Net als in de mosselsector is een oesterkweker afhankelijk van de grondstof. In dit geval: oesterbroed. Hamvraag is net als bij mosselen:
– Hoe komen we aan voldoende grondstof?
– Hoe kunnen we de grondstof beter benutten?
Deze vraag is sinds de laatste jaren nog veel dringender geworden omdat de Zeeuwse oestersector het hoofd moet bieden aan 2 grote problemen.
Door deze oorzaken is het voortbestaan van de traditionele oesterkweek in Zeeland in het geding. Door tijdig de bakens te verzetten, hoopt men door over te schakelen naar nieuwe kweekmethoden door te kunnen gaan met de oesterkweek.

Virus en een onderwatervijand bedreigen de oester

Er zijn twee zaken die het voortbestaan van de oestercultuur kunnen bedreigen.

1. Virus. Sinds 2010 is er in de Oosterschelde sprake van een herpesvirus in de oesters, waardoor er vooral veel jonge oesters doodgaan. Het virus is het meest actief als de temperatuur van het zeewater hoger dan 16 graden Celsius is. Dit betekent in de periode mei tot oktober. Juist de periode dat de oester geslachtsrijp is en er broedval plaatsvindt. De overdracht van het virus gaat met de stroming via het zeewater van oester naar oester.

Oesterboorder - Foto Kees Kole

Oesterboorder – Foto Kees Kole

2. Oesterboorder. Dit is een kleine slak die een gaatje boort in de oester. Als dit is gebeurd, eet de slak of een andere zeebodembewoner het oestervlees op. Hoofdzakelijk jonge Zeeuwse oesters (creuses) vallen ten prooi aan de oesterboorder. Deze jonge oesters hebben nog een dunne schelp en zijn natuurlijk een makkelijke prooi. Maar er worden door de kwekers toch ook veel oudere (en dus sterkere) schelpen met een gaatje gevonden. Zie hier een filmpje uit 2016 van Omroep Zeeland.

 

 

Het gaatje in het midden is gemaakt door een oesterboorder - Foto Kees Kole

Het gaatje in het midden is gemaakt door een oesterboorder – Foto Kees Kole

Geen gevaar volksgezondheid

Al in 2008 werd het herpesvirus gesignaleerd in Frankrijk. Daarna is het virus verder in Europa verspreid. In Nederland werd het virus voor het eerst gesignaleerd in de Oosterschelde. Ook in de Waddenzee is het waargenomen. Belangrijk is dat het virus gevolgen heeft voor de oester zelf, maar voor mensen ongevaarlijk is!

Ontwikkelen van andere methoden om oesters te kweken

Door de bedreiging van het virus en de oesterboorder slinkt de voorraad oesters. Een oester doet er een paar jaar over om tot een consumptieoester uit te groeien. Als er teveel jonge oesters sterven, dan komen er dus steeds minder consumptieoesters. De oesterkwekers zijn op zoek gegaan naar nieuwe kweekmethoden en gestart met experimentele vormen van oesters kweken.

Onderzoek en testen met de off-bottom cultuur

De oesterkwekers hebben de hulp van het ministerie van Economische Zaken en de wetenschap (Wageningen UR) ingeroepen. Samen is er een plan van aanpak opgesteld voor de periode 2016-2018. Wetenschappers en kwekers werken nauw samen in dit traject. De focus ligt op nieuwe methoden om oesterbroed in te vangen en dit opkweken tot consumptie oesters.

Een proef uitvoeren in Natura 2000 gebied

Oesterteelt vindt plaats in de Natura 2000 gebieden de Oosterschelde en het Grevelingenmeer. Dit houdt in dat voor iedere proef die men wil doen, een vergunning nodig is. Die vergunning krijgt men pas als er een zogenaamde passende beoordeling is. Dus als duidelijk is welke gevolgen de proef heeft voor de natuur. Wanneer de proef van start gaat, gelden er vaak monitoringsverplichtingen. Uiteraard is dit ook nodig om de nodige nieuwe kennis op te doen en vast te leggen.

Experimenten en ontwikkelingen anno 2017

Verschillende kwekers experimenteren momenteel met off-bottom technieken. Dit betreft hoofdzakelijk zakken en mandjes in kooien aan lijnen maar ook op tafels en in kasten op de zeebodem. De achterliggende gedachte is dat natuurlijke vijanden zoals de oesterboorder op deze manier geen kans krijgen.
Er worden verschillende systemen getest voor het opvangen van oesterbroed en groei tot consumptieoesters. Dit testen gebeurt op verschillende locaties om te kunnen vergelijken met wisselende omstandigheden als stroming, golfslag, temperatuur en diepte. Er worden testen gedaan met:
1. Vlotten systeem
2. Longlines
3. Oesters in mandjes aan lijnen
4. Oesters in zakken op tafels en kasten op de zeebodem

Vlotten systeem - Foto Pixabay

Vlotten systeem – Foto Pixabay

Vlottensysteem

De vlotten dienen als drijflichamen en zijn met lijnen aan elkaar verbonden. Onder elk vlot hangen de oesters in zakken. De drijvende constructies zijn via lijnen met ankers of betonnen blokken verbonden met de bodem. De naam voor dit systeem is een zogenaamde OBI geworden: Oester Broed Invangsysteem. Te vergelijken met de reeds bekende Mossel Zaad Invanginstallatie. Hiermee kan relatief eenvoudig meer oesterbroed ingevangen worden in vergelijking tot de huidige methoden op de bodem.

Systeem 2: Longlines
Zoals de naam al zegt gaat het hier om lange lijnen die in grote lussen onder water liggen. Aan de longlines worden sokken met mosselschelpen vastgemaakt, waaraan het oesterbroed zich kan hechten.

Longlines - Foto Ron Offermand - laatzeelandzien.nl

Longlines – Foto Ron Offermans – laatzeelandzien.nl

 

Systeem 3: Het kweken van oesters in mandjes aan lange lijnen. Dit systeem bestaat uit palen waartussen touwen zijn gespannen. Aan de touwen hangen de oestermanden. Naast het plaatsen van sokken zullen er op verschillende dieptes in de waterkolom mandjes met oesters worden opgehangen. Door monitoring kan zo bepaald worden op welke plaats in de waterkolom het meest gunstige leefklimaat.

 

 

Systeem 4: Het kweken van oesters in zakken op tafels De Franse methode toepassen in Nederland: Off-bottom kweek
Een methode die bijvoorbeeld in Frankrijk al heel lang wordt toegepast is de kweek van oester op tafels op de zeebodem. Zakken en manden gevuld met oesters worden op een soort tafels gekweekt die op de bodem van de zee staan. Ook wordt gebruik gemaakt van zogenaamde kasten gevuld met zakken oesters die op de bodem van de zee staan. De zakken zijn gemaakt van rubbergaas.

Oesters in zakken op tafels - Foto Pizabay

Oesters in zakken op tafels – Foto Pizabay

Tafels en kasten op de zeebodem

Doordat de zakken met oesters zich op deze tafels en in de kasten boven de bodem bevinden, vallen ze bij eb droog. Een paar uur per dag droog liggen is goed voor oesters. Door de oester droog te laten vallen, krijgt het dier een stevigere schelp. Bij hoogwater spoelt het zoute water met algen en voedingsstoffen er weer overheen. “Onder water eet een oester deze algen en gaat dan groeien”, Hoe hoger in de waterkolom, hoe meer voedsel er in het water zit.

Voor het off bottom kweken is een ander type werkschap nodig - Foto Pixabay

Voor het off bottom kweken is een ander type werkschap nodig – Foto Pixabay

Gemaakt in het laboratorium

Sommige kwekers gebruiken oesterbroed uit een laboratorium. Als de broedjes nog geen centimeter groot zijn worden ze in een maandje of zak geplaatst. De keuze om broedjes uit het lab te gebruiken is om er zeker van te zijn dat ze virusvrij zijn.

Wier verwijderen, opschudden en omkeren

Zeer regelmatig worden de zakken met oesters opgeschud. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat de oesters aan elkaar groeien. Door de ruimte die de oesters in de zakken hebben, krijgen ze een regelmatig gevormde schelp, die meer lijkt op de, commercieel aantrekkelijker, platte oester. Voordat de zakken met oesters worden omgeschud, worden ze eerst wiervrij gemaakt. Door dit wier kan er te weinig licht bij de oesters komen en groeien ze te langzaam. De hoogte van de tafels zijn verstelbaar. Groeit de oester te snel, dan zet men de tafel omhoog en groeit hij te langzaam, dan zet men de tafel lager.
Dit werk is tevens het grote nadeel van deze kweekmethode. Door het arbeidsintensieve karakter ervan zijn de kosten hoog.

Tekst: Kees Kole – Voor meer artikelen van deze auteur, kijk hier.