Bij het woord ‘Moffen’ wordt meteen een link gelegd met de scheldnaam die de Duitsers kregen aangemeten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toch was het in die woelige jaren geen nieuwkomer in onze taal.

In de Late Middeleeuwen kenden we in het Middelnederlands het werkwoord moffelen, wat ‘een grote mond opzetten’ betekende, een betekenis waaraan het scheldwoord vermoedelijk gelieerd was.

Watergeuzen

In 1573, de Tachtigjarige Oorlog was net begonnen, woedde in onze regio’s de strijd op zijn felst. De hertog van Alva had de Spaanse koning te kennen gegeven dat hij een strijd voerde die niet te winnen was. Hij werd terug geroepen naar Spanje en vervangen door Don Luis de Zúñiga y Requesens.

Watergeuzen hadden inmiddels voet aan land gezet en Biervliet ingenomen. De strijd was hevig en ging onverdroten door.

In de nacht van 26 juli 1574 landde een kleine vloot Zeeuwse schepen, bemand door watergeuzen, bij Terneuzen met de bedoeling door te stoten naar Axel en deze stad in te nemen.

Watergeuzen op de Schelde

Terneuzen was in de Middeleeuwen een kleine overslaghaven van goederen die via de Axelse Vaart van en naar Gent werden vervoerd. Na hun landing staken watergeuzen het dorp in brand en vernielden de sluizen. Dit was voor de Spanjaarden aanleiding tot de bouw van een versterking die Fort Aldano of “Spaans Kasteel” werd genoemd.

 

Vestingwerken van (ter)Neuzen

 

 

Toen in 1583 Alexander Farnese, de latere hertog van Parma, in opdracht van de Spaanse Koning Noord-Vlaanderen binnentrok, namen Staatse troepen onder leiding van Filips, graaf von Hohenlohe in allerijl Terneuzen en Biervliet in om zo een bruggenhoofd in Vlaanderen te creëren. Filips van Hohenlohe, ook wel Hollock genoemd, was legeraanvoerder in dienst van de Republiek. Sinds 1575 had hij Willem I van Oranje  gediend, die hem bevorderde tot luitenant-generaal in Holland.

De troepen van von Hohenlohe (voor het merendeel Duitse huurlingen) gingen bij Terneuzen aan land. Na de nodige gevechten werd Terneuzen van de Spanjaarden bevrijd.

 

Philips graaf van Hohenlohe -Jan Anthonisz van Ravesteyn

 

Verraad

Nadat de Spanjaarden uit Terneuzen waren verjaagd dreigde een nieuw gevaar. De hoogbaljuw, Servaas van Steelant was overgelopen naar de Spanjaarden. Van Steeland was Baljuw van het Land van Waas, het huidige Oost-Vlaanderen, waaronder ook delen van Zeeuws-Vlaanderen vielen. Door zijn overlopen en de inlichtingen waarover hij beschikte, gingen grote, met veel strijd ingenomen stukken van Zeeuws-Vlaanderen verloren voor de Staatsen. De steden Hulst, Axel en Sas van Gent werden weer ingelijfd. Van Hohenlohe wist de inname van Terneuzen te voorkomen.

Moffenschans

Op zondagmiddag 6 november 1583 vertrok Van Hohenlohe vanuit Middelburg naar Terneuzen. Rond middernacht landde hij met 10 vendels. Een vendel wordt tegenwoordig een compagnie genoemd en bestaat uit 100 tot 150 soldaten. De tien vendels – tussen de 1.000 en 1.500 meest Duitse huursoldaten, legden ten zuiden van Terneuzen een schans aan. De schans werd gebouwd ter hoogte van de huidige Axelsestraat. Ze werd later bekend als ‘de Moffenschans’.

Van Hohenlohe wilde met zijn operatie de vaart over de Schelde op Antwerpen vrij houden. Ook wilde hij vanuit de vesting Terneuzen de vijand uit het Land van Waas te verdrijven.

Op 11 en 12 november moest hij zijn troepen in het geweer roepen. De Spanjaarden trachtten de werkzaamheden aan de schans te bemoeilijken. Zij voerden inundaties uit. Ook werden de verdedigingswerken bij Axel, Sas van Gent en Hulst door de Spanjaarden uitgebreid.

Spaans – Staatse Linies

 

Bedreiging

Voor Parma vormde de vesting Terneuzen een grote bedreiging. Het kon een steunpunt worden voor de bevoorrading van Gent. Maar ook vreesde hij voor een aanval op zijn leger wanneer hij zijn voorgenomen beleg voor Antwerpen zou hebben geslagen. Tenslotte was het bezit van Terneuzen van belang omdat van daar uit de Spaanse scheepvaart op de Schelde, richting Antwerpen, zwaar verstoord kon worden.

Eind 1583, begin 1584 werd daarom door de Spanjaarden een tegenfort van de Moffenschans opgeworpen, dit was waarschijnlijk het fort bij Triniteit.

 

Farnese – Hertog van Parma

Omvangrijk

De Moffenschans is waarschijnlijk een groot bouwwerk geweest, met loopgraven en wallen. De kosten voor de aanleg en bouw hebben een bedrag gekost van 42.000 gulden, een voor die tijd ongehoord bedrag.

De bouw werd niet uitgevoerd zonder problemen. Problemen met vechtpartijen als gevolg van dronkenschap en zelfs muiterij waren schering en inslag. Ook was er continue gebrek aan geld. De plaatselijke bevelvoerder, Kolonel Caulier was een veeleisend man. Hij bleef de Staten van Zeeland bestoken met vragen om meer. Meer sparren, meer turf, meer lonten en spiesen voor zijn fortificatie. Maar zijn belangrijkste vraag was meer financiële middelen om de schans te kunnen afmaken. Soms ging hij in zijn veeleisendheid zover dat de gecommitteerde Raden dreigden het hele plan stop te zetten.

Belangrijk

Door het bouwen van de Moffenschans kon Terneuzen voor Staatse zijde behouden blijven. In 1583 werd een begin gemaakt om van Terneuzen een sterke vesting te maken waarin een garnizoen werd gehuisvest. Vanuit de vesting Terneuzen werden aanvallen uitgevoerd op het omliggende Spaans gebied. Omdat Axel in 1584 nog steeds Spaans was kreeg Terneuzen op 23 april 1584 van Willem van Oranje stadsrechten.

Buitenhuis Moffenschans

Buitenhuis

Tien jaar later was de Moffenschans verlaten. Na het vertrek van de Spanjaarden werd de schans aangekocht door Johan Serlippens, burgemeester van Terneuzen, Axel en Biervliet (de vier ambachten) die de verlaten stelling binnen een tiental jaren tot een buitenplaats herschiep.

Petrus Hondius

n 1604 kreeg de Hervormde Kerk een nieuwe predikant. Petrus Hondius woonde aanvankelijk in de pastorie. Hondius had een goede vriendschappelijke relatie met Serlippens en diens vrouw. Dit was er de oorzaak van dat Hondius er na burgemeester Serlippens ging wonen. Hier op de Moffenschans schreef hij zijn vele literaire werken, waaronder “Dapes inemptae of de Moufe-schans, dat is de soeticheyt des buyten-levens vergheselschapt met de boucken”. en besteedde hij veel tijd aan zijn zeer grote botanische tuinen die hij rond de Moffenschans bezat. Hij was de eerste die de aardappel in deze streken introduceerde. In 1621 overleed Hondius.

Titelpagina van het boek ‘Moufe Schans’ van Hondius

Herinneringen

Vele jaren is de Moffenschans een boerderij met bijbehorende schuur geweest. In 1896 werd er op de plaats van de oude woning van de Moffenschans een nieuwe boerenwoning gebouwd. De eerste steen van deze woning is op 5 mei 1896 gelegd door Adriana de Bruijne.

Het woonhuis werd in de vijftiger jaren opgenomen in de woningbebouwing van het groeiende Terneuzen. Het enige dat er nog aan herinnerd dat hier een schans is geweest is dat de nog steeds bestaande woning enigszins op een verhoging is gebouwd. Ook is er een gevelsteen boven de voordeur aangebracht met daarop de onvergetelijke naam: Moffenschans

 

 

 

 

Bronnen: Staats-Spaanse Linies

                    Heemkundige Vereniging Terneuzen