In de meeste oosterse keukens staan zeewieren dagelijks op het menu. Terecht! De licht zoutige smaak van wieren geeft gerechten vaak net dat beetje extra. Vooral in de Japanse keuken zijn wieren niet weg te denken. Er is geen sashimi, teppanyaki of soep te bedenken waarin wieren ontbreken. Het voordeel van het gebruik van wieren is dat ze ontzettend gezond zijn en relatief goedkoop. Daarnaast is er geen product te bedenken dat zoveel mineralen, vitamines en aminozuren bevat.

Maar wieren en algen kunnen ook leverancier zijn van tal van andere waardevolle grondstoffen.

Langzaam maar zeker begint men dat in Nederland ook te ontdekken.

Spirulina

Spirulina

Spirulina

Een kleine halve eeuw geleden was spirulina het eerste plantaardig product dat vanuit de zee bij de mensen kwam. Het is een blauwgroene zoutwater alg. Het werd razend populair als voedingssupplement. Meestal werd het in poedervorm of als pil ingenomen. Hoewel voornamelijk gewonnen in mineraalrijke meren is spirulina waarschijnlijk het eerste product dat men grootschalig ging kweken in speciale buitentanks. In 2016 werd ongeveer 5.000 ton spirulina gekweekt voor de handel.

Spirulina is een van de rijkste bronnen van proteïnen. Het eiwitgehalte is ongeveer 60 tot 70%. Het is rijk aan vitaminen, eiwitten, aminozuren, omega 3 vetzuren en tal van mineralen.

Spirulina was voor de westerse wereld een doorbraak naar consumptie van wieren betekent.

Zeekraal

Zeekraal

Zeekraal

Zeekraal is al een redelijk bekende in onze keuken. Van nature komt het voor langs de hele Europese kust.  De planten groeien in schorren en aan stranden. Zeekraal is meestal niet hoger dan 30 centimeter. Kenmerkend zijn de bladeren die klein en schubachtig zijn. Daardoor wordt de plant vaak voor bladloos aangezien. Meestal is zeekraal groen, maar in het najaar kan hij verkleuren tot roodachtig.

Het Zeeuwse zeekraalseizoen loopt van mei tot september. Daarna wordt het veel geïmporteerd vanuit Mexico en Israël.

Zeekraal heeft een heerlijk zilte smaak en is lekker knapperig. De smaak en structuur lijkt op jonge spinaziestengels. Je kunt zeekraal rauw toevoegen aan recepten, maar het laat zich ook goed kort blancheren.

Lamsoor

Bloeiend lamsoor

Bloeiend lamsoor

Lamsoor is een plant uit de familie van de strandkruidfamilie. De plant groeit in Zeeuwse schorren die door het tij overspoeld worden door het water van de Oosterschelde. Lamsoor is een van de weinige wieren die bloeien. Aan het begin van augustus zie je velden van lamsoor paars kleuren door de kleine bloemetjes. In België op het Zwin, waar lamsoor ook welig tiert, wordt het in de volksmond zwinnebloem genoemd.

De plant stekt zichzelf. Aan de onderkant van de bladeren bevinden zich ongeveer 600 zoutkliertjes per cm². Zij filteren het overtollig zout uit de plant. Als de zon op de bladeren schijnt ziet men de zoutkristallen schitteren op de plant.

Lamsoor heeft een milde zilte smaak. Het is lekker om lamsoor in een pan, met een klontje boter te smoren en te combineren met diverse vissoorten.

Visdraadwier

visdraadwier

visdraadwier

Visdraadwier dank zijn naam aan het uiterlijk. Het lijkt het meest op een slordig opgerold bolletje groen draad. Het komt redelijk veel voor aan onze kust. In tegenstelling tot andere wieren heeft dit wier moeite zich goed te hechten. Om die reden kun je de bolletjes vaak aangespoeld op het strand tegenkomen. Visdraadwier smaakt het best als het rauw wordt gegeten. Het is lekker knapperig en licht zilt van smaak. Het is aan te bevelen om het licht te besprenkelen met vers citroensap vlak voor het opdienen.

Zee-eikwier

zee-eikwier

zee-eikwier

Zee-eikwier wordt ook wel gezaagde zee-eik genoemd. Kenmerkend is de gezaagde rand. Het wier behoort tot de familie van de bruinwieren. Het is dan ook olijfbruin van kleur. Naar de toppen, waar de voortplantingsorganen zich bevinden, wordt de kleur lichter.  Het wier kan 30 tot 50 centimeter lang worden. Zee-eikwier vertoond in de bladen een middenrib.

Zee-eikwier is pittig zilt en heeft de smaak van noten. Bij verwerking wordt het wat milder van smaak. Het is een goeie groente om te koken. Maar ook chips maken van zee-eikwier is een feestje.

Wakaméwier

Wakamewier

Wakamewier

Wakaméwier is eigenlijk een importproduct. Toen de oesterteelt een aantal jaren geleden leek te verdwijnen werden Japanse oesters geïmporteerd. Tegelijk daarmee haalden we het Wakaméwier naar onze wateren.

Het behoort tot de groep bruinwieren. Het groeit met zijn wortel op een harde ondergrond. Vanuit de wortel groeit een steel waaraan langwerpige bladeren ontstaan. Deze kunnen tot 15 centimeter breed worden. De bladeren hebben een dikke nerf met een gelobde basis. Oudere bladeren lijken, dwars op de lengterichting, in reepjes te zijn gescheurd. Daardoor ontstaat een nerf met aan beide kanten flapjes.

Wakaméwier komt vrij veel voor in het intertijdengebied en iets dieper in de zuidwest delta.

Ook dit wier heeft een nootachtige smaak. Het is bijzonder geschikt om, samen met geroosterde  sesamzaadjes te gebruiken als salade. Maar ook kan men het gebruiken om vis in te verpakken en in de over te garen.

Rood Hoorntjeswier

rood hoorntjeswier

rood hoorntjeswier

Rood hoorntjeswier is een struikvormig wiertje dat ongeveer 30 tot 40 centimeter hoog kan worden.

Het is makkelijk te herkennen aan de duidelijk rode kleur. De vertakte uiteinden lijken op gekromde hoorntjes, vandaar de naam. De toppen van de blaadjes buigen sterk naar elkaar toe.

Het plantje lijkt een beetje op zeekraal. Het groeit op stenen, maar kan zich ook vastzetten op andere planten. Het houdt van behoorlijk zout water. Rood hoorntjeswier groeit voornamelijk langs de laagwaterlijn en komt daar veel voor. Maar door de voorkeur voor zout water zal men het in het westelijk deel van de Oosterschelde eerder aantreffen dan in het Grevelingenmeer.

Momenteel is men bezig met onderzoek om uit een extract van dit wier een medicijn tegen griep te ontwikkelen.

Rood hoorntjeswier is een echt zomerwier en heeft een fruitige smaak. Dit wier is rauw te verwerken, maar je kunt het ook stoven of frituren in tempura. Extra feestelijk: dit wier geeft een rode kleur af.

Zeeslawier

Zeesla - foto Kristian Peters commons.wikimedia.

Zeesla – foto Kristian Peters commons.wikimedia.

Zeesla is wier dat behoort tot de familie van groene wieren. Het is een zomerwier. De Latijnse naam is Ulva Lactuca. Ulva staat voor moerasplant. Zeesla komt overal, in de strook tussen kust en diepere zee, voor. Het groeit op stenen en schelpen. De plant groeit alleen in zout water. Plaatselijk kan zeesla een laag vormen van wel 1 meter dik. Het heeft veel zonlicht nodig en in goede omstandigheden kunnen zich lagen vormen van wel een meter dik. De plant kan overleven in water tot een diepten van ca. 15 meter.

 

Zeesla is lekker mals en een beetje ziltig van smaak. Het kan rauw, als sla met een beetje olijfolie, worden gegeten. De smaak doet een beetje denken aan spinazie of witte kool.  Maar zeesla is ook goed te blancheren of te stoven.

Japans bessenwier

Japans bessenwier - foto Graça Gaspar -commons.wikimedia.

Japans bessenwier – foto Graça Gaspar -commons.wikimedia.

Japans bessenwier is net als Wakaméwier in de jaren zeventig van vorige eeuw samen met geïmporteerde oesters vanuit Japan bij ons ingevoerd.

Het behoort tot de familie van bruinwieren. Bessenwier staat bekend als een snelgroeier. De hoofdstelen kunnen meterslang worden. Aan de hoofdstelen groeien afwisselend geplaatste zijtakken. Daaraan groeien kleine bladeren, zonder middenrif. Aan de blaadjes ontstaan, aan kleine steeltjes, drijfblaasjes met een doorsnede van ongeveer 5 mm. Onderschat het drijfvermogen van deze blaasjes niet. Het kan voorkomen dat flink uitgegroeide planten een steen, waaraan ze zich hebben vastgehecht, optillen en meters verder weer neerleggen.

Japans bessenwier is groenbruin van kleur. De drijfblaasjes zijn vaak wat geelachtig bruin. Dit zomerwier, met een pittige zeewiersmaak, is het best te blancheren te stoven of als tempura te bereiden.

Voor wie het niet weet, tempura is een Japanse manier van bereiden. In dit geval kun je bessenwier in beslag dopen en frituren.

Suikerwier

suikerwier

suikerwier

 

Suikerwier maakt deel uit van de bruinwierfamilie. Het kan tot 4 meter lang en 20 centimeter breed worden. De stengel is slank en kort, met daaraan lintvormige bladeren die een golvende rand hebben.

Suikerwier groeit het liefst in diepe poelen en op laagwater niveau langs een beschutte kust. Liefst op een harde ondergrond. Het komt bij ons voornamelijk voor in de Oosterschelde.

Het wordt gebruikt als grondstof voor mannitol. Dit lijkt als een laag witte poedersuiker te verschijnen op de bladeren als het wier opdroogt. Mannitol is een natuurlijke zoetstof met 0,7 keer de zoetkracht van suiker. Het komt voor in allerlei soorten planten en heeft een zoete smaak, zonder bijsmaak. Mannitol wordt gebruikt in allerlei voedingsmiddelen. Behalve als zoetstof wordt het vaak ook gebruikt omdat het een betere structuur geeft aan bepaalde voedingsmiddelen en het uitdrogen ervan kan voorkomen.

Vanaf het voorjaar van 2011 wordt er door de universiteit van Wageningen geëxperimenteerd met suikerwier in samenwerking met een zeeboerderij aan de Oosterschelde. In 2014 werd voor de eerste keer suikerwier voor consumptie geoogst.

Naast de karakteristieke voedingseigenschappen van alle algensoorten, heeft het tamelijk zoete suikerwier een knapperige, stevige textuur, die ideaal is om vis in papillot te bereiden.  Het bevat glutaminezuur dat de smaak van de vis benadrukt en tegelijk zijn textuur zachter maakt.

Daarnaast bevordert suikerwier de bereiding van peulvruchten en verrijkt het bouillon met mineralen en sporenelementen (het is een smaakversterker).  Laat de algen voor gebruik 10 minuten wellen om ze zacht te maken.

U ziet, zeewieren bieden grote mogelijkheden voor de toekomst en het staat u vrij om  nu al in te stappen.

 

Gedeelten van de informatie en foto’s zijn betrokken van de website qualimer .