Waarde is een dorp dat door de eeuwen heen, haast méér dan welk ander nog bestaand dorp in Zeeland, alles met het water te maken heeft gehad. In het vooral in de 16de en 17de eeuw zwaar getroffen gebied ‘Beoosten Yerseke’, is het het enige dorp dat steeds na doorbraken en overstromingen na korte tijd weer hersteld en bewoond werd. Al is dit soms ook op het nippertje geweest.

Luctor et Emergo

Het ‘Luctor et Emergo’, in de betekenis zoals wij die er meestal aan toekennen,  staat voor Waarde ten voeten uit. Ook in de naam klinkt de grote invloed van het water door: Waarde, waard, waert, weert, wert staat geheel door rivieren ingesloten land, laagliggend land dat dikwijls onderloopt, buitendijks land.

Het vroegere Waarde

Honte en Hinkelinge

Voor het ontstaan van Waarde moeten we terug naar de 12de eeuw. Ten zuiden van het oostelijk deel van Zuid-Beveland, het land van Reimerswaal, ligt dan het aparte eiland Rilland. De scheiding tussen de beide gebieden wordt gevormd door de Hinkelinge of Hinkele. Aan de zuidkant van Rilland bevindt zich de Honte; vandaar de voor dit gebied veel gebruikte benaming ‘tussen Honte en Hinkelinge’.

Eiland Rilland

De kern van het eiland met de dorpen Rilland en Mare werd door een defensieve ringdijk beschermd. In het oosten lag tenminste één polder, die door oftensieve bedijking was aangewonnen, namelijk Agger. In het westen waren tegen de dijk van Mare één of meer polders van Valkenisse bedijkt. Nog meer westelijk, dicht bij de plaats waar de Hinkelinge in de Honte uitmondde, lag het schor Wilmarswaarde of kortweg Waarde. Dit diende Arnulf van Rilland tot weide-grond en vooral tot moergrond. De moerputten, die in deze periode waarin het land periodiek aan overstroming onderhevig was, zijn gegraven, zijn door de bodemkarteerders teruggevonden. Zij waren gevuld met verwerkte grond en slib. Het land lag in die tijd voor het grootste deel onbedijkt en gelijk met het zeeoppervlak en moet slechts weinig opgebracht hebben.

De voormalige abdijkerk van Nijvel – Foto Jean-Pol Grandmont – Pubkiek domein Wiki

12de eeuw

Het eiland Rilland was een deel van een kleine archipel van eilanden aan de zuidkant van Zuid-Beveland. Deze eilanden vielen onder het zogenaamde ‘Koningsgoed’ en waren eigendom van de Frankische koningen. Abdijen kregen stukken grond door de koning geschonken. Ook de abdij van Nijvel was eigenaar van grond op het eiland Rilland. De betekenis van Rilland liep in de loop der jaren sterk terug. P den duur was het nog slechts een schor. Arnulff van Rilland kon voor ‘vijf schellingen’ het gebied pachtten.

Abdij Ten Duinen

In 1187 gingen, waarschijnlijk via een schenking van Hendrik van Schoten, heer van Breda, de rechten op de Waardse schorren van Arnulf van Rilland over op de cisterciënserabdij Ten Duinen. Deze abdij trad hierdoor tevens in de rechten van de heer van Breda zelf.

De schorren van Waarde waren van die van Valkenisse gescheiden door een kreekje, de Schoudee. Dit kreekje vormde op basis van een in 1219 getroffen regeling de grens tussen de cisterciënzers van Ten Duinen als bedijkers van de gronden van Waarde enerzijds en de heren van Valkenisse anderzijds.

De cisterciënzers gingen voortvarend te werk. Aangenomen mag worden dat ze, evenals de cisterciënsers van Ter Doest in Kattendijke, hun grangia – een dorp – hebben gesticht nog voor zij met de bedijking een aanvang namen en dat de eerste inpoldering juist deze grangia met het omliggende gebied omvatte. Het was bij de cisterciënzers gewoonte en zelfs voorschrift om zich bij het stichten van een grangia te richten op afgelegen streken, waar weinig of geen mensen woonden.

Habijt van de Cistenzienzermonnikken – Door Tom Lemmens, – Publiek domein Wiki

Polderaanleg

In de nog onbedijkte schorren aan de westzijde van het eiland Rilland voldeden zij volledig aan deze voorwaarde. De eerste polder is als een eilandje ontstaan. De bedijking van het schor is blijkbaar nog niet zo eenvoudig geweest. De deskundige bedijkers van Ten Duinen hebben aan een inpoldering in etappes de voorkeur gegeven boven een indijking ineens. Door de elkaar snel opvolgende bedijkingen van vijf kleine poldertjes werd het schor aan de invloed van de zee onttrokken.

Aangaande de chronologie van de bedijkingen van het schor van Waarde weten wij weinig maar toch iets. De ‘Waardepolder’ zal door de monikken van Ten Duinen spoedig na hun komst zijn ingepolderd. De bedijking van de Westpolder en de Avenoordpolder is tussen die van de Waardepolder en 1219 te situeren, terwijl de monniken, zodra de transactie van 1219 over de grens met Valkenisse gesloten was, met de bedijking van het zuidelijke deel van de Oostpolder een aanvang zullen hebben gemaakt.

Boudewijn voor zijn vertrek voor een kruistocht

De verkrijging van het gebied van Waarde door Ten Duinen heeft evenwel vanaf het begin niet onder een gelukkig gesternte gestaan. In een verloren gegane oorkonde uit 1196 regelen de graven Boudewijn IX van Vlaanderen en Diederik VII van Holland de geschillen, die Ten Duinen had om haar Waardse bezit. Verder is er een oorkonde van 1213 waarbij elect Otto van Utrecht in nogal scherpe bewoordingen eventuele excommunicatie beveelt van degenen, die tegen de broeders van Ten Duinen geweldpleging begaan of hen in hun goederen en bezittingen of op andere wijze benadelen.

Graaf Diederik II van Holland

Vertrek van de monniken

Al in 1222 ging Ten Duinen ertoe over om haar Waardse bezit -uitgezonderd de leenheerschappij en het tiendrecht- van de hand te doen. Op dat moment waren er vermoedelijk ongeveer 650 gemeten van Waarde ingepolderd. De reden van deze ingrijpende handeling is niet helemaal duidelijk. De cisterciënzers gingen er in het algemeen niet gauw toe over om een min of meer afgeronde exploitatie met dorpen prijs te geven en zeker niet een abdij die op het hoogtepunt van haar expansie stond, zoals Ten Duinen omstreeks 1222. Het zou kunnen zijn dat de abdij met het vrij komende kapitaal en mankracht haar aandacht meer wilde concentreren op het gebied aan de overzijde van de Honte, om daar in de Vier Ambachten een groter aaneengesloten complex te gaan exploiteren. Het ligt echter meer voor de hand dat de steeds erger wordende uitdagingen van heren, die meenden aanspraken op Waarde te kunnen doen gelden waartegen de abdij op den duur niet opgewassen was, de doorslag hebben gegeven.

Overname

Kopers waren Wolfert, zoon van Wisse van Burgh, en Dankert en Hugo, zonen van Willem van Welle, voor een totaal bedrag van 1300 mark. Financieel gezien werd de verkoop allerminst een succes. Met de niet kapitaalkrachtige kopers hebben zich een reeks van jaren problemen voorgedaan.

Na 1222 bezat de abdij in Waarde dus nog de leenheerschappij en het tiendrecht. De plaats die voor 1187 de heer van Breda in de leenhiérarchie had ingenomen, werd na 1222 bezet door Ten Duinen, terwijl Wolfert van Burgh en Dankert van Welle op de plaats kwamen, die vroeger Arnulf van Rilland innam. Deze beide noemden zich al in 1223 heer van Waarde. In 1251 werden de rechten van Ten Duinen in Waarde door een scheidsrechterlijke uitspraak nog eens nader omschreven.

Ruïnes van de Abdij ten Duinen – Foto Limo Wreck – Publiek domein – Wiki

De heren van Waarde van dat ogenblik, namelijk Jan van Waarde, zoon van heer Wolfert van Burgh, en Dirk, zoon van Dankert van Welle, en zijn broers, blijken Waarde in leen te houden van Ten Duinen en mogen het niet verkopen of op een andere manier vervreemden dan met toestemming van de abdij. Behalve dat de financiële kwestie met de kopers zich lang voortsleepte. ondervond Ten Duinen door haar verkoop van Waarde ook nog moeilijkheden van de heren van Breda.

De reden hiervan is wel te begrijpen. Hun voorvader had indertijd voor zijn zielenheil zijn rechten op Waarde aan de abdij geschonken en nu zagen zij deze rechten aan derden, aan leken nog wel. verkwanseld, zonder dat zij er in gekend werden. Scheidsrechters stelden in 1229 Gillis van Breda echter in het ongelijk en oordeelden dat uit de schenkingsoorkonde duidelijk bleek dat destijds de heren van Breda geen enkel recht voor zich behouden hadden. Toch bleek het zelfs in het derde kwart van de 13de eeuw nog tweemaal noodzakelijk dat de heren van Breda afzagen van hun rechten en Ten Duinen in het bezit van Waarde bevestigden.

Het wapen van Waarde

Na 13de eeuw

Het kerkdorp Waarde heeft zich ontwikkeld in de nabijheid van het 13de eeuwse kasteel van de heren van Waarde, waarvan de restanten teruggevonden zijn. Op deze plaats of in de directe omgeving moet ook de 12de eeuwse grangia van Ten Duinen gestaan hebben. In het kaartboek van Waarde door Cornelis Smallegange uit 1637 heet deze plaats het ‘Coolhoff’. De dorpskern en het Coolhoff moeten met de ‘Kerkhouck’ en de ‘Meese’, respectievelijk ten oosten en ten noordwesten ervan gelegen, de oudste bedijking hebben uitgemaakt, begrensd door de Plattendijk in het zuiden en oosten en de Hoge Weg en de Kerkedijk of Havelozedijk in het noorden en westen. Bij de bodemkartering van dit gebied, die plaats vond na de Watersnoodramp van 1953, maar voor de herverkaveling werd het vroegere bestaan van deze dijken geconstateerd.

 

Havenstraat in 1924


Permanente bewoning

De permanente bewoning van het gebied van Waarde zal ongetwijfeld snel na de vestiging van de cisterciënzers op gang gekomen zijn en zich hebben geconcentreerd binnen de eerste bedijking, dus in de omgeving van de grangia. Het tijdstip waarop hier een parochie gesticht is, kennen we niet. Vermoedelijk heeft dit echter kort na de overdracht door Ten Duinen in 1222 plaatsgevonden, in ieder geval ruimschoots voor 1251.

Anno Nu

Waarde hield op te bestaan al gemeente op 1 januari 1970. Op die dag, in het kader van de gemeentelijke herindeling, ging het samen met Rilland-Bath, Krabbendijke, Kruiningen en Yerseke op in de gemeente Reimerswaal.

Waarde vanuit de lucht, 1924

In 2020 telde Waarde 1.410 inwoners. Het dorp is bekend vanwege haar agrarisch karakter. Nog steeds leven hier veel inwoners van de fruitteelt. Vooral appels en peren vormen een bron van inkomsten. Waarde vormt het middelpunt van uitgestrekte landerijen.

Waarde is een schitterend dorp aan de oever van de Westerschelde. Je komt er niet toevallig terecht. U moet echt de moeite nemen om er naar toe te gaan. En dat is zeker de moeite waard. Verbazing valt u ten deel. Ga bijvoorbeeld eens het terrein met bewoningssporen van het verdronken dorp Valkenisse, met het voormalie kasteel eens verkennen.

 

Molen de Hoed

Molen de Hoed

Of neem de molen ‘de Hoed’. De Hoed is een standerdmolen. Al voor circa 1550 is deze molen in de Belgische stad Gent gebouwd. In 1858 werd de molen opnieuw opgebouwd in Kruiningen. De molen bleef in Kruiningen tot 1945 in gebruik. In 1963 volgde een uitgebreide restauratie. Na het overlijden van de molenaar raakte de molen in verval en kocht de toenmalige gemeente Kruiningen de molen aan. In 1991 volgde volledige herbouw in Waarde waarbij de molen zijn oorspronkelijke uiterlijk terugkreeg.
In 1993 was de feestelijke heropening. De molen, die sinds 1995 eigendom is van de Stichting Molen De Hoed, is uitgerust met twee koppels maalstenen die op originele Vlaamse manier allebei door een apart bovenwiel worden aangedreven. De roeden van de molen zijn ruim 24 meter lang en zijn voorzien van het Oudhollands hekwerk met zeilen. Meestal op zaterdagen is de molen in werking en open voor bezoek.

Voormail gemeentehuis – foto Lidewij C J. – Publiek domein Wiki

Voormalig gemeentehuis

In 1909 werd het toenmalige gemeentehuis gesloopt, waarna onder leiding van architect W. Sterk uit Schore op dezelfde plaats in de Raadhuisstraat een nieuw gemeentehuis werd gebouwd door aannemer Kopmels uit Waarde. Voor de bouw en de meubilering werd 4800 gulden geleend van de toenmalige ambachtsheer Wilhelm Cornelis Baert. Opvallend is de dubbele houten voordeur die is voorzien van houtsnijwerk en de boogtrommel met het opschrift “Gemeentehuis” met Art Nouveau motieven.

de Nederlands Hervormde kerk – Foto Lidewij C J. Publiek domein Wiki

Hervormde Gemeente Kerk

Met de bouw van de Hervormde kerk van Waarde werd begonnen in de 14de eeuw. Het oudste deel is de aan drie kanten vrijstaande toren. De koorsluiting aan de noordkant werd gebouwd na 1598.

Aan de zuidkant van de kerk bevinden zich de consistoriekamer en een aangebouwde grafkapel uit 1657. In deze grafkapel treft me een monument aan ter herinnering aan Gilles Adriaanszoon van de Nisse aan. Deze edelman was ambachtsheer van Waarde, Overzande en ’s Gravenpolder.

Gilles was kapitein van de burgerwacht in Goes. Op 24 maart 16t7 braken er onlusten uit in de stad. Daarbij werd hij door aanhangers van de baljuw van Goes zwaar gewond om later aan die verwondingen te overlijden. Op 1 april werd hij in het koor van de Grote Kerk te Goes begraven. Aangezien hij twee jaar daarvoor de heerlijkheid Waarde had gekocht en op grond hiervan de titel van ambachtsheer voerde, werd ter zijner nagedachtenis aan de kerk van Waarde tegen de zuidmuur, aan de oostzijde van de dwarskapel, een grafkapel gebouwd. Enige jaren later werd zijn lichaam overgebracht naar zijn grafkapel in Waarde.

Oorlogsmonument Waarde

Monument

In het laatste oorlogsjaar, op 11 april 1944, stortte een Engels vliegtuig neer op Waarde. Op de plaats van het ongeluk werd een monument opgericht ter nagedachtenis aan de acht mensen die hijbij het leven lieten.

Dit oorlogsmonument is een uit baksteen opgetrokken muur waarop een bronzen plaquette is aangebracht. In de kinderkoppen voor de muur is een natuurstenen gedenksteen ingemetseld. Het geheel wordt mogeven door een haag. Het monument is twee meter hoog, zeven meter breed en vijf meter diep. Op 31 maart 1984 werd het onthuld door Prins Bernhard.

 

Haventje van Waarde

Haventje

Aan de Westerscheldedijk, iets ten zuiden van de dorpskern, ligt een klein haventje. Het haventje werd, volgens een gedenksteen in de basaltblokken, aangelegd in 1847. In het haventje werd vroeger druk aangelegd door schippers die op deze bedrijvige plek bieten verscheepten en waar bietenpulp voor dierenvoer werd gelost.

Momenteel is het een rustiek plekje waar enkele dorpsbewoners hun kleine bootjes hebben afgemeerd.

Waarde en omgeving – afb Google Earth

Omgeving

Waarde ligt in een prachtige omgeving waar de natuur bepalend is voor het landschap. Het is een prachtig, historisch plattelandsdorp aan de oever van de Westerschelde. Het is hier goed toeven.

Veel mensen bezoeken Waarde om te fietsen of lange wandelingen te maken. Ook voor liefhebbers van de sportvisserij is het een gewilde plaats.

Op de fiets zijn uitstapjes naar Rilland  en Bath  zeker aanraders. En wil men kennis maken met een bijzonder evenement, ga dan met kinderen eens schepen spotten.  Verveling is uitgesloten.

Waarde toont permanent haar waarde.

Bron: Hervormde Gemeente Waarde – Zeeuws tijdschrift – Waarde Digitaal