wapen Domburg

wapen Domburg

Domburg is een stad welke onderdeel uitmaakt van de gemeente Veere. De stad ligt aan de westkust van het voormalige eiland Walcheren. Domburg geniet de eer de op twee na, oudste badplaats van Nederland te zijn. De stad telt ongeveer 1.500 inwoners. Dit aantal wordt in de zomermaanden een aantal malen verveelvoudigd.

In de oude tijden werd Zeeland vooral bewoond door mensen behorende tot de Kelten. Keltische volken deden al vroeg aan zeevaart. Dat was natuurlijk niet zo vreemd voor mensen die op een eiland woonden en omringd werden door andere eilanden.

In de duinen in noordoosten van wat toen Walichrum werd genoemd lag aan het begin van onze jaartelling een nederzetting die later uit zou groeien tot het huidige Domburg. Hier legden bootjes aan die via de Schelde naar de Noordzee voeren of bootjes die de oversteek van Britaninca terug naar het vasteland hadden volbracht. Veel reizigers en zeelieden uit Gallia Belgica bezochten de haven van Domburg na hun reis om hier tot Nehalennia te bidden en een goed en veilig verloop van hun reis af te smeken of haar te danken voor de veilige overtocht. Veel grote altaarstenen die zijn gevonden maken duidelijk dat het een belangrijke plaats was.

Altaarsteen gewijd aan Nehalennia

Altaarsteen gewijd aan Nehalennia

 

Raar is dat over deze godin feitelijk weinig bekend is. Het zou een inheemse godin uit de 2de of 3de eeuw, mogelijk een Keltische of Germaanse godin zijn geweest. Haar werd de macht over de handel en de scheepsvaart toegedicht.

In de Romeinse tijd werd hier een tempel gebouwd ter ere van Nehalennia. Deze tempel werd in de 7de eeuw bedolven onder het duinzand om in de 17de eeuw weer aan de oppervlakte te komen. Door het afkalven van de kust kwam de tempel al vrij snel onder water te liggen.

In de winter van 1647 kwamen na zware afslag aan de voet van de duinen restanten van het verdronken heiligdom tevoorschijn. Ze bestonden uit altaarstenen of votiefstenen. Hieruit mag worden afgeleid dat Domburg al heel vroeg een belangrijke plaats was.

Domburg op Walichrum was in de vroege Middeleeuwen al een haven en handelsplaats die in de 8ste eeuw al een periode van bloei moet hebben doorgemaakt. Dat mag men afleiden uit de vele oude munten die in de loop der jaren op het strand zijn gevonden. De naam Walichrum is de oude naam voor het eiland Walcheren.

De oudste kerk van het eiland moet hier hebben gestaan. Vanuit deze kerk zijn de dochterkerken van Oostkapelle en Westkapelle al voor 1067 ontstaan.

Kaart van Zeeland zoals de situatie was omstreeks 1600

Kaart van Zeeland zoals de situatie was omstreeks 1600

 

Domburg is waarschijnlijk omstreeks 875 gebouwd. Mensen die in die periode het gebied bewoonden hebben hier een ringwalburg of een duinburg opgetrokken. Hieraan zou uit verbastering Dumburgh haar naam te danken hebben. Het bestaan van deze burg, net zoals die van Middelburg en Souburg, werd bewezen in 1991. Bij opgravingen, onder andere op het terrein van het Badhotel, zijn restanten van plaggen en hout waaruit de burg was opgetrokken gevonden. Met een diameter van 265 meter was het de grootste van de drie Walcherse ringburgwallen.

De burg die van oorsprong een vluchtplaats was, en niet bewoond, is in de loop van de 10de eeuw aan de binnenzijde opgehoogd en raakte bevolkt. De toenmalige huizen werden gebouwd volgens het nog steeds bestaande stratenplan.

De oudste officiële vermelding van Dumburgh staat op een goederenlijst van de Abdij van Echternach van omstreeks 1200.

In de 13de eeuw was er vanuit kerkelijk oogpunt nog sprake van twee Dumburghen; “Dumburgh binnen de versterking” en “Dumburgh buiten de versterking” die ook werden aangeduid als Oost- en West Domburg. Dit onderscheid werd voor het laatst aangetroffen in een oorkonde van 1363.

Domburg omstreeks 1600

Domburg omstreeks 1600

 

De graaf van Holland Floris V en de burggraaf van Zeeland Dirck van Voorne verleenden Domburg en Westkapelle in 1223 stadsrechten. Dit had alles te maken met het feit dat de Hollandse graven onder druk van de heersende situatie over de strijd om de macht zich gedwongen voelden van Zeeland hun machtsbasis te maken. Domburg nam echter nooit zitting in de Staten van Zeeland, waardoor het een smalstad bleef.

In de 17de en 18de eeuw werd Domburg al spelerijdend bezocht door de rijkeren van Middelburg. Zij kwamen zich vermaken aan het strand in de lokale herbergen. Zij bouwden er later zomerverblijven en in voorkomende gevallen heuse lusthoven.

Maar toch begint de geschiedenis van Domburg als badplaats pas goed als in 1834 twee Middelburgse families besluiten om met badkoetsen een zeebad te nemen.

 
Badkoets, alles blijft verborgen

Badkoets, alles blijft verborgen

Zij waren de eerste badgasten van Domburg. Mogelijk waren zij geïnspireerd door Scheveningen, waar het vanaf 1818 mogelijk was in zee te baden vanuit het badhuis. Goede contacten van deze initiatiefnemers en Haagse kringen met mr. J.J. Slicher, die toen heer van Domburg was, leidden er toe dat onder de Walcherse elite aan fondsenwerving werd gedaan. Met een bijdrage van koning Willem I in 1837 kon men het eerste badpaviljoen gaan bouwen. In het gebouw waren een concert- en een kuurzaal ondergebracht. Daarnaast waren er kleinere ruimten die dienst deden als conversatiezaal, een biljartzaal, een leeszaal voor heren en een salon voor de dames.

Langzaam maar zeker groeide de badplaats waardoor en zelfs in 1866 een badhotel kon worden gebouwd. Toch bleef het aantal bezoekers aanvankelijk beperkt tot een kleine groep Zeeuwse stedelijke en adellijke elite. Voor de gewone mens was een bezoek aan Domburg nog steeds niet betaalbaar. Daar kwam bij dat Domburg moeilijk bereikbaar was.

Maar in 1870 veranderde dat. De spoorlijn Roosendaal – Vlissingen kwam tot stand en de dienst van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland op Engeland zorgden er voor dat meer en meer badgasten uit Nederland, België, Engeland en Duitsland de weg naar Domburg wisten te vinden.

De nieuwe verbindingen met het stadje zorgden voor meer mogelijkheden. Onder leiding van de gemeentesecretaris van Domburg, H.M. Kesterloo, ontstond in 1880 “het comité tot bevordering van de belangen der badplaats Domburg”. Ook was hij, vanaf 1883, de uitgever van het “Domburgsch Badnieuws”. Gedurende de dertien weken van het zomerseizoen verscheen dit blad elke week op zaterdag. Naast nieuwtjes werden hierin lijsten van nieuw aangekomen vreemdelingen gepubliceerd.

Omslag Domburgsch Badnieuws 27 juli 1901

Omslag Domburgsch Badnieuws 27 juli 1901

 

Voor het welzijn van de gewaardeerde gasten werd een badarts aangesteld. Hij vertaalde in 1883 vanuit het Duits het boekje “De beteekenis en het gebruik der zeebaden, in verband beschouwt met het Noordzeebad Domburg”. En dat sloeg aan.

Cornelis Hendrik Elout was burgemeester van Domburg aan het einde van de 19de eeuw. Zijn zoon Paulus Johannes Elout van Soeterwoude werd in 1903 directeur van de Domburgsche Zeebadinrichting. Hij bleef 50 jaar in die functie. Hij had grote invloed op de specifieke ontwikkeling van de badplaats. Als hoofdredacteur van het Domburgsch Badnieuws hield hij de nieuwsvoorziening onder controle en verzorgde de public relations.

In de eerste jaren van het bestaan van het Domburgsch Badnieuws kwamen verschillende vooraanstaande en gefortuneerde buitenlanders naar Domburg om zich hier van een vakantiehuis te voorzien. Onder hen de familie van Louis Sommerhoff uit het Engelse Twickenheim en Carl Erbsloe uit Brussel die al in 1833 in Domburg arriveren. In 1885 arriveerde Franz Aldenbrück uit Brühl bij Keulen. Zij startten in 1885 met de bouw van villa’s op de duinen. Villa Sommerhoff en Villa Maria kwamen in 1887 gereed.

Aldenbrück verkocht Villa Maria aan Erbschloe en liet aan de andere kant van het badpaviljoen een nieuw villa bouwen. Hij noemde zijn nieuw verworven bezit Villa Carmen Sylvia. Dit was de start van meer kapitale villa’s in de duinen. De meeste hiervan hebben echter de bombardementen tijdens de Tweede Wereld Oorlog niet overleefd.

Carl Eberschloe op de veranda van Villa Carmen Sylvia

Carl Eberschloe op de veranda van Villa Carmen Sylvia

 

Wie een sterke invloed heeft gehad op de aantrekkingskracht van Domburg was dr. Johan Georg Mezger. Hij was van oorsprong een zoon van een Amsterdamse slager. Als arts en masseur had hij zich een grote reputatie verworven. Hij wordt gezien als de belangrijkste grondlegger van de fysiotherapie.

Hij behandelde in het Amstel Hotel in Amsterdam patiënten die tot de hoogste Europese adel behoorden. Vaak verwees hij hen door voor een genezend zeebad naar Zandvoort. Hij was getrouwd met een vrouw uit Middelburg en kwam via haar, tijdens een vakantie, in contact met Domburg. De kwaliteiten van Domburg en het heldere zeewater zullen hem er toe hebben aangezet hier een villa te bouwen waar hij ’s zomers patiënten kon ontvangen. In zijn kielzog kwamen veel welgestelden naar deze badplaats. Als dank voor zijn kostbare public relations voor Domburg is in de stad een borstbeeld ter zijn herinnering opgesteld.

Borstbeeld Dr. Mezger

Borstbeeld Dr. Mezger

 

Domburg is in de jaren die daarop volgden, tot heden, een van de belangrijkste badplaatsen van Nederland gebleven. Het brede strand en de meeste zonuren van ons land geven het oude stadje een extra dimensie.

Maar ook de historische uitstraling help hieraan mee. Het stadhuis van Domburg is sinds het opgaan van Domburg en Oostkapelle in de gemeente Veere niet meer in gebruik als overheidsgebouw. Het stadhuis is in 1567 gebouwd op de plaats waar het eerdere stadhuis heeft gestaan. Sinds de oplevering heeft het gebouw nauwelijks veranderingen ondergaan. Wel is de voorgevel in 1822 opnieuw opgebouwd.

Het torentje was al in de 16de eeuw van een uurwerk voorzien. De bel die hierin hangt werd in 1749 aangeschaft in Amsterdam. In 1912 werd door B. Eijsbouts uit Asten in Noord Brabant een nieuw uurwerk geïnstalleerd.

Stadhuis Domburg

Stadhuis Domburg

De watertoren van Domburg is ontworpen door Hendrik Sangster. Hij werd in 1933 gebouwd en heeft een hoogte van 28,5 meter en heeft een opslagcapaciteit 200 m³.

De toren is een rijksmonument en mag niet bezocht worden omdat het midden in het natuurgebied “de Manteling van Walcheren” ligt. De groene kleur van het bovenste deel komt van de geoxideerde koperen dakplaten.

Domburg staat ook bekend als de plaats waar aan het begin van de 20ste eeuw veel kunstenaars naar toe trokken. Zij kwamen naar Domburg geïnspireerd door het “Zeeuwse licht”. De bekendste zijn Jan en Charlie Toorop die later Piet Mondriaan overhaalden zich hier ook te vestigen. Jan Toorop bouwde bij de duinen een klein tentoonstellingslokaal “Het kotje van Toorop” waarin hij verkoopexposities hield. Wat Honfleur in Normandië was veel Franse impressionisten werd Domburg voor Nederlandse kunstenaars.

Maar ook nu trekt Domburg nog steeds veel kunstenaars. Elk jaar met Pinksteren werken veertig tot vijftig kunstenaars in Domburg tijdens de “Schildersweek”. voor een impressie van Mondriaan in Domburg, kijk hier.

De Schelpenvisser van Jan Toorop uit 1904

De Schelpenvisser van Jan Toorop uit 1904

 

Domburg is een gezellig en levendig stadje, in de zomer bol van bruisende activiteiten. In de winter een heerlijke omgeving om bij te komen en uit te waaien. Het stadje herbergt een tal van leuke winkeltjes waaronder een supermarkt, een boekenwinkel, een antiekzaak en sportshop. Daarnaast een aantal gezellige cafeetjes.

Voor noodgevallen kunt u terecht in Huisartsen Praktijk Domburg waar drie huisartsen zullen proberen uw smarten te verlichten.

“De Golfslag” staat als basisschool goed aangeschreven.

De Markt in Domburg

De Markt in Domburg

 

Domburg heeft veel te bieden aan de verwende vakantieganger. Ten westen van de stad ligt de 9 holes golfbaan van de Domburgse Golf Club.

Tijdens de zomerkermis kunnen zij genieten van het ringrijden. Deze oude folkloristische sport trekt elk jaar veel bekijks.

Elk jaar wordt de surfwedstrijd de “Domburg Classic” georganiseerd. Daarnaast zijn er nog verschillende wedstrijden zoals de Zeeuwse kampioenschappen.

Domburg is een van de twee Nederlandse badplaatsen die voldoen aan de kwaliteitscriteria van het Europäischen Heilbäderverband voor Thalassotherapie. De ligging aan zee is gezond voor lichaam en geest. Naast therapie- en wellnessactiviteiten, biedt Domburg als een van de twee heilzame zeebadplaatsen met hun strand-, duin- en polderlandschappen, sportieve, culturele en culinaire activiteiten.

Domburg en haar kust

Domburg en haar kust

 

Voor een plekje om uw vakantie door te brengen hoeft u in Domburg niet ver te zoeken. In de onmiddellijke omgeving zijn een groot aantal campings, waaronder mini-campings. Maar bent u meer gesteld op enig comfort, er zijn 13 hotels en B&B’s.

Smullen kan in Domburg met haar grote aanbod aan restaurants en eetcafés. Op maar liefst 38 plaatsen kunt aanschuiven, variërend van Nederlandse keuken, via Chinees of Italiaans tot heerlijke pannenkoeken eetgelegenheden.

Ons advies? Ga eens genieten van Domburg.