken daar niet echt voor terug en organiseerden zogenaamde Hagenpreken. Dit waren predicaties van de volgelingen van Calvijn in het open veld tijdens de eerste periode van de Reformatie. Noodgedwongen omdat openlijke geloofsuitoefening een gevaarlijke onderneming was.

Afbeelding van een Hagepreek, Geeraert Brandt

In 1562 vond in de duinen bij Dishoek de eerste hagenpreek in ons land plaats. Het gevolg hiervan vormde later de aanleiding tot de eerste beeldenstorm en in het verlengde hiervan de Tachtigjarige Oorlog.

 

Bebakening

Ook in vroegere eeuwen werd er al rekening gehouden met de veiligheid voor schepen op de Westerschelde. Vlissingen en Antwerpen waren druk bevaren havensteden. Er werd gewerkt met een soort van bebakening. Bij de eerder genoemde wachthuizen werden lange masten opgetuigd, Omdat men deze kon  laten kantelen werden ze wel ‘galgen’ genoemd. In deze masten werden branden bossen hout geplaatst om schepen in het donker te waarschuwen.

Kaapduinen hoog en laag op een lijn

 

Er werd steeds opnieuw gezocht naar andere en betere manieren van verlichting. In 1951 werd de definitieve manier gevonden. Er werden twee lichtopstanden gebouwd. Samen vormen de vuurtorens een lichtlijn in noordwestelijke richting om schepen veilig door de vaargeul te loodsen.

De vuurtorens hebben de namen Kaapduinen hoog en Kaapduinen laag gekregen en hebben respectievelijk een hoogte van 12,6 en 13,8 meter. De hoogte boven zeeniveau is 35 en 26 meter.

 

Dishoek

Dishoek was als gehucht lang een deel van Koudekerke dat als zelfstandige gemeente heeft bestaan van 1811 tot 1966. In 1997 bij de laatste gemeentelijke herindeling werd Koudekerke, inclusief de woonkern Dishoek een deel van de gemeente Veere. Om Dishoek te bereiken moet men door Koudekerke om vandaar via de Duinstraat en de Strandweg bij Dishoek te belanden.

Het knusse centrum van Dishoek

Dishoek telt ongeveer 400 inwoners. Weinig, gezien het aantal woningen, maar een groot deel hiervan zijn tijdelijk bewoonde vakantiehuizen. Logisch, Dishoek is een geweldige plaats op er een aantal weken vakantie door te brengen.

Het ligt in een landelijk en bosrijk gebied. Maar ook kan het zeggen dat het een van de weinige Zeeuwse stranden heeft op het zuiden die een maximum aan zon garanderen. Karakteristiek voor Dishoek zijn de vele, wit geschilderde strandcabines

Dishoek ligt pal aan de voet van de duinen. Voor tal van vakantiegangers, maar ook voor bewoners van omringende dorpen, is Dishoek een ideale trekpleister.

Strandcabines bij Dishoek

 

 

Investeren in de toekomst

Met name in de afgelopen jaren is er flink geïnvesteerd om Dishoek te transformeren in een Zeeuwse Riviera. Maar Dishoek is daarmee wel volledig afhankelijk van het toerisme.

Er zijn nieuwe hotels verrezen, samen met tal van vakantiebungalows en campings.

Dishoek beschikt over goede restaurants en cafés met gezellige terrasjes en wilt u het achterland gaan verkennen, Zoutelande ligt op 7 kilometer en Domburg op 12 kilometer. Doe gezond en huur ter plaatse een fiets. Je ziet dan veel meer van de omgeving en de goed aangelegde en onderhouden fietspaden maker van uw tocht een waar plezierritje.

Wilt u een dag uitgebreid statten? Bestijg uw stalen ros en besteedt uitgebreid uw tijd in het 8 kilometer verder gelegen Middelburg.

Dishoek, met haar historische verleden en moderne toekomst is een bij uitstek geschikte plaats om, ondanks alles, u onder te dompelen in een oase van rust.