Mosselkweek

Om verzekerd te zijn van een voorraad consumptiemosselen, zijn mosselkwekers afhankelijk van hun grondstof: mosselzaad. Dit zijn “mini-mosseltjes” die enkele jaren nodig hebben om te groeien tot ze geschikt zijn voor consumptie. Mosselzaad wordt gewoon gevist uit zee.

Mosselzaad

Mosselzaad – Foto Kees Kole

 Grondstof

In het voorjaar laten mosselen hun zaadcellen los in het water. De mannelijke en vrouwelijke cellen vinden elkaar en na verloop van tijd vormt zich een schelpje rond de larve. Door zijn eigen gewicht zakt het schelpje naar de bodem. Dit mosselzaad mag onder bepaalde condities worden opgevist in het voor- en najaar.

Onderzoek naar de hoeveelheid beschikbaar mosselzaad

Mosselzaadvisserij vindt hoofdzakelijk plaats in de Waddenzee. Soms in de Oosterschelde of op de Noordzee. Waar en hoeveel er mag worden gevist, is afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid. Deze voorraad wordt vooraf uitgebreid geïnventariseerd door vissers, biologen en het ministerie van Landbouw en voedselkwaliteit. Dit gebeurt door met schepen het gebied af te zoeken. Na het inventariseren wordt er een plan opgesteld omdat de vissers ook rekening moeten houden met het natuurbelang.

Vergunning en verdeling mosselzaad

Vervolgens wordt er een vergunning aangevraagd om te mogen vissen. Deze aanvraag wordt door het ministerie van Economische Zaken beoordeeld. Als er voldoende mosselzaad is, kan er een zaadvisserij plaats vinden. Is er sprake van onvoldoende zaad, dan is er géén zaadvisserij!

Verdeling mosselzaad

Vervolgens vindt er een verdeling plaats. Een gedeelte is bestemd voor de vogels in de natuur en een ander gedeelte is voor de vissers   Elke week wordt de voortgang van de zaadvisserij besproken en indien nodig, wordt het oorspronkelijke plan aangepast.

Percelen

Mosselpercelen worden door de kwekers gehuurd van de overheid. Een perceel is een gebied in zee wat wordt afgebakend door bakens. Dit zijn dunne, rechte bomen, die handmatig in zee worden geplaatst.

Zeekaart gedeelte Waddenzee met daarin (grijze vlakjes tegen elkaar) aangegeven enkele mosselpercelen - Afbeelding Kees Kole

Zeekaart gedeelte Waddenzee met daarin (grijze vlakjes tegen elkaar) aangegeven enkele mosselpercelen – Afbeelding Kees Kole

Elk perceel is genoemd naar het gebied waar het zich bevindt en heeft een nummer.

Om de eigen percelen makkelijk te kunnen herkennen heeft iedere mosselkweker z’n eigen attributen in de top van een baken gehangen. Ook hebben alle percelen geografische coördinaten. De coördinaten staan in de elektronische zeekaarten aan boord van de kotters. Tussen deze bakens mag men mosselzaad lossen (zaaien) en later weer opvissen. Het gevangen mosselzaad wordt op speciale percelen gelost. Er wordt rekening gehouden met factoren als zo weinig mogelijk stroming en golfslag, voldoende voedselaanbod en voldoende ruimte voor het zaad om te groeien. Hoe het afbakenen van de percelen in zijn werk gaat, kunt u hier zien op een filmpje van Mosseldorp Bruinisse.

Opgroeistadia mosselen

Het traject van zaadje, via halfwas naar consumptiemossel duurt ongeveer twee jaar. Als het mosselzaad is gegroeid tot 40-45 mm noemen we het halfwas’. Deze halfwasmosselen worden vervolgens verplaatst naar meer beschutte percelen. Hier hebben ze de ruimte om te kunnen groeien tot consumptie mosselen. Zijn ze gegroeid tot ongeveer 60 mm, dan noemen we dit consumptiemosselen. Nu kunnen ze worden opgevist en verkocht aan de mosselhandel.

zaadje

zaadje

halfwasmossel

halfwasmossel

consumptiemossel

consumptiemossel

 

 

 

 

 

 

Waddenzee en Oosterschelde

Tot ongeveer1950 kwamen bijna alle mosselen uit de Zeeuwse wateren. Na een besmetting van Zeeuwse mosselen met een parasiet, zijn de Zeeuwse mosselvissers hun geluk gaan beproeven in de westelijke Waddenzee. Maar ook op de Oosterschelde worden volop mosselen gekweekt.

De Oosterschelde voldoet aan de criteria van minder golfslag en stroming. Door de sterke invloed van eb en vloed is er op de Waddenzee een hoger aanbod van voedsel. Hierdoor is dit gebied voor de mosselen ook het meest geschikt voor het kweken van mosselen. De Waddenzee beschikt dan ook over de meeste mosselpercelen.

Een mosselkotter,zaaiend op een perceel. Links van de kotter een baken met herkenbare attributen voor de kwekers. Foto Xander Koppelmans - laatzeelandzien.nl

Een mosselkotter,zaaiend op een perceel. Links van de kotter een baken met herkenbare attributen voor de kwekers. Foto Xander Koppelmans – laatzeelandzien.nl

Van Waddenzee naar de Oosterschelde en weer terug

Soms wordt mosselzaad wat op de Waddenzee gevist is toch naar de Oosterschelde gebracht. In dat geval kiest men dan voor de betere beschutting voor winterstormen daar. Na de winter kan men dan ook de keuze maken het mosselzaad weer terug van de Oosterschelde naar de Waddenzee te brengen om daar te kunnen groeien tot consumptiemossel.

Het mosselseizoen begint

Als het mosselzaad volgroeid is tot consumptiemosselgrootte, kan de mosselkweker beslissen dit op te gaan vissen en te verkopen aan de mosselhandel. Voorafgaand aan het begin van het mosselseizoen, heeft de kweker op diverse percelen een monster genomen. Dit doet hij op de locaties waar hij verwacht dat de consumptiemosselen van de juiste kwaliteit zijn om te verkopen. Dit doen alle kwekers. Alle monsters worden aangeboden op de mosselveiling in Yerseke. Als de resultaten van de bemonsteringen goed zijn, wordt een startdatum voor het aanstaande seizoen vastgelegd en gecommuniceerd.

Monstername. Foto Kees Kole

Monstername. Foto Kees Kole

Mosselkotters

Al het werk dat moet gebeuren wordt op een mosselkotter gedaan. Dit zijn grote schepen die erg weinig diepgang hebben. Ongeveer 80 cm maar. Dit is erg handig omdat mosselkweken zich grotendeels afspeelt in ondiep water.

Mosselen worden opgevist met korren’. Dit zijn netten die over de bodem van het perceel slepen. Aan beide kanten van het schip bevinden zich de korren. De korren zitten vrij vlug vol en dan worden ze weer naar het schip toe gehaald. De kor wordt met behulp van een lier gelost en komt in een verwerkingslijn terecht.

 Verwerking aan boord

  • de mosselen komen in een trechter waar met veel zeewater het meeste zand van de mosselen gespoeld wordt;
  • met behulp van een opvoerband komen de mosselen over een spoelinstallatie waar wier, zand en de allerkleinste mosseltjes gescheiden worden van de consumptiemosselen. Dit noemen we “tarra”;
  • de tarra komt in een apart ruim wat op een speciale locatie gelost wordt;
  • de mosselen komen vervolgens over een lopende band zodat de bemanning niet gewenste zaken als zeesterren, oesters en stenen er uit kan rapen. Dit komt ook weer in het tarra-ruim terecht;
  • uiteindelijk blijven de consumptiemosselen over.
De buit is binnen, op naar Yerseke

De buit is binnen, op naar Yerseke

Op naar Yerseke

Als de ruimen vol zijn wordt gestopt met vissen en gaat men richting Yerseke. Hier bevindt zich de enige mosselveiling ter wereld. Vanaf de Waddenzee gaat men via de Noordzee richting de Stormvloedkering Oosterschelde. Via de sluis in de kering kan men naar de Oosterschelde en verder naar Yerseke. In vakjargon heet deze route ‘buitenom’.

Als het stormt is het met de wel grote, maar niet diepgaande schepen niet verantwoord om over de Noordzee naar Yerseke te varen. Dan is er de mogelijkheid om ‘binnendoor’ te varen. Deze route gaat dan via het IJsselmeer, het Amsterdam Rijn Kanaal, de Lek, de Noord, de Oude Maas, de Dortse Kil, het Hollands Diep, het Volkerak en Oosterschelde. En uiteindelijk ook weer naar Yerseke.

Steekproef, analyse, veilen en verkopen

Aangekomen in Yerseke bij de mosselveiling, wordt de lading bemonsterd, geveild en verkocht.

Een monster uit het ruim nemen voor de veiling. Foto refdag.nl

Een monster uit het ruim nemen voor de veiling. Foto refdag.nl

Het bemonsteren van een scheepslading mosselen houdt in dat een steekproef genomen wordt door medewerkers van de veiling. Aan de hand van deze steekproef wordt bepaald hoe groot de mosselen zijn (schelpgrootte en vleesgewicht) en hoe groot het tarrapercentage restmateriaal in de lading is. (lege schelpen, pokken, zeesterren en dergelijke) Ook wordt bepaald hoeveel mosselton het schip bij zich heeft. Één mosselton is overigens 100 kg!

Op deze, zorgvuldige, manier werken mosseltelers en -handelaren samen om u het beste product te kunnen leveren.

Tekst: Kees Kole – wilt u meer lezen van deze schrijver? Kijk dan hier.