Vrijwel alle Nederlandse economische sectoren zullen in meer of mindere mate de gevolgen ondervinden van het uittreden van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU). Er zullen echter maar weinig sectoren zijn in Nederland, waar de negatieve impact van de Brexit zo groot kan zijn als bij de visserijsector. In het bijzonder geldt dat voor de twee Nederlandse deelsectoren die zich met de zeevisserij bezighouden:

De Europese Unie, hoe verder zonder het Verenigd Koninkrijk

De Europese Unie, hoe verder zonder het Verenigd Koninkrijk

De visserij op haring, makreel etc. (de zogeheten pelagische visserij met vriestrawlers) en de visserij op tong, schol etc. (de zogeheten demersale visserij met kotters). De pelagische visserij vindt plaats met grote vriestrawlers die vaak weken van huis zijn. Deze vorm van visserij komt in Zeeland niet voor (m.n. Scheveningen, IJmuiden). De demersale visserij daarentegen is een vorm van visserij die in Zeeland veel voorkomt.

De Arnemuiden 25, nu nog op volle zee

De Arnemuiden 25, nu nog op volle zee

 

 

 

 

 

De specifieke problematiek van de Nederlandse visserijsector en Brexit spitst zich toe op de volgende drie elementen:

 

1. Toegang tot de Britse wateren

Vanaf 1983 geldt het Gemeenschappelijk Visserijbeleid waarbij onder anderen is vastgelegd dat vissers van de lidstaten toegang hebben tot elkaars wateren (mits ze er quota hebben uiteraard).

De traditionele visgronden van de Nederlandse visserijvloot liggen voor een groot deel in de wateren van het VK. Het percentage dat door Nederlandse vissers in Britse wateren gevangen wordt, ligt al gauw op 70% voor de belangrijke vissoorten. Andersom is dat veel minder het geval.

Indien blijvende en volledige toegang tot VK‐wateren niet in de onderhandeling met het VK veiliggesteld wordt, zal dit een gigantische impact op de visserijsector hebben: geen toegang betekent verlies van onze belangrijkste, veelal traditionele visgronden en daarmee het einde van onze eeuwenoude visserijgeschiedenis. Geen toegang leidt ook tot het niet kunnen benutten van de toegekende visquota en een aanzienlijk kleinere rol van Nederland in de wereldwijde voedselvoorziening.

2. Verdeling van de visquota over de lidstaten

De Britse visserijsector is van mening dat zij ten tijde van de Britse toetredingsonderhandelingen tot de EEG (de jaren voorafgaande aan de Britse toetreding in 1973) als wisselgeld is gebruikt in het totale toetredingsdossier met als gevolg dat het Britse aandeel in de quota voor vele vissoorten te laag zou zijn vastgesteld. Deze opvatting is een van de hoofdredenen dat vrijwel de gehele Britse visserijsector vóór Brexit heeft gestemd. Hoewel dit een oneigenlijk argument is, bestaat de kans dat de EU het VK  op dit punt tegemoet zou kunnen komen in de onderhandelingen en een herverdeling van de quota ten gunste van de Britten automatisch zal leiden tot een lager aandeel voor de Nederlandse visserijsector.

De pulskor elektrodes hangen in de sleeprichting van het tuig en veroorzaken een elektrisch veld op de bodem, waardoor de platvis opschrikt van de bodem en in het net terechtkomt - Inger Wilms - Eigen wer

De pulskor elektrodes hangen in de sleeprichting van het tuig en veroorzaken een elektrisch veld op de bodem, waardoor de platvis opschrikt van de bodem en in het net terechtkomt – Foto Inger Wilms – Eigen werk

 

3. Toestaan innovatieve visserijtechniek: de pulsvisserij

De Nederlandse platvisvisserij heeft de afgelopen jaren een grote verandering doorgemaakt door het ontwikkelen en invoeren van een compleet andere, innovatieve techniek voor het vangen van Noordzeetong. Noordzeetong is de economische kurk waarop de Nederlandse kottersector drijft én de belangrijkste doelsoort voor de Zeeuwse visserij ! Nederland heeft ook het grootste aandeel in de Noordzee tongquota.

Deze innovatieve techniek is de zogeheten pulskor waarbij met korte elektrische stootjes met een zeer lage spanning de zeetong wordt gestimuleerd zich uit de bodem op te richten waarna deze vrij eenvoudig gevangen kan worden. Voorheen met het traditionele boomkortuig gebeurde dit door kettingen over de zeebodem te slepen. Deze nieuwe techniek leidt tot veel minder bodemberoering en tot een betere kwaliteit vis. Een zeer belangrijk voordeel is voorts dat met het pulstuig het brandstofverbruik met 40‐50% kan worden teruggebracht.

 

 

In het VK bestaat er een afkeer jegens deze pulstechnologie, in het bijzonder bij Engelse kustvissers en enkele NGO’s die nauw samenwerken met deze groep kleine vissers. Dit komt mede doordat door de technische mogelijkheden van dit tuig een verschuiving te zien is van visserijactiviteiten, o.a. richting Engelse kust.

Aangezien een groot deel van zeetong door de Nederlanders in Britse wateren wordt gevangen kan een eventuele verbodsbepaling post‐Brexit enorme gevolgen hebben. Zonder de mogelijkheid het pulstuig te kunnen blijven gebruiken op het Engelse deel van de Noordzee kan de Nederlandse kottervloot simpelweg niet overleven wanneer de olieprijs weer zal gaan stijgen.

G. van Balsfoort opent de Brexit bijeenkomst over potentieel negatieve gevolgen van een harde Brexit

G. van Balsfoort opent de Brexit bijeenkomst over potentieel negatieve gevolgen van een harde Brexit

 

 

Nederlandse / Zeeuwse inzet voor de visserijsector ten aanzien van Brexit

De inzet van de Nederlandse visserijsector wordt gesteund door de Nederlandse overheden en kan als volgt worden samengevat.

 

A. Inzet op behoud van de status quo in de onderlinge verhouding tussen het VK en EU/Nederland voor alle visserij‐gerelateerde onderwerpen.

B. De verdeling van de visquota tussen het VK en EU/Nederland, zoals deze nu bestaat, dient ongewijzigd te blijven.

C. Onbeperkte toegang tot de Britse wateren, zoals dat nu het geval is, is een harde economische noodzaak voor de Nederlandse visserijsector.

D. Het blijven toestaan van het gebruik van het pulstuig in Britse wateren door Nederlandse vaartuigen is een harde economische noodzaak.

Jo-Annes de Bat

Jo-Annes de Bat

Wat is de rol van Zeeland in dit dossier?

De Zeeuwse gedeputeerde De Bat is voorzitter van het landelijke Bestuurlijk Platform Visserijoverheden (BPV). Een samenwerkingsverband van ruim 20 decentrale overheden die in meer of mindere mate afhankelijk zijn van visserij-activiteiten. Het BPV speelt een actieve rol in de voor de Nederlandse visserij belangrijke dossiers, waaronder de Brexit. Op initiatief van het BPV heeft vorig jaar een Europese conferentie plaats gevonden waarbij decentrale overheden uit verschillende Europese landen aanwezig waren. Daar is een gezamenlijke verklaring ondertekend waarbij de nationale overheden en Europese instanties opgeroepen zijn alles in het werk te stellen de gevolgen van de Brexit voor de continentale visserij zo gering mogelijk te laten zijn. Daarnaast vindt ook over dit dossier regelmatig overleg plaats met de vertegenwoordigende instanties van de Nederlandse visserij en wordt ook op andere manieren getracht te bewerkstelligen dat de gevolgen voor de Nederlandse visserij zo gering mogelijk zijn.

 

Auteur: Jaap Broodman – Beleidsmedewerker visserij en aquacultuur Provincie Zeeland