Kleverskerke, deel van de gemeente Middelburg, is met nog geen 100 inwoners, een van de kleinste dorpen van ons land. Het dorpje bestaat uit 30 huizen en telt ca. 70 inwoners. Maar was dat altijd zo?

Zicht op Kleverskerke –  Foto: Staatspareltjes

Stap terug in de tijd

Kleverskerke komen we voor het eerst tegen in een bron uit 1251 als Clawerskerke, waarschijnlijk gesticht door ene heer Clawerd. In 1396 vinden we het dorp te rug als Clauwerskerc. In 1412 veranderde de naam opnieuw, nu in Cleewertdkerke. Als tastbare herinnering aan die tijd is er nog steeds de goed geconserveerde vliedberg. Er zou ooit zelfs een slot hebben gestaan.

Het dorpje ligt, geïsoleerd en landelijk gebied, ten noordwesten van Arnemuiden aan het Kanaal door Walcheren.

Vliedberg bij Kleverskerke – Foto Staatspareltjes

Het dorp in de 13de eeuw al een kapel. In de 16de eeuw werd de plaats groot genoeg gevonden om de naam eigen parochie waardig te zijn. De kerk was een dochter van de Noordmonster te Middelburg en gewijd aan St. Georgius (St. Joris.

Op de plaats waar de oude kapel uit de 13de eeuw stond werd in 1671 een  nieuw Hervormde kerk gebouwd.

Omstreeks 1860 werden herstellingen aan de kerk overwogen. Deze was echter in zodanig slechte staat dat een nieuwe kerk bouwen voordeliger was. De inwijding van deze nieuwe (huidige) kerk vond plaats op zondag 14 september 1862.

Kleverskerke was intussen een ambachtelijke heerlijkheid geworden,

 

Het kerkje van KleverskerkeKleverskerke was intussen een ambachtsheerlijkheid geworden.

Van 1679 tot 1780 was het ambacht Kleverskerke eigendom van de rijke Middelburgse patriciërsfamilie Van den Brand.

Steen met het wapen van familie Van den Brand

Zelfstandige gemeente

In 1813 kwam een einde aan de heerschappij van Napoleon over ons land. De zoon van de laatste stadhouder, Willem Frederik, keerde terug uit ballingschap. Hij werd uitgeroepen tot soeverein vorst.

Een jaar later ontstond de eerste grondwet.

Koning Willem I

In 1815 bepaalde het Congres van Wenen dat de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden weer verenigd zouden worden. Voor Willem Frederik was dat de aanleiding zichzelf uit te roepen tot de eerste koning, Koning Willem I, van het nieuw ontstane Koninkrijk der Nederlanden. Kleverskerke werd in dat jaar een zelfstandige gemeente. Het bestond toen uit 36 woningen en 194 inwoners. Het werd ook gerechtigd een eigen gemeentewapen te voeren.

 

Eigen gemeentewapen

Het wapen van Kleverskerke werd op 10 november 1819 door de Hoge Raad  van Adel bevestigd aan de ambachtsheerlijkheid Cleverskerke. Na het omschakelen naar gemeenten werd het heerlijkheidswapen door de gemeente Kleverskerke onofficieel voortgezet als het gemeentewapen. Per 2 oktober 1857 ging Kleverskerke op in de gemeente Arnemuiden en is sinds 1997 onderdeel van gemeente Middelburg. Het wapen van Kleverskerke is daardoor definitief komen te vervallen als gemeentewapen.

De blazoenering van het wapen luidde als volgt:

“In goud een adelaarspoot van keel, genageld in zilver”

De heraldische kleuren zijn goud (goud of geel), keel (rood) en zilver (wit). In de register van de Hoge Raad van Adel zelf wordt geen beschrijving van het heerlijkheidswapen gegeven, maar een afbeelding.

Gemeentewapem ven Kleverskerken

Gemeentewapen van Kleverskerke

 

Lang duurde die zelfstandigheid niet. 42 jaar later, in 1857 werd de stand van zaken opgenomen. Het aantal inwoners bleef miniem en groeide nauwelijks. Besloten werd Kleverskerke bij het nauwelijks drie kilometer verder gelegen Arnemuiden te voegen.

 

Beschermheren

Ondanks haar nietigheid heeft Kleverskerke door de tijden heen altijd beschermheren gehad. De bekendste is wel Maurits Willem Raedinck van Vollenhoven. Hij werd geboren op 25 november 1882 in Haarlem. Deze Nederlandse diplomaat mocht zich tot zijn door op 29 mei 1976 Heer van Kleverskerke noemen.

Buste van Maurits van Vollenhoven

Er zijn geen gegevens te vinden over het hoe en wanneer Van Vollenhove deze titel heeft verworven. Wel is bekend dat hij ieder jaar een behoorlijk bedrag schonk aan de kerk en de school.

Foutje en bedankt

In de zomer van 1997 werd de VVD-er Bert Spahr van der Hoek met veel tromgeroffel Middelburg binnengehaald als ware hij de ‘verlosser’. Hij zou de ingeslapen hoofdstad van Zeeland wel eens even ‘op de kaart zetten’.

Het duurde niet lang voordat bleek dat Spahr zijn voornemen krachtdadig te besturen vermengde met horkerig optreden, schofferend gedrag, verbale intimidatie en manipulatie. Hij kreeg het zelfs voor elkaar de inwoners van het altijd rustige Kleverskerke en tal van medestanders op de kast te jagen.

Bert Spahr

 

 

Spahr had samen met stedenbouwkundig bureau BVR een plan ontwikkeld voor verdere ontwikkeling van Middelburg. Daarbij zou Kleverskerke gedeeltelijk onder water worden gezet. Er zou plaats komen voor recreatie en woningen aan het water. De bewoners protesteerden massaal en fel. Daarin bijgestaan door tal van andere Zeeuwen.

Vanwege een onwerkbare sfeer met Spahr nam In juni 2000 de gemeenteraad een motie van wantrouwen aan waarop hij met ziekteverlof ging. Don Burgers die voor Spahr van der Hoek in Middelburg al burgemeester was,  werd opnieuw aangesteld als waarnemend burgemeester.  In juni 2001 werd Spahr van der Hoek ontslag verleend. Het plan van Spahr verdween van tafel.

 

Actueel

Kleverskerke is echt het kleinste dorp van Zeeland waar op de zondagen nog de kerkklok wordt geluid.

De bebouwde kom van het dorpje bestaat uit de in twee armen gesplitste Dorpsstraat.

Kleverskerke – Google Earth

Aan de dorpsstraat staat de kerk. Maar ook vindt u daar, bij de vroegere smidse de oude travalje, het vroegere dorpsschooltje en een oude boerderij die in vervlogen tijden dienst deed als buitenplaats.

Travalje – Foto: Staatspareltjes

 

 

Melancholie

Tot ver in de 19de eeuw was het in Kleverskerke zo vredig dat het dorp zelfs geen veldwachter in dienst had. Het was dan wel een zelfstandige gemeente, maar door het geringe aantal inwoners was het budget ook beperkt. De begroting bedroeg in 1850 slechts 200 gulden. De gemeenteraad vond het ook niet acceptabel om de lasten voor de inwoners, voor het overgrote deel arme mensen,  te verhogen. Er was dus structureel te weinig geld voor de  noodzakelijke voorzieningen. Het schooltje werd vaak met veel kunst en vliegwerk draaiende gehouden.

Wel was er ooit een brandweerkorps. In 1836 werd een brandspuit aangeschaft. Deze werd opgeslagen onder een dekzeil in een hoek van de kerk. Het hele ‘brandweerkorps’ uit twee inwoners van het dorp. Zij kregen daar een kleine vergoeding voor. Die vonden ze echter zo gering dat ze daarom weigerden te oefenen met de spuitwagen.

Brandspuit 19de eeuw – foto Quistnix – Publiek domein wiki

Uitslaande brand

In 1844 was er paniek in het dorp. Er was brand uitgebroken in de timmermanswerkplaats. Al snel was het een uitslaande brand, er was geen houden meer aan. Met enige moeite werd de spuitwagen de kerk uitgereden door de brandweermannen. Volgens een later verschenen onderzoeksrapport was deze perfect in orde.

Wel kwam een ander mankement aan het licht. De slangen die acht jaar ongebruikt op de wagen hadden gelegen, waren door het niet gebruiken volledig vergaan.

Ook het feit dat – zegt men – de spuitgasten poepeloere zat waren. Drukte het rapportcijfer in hoge mate.

Tweede Wereldoorlog

Veel heeft Kleverskerke niet te lijden gehad onder de Tweede Wereldoorlog. Wel is er een aandenken aan overgebleven.

De opperbevelhebber van de Duitse troepen in West-Europa (Oberbefehlshaber West), maarschalk Gerd von Rundstedt, had op 21 oktober 1943 opdracht gegeven tot de aanleg van een tweede bunkerlinie in zijn gehele bevelsterritorium. Zijn doel was hiermee eventueel doorgebroken invasietroepen alsnog terug te slaan.

Ingang van de personeelsbunker

Bunkers

In Kleverskerke werden hiervoor vijf betonnen verdedigingswerken die in de volksmond bekend staan als bunkers gebouwd. Het dorp zou een hoofdkwartier voor een compagnie geweest. Men moet dan denken aan een kleine 150 man. Gezien het verloop van de geschiedenis bestaat sterk de indruk dat deze werken als onderdeel van de ‘Zweite Stellung’ zijn gerealiseerd. Een verdedigingslinie tien tot vijftien kilometer achter de kust.

Een van de bunkers werd ingebouwd in de vliedberg en deed dienst als personeelsbunker. Deze is redelijk goed geconserveerd, maar jammer genoeg niet toegankelijk voor publiek.

Kleverskerke is misschien wel onbeduidend. Maar wie het aandurft in de geschiedenis van dit voormalige gehucht, stuit op een bron ven heerlijke verhalen. Niets te doen? Trek dan eens de tijd uit om deze bron van nostalgie met een bezoek te vereren.