Het is dit jaar 225 geleden dat in 1796 helderheid werd geschapen over de kleuren van de Nederlandse vlag.

Eén van de laatste besluiten van de toenmalige Staten-Generaal werd genomen, was het vaststellen van de kleuren van de  Nederlandse vlag Deze zou voortaan – en in de toekomst –  bestaan uit drie horizontale banen rood, wit en blauw. En dus niet: oranje, wit en blauw. Het besluit dateerde van 14 februari 1796, twee weken voordat dat ooit machtige orgaan plaatsmaakte voor de Nationale Vergadering, de voorloper van het huidige parlement.

Voorloper van de Nederlandse vlag – Ranje-Blanje-Blue

Eeuwenlang

Nederland heeft natuurlijk al langer dan twee eeuwen een vlag, maar uit de beginperiode hullen veel feiten zich in historische mist. De geschiedenis van de Nederlandse vlag begint echter hoe dan ook aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog. toen de Geuzen zich onder leiding van Willem van Oranje vrijvochten van de Spaanse overheersing.

Geuzen

Vanaf 1572 begonnen de Geuzen successen te boeken. Op 1 april van dat jaar veroverden ze Den Briel op de Spanjaarden. Enkele maanden later trokken ze Gouda binnen, zwaaiend met „vendelen van orangien, wit en blaauw”. Hoewel dit zeker geen vlaggen waren, zoals we die vandaag de dag kennen, is het toch een eerste aanwijzing voor het bestaan van zoiets als een Nederlands nationaal dundoek.

Een officieel geboortebewijs van de Nederlandse vlag is er in de begintijd niet gemaakt. Er is nooit formeel vastgelegd hoe de vlag van Nederland – of de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden – zoals Nederland toentertijd heette er uit moest zien. Hoe het ook zij, schilderijen uit het einde van de zestiende en begin zeventiende eeuw laten alleen oranje-wit-blauwe vlaggen zien. Men sprak van Ranje – Blanje – Bleu.

Geuzen uit Zeeland ontzetten Leiden -Schoolwandplaat van J.H. Ising

Prinsenvlaggen

Prinsenvlaggen werden die nationale dundoeken genoemd.

In een speciale gravure werd in 1796 melding gemaakt van de invoering van de speciale vlag voor de marine.  Ondanks veel historisch graafwerk, hebben onderzoekers (nog) geen antwoord kunnen vinden op de vraag waaraan de Geuzenkleuren oranje, wit en blauw zijn ontleend. Oranje, de bovenste  en belangrijkste vlaggenkleur, was vrijwel zeker een sprekende verwijzing naar Willem van Oranje, de leider van de opstandelingen. Maar waar wit en blauw aan zijn ontleend?

Wellicht aan de kleuren in het Zeeuwse wapen? Zeeland was destijds, naast Holland, immers een belangrijk gewest.

Gevecht tussen Hollandse en Spaanse schepen waarop zowel de Hollandse als de Prinsenvlag werd gevoerd – H. C. Vroom

Tachtigjarige Oorlog

Nog tijdens de Tachtigjarige Oorlog kwam in de samenstelling van de kleuren een verandering. Uit 1610 stamt het eerste bewijs van een rood-wit-blauwe vlag. Deze staat afgebeeld op het schilderij „IJsvermaak” van Hendrick Avercamp.

In het midden van de zeventiende eeuw werd het rood-wit-blauw steeds vaker gebruikt en in het buitenland wekte het verbazing dat de Republiek verschillende vlaggen voerde. Dit onderwerp was in 1673 op de Nederlandse handelspost Decima in Japan onderwerp van gesprek tussen enkele Japanners en Nederlandse handelaren.

„Diversche seer sottelycke vraagen wierden hieromtrent noch gedaen, waerom wy soo en vlagge voerden, waer die vandaen was gekomen, hoe of toe quam dat somwijlen ’t root of blau van ’t eene schip off van ’t ander soo veel doncker of helderheyt verschilde”, aldus één van de Nederlandse handelaren. Had hij zijn antwoorden op de „seer sottelycke vraagen” ook maar genoteerd.

Definitief de Nederlandse Vlag

Rood-Wit-Blauw

Rond het begin van de achttiende eeuw had het oranje-wit-blauw het afgelegd tegen het rood, wit en blauw. Een afdoend antwoord waarom de kleur van de bovenste vlaggenbaan verschoot van oranje naar rood, kan niet worden gegeven. Aan die kleurverandering ligt in elk geval geen formeel, wettelijk besluit ten grondslag. Het kan zijn dat de spontane kleurverandering een politieke aanleiding heeft gehad. Rood verdrong het oranje immers definitief in de tijd dat Nederland zijn eerste anti-Oranje-periode meemaakte. De periode 1650 en 1672 was het eerste stadhouderloze tijdperk. Maar waarom bleef de „Nederlandse’ vlag dan toch Prinsenvlag genoemd worden?

Partijenstrijd

Rond 1780 ontstond in Nederland een partijenstrijd tussen de prinsgezinden en de patriotten. De ontwikkelde burgerij, die geen invloed had op het landsbestuur, eiste van stadhouder Willem V méér vrijheden. De groep die alles bij het oude wilde laten, waren de prinsgezinden; de roep naar hervormingen kwam van de patriotten. Eén van de strijdpunten tussen beide partijen was de kleur van de bovenste baan van de vlag.

De patriotten toonden hun politieke voorkeur met rood, wit en blauw, al dan niet in de vorm van vlaggen en linten, terwijl de prinsgezinden zich niet schaamden om oranje, wit en blauw te dragen of uit te steken. Het gewest Utrecht was in de zomer van 1787 hopeloos verdeeld. In een publicatie van 17 juli 1787 schreven de „prinsgezinden Staten” in Amersfoort voor de vlag te gebruiken volgens „de gecombineerde coleuren van Oranje, wit en blauw, waarbij ’s Lands vlag van ouden tijden af, door geheel Europa is bekend geweest.” Deze provocatie konden de „patriottische Staten”, die in Utrecht bijeenkwamen, niet onbeantwoord laten. In een publicatie van 25 juli 1787 verboden die „gebruik te maken van de gecombineerde coleuren oranje, wit en blaauw”. Er was volgens de patriottische Staten slechts één nationale vlag: de rood-wit-blauwe.

Rutger Jan Schimmelpenninck – Raadspensionaris Bataafse Republiek

Aanvankelijk wonnen de prinsgezinden, die militaire steun uit Pruisen kregen, het pleit. Het dragen van oranje werd zelfs een plicht. Aan het einde van het jaar 1794 trokken de revolutionaire Franse troepen de bevroren Nederlandse rivieren over. In Amsterdam nam het Comité Revolutionair onder leiding van Rutger Jan Schimmelpenninck zondag op 19 januari 1795 de macht over. Nog diezelfde dag werden een heel reeks besluiten uitgevaardigd, onder meer een verbod op het dragen en tonen van oranje. Soortgelijke verboden werden afgekondigd in alle delen van het land waai’ de patriotten aan de macht kwamen. Op 2 maart 1795 was oranje in het hele land verboden, dus ook de oranje-wit-blauwe versie van de vaderlandse vlag.

Door een oranje wimpel boven de nationale vlag te hangen, wordt op speciale dagen de trouw aan het Huis van Oranje uitgedragen.

 

 

Geus van de Bataafse Republiek – Dirk Langendijk 1796

Speciale marinevlag

Het was het Comité tot zaken van de Marine – de centrale opvolger van de tot dan toe vijf zelfstandige admiraliteiten – dat de eerste stap zette tot officiële vaststelling van de Nederlandse vlaggenkleuren. Het Comité wilde immers graag een speciale nationale vlag voor marineschepen, net als bij de Franse revolutionaire marine. De patriottische kunstenaar Dirk Langendijk werd gevraagd een ontwerp te maken. Hij kwam met een rood-witblauwe hanenvlag met in de rode baan, aan de kant van de vlaggenstok, een revolutionair embleem.

Dat embleem brengt het revolutionaire motto vrijheid, gelijkheid en broederschap tot uitdrukking. Het bestaat uit een Hollandse vrijheidsmaagd die een speer vasthoudt met daarop een vrijheidshoed. De „tweelingzus’ van het Franse vrijheidssymbool Marian. Zij, wordt bewaakt door een gevaarlijk kijkende leeuw, die met één poot ook de speer met vrijheidshoed vasthoudt.

Voormalige marinevlag

Het Comité tot de zaken van de Marine kreeg eind september 1795 van de Staten-Generaal toestemming deze speciale vlag te gaan voeren. Het tijdstip waarop deze vlag ingevoerd zou worden, werd echter bepaald op 1 maart 1796. Dat is de dag waarop voor Nederland – of beter gezegd de Bataafse Republiek zoals Nederland toen heette – een nieuw tijdperk aanbrak. In maart 1796 werden de oude Staten-Generaal afgeschaft en begon de door het volk gekozen Nationale Vergadering aan het opstellen van een democratische grondwet.

Twee weken voor het opheffen van de Staten-Generaal besloot dit college een publicatie te laten drukken en verspreiden met de aankondiging hoe de vlaggen van de Bataafse Republiek er voortaan zullen uitzien.

Meer dan twee eeuwen

De Nederlandse vlag bestaat dus al ruim 225 jaar uit de kleuren rood, wit en blauw.

Daarin heet het: „Dat voortaan en in het toekomende de Nationale Vlag van deezen Staat zal zyn de gewoone en altoos in gebruik geweest zynde Bataafsche of zoogenaamde Hollandsche Vlag bestaande in drie evenwydige en horizontaale Banden van gelyke breedte en van welken de bovenste rood de middenste wit of ongekleurd en de benedenste blaauw gekleurd is; egter met dien verstande dat voor zoo verre de Marine van den Staat aangaat, in den bovensten of rooden Band van agteren op weinige by voorbeeld 10.12, of 14 duimen van de Vlagge-Stok zal worden ingezet een langwerpig vierkant wit geschilderd Stuk of zoogenaamde Jack of Jeck houdende de lengte van een derde gedeelte der geheele Vlag en eene breedte die omtrend 8, 10, of 12 duimen minder is dan die des rooden Bands waar in dit Stuk word gezet ten einde „er by het inzetten zoo wel boven als beneeden de Jack, een rooden rand van gelyke breedte en dus wel ter breedte van omtrent 4.- 5 of 6 duimen om het wit blyve.”

Koninkrijk Holland

De speciale marinevlag bleef in gebruik tot zeker juli 1806, toen de Bataafse Republiek werd omgedoopt en -gevormd tot Koninkrijk Holland, met Napoleons broer Lodewijk als koning. Lodewijk was van plan om de speciale marinevlag te vervangen door een ander model, met het koninklijk wapen erin. Een matrozenopstand op Texel was er de oorzaak van dat daar een stokje voor werd gestoken. Tot 1810, toen het koninkrijk Holland werd ingelijfd bij het Keizerrijk Frankrijk, gebruikten sommige marineschepen de speciale Bataafse marinevlag, terwijl andere de gewone rood-wit-blauwe vlag uitstaken. Tussen 1810 en eind 1813 wapperde in Nederland de Franse tricolore, die toevallig dezelfde kleuren bevatte als de Nederlandse, maar dan in verticale banen. Toen Nederland in 1814 zijn onafhankelijkheid terugkreeg, met een Oranje-telg als staatshoofd, werd stilzwijgend de rood-wit-blauwe versie van de vlag weer ingevoerd. De oranje wimpel werd uitgevonden om de verbondenheid met het Huis van Oranje tot uitdrukking te brengen.

de huidige Geus

De Geus

De vlag die tijdens de Tachtigjarige Oorlog aan de boegspriet van de Nederlandse oorlogsschepen hing werd de geus (ook wel Prinsengeus) genoemd. De Prinsengeus zou voor het eerst gezien zijn bij de inname van Den Briel in 1572. De overlevering dat de geus geïnspireerd zou zijn door de bedelaarsdracht wordt in de literatuur niet bevestigd.

Voor de oorlogsvloot bleef de ‘Geuzenvlag’ altijd bestaan. Later zelfs officieel erkent. Bij Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 werd een zogenaamde  Dubbele- of Prinsengeus met twaalf segmenten in de kleuren van de nationale vlag vastgesteld. Pleziervaartuigen mogen een vereenvoudigde, zogeheten “enkele geus” of “geusje” in de kleuren rood, wit en blauw, die in acht segmenten zijn aangebracht voeren.

De Geus heeft echter nooit de plaats van de nationale driekleur ingenomen. Ze wappert altijd aan de boeg van het schip.

Vooroorlogse vlaggen-strijd

In het begin van deze eeuw ontstond er weer een strijd om de kleur van de bovenste baan van de vaderlandse driekleur. Die twist liep enkele jaren vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog hoog op. In de meeste politieke partijen waren toen kampen te vinden van zowel rood-wit-blauwen als van oranje-wit-blauwen. Koningin Wilhelmina maakte 19 februari 1937 tijdens haar vakantie in Zeil am See een einde aan de vaderlandse vlaggen-strijd. Zij tekende een koninklijk besluit dat aan duidelijkheid niks te wensen overlaat: „De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw.” Dit koninklijk besluit – dat strikt genomen niet nodig was, omdat over de vlaggenkleuren al in 1796 een besluit was genomen – is tot op de dag van vandaag het hoogste officiële besluit van het bestaan van de Nederlandse vlag. Nederland behoort tot het handjevol landen dat zijn nationale vlag niet heeft omschreven in de grondwet of een speciale vlaggenwet.

Nederland vlagt

Of zo’n wet nodig is, is een andere vraag. Algemeen – ook in de scheepvaart – is bekend hoe het Nederlandse nationale symbool eruit ziet. En als Nederland zijn trouw aan het Huis van Oranje toont, wordt aan de nationale driekleur een extra, vierde baan in de vorm van een wimpel gehangen.

En dit doet geen ander land Nederland na.

Bron: Ten Anker – auteur Jos Poels