Het gemeentearchief van Schouwen-Duiveland heeft één van de weinige en zeldzame afbeeldingen van voormalig Slot Windenburg in Dreischor op de kop kunnen tikken voor € 25,50. De litho komt uit een boek uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Het kasteel werd na 1837 afgebroken. Maar wat maakte dit slot nu zo speciaal?

De gevonden litho van Slot Windenburg

 

Ontstaan

Het kasteel Windenburg bij Dreischor werd gebouwd tussen 1397 en 1401 in opdracht van hertog Albrecht van Beieren. Het kasteel kreeg van de inwoners van Dreischor verschillende namen. Enkele waren het Konings- of Keizershuis. Ook werd het wel het gravenhuis genoemd, maar de meest genoemde naam was Steenhuis, later Stenen huis.

Albert van Beieren

 

Eilanden

Dreischor was in die tijd nog één van de vier eilanden waaruit het latere Schouwen-Duiveland werd gevormd. Albrecht van Beieren liet het kasteel bouwen om vandaar uit de werkzaamheden aan de bedijking van de eilanden te beschermen, maar ook om tot zijn eigen verdienste tol te kunnen heffen. Bekend is dat het slot werd bewoond door een grafelijke tolgaarder aan wie schippers die door de Gouwe voeren een bedrag moesten betalen.

Ook de baljuw heeft er zijn woning gehad.

 

Het eiland Dreischor omstreeks 1300

 

 

Verschillende eigenaren

In 1404 overleed hertog Albrecht. Zijn weduwe Margaretha van Cleve kreeg Dreischor toegewezen om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien. Lang kon zij er niet van genieten. Na haar dood op 25 mei 1413 en kwam het slot in handen van Graaf Floris van Haamstede. Deze verkocht later de heerlijkheid aan de nicht van Margaretha, Catharina van Cleve.

Philips de Goede was inmiddels heer van de Nederlandse Gewesten geworden. Na het overlijden van Catharina werden door hem de bezittingen op 6 mei 1453 als huwelijksgeschenk cadeau gedaan aan Adolf van Cleve die trouwde met Beatrix van Portugal.

Maar ook Beatrix had niet het eeuwige leven. Zij overleed in 1462. Adolf hertrouwde in 1470 met Anna van Bourgondie, een dochter van Philips van Bourgondie. Van dit huwelijk kon Adolf nog 22 jaar genieten. Hij overleed in 1492.

Na zijn overlijden ging zijn ambachtelijke titel over op zijn zoon Philips van Kleef. Hoewel deze Philips een aantal keren getrouwd was, stierf hij kinderloos in 1528. Zijn bezittingen kwamen daardoor te vervallen en werden weer eigendom van de graaf.

Wapen van Adolph van Cleve

 

In een brief van 9 december 1530 verklaarde Karel V dat Dreischor, als bijzondere heerlijkheid, niets met de toenmalige Staten van Zeeland te maken had. Dit heeft geduurd tot 1705.

Machtswisseling

De Nederlanden bevonden zich in die tijd in het midden van de reformatie. Al in 1523 vonden de eerste ketterverbrandingen plaats en werden de augustijner monniken Jan van Essen en Hendrik Voes op de grote markt van Brussel terechte gesteld. Zij hadden in Antwerpen de leer van Luther verspreid.

Er heerste meer en meer onvrede en de Tachtigjarige Oorlog begon zich al aan te dienen.

 

Plakkaat van Verlatinghe

 

In 1581 werd Philips afgezworen na het uitbrengen van het Plakkaat van Verlatinghe. Omdat de Staten van Zeeland een van de medeondertekenaars was, werden zij de nieuwe eigenaar van de ambachtsheerlijkheid.

 

Ambachtsheerlijkheid

Een ambachtsheerlijkheid of kortweg ambacht was de kleinste bestuurseenheid op het platteland. Deze middelbare of lage heerlijkheden van een ambachtsheer of ambachtsvrouwe werden in leen uitgegeven door leenheren als graven, bisschoppen en hertogen. Later door de Staten.

De ambachtsheerlijkheid onderscheidde zich van de vrije of hoge heerlijkheid doordat de heer geen jurisdictie in halszaken bezat. Naast eenvoudige rechtspraak behoorden ook bestuur en wetgeving tot de competentie van de heer. Deze liet de uitoefening van al deze bevoegdheden meestal over aan een door hem benoemde schout (de werkelijke uitvoering door schout en schepenen). Voorts had de heer onder meer recht op allerlei heffingen.

Oorspronkelijk waren de ambachtsheerlijkheden in handen van edellieden. Later werden ze veelal gekocht door rijke burgers en door steden.

Pieter Mogge – bezit Stadhuimuseum

 

Ockerse en Mogge

In 1705 verkochten de Staten van Zeeland de heerlijkheid aan Mr. J.D. Ockerse een welgesteld pensionaris uit Zierikzee. In 1742 werd zijn neef, Pieter Mogge van Renesse, eigenaar van Dreischor. Deze overdadig rijke burgemeester van Zierikzee, liet bij zijn overlijden in 1756 zijn woonplaats 420.000 gulden na. Van dat geld moest een universiteit worden gesticht, een Zeeuwse tegenhanger van de Alma Mater in Leiden.

Na het overlijden van Mogge in 1756 werd het slot verkocht aan Mr. A. Heshuijzen. In 1790 werd bij testament C.J. de Jonge, welke woonde in Kleef eigenaar van de heerlijkheid. De Jonge die geen enkele binding had met Dreischor, verkocht het intussen zwaar verwaarloosde slot op 8 augustus 1837 voor de sloop.

De eens zo fraaie slotgracht werd, ondanks een vastgelegd verbod bij de verkoop, gedumpt met puin en afval.

 

Oorspronkelijk

In 1955 werden onderzoeken gedaan naar het voormalige kasteel. Daarbij bleek dat het was gebouwd op een cirkelvormige fundering. De fundamenten hadden een middellijn van ruim 17 meter. De muurdikte was 2 ½ meter. De verdiepingen hadden wat dunnere muren, maar ook daar zal de binnenruimte niet al te groot zijn geweest. Om de kamers iets groter te maken waren er tegen de buitengevels een vorm van erkers aangebouwd. Dit is goed te zien op een tekening van het slot van Cornelis Pronk ui 1743. Ook is hierop goed te zien dat de fundering inderdaad rond was.

De bedoelde tekening van Pronk uit 1743

Aanvankelijk bestond er verwarring over deze tekening. Pronk had zijn prent als titel gegeven; ‘’t Huis de Reyschor te Windenburg. Deze tekening werd een eeuw eerder vervaardigd dan de litho die nu is aangekocht door het Stadarchief en wijkt hier en daar nogal af.

 

Afwijkende bouw

In afwijking van andere kastelen in Zeeland werd de bouw van Slot Windenburg geheel anders uitgevoerd. Het werd niet gebouwd als kasteel om in te wonen. Het diende als versterking voor een afdeling soldaten die toezicht hielden op de bedijking en de tolheffing.

 

Slotgracht

Op de tekening van Pronk is ook goed te zien dat Slot Windenburg rondom in een brede gracht stond. Deze kon worden afgesloten door een houten brug. Deze kwam uit in een poorttoren welke was voorzien van twee arkeltorentjes, hangende torentjes aan de hoeken van twee gevels. Aan de zuidzijde had het kasteel zelf ook een, bijna even hoge, arkeltoren. Aan de voor- en achterzijde was een trapgevel gebouwd.

 

Afbraak

Zoals gezegd, één van de afspraken bij de verkoop was dat de fundamenten, de gracht en de onmiddellijke omgeving in stand moesten blijven. Daar hier echter geen enkele controle op werd uitgevoerd, raakte de gracht gevuld met puin en de omgeving verpauperde. Door de Watersnoodramp van 1953 werden de laatste resten van dit eens zo trotse gebouw geheel verloren.

Het huidige Huize Windenburg – foto Ernesta Verburg

Nieuwbouw

In 1956 werd begonnen met op de plaats van het vroegere Slot Windenburg een herenhuis te bouwen. Deze zou de burgemeester van Dreischor als ambtswoning gaan betrekken. Maar ook deze woning was geen lang leven beschoren. In 1961 werd Dreischor samengevoegd met de gemeente Brouwershaven en werd de burgemeesterswoning overbodig.

De woning werd verkocht aan een particulier, Dreischor achter latend met een prachtig historisch verhaal.