Koudekerke is een dorp aan de zuidwestelijke kust van Walcheren en valt onder de gemeente Veere. Vanuit het centrum via Dishoek, waarmee Koudekerke traditioneel een band heeft, ligt het op drie kilometer van de zee.

Van 1811 tot 1966 bestond het als zelfstandige gemeente.

Het gemeentewapen van Koudekerke

Het gemeentewapen van Koudekerke

 

Uitgestrekt

De gemeente Koudekerke was qua oppervlakte een vrij grote gemeente. De Noordzee vormde in het westen de gemeentegrens. Aan de oostkant reikte de gemeentegrens tot aan de singels van Middelburg. Een gebied ten oosten van het Kanaal door Walcheren tot aan de Oude Vlissingseweg viel onder Koudekerke.

Op 1 november 1941 werd het aan Middelburg grenzende deel van Koudekerke, door de Duitsers toegevoegd aan de hoofdstad. Het gevolg was dat de buitenplaats Torenvliet, het hoofdkantoor van de PZEM en zowel de Oude- als de Nieuwe Vlissingseweg in Middelburg kwamen te liggen.

De ring in Kouderkerke - Foto Staatspareltjes

De ring in Kouderkerke – Foto Staatspareltjes

Einde

Op 1 juli 1966 kwam er een einde aan de zelfstandigheid van het dorp. Het zuidoostelijk deel kwam onder het grondgebied van Vlissingen te vallen. Het noordoostelijk deel werd overgedragen aan Middelburg. Het resterende deel van Koudekerke werd met Biggekerke en Zoutelande samen gevoegd met de gemeente Valkenisse.

Op 1 januari 1997 ging de gemeente Valkenisse op in de, door de gemeentelijke herindeling, nieuw gevormde gemeente Veere.

Met haar ca. 3.500 inwoners is Koudekerke het grootste dorp van de gemeente Veere. Relatief gezien wonen er veel forensen en senioren.

De vliedberg aan de Meinesweg - Foto Jaap Woltersbeek

De vliedberg aan de Meinesweg – Foto Jaap Woltersbeek

Terug in de tijd

Omstreeks 1067 stonden op deze plaats drie vliedbergen. Dit is de naam die men gaf aan aangelegde bergjes van vijf tot twaalf meter hoog. Deze vlietbergen waren bedoeld als heuvels waarop een mottekasteel was gebouwd, een vroegmiddeleeuws type burcht. Ze waren meestal in hout opgetrokken. De mottekastelen waren uitgevoerd als torenvormig gebouw. De heuvels waarop ze waren gebouwd werden aangelegd met de grond die rond de heuvel werd uitgegraven voor het aanleggen van een gracht.

 

 

Een mottekasteel afgebeeld op het tapijt van Bayeux.

Een mottekasteel afgebeeld op het tapijt van Bayeux.

 

 

De vliedbergen met hun torens vertegenwoordigden het adellijke en militaire karakter en gezag van de plaats. Ze kwamen in die periode veel voor, van west-Frankrijk tot in Denemarken. Ook in het wereldberoemde tapijt van Bayeux, gemaakt in 1068, werd al een mottekasteel afgebeeld.

Omstreeks die tijd, in de nabijheid van deze drie vliedbergen werd Koudekerke gesticht. Het kreeg aanvankelijk de naam Coldekirca. Een van de toenmalige vliedbergen is in goede staat bewaard gebleven en is te bewonderen aan Meinersweg.

Centraal in het dorp de kerk

Centraal in het dorp de kerk

 

Kerk

In de vroege middeleeuwen was het bezit van een kerk belangrijk. Men werd niet langer als een gehucht of buurtschap gezien. Nee, men telde mee en werd een geaccepteerd als een volwaardig dorp. Koudekerke is een van de oudste dorpen op Walcheren.

In het begin van de 12de eeuw werd hier de eerste kerk opgetrokken. Het was overigens niets meer dan een simpel houten gebouwtje. Aan het einde van de 14de eeuw werd begonnen met de bouw van een stenen kerk. Aan het begin van de 15de eeuw was deze gereed. De kerk werd gewijd aan de aartsengel Michael.

Deze kerk had een hoge toren, een hoog koor en daartussen een lager schip.

Gedurende de Tachtigjarige oorlog, in de periode tussen 1572 en 1574 had Walcheren zwaar te lijden door het beleg van Middelburg. Daarbij werd ook de katholieke kerk, net als veel anderen Walcherse kerken, zwaar beschadigd door Geuzen en Spaanse troepen. Wat overbleef was de naam kerk niet meer waardig. Het schip werd hersteld, maar het koor en de toren gingen verloren.

Men begon omstreeks 1650 met de herbouw van een kerk, maar deze werd gebouwd voor het beoefenen van hervormde erediensten.

Koudekerke bleef gestaag groeien en in 1836 werd de kerk uitgebreid met een consistorie in Willem II gotiek. In protestantse kerken is dit een ruimte waarin de kerkenraad vergadert. Daarbij werd het gebouw bepleisterd en er werd een dakruiter geplaatst.

Preekstoel Koudekerke - Foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,

Preekstoel Koudekerke – Foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,

 

Het resultaat was een bakstenen zaalkerk met een hoge overkapping. In de dakruiter hangen twee klokken. Een stamt uit 1570 en werd gegoten door Pieter van de Ghein. De tweede klok uit 1755 is gegoten door Michael Everard.

Het aanwezige orgel is omstreeks 1750 gebouwd door Thomas en Peter Weidtman en is oorspronkelijk afkomstig uit de voormalige Jezuïetenkerk uit Maastricht. Van Maastricht verhuisde het orgel naar Neerijnen om in 1866 in Koudekerke geplaatst te worden.

Ook de preekstoel, uitgevoerd in de Lodewijk XVI stijl stamt uit het einden van de 18de eeuw. Deze mag dus ook als antiek worden aangemerkt.

 

 

Huis ter Schelde

Huis ter Schelde

 

 

Buitenplaatsen

Langzaam maar zeker groeide Koudekerke uit tot een rustige agrarische gemeente. Het op een kreekrug gebouwde dorp vormde zich langzaam tot een typisch Zeeuws kerkringdorp. Maar het zou ook uitgroeien tot het dorp van de vele buitenverblijven.

In de 17de eeuw was Middelburg de tweede haven en handelsstad van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Rijke reders, kooplieden en kapitaalkrachtige bestuurders bewoonden de stad. Maar het geld moest rollen. Deels voor hun rust, maar meer nog om hun rijkdom te illustreren kochten zij gronden buiten Middelburg en bouwden daar hun buitenverblijven. Koudekerke kreeg hierdoor de naam welgesteld te zijn. We laten hier een paar van die buitenverblijven de revue passeren.

Huis Ter Hooge - Foto Albert Speelman

Huis Ter Hooge – Foto Albert Speelman

 

Kasteel ter Hooge

In de 13de eeuw is kasteel ter Hooge gebouwd als een versterkte woonplaats op een hoger gelegen stuk land. De naam van ter Hooge werd voor het eerst genoemd in 1289. Sijmon van der Hooge is naar alle waarschijnlijkheid de bouwer van het eerste kasteel.

Het huis en de heerlijkheid kwam in 1448 in handen van Adriaan van Borssele. Na hem ging het over zijn zoon Joos en vervolgens Adriaan en Jan.

 

Gedurende het beleg van Middelburg werd het kasteel nagenoeg geheel verwoest door kapitein Treslong van de Geuzen. Na het beleg werd het kasteel weer opgebouwd.

In 1712 ging het kasteel over in verschillende handen tot het terecht kwam bij Steven Scheyderuyt, een schipper in dienst van de VOC. Hij gaf het startschot tot een rigoureuze opknapbeurt. Hij liet de tuin aanleggen met vier sterrenbossen. Ook was hij verantwoordelijk voor de aanleg van de gracht en de lange laan achter het huis.

Enige decennia later werd het kasteel weer verkocht, dit keer aan Jan van Borssele. Ook dit was een bewindvoerder van de VOC en had als Eerste Edele in Zeeland een machtige functie in de Zeeuwse politiek. Hij woonde in Den Haag maar vatte het plan op het oude kasteel grotendeels af te laten breken en hier voor zichzelf een buitenplaats te bouwen. Tussen 1754 en 1757 werd er gewerkt aan het nieuwe kasteel. Na zijn overlijden wisselde het kasteel weer verschillende keren van eigenaar.

In het begin van de 19de eeuw was Cornelis Kien van Citters de eigenaar. Hij stierf in 1805. Zijn erfgenamen verkochten buitenplaats ten Hooge voor 45.000 guldens. In de jaren hierop moet de tuin zijn heringericht in de Engelse Landschapstijl.

Het park bij Huis Ter Hooge - foto Albert Speelman

Het park bij Huis Ter Hooge – foto Albert Speelman

 

De erfgenamen van Kien van Citters verkochten de buitenplaats voor 45.000 gulden aan de koopman te Middelburg, Daniël Jacques de Superville. De tuin moet in de periode 1806-1809 zijn aangepast in Engelse landschapsstijl.

In de jaren die volgden wisselde het buiten nog regelmatig van eigenaar. Dat bracht steeds weer aanpassingen en veranderingen met zich mee.

Willem Aarnoud baron van Lynden werd een volgende eigenaar. Tussen 1873 en 1880 liet hij een aantal aanpassingen uitvoeren.

In 1944 werd de gehele landschappelijke tuinaanleg bij de inundatie verwoest. Na het droogvallen van Walcheren, werd door de Heidemij, in samenwerking met Van Lynden een nieuw ontwerp voor het park gemaakt, dat een vereenvoudigde versie was van het vooroorlogse landgoed. In 1947 werd het park opnieuw aangeplant. In 1950 werd het landgoed onder gebracht in de Van Lynde-ter Hooge Stichting.

Tussen 1967 en 1969 werd het kasteel gerestaureerd en heeft de stichting er vier appartementen in ondergebracht. Het park wordt vanaf 1979 beheerd door de Stichting Zeeuws Landschap. Het is toegankelijk voor wandelaars.

Hoewel ter Hooge sinds de laatste gemeente herindeling onder de gemeente Middelburg valt, is het sinds het bestaan dermate verbonden geweest met Koudekerke dat we op deze pagina deze band niet willen doorbreken.

Groene knolamaniet - foto Archenzo - httpscommons.wikimedia.org

Groene knolamaniet – foto Archenzo – httpscommons.wikimedia.org

Ter Hooge is een heerlijke plek om te wandelen. Het bos rond het kasteel bestaat grotendeels uit eik, es en esdoorn. Daarnaast zijn beuken, tamme kastanjes, lindes en andere soorten aangeplant, veelal groepsgewijs of in een lijnbeplanting. Langs de randen van de gazons zijn veel sierstruiken en exoten (niet inheemse soorten) aangeplant.

Opmerkelijk is het grote aantal soorten paddenstoelen in het gebied: er zijn meer dan 200 soorten te vinden. Vogels zijn er ook talrijk. Er broeden zo’n 40 soorten in het gebied, waaronder staartmees, zwartkop, tuinfluiter en grote bonte specht. Een bijzondere broedvogel is de blauwe reiger.

Bezoekers kunnen vrij door het gebied wandelen op de aanwezige (onverharde) paden. Er zijn twee routes uitgezet, de ene door het parkbos en de ander ook door het omringede weidegebied. Bij laatstgenoemde zijn laarzen aan te bevelen.

Huis der Boede

Een ander prachtig buitenverblijf is Huis der Boede. De eerste vermelding van de naam der Boede dateert uit 1188. In dat jaar werd toestemming verleend tot het stichten van een kerk te Hoogelande en deze te bekostigen met de ‘Tienden ten westen van de Trenboudesweghe’.

Pas in 1362 worden de eerste bewoners (Willem en Jonge Pieter ten Boede) met die naam aangeduid.

Aan het eind van de 13e eeuw stond er reeds een stenen huis dat gestaag uitgroeide tot een kasteel met slotgracht. Rond 1700 kende Der Boede een periode van voorspoed die gepaard ging met voor die tijd grote luxe. In 1745 werd Der Boede door brand verwoest. Het was toen eigendom van de Jacob van der Mandere, burgemeester van Vlissingen. Hij gaf kort na de brand opdracht aan de Antwerpse architect en steenhouwer Johan Pieter van Baurscheit om een nieuwe heerlijkheid te bouwen, welke in 1752 werd opgeleverd.

Huis der Boede - foto Bodo Klecksel - httpscommons.wikimedia.org

Huis der Boede – foto Bodo Klecksel – httpscommons.wikimedia.org

In 1940 werd het landgoed gevorderd door de Duitsers om als huisvesting voor Wilhelm Münzer en zijn staf te dienen. In deze periode is het originele interieur grotendeels door verbouwingen verloren gegaan. Door de inundatie kwam de tuin onder water te staan waardoor veel schade aan de zeer rijke flora ontstond.

Na de droogmaking werd de buitenplaats gebruikt voor opvang van repatrianten en oorlogsinvaliden. Later kwamen er ook verplegings- en zorgbehoevende uit de directe omgeving in Der Boede wonen waardoor op 15 augustus 1949 het eerste verpleeghuis van Nederland ontstond.

In 1953 werden twee, door prof. M.F. Duintjer ontworpen, vleugels aan het hoofdgebouw gebouwd en werd het huidige tuinontwerp door C.A. Broerse gemaakt. Op 30 september 1953 werd het geheel geopend door H.M. Koningin Juliana.

Buitenplaats Moesbosch

Buitenplaats Moesbosch

 

Buitenplaats Moerbosch

In 1583 was de heerlijkheid al eigendom van Vlissingen. In die tijd stond er al een ridderhofstede,

Mr. Abraham van Doorn was in 1805 eigenaar geworden van de buitenplaats Der Broede. Een jaar later kocht hij ook de Buitenplaats Moerbosch. In 1812 werd hier een grafkelder gebouwd voor de familie.

In 1857 kocht jhr. Mr. A.P. van Doorn de ambachtsheerlijkheid Koudekerke. Na dat jaar is Moerbosch steeds in bezit gebleven van deze familie. De huidige eigenaar mag zich nog steeds Heer van Koudekerke noemen.

Jhr. J.A.A.C van Doorn liet in 1872 het huidige buitenverblijf bouwen. Ondanks de beurscrash in het midden van de jaren dertig van de vorige eeuw weet de toen verantwoordelijke jhr. H.A. van Doorn, die ook burgemeester van Veere was, de buitenplaats in het bezit van de familie te houden.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden door de Duitsers op Walcheren talloze bunkers aangelegd. Deze waren onderdeel van de ‘Atlantic Wall’. Hoewel de geallieerden na de inundatie van Walcheren grote moeite hadden het eiland in te nemen. Er is veel uit die tijd bewaard gebleven.

Bunkers aan de verbrande Hofweg

Bunkers aan de verbrande Hofweg

Koudekerke is rijk aan erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog. De overblijfselen van de oorlog, zoals een tankgracht, bunkerplaat en tien bunkers, horen bij Koudekerke. De dorpsraad heeft de handen ineengeslagen om een verborgen mitrailleurbunker weer zichtbaar te maken en het wandelpad door te trekken tot het herdenkingsmonument bij de begraafplaats. Op 11 oktober 2018 werd het nieuwe schelpenpad geopend.

Er is door de VVV een mooie wandelroute uitgezet.

Veranderingen

In 1840 telde de gemeente Koudekerke 193 huizen met 1.275 inwoners. Dit aantal bleef aanvankelijk redelijk stabiel. Na de oorlog veranderde de samenstelling van de bevolking sterk. Niet alleen kwam er een grote uitbreiding. Het dorp veranderde in een ideale woonplaats voor personeel van scheepswerf De Schelde in Vlissingen. Ook tegenwoordig wonen er nog relatief veel forensen in Koudekerke.

Ook de toeristen ontdekten Koudekerke. Niet in de laatste plaats door het, op slechts drie kilometer afstand gelegen Dishoek.

Dishoek - Foto Bodo Klecksel - commons.wikimedia.org

Dishoek – Foto Bodo Klecksel – commons.wikimedia.org

Dishoek

Dishoek is beroemd en berucht. Eeuwen geleden, in 1566 werd hier de eerste Hagenpreek in de noordelijke Nederlanden gehouden. Hagenpreken waren (verboden) predicaties die plaats vonden in het open veld ten tijde van de vroege reformatie. Deze werden door de Calvinisten vanaf 1562 gehouden. In de Canon van Zeeland is hier een leuk item over gemaakt.

Hagenpreek uit P.C. Hooft - Nederlandse historien

Hagenpreek uit P.C. Hooft – Nederlandse historien

Dishoek lag op een gevaarlijk punt aan de kust. De Noordzee ging hier over in de Westerschelde en bij deze punt was een risicovolle versmalling. De naam betekende oorspronkelijk Dijkhoek omdat het aan een zeedijk lag.

Bij een stormvloed als er veel zand van het strand wordt gespoeld, zijn restanten van deze dijk nog steeds zichtbaar.

Regelmatig liepen hier schepen op het strand.

Vanwege de vernauwing in het vaarwater en om de scheepvaart veiliger te maken werd in 1866 een ‘lichtlijn’ gebouwd. Deze bestond uit een hoog en een laag licht die samen de Kaapduinse lichtlijn vormen in noordoostelijke richting met een smalle sector. Hierdoor kunnen schepen veilig de vaargeul van het Oostgat passeren.

 

 

De Vuurtorens van Kaapduinen Foto Bodo Klecksel - commons.wikimedia.org

De Vuurtorens van Kaapduinen Foto Bodo Klecksel – commons.wikimedia.org

 

De torens werden in 1950 vervangen door de huidige torens. Kaapduinen Hoog en Kaapduinen Laag zijn respectievelijk 12,6 en 13,8 meter hoog. Ze hebben een vierkante vorm. Ze  zijn in baksteen opgetrokken en horizontaal (bruin en geel) gestreept, beide voorzien van een tentdak.

Omdat er lichten werden gebouwd werd de kust ook voor mensen veiliger en durfden zij zich dichter bij het strand te vestigen.

 

Dishoek ligt aan de voet van de duinen met een breed strand. Voor toeristen uitermate aantrekkelijk. Met name in de zomer wordt het strand bevolkt door toeristen, maar ook door bewoners van omliggende dorpen.. De hotels, restaurants, campings en de fietsenmaker zijn afhankelijk van de zomertoeristen. Met de aanleg van nieuwe parken rond het dorp en de bouw van ruim opgezette nieuwe huizen tracht Dishoek zich een meer mondaine status toe te eigenen.

 

Koudekerke

Koudekerke is op zich geen aparte naam. Soms wordt de naam verward met die van Koudekerk aan den Rijn in Zuid Holland. Ook is er geen verband te ontdekken met het gehucht Koudekerke op Schouwen-Duiveland.

Wel opvallend is dat de naam terug te vinden is in Frans Vlaanderen – Regio Nord-Pas-de-Calais.  In deze regio werd vroeger Nederlands gesproken. Vooral oudere mensen beheersen onze taal nog steeds. Een paar dorpen achter Duinkerke hadden vroeger de naam Nieuw Koudekerke en Koudekerke. In de loop der jaren zijn de namen verfranst en heten nu Coudekerque-Branche en Coudekderque,

Regiowapen van Frans Vlaanderen

Regiowapen van Frans Vlaanderen

 

 

De inwoners van Koudekerke worden wel ‘Moppenvreters’ genoemd. Toen er nog geen gebak gemaakt en verkocht werd in het dorp, was de Kouderkerkse mop de enige traktatie bij de koffie.

 

In 1872 werd een nieuwe molen gebouwd. De voorganger was door een brand verwoest. Deze nieuwe molen kreeg de naam ‘De Lelie’.  In het begin van de tachtiger jaren van vorige eeuw werd de molen helemaal gerestaureerd. Bij voldoende wind draait de molen op zaterdag en is geopend voor bezoek.

De Lelie in Koudekerke

De Lelie in Koudekerke

 

 

Per fiets of wandelend kunt u vanuit Koudekerke op uw gemak en in alle rust de mooie omgeving van zuidwest Walcheren verkennen. Ga eens kijken in de omringende dorpen zoals Domburg  of Westkapelle.

 

De VVV heeft prachtige fietsroutes in kaart gebracht die u zullen verbazen. Zeker eens gaan doen.

 

Historische figuren

In Koudekerke heeft de geboortewieg gestaan van een aantal later beroemd geworden mannen.

Zo was Johannes Walaeus, geboren als Jan de Wale, een beroemd Nederlands medicus en hoogleraar aan de faculteit geneeskunde van Leiden

Jan de Wale

Jan de Wale

Gerard von Brucken Fock werd een gekend musicus en kunstschilder.

Van meer recente datum is de bedrijfseconoom Cornelis Vlot. In de Tweede Wereldoorlog ontpopte hij zich als een verzetsstrijder. Hij werd daarom op 26 oktober 1944 in Haarlem, aan de voet van de Sint Bavokathedraal, samen met 9 anderen geëxcicuteerd.

 

 

Het gezellige centrum van Koudekerke

Het gezellige centrum van Koudekerke

 

 

Compleet

Koudekerke kan de verwende vakantieganger alles bieden wat het hartje begeerd. Er zijn genoeg winkels en een supermarkt waardoor het niet nodig is het dorp te verlaten.

Er zijn een aantal goede restaurants en in de zomer is er aan terrassen geen gebrek.

Westzorg BV is een huisartsenpraktijk waar drie artsen werkzaam zijn.

 

Dit en de nabijheid van Dishoek garanderen u een prettig verblijf. Profiteer daar maar van!

 

Bron; Buitenplaatsen.nl