Hoewel Marcel Warmenhoven, (1954) zich in zijn werk nooit beperkt heeft tot een enkele techniek of uitdrukkingswijze, hebben de beelden vervaardigd uit afvalhout een uitzonderlijke plaats in het totale oeuvre.  De eerste houten beelden ontstonden in Maastricht aan de Jan van Eyckacademie. Toen hij daar studeerde vond hij twee schoenborstels. Hij voegde die samen en zag de bek van een hond. Twee pollepels erbij, twee stokken op wieltjes voor de voorpoten en Warmerhoven had zijn eerste hond.

Vroeg werk

Vroeg werk

Al snel ging hij zich specialiseren in het verwerken van gebogen hout. Dit, omdat dit aansloot bij de organische vormen van de mens- en diervormen die hij maakte. Tot het moment waarop milieu straten in opkomst kwamen, liep voor de vrachtwagen die het grof vuil ophaalde uit, op zoek naar houten tafelpoten, stoelleuningen, schoenspanners, pollepels, kleerhangers en klompen. Nu haalt hij zijn materiaal op rommelmarkten.

In zijn atelier

In zijn atelier

Warmenhoven werkt in een oude garage in Sint Annaland. Hij begon hier in 2007. Hij moest beginnen met verbouwen. Er kwamen ruime openslaande deuren, nieuwe ramen en het gebouw werd geïsoleerd. Tegen de muren kwamen stapels bananendozen. Ze werden voorzien van opschriften: rugleuning rond – ronde bocht middel – rond kleerhanger. In deze bonte verzameling weet Warmenhoven precies elk onderdeeltje te vinden.

Mannenhoofd

Mannenhoofd

 

 

 

 

Zijn beelden getuigen van een vaardige snelheid en inventiviteit.  Stoelpoten die dienst doen als de poten van een dier. De staart, een verfkwast. Lichtvoetigheid voert de boventoon. In zijn latere werk laat de kunstenaar zich meer en meer kennen als een bekwaam vakman. De vormentaal wordt gepolijster, meer gedetailleerd maar nergens verliest hij de gave om het weerbarstige materiaal naar zijn hand te zetten. In de vroege jaren negentig maakt Warmenhoven een serie grote beelden.  Hij beheerst zijn materiaal dan al zo virtuoos, dat de gebogen vormen van houten meubelen en gebruiksvoorwerpen hem in staat stellen ermee te “tekenen”. In soepele lijnen bouwt hij reusachtige mens- en dierfiguren. Hij gebruikt geen schroeven, alles is geconstrueerd met pen-en-gat techniek.

Staande man

Staande man

Intussen heeft zijn werk landelijk erkenning gevonden. Zijn vaak, metershoge beelden zijn terug te vinden in Museum Beelden aan Zee in Scheveningen, een levensgrote beer in een advocatenkantoor in het deftige deel van Den Haag.

Haagse beer

Haagse beer

De oorspronkelijke vorm van het materiaal wordt geen geweld aangedaan. Daardoor blijven de voorwerpen – kleerhangers, schoenspanners, pollepels, stoelpoten – herkenbaar. Het materiaal wordt echter in een nieuwe discipline gedwongen en het gebruik lijkt even voor de hand liggend als de meer traditionele beeldhouwersmaterialen klei of was. Achteloos door ons weggegooide voorwerpen, als nutteloos afgedaan, krijgen nieuwe betekenis wanneer Warmenhoven ze inzet voor de productie van zijn beelden. Hij gebruikt geen schroeven, alles wordt geconstrueerd via pen-en-gat verbindingen. Ook in een recente serie houten portretten hanteert de kunstenaar de herkenbare elementen soeverein en komt tot een geraffineerde figuratie. Andermaal toont hij zich de meester die het verhevene paart aan het ongekunstelde. Altijd ernstig, maar nooit gewichtig weet hij contrasten te verzoenen en met elkaar in evenwicht te brengen.

Buste

Buste

Het werk van Warmenhoven, die zichzelf omschrijft als een 19de eeuws beeldhouwer die van duidelijke vormen houdt, mag als bijzonder en opmerkelijk, maar ook als Zeker Zeeuws worden gekenmerkt.

Als u een goede indruk van zijn manier van werken in zijn atelier wilt krijgen, kijk dan hier.