De ramp van februari 1953 sloeg over de hele westerse wereld in als een bom. Het feit dat Johan van Veen slechts enkele dagen voor deze gebeurtenis in een uitgebreid rapport had gewaarschuwd, bracht de regering in grote verlegenheid. Wilde men geen algeheel gezichtsverlies leiden, dan moest men wel in actie komen. Ingrijpen was noodzakelijk. De kwetsbaarheid van ons land was meer dan duidelijk aangetoond.

Jacob Algra

Algra

Jacob Algra, een jurist, was via de lokale politiek – burgemeester van Leeuwarden en Tweede Kamerlid – was minister van verkeer en waterstaat in de kabinetten Drees I en II. Op 7 augustus 1948 trad hij aan als bewindsman.

Na ruim twee jaar viel dit kabinet in januari 1951 over de kwestie Nieuw-Guinea en werd demissionair. Op 15 maart 1951 werd opnieuw een kabinet Drees II geïnstalleerd.

Gedurende zijn tweede ambtsperiode kreeg hij een klap te verwerken door de Waresnoodramp. Hem werd verweten te weinig aandacht te hebben besteed aan adviezen van zijn ambtenaren en wetenschappers. Plots kon Algra haast maken.

Deltacommissie

Twintig dagen na de ramp, op 21 februari kwam Algra tot de instelling van de Deltacommissie. Deze stond onder leiding van de directeur-generaal van Rijkswaterstaat, August Godfriet Maris, die als rechterhand Johan van Veen naast zich kreeg. De opdracht voor deze commissie was plannen uit te werken die dergelijke natuurrampen in de toekomst moesten voorkomen.

De commissie stond voor twee moeilijke keuzen: het verhogen en versterken van ruim 1.000 km. dijken. De tweede keus; het afsluiten van een aantal zeegaten waardoor de bedreigde kustlijn aanzienlijk zou worden ingekort. Maar een volledige afsluiting was niet mogelijk. Dan immers, zouden de havens van Antwerpen, Gent en Rotterdam onbereikbaar worden. De commissie ging aan het werk. In de periode tussen mei 1953 en oktober 1955 kwam zij met een vijftal adviezen, soms aangepast vanwege praktische problemen, in andere gevallen om financiële redenen.

Overigens, de Deltacommissie is na het aannemen van de Deltawet noot meet opgeheven.

De huidige Deltacommissie

Aantal adviezen

Op Schouwen-Duiveland zou de dijk geen 3,5 m. maar zelfs tot 5 m. verhoogd moeten worden. Ze lag te kwetsbaar ten opzichte van de stormrichting. Daarom zou ze volgens de commissie in geval van nood als hoofdwaterkering moeten dienen;

De IJsseldijken zouden kunnen doorbreken. In dat geval zou een gebied waar 1,5 miljoen mensen woonden en werkten groot gevaar lopen. Afsluiting van de Hollandse IJssel was dus een noodzaak. Er waren twee mogelijkheden; het verzwaren van de dijken of het bouwen van stormvloedkering. Daar het verzwaren van de dijken veel meer tijd en geld kostte dan een kering, adviseerde de commissie het laatste.

 

 

  1. Op Schouwen-Duiveland zou de dijk geen 3,5 m. maar zelfs tot 5 m. verhoogd moeten worden. Ze lag te kwetsbaar ten opzichte van de stormrichting. Daarom zou ze volgens de commissie in geval van nood als hoofdwaterkering moeten dienen;

 

  1. De IJsseldijken zouden kunnen doorbreken. In dat geval zou een gebied waar 1,5 miljoen mensen woonden en werkten groot gevaar lopen. Afsluiting van de Hollandse IJssel was dus een noodzaak. Er waren twee mogelijkheden; het verzwaren van de dijken of het bouwen van stormvloedkering. Daar het verzwaren van de dijken veel meer tijd en geld kostte dan een kering, adviseerde de commissie het laatste.

 

  1. Het volgende advies van de commissie kwam aan het begin van 1954. Ze raadde aan een aantal Zeeuwse zeegaten definitief te sluiten. Deze afsluitingen waren zowel technisch als economisch uitvoerbaar. Daardoor was het veel duurdere verhogen van de dijken van de baan. Aangedrongen werd op het afsluiten van het Haringvliet, het Brouwershavense Gat, de Oosterschelde en het Veerse meer. Maar ook de meer oostelijk gelegen Volkerak, Grevelingen en Zandkreek zouden moeten worden gesloten. De zeewerende Zeeuwse dijken met een totale lengte van ruim 700 km. zouden worden teruggebracht tot een zeewering van slechts ongeveer 60 kilometer

 

Er doken wel andere problemen op. Door de afsluitingen zou het zoute water langzaam maar zeker veranderen in zoet water. Vooral de visserij zou hiervan grote nadelen ondervinden. Daar tegenover stond dat er veel meer recreatiemogelijkheden zouden ontstaan en de land- en tuinbouw over veel meer zoet water zou kunnen beschikken;

 

  1. Een volgende stap werd het drie-eilandenplan genoemd. Hiervoor moesten het Veerse Gat en de Zandkreek worden afgesloten. Door deze afsluiting zouden Noord- en Zuid-Beveland en Walcheren met elkaar worden verbonden.

De afsluiting van de Veerse Gatdam werd gezien als een experimentele voorbereiding op de veel grotere afsluitingen die nog uitgevoerd moesten worden. De opgedane ervaring, opgedaan met de bouw van deze dam, zou bijzonder bruikbaar blijken bij de aanleg van de volgende dammen

  1. Het laatste advies was een optelsom van voor- en nadelen, de geschatte kosten en een samenvatting van het Deltaplan. Verondersteld werd dat de totale uitvoering ongeveer 25 jaar in beslag zou nemen. De geraamde kosten werden gesteld op ca. 1,5 tot 2 miljard gulden. Naar huidige begrippen 680 tot 900 miljoen euro. Eigenlijk dus maar een schijntje.

Toen de commissie in oktober 1955 haar laatste advies had uitgebracht werd door haar  op 16 november 1955 het ontwerp Deltaplan bij de Tweede Kamer ingediend. Merkwaardig genoeg had de kamer twee jaar tijd nodig om de Deltawet goed te keuren. De Eerste Kamer nam ook nog eens een half jaar tijd en kwam pas tot goedkeuring op 7 mei 1958. De dag daarop tekende koningin Juliana de wet en was de Deltawet een feit.

Schematische voordtelling van de Deltawerken

Diverse onderdelen

Het gehele Deltaplan bestond uit de bouw van een aantal kunstwerken. Laten we die in chronologische volgorde eens onder de loep nemen:

  1. Men begon, al voor het definitieve Deltaplan was goedgekeurd, met de aanleg van de Stormvloedkering Hollandse IJssel. Deze werd gebouwd bij Krimpen aan de IJssel en duurde van 1954 tot 1958.

Stormvloedkering Hollandse IJssel D. Foto MartinD – Publiek domein Wiki

 

 

  1. Daarna kwam de Zandkreekdam aan de beurt. Deze werd gebouwd in de waterlopen van de Zandkreek, het Veerse Gat en de Oosterschelde. De Zandkreekdam verbond Noord- en Zuid-Beveland. Er werd aan gewerkt van 1959 tot 1960.
  1. Toen werd begonnen met de aanleg van de Veerse Gatdam, tussen het Veerse Gat en de Oosterschelde. Deze dam verbond Noord- en Zuid-Bevelend met Walcheren. Na de start in 1960 kwam ze gereed in 1961.

 

  1. De Grevelingendam vroeg meer tijd en was technische een experiment. Hier werd aan gewerkt van 1958 tot 1965 en verbond Goeree-Overflakkee met Schouwen-Duiveland.

werken met gondels

  1. De Volkerakdam vormde de verbinding tussen Zuid-Holland en Zeeland. Een taaie. Het duurde van 1957 tot 1969 voor deze dam gereed was.

 

  1. Tussen Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee sloot de Haringvlietdam de armen van de Rijn en de Maas af. Een project waar in 1958 aan werd begonnen en gereed kwam in 1970.

 

 

 

 

 

  1. De bouw van de Brouwersdam, tussen Scharendijke op Schouwen-Duiveland en Ouddorp op Goeree-Overflakkee bleek een langdurig karwei. Men startte de werkzaamheden in 1962 en het duurde negen jaar, tot 1971 voor de verbinding gereed was.

Aanleg Oosterscheldekering – Beeldbank Rijkswaterstaat

  1. Het hoogtepunt en de finale was de aanleg van de Oosterscheldekering. Ook wel de finale van het Deltaplan genoemd. Voor dit wonder van waterbouwkunst werden nieuwe technieken gebruikt. Daarvoor werden zelfs niet eerder gebruikte nieuwe schepen ontworpen. Onderweg doken onverwachte problemen op. Deze afsluiting van de Oosterschelde zou alle vissers brodeloos maken. De plannen werden onderweg aangepast. Met de bouw van dit technische hoostandje werd begonnen in 1960. Op 4 oktober was hiermee, door de officiële ingebruikstelling door koningin Beatrix, de aanleg van het totale Deltaplan een feit.

Afwerking

Later werden nog kleine werken uitgevoerd die ons land veiliger moesten maken. In 1983 werd de Markiezaatskade tussen Zuid-Bevelend en Molenplaat opgeleverd.

Drie jaar later, in 1986 was men gereed met de Oesterdam waar maar liefst zes jaar aan werd gewerkt. De ligt tussen Tholen en Zuid-Beveland.

In 1976 werd gestart met de aanleg van de Philipsdam, tussen de Grevelingendam en Sint-Philipsland. Deze dam met haar enorme sluizencomplex werd in 1987 opgeleverd.

oesterdam

Een gewaarschuwd mens…

Er wordt nog regelmatig onderhoud gepleegd, restauraties en vernieuwingen aangebracht aan het Deltaplan. Vooralsnog genoeg om ons veilig te wanen. Maar is het genoeg?

Nee, de Deltawerken zijn, als de huidige stijging van de zeespiegel sneller toeneemt, tien tot twintig jaar eerder aan vervanging toe. Die megaoperatie zou tientallen miljarden euro kosten.

Uit voorlopige scenario’s van het KNMI bleek eerder al dat de zeespiegel mogelijk veel sneller stijgt dan verwacht; tot wel twee meter in 2100. Als een belangrijk rapport van het VN-klimaatpanel IPCC dit bevestigt, dan moet Nederland volgens Glas – de topambtenaar op watergebied – ‘bijschakelen’.

Steeds meer en vaker overstromingen. Gevolg? Miljoenen mensen op de vlucht.

,,Dan moeten we onze grote waterkeringen – zoals de Deltawerken – veel vaker of zelfs permanent sluiten. Daar zijn ze na de Watersnoodramp van 1953 niet voor ontworpen. Dat zou betekenen dat ze misschien wel tien tot twintig jaar eerder zijn afgeschreven.’’

 

We zijn dus gewaarschuwd. Wie de serieuze waarschuwingen gevisualiseerd wil zien, raden we een bezoek aan het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk te brengen. Misschien kan ons dat wat meer begrip voor de klimaatproblemen bijbrengen.