De Grevelingendam ligt tussen Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee. In het kader van de totale Deltawerken is dit het vierde bouwwerk.

Het traject waarvoor werd gekozen

Het traject waarvoor werd gekozen

Traject

Zoals bij alle grote werken was het eerste probleem om het tracé zo voordelig mogelijk aan te leggen. En voordelig betekende in dit geval niet alleen financieel, maar ook zo voordelig mogelijk voor ligging en rekening houdend met de omstandigheden, waaronder het verkeer tussen Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland. Er werden vier tracés ontwikkeld. Uiteindelijk werd gekozen voor plan 3.

Hierbij werd de kortste verbinding gerealiseerd en was het goedkoopste van alle versies.

Het traject werd opgedeeld in drie verschillende stukken.

  • Van noord naar zuid kreeg men eerst te maken met een breed en niet al te diep stuk;
  • Het tweede deel, de Plaat van Oude Tonge, lag op 0 meter NAP;
  • En tenslotte, van de Plaat van Oude Tonge tot Bruinisse, een smal meer bijzonder diep stuk.

Tenslotte moest de dam worden voorzien van een brug en een sluis.

De aanleg

Eerder waren in het kader van de Deltawerken de Zandkreekdam en de Veerse Gatdam al gereed gekomen. Maar daarbij had men gebruik gemaakt van standaardcaissons van 11 meter lengte, 7,5 meter breedte en een hoogte van 6 meter. Deze manier van bouwen bleek voor de Grevelingendam niet overal geschikt.

Overzichtsfoto kabelbaan

Overzichtsfoto kabelbaan

De Plaat van Oude Tonge

Vier jaar na de ramp werd aangevangen met de werken Men begon met het ophogen van de Plaat. Hiervoor werden tonnen zand afkomstig van de zeebodem opgespoten. De Plaat zou dienen als het uitgangpunt voor de verdere bouw. Op de Noordzee werden lange buizen aan zandzuigers gemonteerd die maandenlang zand transporteerden en naar de Plaat vervoerden. Toen de Plaat haar uiteindelijke hoogte had bereikt werd duidelijk dat de Grevelingen in twee stromen was verdeeld.

Het zuidelijke stuk

Bij Bruinisse op Schouwen-Duiveland was de geul maar 600 meter breed. Wel kreeg men te maken met een diepte van 20 meter. Daardoor was de stroming veel groter en sterker. Terwijl de Plaat van Oude Tonge werd opgehoogd, werd ook zand gespoten in het zuidelijke stuk. Men ging door met ophogen tot de diepte nog slechts gemiddeld vijf meter bedroeg. Hierop werden op maat gemaakte caissons geplaatst. Deze werden na het afzinken vol gespoten met zand en grind.

Volspuiten caissons

Volspuiten caissons

 

 

 

Het noordelijke stuk.

Tenslotte bleef het stuk tussen de Plaat van Oude Tonge en Goeree-Overflakkee nog over. Hier stond men voor een ander probleem. Het gat was ruim een kilometer breed. Daarom kon men hier geen gebruik maken van caissons. Op de een of andere manier moest dit gat toch worden volgestort.

Technisch hoogstandje

Men zocht contact met het Franse bedrijf Neyrpic. Dit bedrijf was gespecialiseerd in het aanleggen van kabelbanen in de Alpen. Samen met Rijkswaterstaat gingen ze aan de slag om een kabelbaan te ontwerpen en te bouwen.

Na veel denkwerk aan de tekentafel ging men aan de slag. Op Goeree-Overflakkee werd een  wisselstation aangelegd, waardoor gondels zonder onderbreking af en aan konden varen. Daarvoor waren twee kabels nodig.

In het midden van het sluitgat werd een steuntoren gebouwd. Op de Plaat kwam een wissel-laad station. Met tegengewichten werd de spanning op de draden constant gehouden.

De gondels

.In tegenstelling tot wat men van een gondel mag verwachten, onder de kabel te hangen, werd de aandrijving van de werkgondels van de Grevelingendam op de kabels geplaatst. Elke gondel had een eigen motor van 240 pk. en werd bediend door een speciaal opgeleide ‘chauffeur’.

Gondel 10 in actie

Gondel 10 in actie

Onder de gondel hingen aan kettingen speciale netten die verticaal konden worden bewogen. Het plan was goed.

Stenen storten

Stenen storten

 

 

 

Tegenslag

Bij het bouwen van de kabelbaal zat het aanvankelijk tegen. De winter van 1963 was ongewoon koud en lang. Door her dichtvriezen van de vaargeulen kwam het werk stil te liggen. Op 1 februari, 10 jaar na de ramp was Schouwen-Duiveland onbereikbaar. Het duurde tot eind maart voor de situatie weer enigszins was genormaliseerd. Toch moet de bouw van de kabelbaan opnieuw worden opgeschort. De aflevering van de onderdelen vanuit Frankrijk is vertraagd. Het duurde tot de zomer voordat men eindelijk aan de slag kon. Maar het leed was nog niet geleden.

Bij het aanbrengen en op spanning brengen van de kabel over de pylonen lijkt het of er een kanon wordt afgeschoten. De kabel knapte.

Zes jaar na de aanvang van de bouw van de Grevelingendam, in april 1964, reden de eerste gondels uit over de 92 mm. dikke kabel. Elke gondel woog 100.000 kilo en vervoerde 10.000 kilo stenen. De maximale snelheid bedroeg 32 km per uur, maar in de praktijk was dit slechts 18 km.

Het was zoeken  en aanpassen om tot een goed schema te komen, maar toen dit was gevonden konden de gondels een jaar na de eerste rit, ook ’s nachts doorwerken. Elke gondel deed ongeveer 20 minuten over de tocht van het laadstation tot de plaats waar de vracht gestort moest worden. Vanaf dat moment konden de 10 gondels gezamenlijk iedere dag 300.000 kilo materiaal in het water storten.

Vanaf het laadstation op de Plaat van Oude Tonge, waar het vertrekpunt van de gondels lag, werd in totaal 195 miljoen kilo stortmateriaal opgeslagen en vervoerd.

Het net dat onder de gondels hing werd op het laadpunt neergelaten in laadbakken. Daar werden ze door vrachtwagens gevuld weer onder de gondel vastgemaakt, waarna de rit naar het stortpunt kon beginnen.

Stenen en zand

Stenen en zand

Secuur klusje

Tijdens de bouw werden wind en vooral stroom voortdurend in de gaten gehouden. Naarmate het gat kleiner werd, werd de stroming sterker. Men moest de zekerheid hebben dat door de hogere stroomsnelheid de gestorte stenen niet zouden gaan schuiven, een niet ondenkbaar risico. Alles bleef onder controle en op 1 april 1965 werd de dam, nadat de bouw was afgerond en er rijbanen voor het verkeer waren aangelegd, officieel geopend door de toenmalig minister van verkeer en waterstaat, Jan van Aartsen.

Hier vindt u een leuke filmimpressie van de bouw van de dam.

Monument voor de kabelbaan. Foto Michiel commons.wikimedia.org

Monument voor de kabelbaan. Foto Michiel commons.wikimedia.org

 

Klaar is nog niet af.

De Grevelingendam was dan wel klaar, maar er moest nog een schutsluis worden gebouwd. Er werd gekeken naar de lengte en breedte van de schepen die moesten passeren. Daarbij moest men rekening houden met materiaal dat de sluis in de toekomst zou passeren en nodig was voor de bouw van de Brouwersdam. Er van uitgaande dat de berekeningen goed waren, werd de afmeting van de schutsluis 125 x 16 meter.

De sluis bij Bruinisse werd opgetrokken uit gewapend beton, de deuren werden gemaakt van staal. Via de Grevelingensluis  komt de scheepvaart op het Krammer en de Oosterschelde..

Tenslotte, omdat de dam ook de verbinding over de weg tussen de eilanden zou verzorgen, werd nog een brug aangelegd. Deze werd in totaal 11 meter breed, acht meter voor het autoverkeer en daarnaast een fietspad van ruim drie meter. De onderkant van de brug ligt 6,5 meter boven de waterspiegel om te voorkomen dat de brug te vaak open moet voor de scheepvaart. Toch bleek dat niet voldoende. De geopende brug vormde te vaak een obstakel voor het verkeer op de N 59.  Om met die opstoppingen op te heffen werd een zogenoemde Bypass aangelegd.  Een tweede brug werd aangelegd. Hierdoor kan het verkeer blijven doorstromen, als een van de bruggen geopend is.

De spuisluis van 2017

De spuisluis van 2017

Anno nu.

De Grevelingendam vormde het begin van het latere Grevelingenmeer. Een van de grootste waterrecreatiegebieden van ons land. En dat werd het ook. Tal van watersporters weten hun weg te vinden naar dit meer. Hetzelfde geldt voor onderwatersporters, het Grevelingenmeer heeft tal van mooie duikplaatsen.

Toch diende zich in de loop van de jaren een onvoorzien probleem aan. De stroming in het meer was niet voldoende en op sommige plaatsen verdween alle leven. Daarom werd in mei 2017 een spuisluis opgeleverd. Deze nieuwe spuisluis verbindt het Grevelingenmeer met de Oosterschelde via een tweezijdige doorlaat met elkaar. Daardoor stroomt er bij vloed zuurstofrijk water het Grevelingenmeer in. De waterkwaliteit is hierdoor aanzienlijk verbeterd.