De auto is ontstaan door het vernuft van de mens en het vakmanschap dat werd aangewend in lokale schuren en smederijen.

 

De eerste auto

 

De Duitser Carl Benz was een technicus en uitvinder. Benz begon een bedrijf Bens & Co in 1883 in Mannheim. Hier wilde hij industriële machines produceren. Hij ontwikkelde diverse tweetaktmotoren. Zijn droom was  een wagen aangedreven door een viertaktmotor. Hij bouwde uiteindelijk een watergekoelde motor op een driewielerbasis met één cilinder. De auto maakte zijn eerste meters 1885. In de zomer van 1886 reed de eerste auto door Mannheim.

de Benz Velo uit 1894 - Foto Chris 73 Wikimedia Commons

de Benz Velo uit 1894 – Foto Chris 73 Wikimedia Commons

Autofabrieken

Het eerste bedrijf dat zich exclusief toelegde op de productie van auto’s was het Franse Panhard et Levassor. In 1889 openden zij hun eerste fabriek. Ze bouwden allerlei soorten wagens: van kleine personenwagens, sport- en racewagens tot luxewagens.  Twee jaar later werden ze gevolgd door Peugeot. Auto’s werden met de hand en op bestelling gemaakt, maar er waren autofabrieken.

de Benz Velo uit 1894 - Foto Chris 73 Wikimedia Commons

de Benz Velo uit 1894 – Foto Chris 73 Wikimedia Commons

Massaproductie

In 1903 ontstond in Amerika de Ford Motor Company. Henri Ford was in de vier voorgaande jaren al twee keer failliet gegaan, maar hij moest en zou auto’s voor de Amerikaanse markt fabriceren.

In 1908 kwam de T-Ford  op de markt, een praktisch ingesteld vervoermiddel met ruimte achterin “zodat men er een paar melkbussen kan neerzetten”, zei Ford. Technisch was het model goed bij de tijd met een 2,9 liter viercilindermotor.

T-Ford zoals deze werd gebouwd tussen 1908 en 1927 - Foto Rudolf Stricker - commons.wikimedia.

T-Ford zoals deze werd gebouwd tussen 1908 en 1927 – Foto Rudolf Stricker – commons.wikimedia.

Lopende band

In het begin (1908) kostte de T-Ford $ 850, en die prijs ging naar $ 950 in 1910. Maar eind 1910 kwam een geweldige prijsverlaging. De T-Ford werd leverbaar vanaf $ 680. Dit kwam doordat Ford de fabriek verhuisde naar een nieuw terrein op Highland Park in Detroit. Hier introduceerde Ford ‘De lopende band’. Op die manier werd de efficiëntie verhoogd. Waar vroeger één werknemer een motor in elkaar zette, werd dit werk nu verdeeld. Dit was tevens de basis voor een aantal theorieën over productie en werkorganisatie.

In de zomer van 1914 ging de prijs omlaag naar $ 490 en beloofde Henry dat hij elke klant vijftig dollar terug zou geven als de fabriek een jaarproductie van 300.000 stuks zou bereiken.

De auto was door Ford een massaproduct geworden en voor iedereen te koop.

Onderhoud en reparatie

Maar er was onderhoud en reparatie nodig. De garage ontwikkelde zich voornamelijk uit lokale smederijen , waar het ambachtelijke smeedwerk meer en meer vervangen werd door het repareren van machines en auto’s. In de beginjaren vaal gecombineerd met rijwielreparaties, want ook de fiets deed zijn intrede. Maar langzaam maar zeker kreeg elke stad en elk dorp zijn garage.

De garage van vroeger - foto van Sarina Hendrikse

De garage van vroeger – foto van Sarina Hendrikse

Hightech bedrijven

In de loop der jaren zijn garages veranderd in hightech bedrijven. De auto is meer en meer een gecompliceerd, computergestuurd instrument geworden. De verbrandingsmotor verdwijnt en in de toekomst wordt er nog uitsluitend elektrisch gereden. Dat betekent dat de smid van vroeger is verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn hoog opgeleide monteurs in de plaats gekomen en garages veranderd in technische en gespecialiseerde bedrijven.

Ook in Zeeland hebben we een behoorlijk aantal van deze bedrijven.