De één laat er zich voor hangen, de ander wordt al misselijk van de lucht. Toch zijn er veel Zeeuwse boeren die er nog steeds een goede boterham mee verdienen. Her spruitje mag dan ook typisch Zeeuws worden genoemd. Rijdend van dorp naar dorp passeert men grote velden waarop deze kooltjes worden geteeld. Het spruitje is niet weg te denken uit het Zeeuwse landschap.

Het spruitje op zijn retour

Toch zit de klad er een beetje in. In de afgelopen jaren is het aantal hectaren waarop spruitjes worden geteeld behoorlijk afgenomen. Het aantal telers van deze kleine groene kooltjes is in twee decennia bijna gehalveerd.

Het kijkt er op dat spruitjes in Nederland op hun retour zijn. 80% van de Zeeuwse opbrengst wordt geëxporteerd, vooral naar Duitsland, maar in de zomer ook naar Italië en de Verenigde Staten.

Maar wat is nu eigenlijk een spruitje?

Spruitjes vlak voor de oogst

Spruitjes vlak voor de oogst

Spruitkool is een koolsoort waarvan in de oksels knoppen groeien. De Brassica oleracea convar, zoals de officiële naam luidt is een veel gegeten wintergroente.

Oorspronkelijk komen spruitjes uit het Middellandse-Zeegebied. Hier worden ze al jaren geteeld. Gedurende de periode van de kruisvaarders werden ze in onze contreien ingevoerd. Ze kwamen vooral in de omgeving van Brussel terecht waar men de kooltjes driftig begon te verbouwen.

Later zijn spruitjes, via Franse kolonisten, ook in de Verenigde Staten beland, voornamelijk in de streek rond Louisiana.

Brusselse spruiten

De naam werd al snel “Choux de Bruxelles”. Deze naam bleef aan het spruitje hangen. In het Afrikaans wordt het Brusselspruit genoemd, In het Engels is de naam Brussels sprouts. In Italie spreken ze van cavolini di Bruxelles en in het Pools Brukselka. Zelfs het Turkse Brüksel lahanasi verwijst nog naar de herkomst uit Brussel. Er zijn tal van varianten en er bestaan zowel groene als paarse spruiten.

Spruitkool wordt binnen Europa vooral in Nederland, België en Noord Frankrijk geteeld. In ons land is spruitkool een belangrijk volle grond groente gewas. Samen met Zuid-Holland is Zeeland de grootste producent.

Het gewas wordt tussen februari en half april gezaaid. De oogst begint in augustus en gaat door tot half maart.

Vroeger werden zogenoemde zaadvaste rassen verbouwd. Deze hadden een spruitafzetting in de vorm van een pyramide. Daardoor moesten de spruitjes worden doorgeplukt. Steeds werden de onderste, rijpe rijen afgeplukt. Het was dus een heel intensief handwerk.

Ogsten van spruitjes, vroeger een handwerk

Ogsten van spruitjes, vroeger een handwerk

Om het werk economischer te maken ging men op zoek naar hybriden. De eerste hiervan kwamen uit Japan. Maar deze soort was niet aan te passen aan het Nederlandse klimaat.

De eerste inteeltlijnen die nodig waren voor het maken van hybriden werden ontwikkeld in 1963. In 1967 kwamen de eerste hybride rassen “Olav” en “Thor” in de handel. In de daaropvolgende jaren kwamen er nog een tiental andere rassen bij. Deze soorten hebben een zogenaamde cilindrische spruitzetting. Alle spruiten groeien gelijktijdig aan de stam en zijn allemaal tegelijk rijp voor de oogst.

Door de invoering van deze rassen werd het machinaal oogsten mogelijk. Alle spruitjes van één plant worden tegelijk geplukt. Daarbij wordt de bij de grond afgehakte stam in de snijkop van de machine gestoken en van de spruitjes ontdaan.

 

De vorst er over

Klaar voor de oogst

Klaar voor de oogst

De traditionele rassen hebben een wat sterkere smaak dan de moderne rassen. Spruitjes kunnen met gemak een temperatuur van 15 graden vorst doorstaan. Door die vrieskoude worden de aanwezige zetmelen omgezet in suikers waardoor de cellen zich wapenen tegen bevriezing. Veel mensen eten ze dan ook het liefst als de vorst er overheen is gegaan. Zij smaken dan beter (zoeter).

De term “spruitjeslucht” slaat op de typische geur die je door het hele huis ruikt als spruitjes of andere koolsoorten te lang worden gekookt. Koolsoorten, dus ook spruitjes, hebben een grote behoefte aan zwavel en nemen die op uit de grond waarop ze groeien. De geur die vrijkomt bij het koken van spruitjes ontstaat dan ook door het vrijkomen van vluchtige zwavelverbindingen.

Spruitjeslucht

Vaak wordt gesproken over spruitjeslucht als men bedoeld benauwende, bekrompen of kleinburgerlijke atmosfeer.

Laat u echter niet tegenhouden door het argument dat spruitjes een groente is waar een luchtje aan zit.

Op de volgende pagina’s geven we u een aantal tips om van spruitjes een culinair feestje te maken.