Midden in de driehoek Goes, Heinekenszand en ’s Gravenpolder ligt een bijna vergeten heerlijkheid.

Als we diep in de archieven duiken, met name in het geslacht van Borssele in het Geslacht, Stam- en Wapenboek, leren we dat Wolphart van Borssele, leenheer van Veere, de eerste leenheer van Baarsdorp is geweest. Er zijn maar weinig gebieden in Zeeland die niet ooit in het bezit van de familie Van Borssele zijn geweest. Wolphart zou zijn overleden in 1232. Zijn zoon Wolphart II werd in 1299 vermoerd in Delft.

Maar uitgaande van het eerste bezit van Wolphart, houdt dat dus in dat de, nog overgebleven rechten van de heerlijkheid Baarsdorp bijna 800 jaar oud zijn.

De moord op Wolfert van Borsselen in 1299 – Johannes Henderikus Egenberger

Ooit waren het dorpen van betekenis. Maar de bevolking liep sterk terug en het zijn nu bijna vergeten heerlijkheden die herinneren aan vervlogen tijden.

Ambachtsheerlijkheid

Een ambachtsheerlijkheid was wel degelijk van grote betekenis. Het was feitelijk de middeleeuwse voorloper van wat we nu de gemeente noemen. De ambachtsheer had het recht om binnen zijn heerlijkheid overheidsgezag uit te oefenen. Aan dat recht waren tal van voordelen verbonden die de heerlijke rechten of ambachtsgevolgen werden genoemd.

Ring van Sinoutskerke 1966 Beeldbank Zeeland

 

 

Drie kilometer ten zuidoosten van Baarsdorp vinden we Sinoutskerke. Alles wijst er op dat deze heerlijkheid een zelfde geschiedenis heeft als Baarsdorp. Sinds de 15de eeuw zijn deze twee heerlijkheden steeds gezamenlijk vererfd of verkocht. Immers, sinds de 14de eeuw zijn de eigenaren van de heerlijkheid Baarsdorp ook de bezitters van de heerlijkheid Sinoutskerke.

Het voormalige gemeentewapen van Baarsdorp

 

Kerken

Wanneer werd een gehucht nu eigenlijk een dorp is een veelgestelde vraag. Dat had alles met het bestaan van een kerk te maken. Zonder kerk werd een gemeenschap geschaard onder ‘buurtschap’. Een kerk was dus van belang voor het aanzien.

Zowel in Baarsdorp als Sinoutskerke waren kerken gebouwd. Uiteraard in eerste instantie als katholieke kerken. De Tachtigjarige Oorlog en daaraan gekoppeld de reformatie, ingezet door Luther was de oorzaak van de vernietiging van veel katholieke kerken. Vaak ontbrak het geld voor herstel. Als daarna de ruïnes werden afgebroken (vaak om de stenen te verkopen) trokken ook de dorpelingen weg om zich te vestigen in grotere plaatsen met wel een kerk. Daardoor zagen we in de loop der tijden kerkdorpen krimpen tot kerkloze gehuchten.

De kerk voor de afbraak – foto uit 1900

 

Merkwaardig genoeg bleven de kerken van Baarsdorp en Sinoutskerke lange tijd gespaard. De kerk van Baarsdorp werd gebouwd tussen 1232 en 1234. Aanvankelijk was het de kapel van het kasteel. Dat werd echter verwoest tijdens de gevechten rond het beleg van Goes in 1572. De kerk werd echter pas gesloopt in 1880. De toren volgde enkele jaren later.

Het verdwijnen van de kerk van Sinoutskerke nam meer tijd. Hoewel het aantal inwoners sterk was gekrompen duurde het toch nog tot 1906 voordat de restanten van de kerk uiteindelijk werden gesloopt. Enige tijd daarvoor was de kerk door brand totaal verwoest. Er kwam geen nieuwe kerk voor in de plaats. Voordien waren de diensten wel al gecombineerd met de kerk van ’s-Heer Abtskerke. Maar van lieverlee werden die diensten minder en werd er alleen nog in de zomer gepreekt. De zelfstandige gemeente Sinoutskerke en Baarsdorp verloor alle betekenis. In 1816 werd ze deel van de gemeente ’s-Heer Abtskerke.

Het baarhuisje en verschillende gedenkstenen – Foto Radboud Mensonides

 

Kerkhof

Tot 1829 werden de doden in de kerken of rond de kerken op kerkhoven begraven. Op last van Koning Willem 1 werd dat om hygiënische redenen verboden. Bij Koninklijk Besluit werd verplicht gesteld dat overledenen buiten de bebouwde kom moesten worden begraven. Met als gevolg dat vele nieuwe begraafplaatsen werden aangelegd die aan allerlei eisen moesten voldoen. Ook het kerkhof van ’s-Heer Abtskerke werd door deze wet buiten gebruik gesteld. Kerkhoven in gehuchten werden daarop uitgezonderd, zoals dat van Sinoutskerke.

Om die reden werden overledenen daarna begraven op het kerkhof van Sinoutskerke.

Vorm en bijzonderheden

De meeste begraafplaatsen in Zeeland hebben een rechthoekige indeling. Het Latijnse kruis werd bij de aanleg vaak als grondvorm gebruikt. Een lang middenpad met een wat korter pad haaks erop. Door uitbreidingen in de loop der jaren is die oorspronkelijke indeling niet altijd meer zo herkenbaar. Enkele begraafplaatsen zijn echter rond van vorm. Dat zijn meestal oude kerkhoven geweest waarvan de kerk is afgebroken. Zo’n soort begraafplaats is Sinoutskerke.

Klokkenstoel en baarhuisje op het kerkhof – Beeldbank Erfgoed Zeeland

Baarhuisje en klokkenstoel

Direct na de sloop van het kerkgebouw in 1906 bouwde men het lijkenhuisje. Het is een eenvoudig huisje in traditionele stijl gebouwd met een oude Memento mori steen uit 1637. Vroeger waren de mensen erg bang om levend te worden begraven. Met name in de 19de eeuw tijdens de grote epidemieën van cholera, tering en – vooral in Zeeland – malaria gebeurde dat wel eens. Wel zeven keer teisterden deze ziektes de bevolking. Alle epidemieën tussen 1832 en 1867 tezamen vergden landelijk tegen de 70.000 slachtoffers, waarvan velen in Zeeland. Om het gevaar om als schijndode begraven te worden en om besmetting van erge ziektes te voorkomen, werden zogenaamde lijkenhuisjes gebouwd, ook wel baarhuisjes geheten.

07 memento mori steen

De Memento mori steen uit 1637 die boven de deur van het lijkenhuis is ingemetseld is afkomstig van de gesloopte kerk. Memento mori is een Latijnse zin en staat voor “Gedenk het Sterven” of “Gedenk je sterfelijkheid” of een variatie hierop.

 

Toen in ’s-Heer Abtskerke niet meer begraven mocht worden op het hof rond de kerk, nam Sinoutskerke die functie over. Na de sloop van de kerk in 1906 was er geen klok meer om te luiden om de begrafenis aan te kondigen. Dankzij particulier initiatief plaatste de gemeente in 2003 een klokkenstoel.

 

 

Vlieberg Opperhof bij Baarsdorp – foto Voetstappen.nl

Vliedbergen of motteheuvels

Tussen Baarsdorp en Sinoutskerke liggen twee vliedbergen, genoemd Sinoutskerke en Opperhof.

Sinoutskerke is gebouwd tussen de 12de en 13de eeuw. Ze is 1,80 m. hoog en heeft een doorsnede van ca. 25 m. Deze vliedberg was niet omringd door een sloot of gracht. Het deed dienst als Neerhof.

Opperhof

Op de vliedberg het Opperhof, met een hoogte van ca. 3,6 m. en aangelegd tussen de 13de een 16de eeuw, bij Baarsdorp heeft ooit een mottekasteel gestaan. Dit is een hoog middeleeuws type burcht dat meestal in hout werd opgetrokken. Dit soort burchten werd gebouwd op een ‘motte’, een vliedberg. Het mottekasteel bestond meestal uit een torenvormig gebouw.

Gerestaureerd mottekasteel bij Terra Maris

 

De meest voorkomende verschijningsvorm van een mottekasteel bestond uit twee gedeelten, een hoofdburcht en een of meer voorburchten. Beide waren gebouwd op kunstmatige heuvels die meestal waren omgeven door een gracht en een houten omwalling die later vaak werd vervangen door een stenen muur. Op de hoogste motteheuvel (de opperhof) werd een donjon, een kasteel, een burcht of een ander verdedigingswerk aangelegd. De motteheuvel met zijn toren vertegenwoordigde het residentiële (adellijke) en militaire karakter van de plaats. Verder bestond het mottekasteel uit een of meer lager gelegen voorburchten (de neerhof). Hier stonden de nutsgebouwen met soms een kapel of het eigenlijke woonhuis van de heer in het geval dat de donjon alleen als noodverblijf werd gebruikt.

Het kasteel van Baarsdorp is in de loop der jaren helemaal verdwenen. Waar de oorspronkelijke ingang was, staat nu een hek. Binnen de vroegere stenen muur stond rond 1233 een gotisch kerkje dat deel uitmaakte van de slotkapel van Jacoba van Beieren.

Het kasteel werd in 1572 vernield tijdens de belegering van Goes.

Vanwege historisch belang door opgravingen staan beide vliedbergen op de lijst van rijksmonumenten.

Onze Lieve Vrouweputje

Het O.L. Vrouweputje bij Baarsdorp stond tot in de vorige eeuw bekend als bedevaartsplaats. In 2006 ontsproot de bron weer in de gemeente Goes. Het Vrouweputje is nu een bezinningsplek op Zuid Beveland waar het zoetzuivere bronwater in een brakke omgeving weer welt als vroeger.

Vrouweputje – foto Staatspareltjes

 

Bij het Vrouweputje zou, zo gaat het verhaal, Maria verschenen zijn. Ene Greet werd in de middeleeuwen uit se stad Goes verbannen. Uitgeput van het lopen rustte zij uit bij een poeltje. Daar zou Maria aan haar verschenen zijn. De maagd droeg haar op om mensen te helpen en te genezen bij het poeltje.

Vanwege de Mariaverschijning staat het putje sinds de middeleeuwen bekend als een bedevaartsoord met genezende krachten. Mensen met onder andere reuma en zweren zouden van heinde en verre gekomen zijn op zoek naar genezing. Sinds jaar en dag deden in de regio heel wat bijzondere verhalen de ronde over het putje.

De verhalen gingen nog lang door. In 1946 werd nog een verhaal opgetekend van een vrouw met een zeer been. Haar zoon moest geregeld naar het Vrouweputje om water te halen. Ze streek het water op haar been en de pijn was dan voor de rest van de dag verdwenen. Toen zoonlief op een dag met slootwater thuiskwam trapte ze er niet in en zei meteen: “Dat is geen water van het putje, het werkt niet!”

Het huidige Vrouweputje – foto Rosalie Fluitsma

Verval en opstanding

Eeuwenlang bleef het Vrouweputje een bijzonder plek in de Zeeuwse natuur. Maar langzaam maar zeker deed de natuur haar werk en het bedevaartsoordje stond op het punt van verdwijnen.

In 2006 is het Vrouweputje opnieuw leven ingeblazen. Het werd uitgegraven. De organisatie, ontwerp en aanleg werd geleid door 6 vrouwen, elk met hun eigen drijfveer. Nu, in 2019 is het Vrouweputje volwassen geworden. De geplante bomen en struiken zijn aardig gegroeid. De aangebrachte steencirkel laat zien dat weer veel bezoekers de symboliek van de plaats waarderen. Er gaan weer verhalen over mensen die steun en kracht voelen bij de bron. Voor anderen is het een plek om bij te komen en te bezinnen.

Maar is het water echt genezend? Wie weet. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

De Poel

Bent u in de buurt van deze twee prachtige en rustige gehuchten, ga dan ook eens naar natuurgebied de Poel.

Natuurgebied De Poel is een uniek stuk ‘oudland’ met veel hoogteverschillen, poelen en heggen. De onderste laag veen was vroeger doordrenkt met zout water en werd daarom tussen de 14de en 16de eeuw gebruikt voor zoutwinning. Hierdoor verzakten delen van de graslanden, wat het gebied een uniek karakter heeft gegeven.

Tuinfluiter, veel voorkomend in de Poel

De Poel bestaat uit het Ganzengebied (veelal grasland) en het Heggengebied (dijken). Voor grutto’s, kieviten, tureluurs en scholeksters zijn de graslanden ideale plekken om te broeden. Meidoorns zorgen in het voorjaar voor een prachtige witte bloemenzee. Onder andere de tuinfluiter, kneu, spotvogel en heggenmus nemen dan bezit van deze natuur. Daarnaast zijn de meidoorns een belangrijke bron van voedsel voor talloze vogels. Tot diep in de winter snoepen zij van de rode meidoornbessen.

 

 

Purperen wilde marjolein

 

Ook een wandeling over de dijken van De Poel is de moeite waard. Van mei tot september worden ze versierd door gele agrimonie en de purperen wilde marjolein. In de schoongehouden poelen en sloten van het natuurgebied vindt je onder andere watersalamanders en groene kikkers.

 

Heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp. Een heerlijkheid. Doen!

 

Bron: o.a. Zeeuwse Ankers – Radboud Mensinides