Mosselen

Mosselen

Mosselen zijn bij de mens al bekend zolang als we na kunnen gaan. Door de eeuwen heen is het een product uit de zee dat bekend stond als een gezonde lekkernij.

Prehistorie

Mosselen staan al op het menu sinds de prehistorie. De mensen aan de kust leefden in een nat veenlandschap dat regelmatig tijdens stormen door de zee werd overspoeld. Van deze periode kon men door opgravingen een deel van het leven uit die tijd reconstrueren. Door vondsten zijn voor het eerst in Zeeland de resten van een huis uit de Midden IJzertijd gevonden.

Ook is een deel van een akkertje ontdekt waarop vlas lijkt te zijn verbouwd. Maar er zijn ook opgravingen gedaan die duidelijk op mosselconsumptie wijzen.

Begin van de jaartelling

Door opgravingen is aangetoond dat de Romeinen al mosselen aten. Dit werd ontdekt bij het blootleggen van een voormalige vesting Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen.

Een andere belangrijke aanwijzing is een vindplaats uit de Midden Romeinse tijd (ca. 200 na Chr.) Deze ontdekking werd gedaan ten zuidoosten van Serooskerke.

 

Afbeelding van een tijdelijk bewoonde terp

Afbeelding van een tijdelijk bewoonde terp

Het onderzoek maakte duidelijk dat de zee vaak het leven op het land bedreigde. Als redmiddel bouwden de bewoners van plaggen een soort van dijkjes. Ook werd hier een terpje gevonden. Of de terp permanent bewoond was, is onduidelijk. Men neemt aan dat er seizoensgebonden bewoning was in samenhang met de verwerking van mosselen. Rond de terp trof men grote hoeveelheden mosselschelpen aan die duidelijk maakten dat hier op grote schaal mosselen zijn verwerkt. De vondst doet vermoeden dat hier mosselen werden gekookt en voor transport werden klaar gemaakt.

Ook in de verslagen van “De tol van Ierseker Oord” komen we mosselen tegen. De tol van Ierseker Oord lag op de punt van het inmiddels verdronken Land van Reimerswaal, gelegen tegenover Bergen op Zoom. Oorspronkelijk was het een van de wachttollen van Geervliet, de oudste Hollandse tol. Kooplieden en schippers die via de Zeeuwse binnenwateren van of naar Vlaanderen of Brabant voeren dienden hier tol te betalen.

Fabels en legenden

Uit de verslagen uit die tijd, waarin hoeveelheid en soort van vracht werden genoteerd, komen we regelmatig mosselen tegen.

Reimerswaal

Reimerswaal

 Maar in die tijd bestond er ook veel misverstand over mosselen. Constantijn Huygens, de Nederlandse dichter, diplomaat, geleerde, componist en architect hield zich bezig met tal van wetenschappelijke gebieden. Zo dacht hij ook veel na over voortplanting. Hij kreeg het behoorlijk aan de stok mat Adriaen Coenen, de auteur van “Het Visboeck” waarbij hij inging op het bestaan van boomganzen, een discussie die gedurende lange tijd in de middeleeuwen speelde. In zijn boek beweerde Coenen dat er bomen bestonden waaraan mosselen groeiden. Uit deze mosselen zouden eenden worden geboren. Er zou dus een overgang plaats vinden tussen de categorieën plant en dier.

Huygens schroomde niet om Coenen belachelijk te maken en legendes als wetenschap te zien.

Deel uit het boek van Coenen; Boomgansjes

Deel uit het boek van Coenen; Boomgansjes

 Al vanaf de 15de eeuw werd er in het Zeeuwse Deltagebied druk op mosselen gevist. Na de ondergang van Reimerswaal rond 1630, trokken veel mosselvissers naar Tholen. Dit stadje werd al snel het centrum van de schelpdierenvisserij. Later trokken de vissers naar het schonere water bij Yerseke. Door de aanleg van de Eendracht en de Brabantse waterlinie raakte het water in Tholen sterk vervuild.

Industrie

Maar ook andere Zeeuwse gemeenten zoals Philippine bij Terneuzen en Arnemuiden stortten zich op de mosselvisserij. De mosselvangst begon meer en meer een industrie te worden.

Mosselvisser in de haven van Arnemuiden

Mosselvisser in de haven van Arnemuiden

 

 

 

 

 

 

 

Tot aan het begin van de 19de eeuw was de mosselvangst aan niets gebonden. Het stond iedereen vrij om de schelpdieren van de mosselbanken te rapen. Voor veel arme gezinnen was dit een leuke vorm van bijverdienste. Maar op den duur liep dit helemaal uit de hand. Er was sprake van overbevissing en er ontstonden heuse mosseloorlogen. In 1825 greep Koning Willem I in. Hij nam maatregelen om die overbevissing en de voortdurende ruzies in te dammen.

In 1870 kon men voor het eerst mosselpercelen huren. Vissers konden aanspraak maken op hun deel van het water, dat werd afgezet met boomtakken en door andere vissers gerespecteerd.

Handwerk

Het was hard werken. Alle werk werd met de hand uitgevoerd en het was lichamelijk “hard labeur”. Het werk werd gedaan met een slagrijf en een handkor. In de haven werd de vangst door Zeeuwse vrouwen in manden van boord gedragen, gewassen en schoongemaakt voor de verkoop.

Mosselmannen ventten hun schelpen uit in grote manden en mosselen golden in die tijd als armeluisvoedsel.

Veel van de handel ging naar Antwerpen. Daar stonden de mosselmeiden in lange rijen langs de Kaai om hun waar te verkopen. Als de mosselverkopers terug kwamen uit België, droegen zij sigaretten met zich mee de grens over. Zo sneed het mes aan twee kanten. Tegenwoordig gaat alle verkoop via de veiling.

Vissersvrouwen maken de mosselen gereed voor de verkoop

Vissersvrouwen maken de mosselen gereed voor de verkoop

Gelukkig voor de vissers trad de mechanisatie in. Er kwamen sterke scheepsmotoren en lieren die het werk verlichtten. Met behulp van pompen, kokers en transportbanden werden de schepen gelost.

Wat zijn mosselen?

 

Mosselen zijn filtreerders, zij zeven grote hoeveelheden water. Daarom zijn ze bijzonder gevoelig voor verontreiniging en giftige algen. Met het oog daarop controleert Imares IJmuiden intensief de partijen mosselen die op de markt komen. Als zij dit nodig achten wordt de oogst van de kweekpercelen tijdelijk stilgelegd als er een vermoeden bestaat voor een gevaarlijke besmetting.

Aan het einde van de veertiger jaren van vorige eeuw werd de mosselkweek geteisterd door een parasiet in de Zeeuwse stromen. Een groot deel van de oogst ging verloren. Veel mosselkwekers hebben toen kweekgronden opgezet in de Waddenzee. Het duurde tot na de watersnoodramp in 1953 voor zij terugkeerden naar de Zeeuwse wateren. In 1994 was dit opnieuw het geval in de Grevelingen.

Keuring en kwaliteit

Ook het RIVO meet regelmatig het gehalte aan giftige stoffen in mosselen. In juli 1997 constateerde dit instituut de aanwezigheid van de salmonella bacterie op enkele mosselbanken in de Oosterschelde. Het RIVO achtte het waarschijnlijk dat de besmetting het gevolg was van uitwerpselen van meeuwen. Deze hechten zich aan de bodem, maar door het te laat beginnen met baggerwerkzaamheden begin juli, werd de bodem omgeploegd en kon de bacterie zich over de mosselpercelen verspreiden.

Uniek voor de kwaliteit van de Zeeuwse mosselen is de kwaliteit van de bodem en het water. Om die reden zouden de beste mosselen ter wereld uit Zeeland komen.

Aan de grond kunnen nog steeds geen groeimiddelen worden toegevoegd. Alleen verplaatsen is mogelijk. Voor het overige blijf je helemaal afhankelijk van de natuur. Eén flinke najaarsstorm kan de hele oogst teniet doen.

Opvissen van mosselzaad in de Waddenzee

Opvissen van mosselzaad in de Waddenzee

 In het begin van de zeventiger jaren was er sprake van dat de Oosterschelde afgesloten zou worden door de Oosterscheldekering. Deze dam is één van de meest indrukwekkende waterbouwwerken ter wereld.

Het einde?

Volgens het oorspronkelijke Deltaplan van 1957 zou de Oosterschelde helemaal worden afgesloten door een dam. Men was al volop bezig de afsluiting te realiseren toen in 1970 een groep opstandige jongeren uit Yerseke roet in het eten kwam gooien. Met originele acties protesteerden zij tegen de afsluiting van “hun” Oosterschelde. Ze wisten de aandacht van de media te trekken en kregen daardoor de aandacht van de landelijke politiek.

Door het milieubewustzijn en de opkomende milieuorganisaties en de steun van de lokale visserij werd de roep om een open Oosterschelde steeds luider. Er werd uiteindelijk een compromis gevonden. De Oosterschelde blijft niet helemaal open, maar gaat ook niet potdicht. En dat was maar goed ook. Bij volledige afsluiting zou het zijn gebeurt met de mossel- en oesterteelt in de Oosterschelde en waarschijnlijk hadden we het bestaan van de Oosterscheldekreeft niet meer gekend.

Protest T-shirt tegen de afsluiting.

Protest T-shirt tegen de afsluiting.

 Zo hand in hand als de vissers en de milieubeweging met elkaar in die tijd optrokken, ze fel staan ze nu tegenover elkaar. Nu stelt de laatste zich op het standpunt dat het wad beschermt moet worden. Mosselzaad moet naar de vogels en niet meer naar Zeeland. Zoals u las, de mosselvissers willen hun boterham beschermen, de natuurorganisaties het milieu. Maar langzaam maar zeker groeien ze weer naar elkaar toe.

Het is mogelijk gebleken om mosselen vanaf het eistadium te kweken. Momenteel draaien er proefprojecten in Zeeland. In grote bassins worden mosselen gekweekt. Deze projecten verkeren nog in een experimenteel stadium. Regelmatig doen zich problemen voor met plaagalgen. De vijvermosselen moeten dan worden verplaatst naar schoon water. Wel bleken de oogstbare mosselen vrij van gifstoffen te zijn.

De mosselindustrie wordt langzaam maar zeker duurzaam.

Kaat Mossel

Om af te sluiten; de bekendste mossel van Nederland is Kaat Mossel. Zij werd geboren op 25 maart 1723 in Rotterdam als Catharina Mulder. Zij kreeg haar bijnaam door haar ambt als “Keurvrouwe der Mosselen”. Hiermee verdiende zij een jaarsalaris van, omgerekend, 13 euro. Kaat stond haar mannetje. Deze volkse vrouw verwierf faam in verband met de strijd tussen de patriotten en de orangisten in de 18de eeuw. Vooral tijdens de orangistische oproer in Rotterdam in 1783 en 1784 waarbij zij (te) duidelijk partij koos.

De in de Doelstraat geboren volksvrouw was een fel aanhangster van Oranje en verklaard tegenstandster van de patriotten. De afkeer was wederzijds, de patriotten noemden haar een helleveeg, geneigd tot onrust en gewoel. Zij organiseerde geregeld demonstraties tegen de patriottische regenten, die vaak gepaard gingen met geweld, plundering en brandstichting. Het hoogtepunt van de demonstraties was ieder jaar op 8 maart, de verjaardag van stadhouder Willem V. Samen met andere volksvrouwen als Keet Zwenke (alias Ruige Keet) en Clasina Verreijn (alias Oranjemeid) en arbeiders als zakkendragers, korenmeters, kruiers, slepers, trok Kaat Mossel door de stad om de verjaardag van de stadhouder te vieren en hun aanhankelijkheid te demonstreren.

patriotten

patriotten

De patriotten waren die dag veel minder in feeststemming. Zij waren beslist geen aanhangers van de prins van Oranje en werden zowel op straat als thuis lastiggevallen. Ze werden gedwongen oranjelinten te dragen en geld te geven ter ere van de prins. Om zich te beschermen richtten de patriotten particuliere legereenheden (vrijkorpsen) op.

Voor haar aandeel in de onlusten die in 1783 en 1784 plaatsvonden, werd Kaat Mossel gevangengenomen en veroordeeld tot een zware gevangenisstraf. Haar advocaat, de dichter Willem Bilderdijk, zelf ook een overtuigd en vurig orangist, wist haar vonnis nog wel te verzachten door de rechters ervan te overtuigen dat ze haar leven niet zeker was in een Rotterdamse cel. Ze besloten haar op te sluiten in een gevangenis buiten de stad, het Voorpoort van het Hof van Holland in Den Haag. Het konvooi werd door gewapende militairen begeleid.[3] In 1787, toen Willem V na tussenkomst van de Pruisen in zijn macht was hersteld, werd ze (met een schadevergoeding) vrijgelaten. Begeleid door een huldigingsleger van de prins keerde zij terug naar Rotterdam, waar ze haar betrekking als mosselkeurvrouw, keurmeesteres van mosselen bij de Mosseltrap op het eind van de Spaanschekade weer kon innemen.

Haar naam leeft voort in liedjes, in namen van boten en restaurants en in de benaming “Ka” als een bazige vrouw wordt bedoeld.

 

Meer weten over mosselen? Kees Koole heeft er een leuke serie artikelen over gemaakt. Kijk hieronder voor meer.

 

mosselzaadjes

Een kijkje in de wereld van de mosselen

Mosselkweek en visserij

Het verwerken van mosselen

Nieuwe ontwikkelingen