Het Vijfde Caisson

Op 6 november 1953 was het eindelijk gelukt om het laatst overgebleven dijkgat na de Watersnoodramp te dichten. Bij Ouwerkerk werden vier Phoenix-caissons afgezonken en kon men beginnen met het herstellen van de dijken.

Watersnoodmuseum

Het duurde tot 2001 voor een aantal vrijwilligers één van de caissons in kon richten als museum. Het Watersnoodmuseum was een feit. Het duurde acht jaar tot alle vier caissons aan elkaar waren gekoppeld en het Watersnoodmuseum in zijn huidige staat vorm was gegeven.

Kenniscentrum

Het Watersnoodmuseum is in de loop van haar bestaan uitgegroeid tot een toonaangevend instituut op het gebied van Waterveiligheid. Door het werk van zo’n 135 vrijwilligers en een klein team betaalde krachten heeft dit instituut internationale faam verworven, maar er ontstond een nieuw probleem. Ruimte!

Grote groepen

Regelmatig bezoeken grote groepen (40 of meer personen) het museum. Zij komen voor lezingen of seminars. Ook worden er wetenschappelijke bijeenkomsten in het museum belegd. Het was kiezen tussen uitwijken of uitbreiden. Men koos voor het laatste. En men had de wind in de zeilen.

Het Vijfde Caisson

In 2018 sloot Brasserie De Vierbannen, pal langs het Watersnoodmuseum gelegen, haar deuren. Het Watersnoodmuseum zag zijn kans schoon en besloot het prachtige gebouw te kopen en als ‘De Vijfde Caisson’ aan het museum toe te voegen. Daardoor kon de kleine koffiecorner in het museum het assortiment beperken en krijgen bezoekers de gelegenheid in de heringerichte sfeervolle Brasserie Het Vijfde Caisson van een kop koffie tot lunch of diner genieten. De brasserie is ruim van opzet en voorzien van veel glas. Daardoor kan men vanaf elke stoel genieten van het uitzicht. De één van de Oosterschelde, de ander van het tegenover gelegen natuurlandschap het Krekengebied.

De entree is op zich al onderscheidend. In een wand van vitrinekasten zijn objecten verzameld die, door mensen die de Ramp hebben beleefd, ter beschikking zijn gesteld en allemaal een eigen verhaal vertellen.

De fraaie entree

Bovenverdieping

De bovenverdieping is helemaal verbouwd en daardoor er zijn drie zalen ontstaan, allemaal uitgerust met de meest moderne snufjes op het gebied van vergadertechnieken. Men is momenteel in staat om groepen tot 110 personen behoorlijk te ontvangen.

Opvallend is de steeds terugkerende kleur blauw die doorloopt in de gehele inrichting welke de link met het alom tegenwoordige water moet benadrukken en tevens de verbinding maakt met het Watersnoodmuseum die de blauwe kleur al in de huisstijl had.

Namen

De zalen hebben, zoals in elk congrescentrum, klinkende namen gekregen. Het Vijfde Caisson is daarbij niet achter gebleven. Men is op zoek gegaan naar de namen van personen die rechtstreeks betrokken waren bij de Ramp van ’53 of later een grote invloed hebben gehad op het herstel of de documentatie. Men is daar behoorlijk in geslaagd.

Namen waarover is nagedacht

Johan van Veen Auditorium

Onder het pseudoniem Cassandra, wier vloek het was dat zij de toekomst kon voorspellen maar dat niemand haar ooit geloofde, waarschuwde waterstaatkundige Johan van Veen (1893-1959) vanaf 1937 in publicaties in vaktijdschrift ‘De Ingenieur’ voor de te lage dijken langs de Zeeuwse en Hollandse zeegaten. Had ‘De Ramp in 1953’ voorkomen kunnen worden als er was geluisterd naar Van Veen?

Van Veen in zijn kantoor

Na de waarschuwingen van Van Veen werd in 1939 de Stormvloedcommissie ingesteld, met Van Veen als secretaris. In een voorlopig rapport uit 1940 werd al geconcludeerd dat de dijken te laag waren. Vanaf het begin van de oorlog werkte Van Veen aan een plan om de Zuid-Hollandse eilanden met een dijk aan elkaar te verbinden. In 1942 kwam hij met een revolutionair plan om de hele kustlijn van Zeeuws-Vlaanderen tot aan Vlieland te sluiten door gebruik te maken van ‘natuurlijke ‘verlanding’. En in 1952 werkte Van Veen aan een plan om de zogenoemde ‘Tusschenwateren’ af te sluiten: Haringvliet, Grevelingen en Oosterschelde.

De ironie van de geschiedenis is dat het rapport over de afsluiting van de Tusschenwateren eind januari 1953 gereed was, slechts enkele dagen vóór De Ramp. Cassandra had gelijk gekregen.

Van Veen mopperde vaak dat zijn leven nutteloos was omdat zijn plannen voor afsluiting van de zeegaten slechts gezien werden als ‘research’. Toen hij in de nacht van De Ramp bij  Ouderkerk aan de IJssel een dijkdoorbraak beteugelde, zei hij: ” ’t Is verschrikkelijk, maar mijn plannen komen uit de kast, je zult het zien!”

Kort na de Ramp werd de Deltacommissie opgericht, met alweer Johan van Veen als secretaris. De Westerschelde en de Nieuwe Waterweg werden niet meegenomen in het Deltaplan om de havens van Rotterdam en Antwerpen bereikbaar te houden. Verder werd het nagenoeg tot op de letter uitgevoerd.

Van Veen kan worden gezien als ‘de vader van het Deltaplan.

Peter Hossfeld

Peter Hossfeld Zaal

Peter Hossfeld, een radiotechnicus, schrok wakker van het geluid van de klokken van Zierikzee toen die plotseling in de koude laatste januarinacht begonnen te luiden. Zijn gevoel zei hem: ‘De dijken zijn doorgebroken.’

Zijn vermoedens werden bewaarheid toen hij vanuit zijn bed in het water stapte. Samen met zijn zoontje van drie jaar worstelde hij zich de straat over. Deze was veranderd in een kolkende rivier.

Toen hij zijn zoontje veilig had afgeleverd bij de overburen, rende hij naar de dijk om te helpen het gat dat was ontstaan, te dichten. Daar hoorde hij dat er geen verbinding te maken was met het vasteland. Alle telefoonlijnen waren vernield. Niemand wist van de situatie op Schouwen-Duiveland dat uiteindelijk voor 85% onder water zou komen te staan. Vanaf dat moment was hij gefixeerd op het idee dat er een radioverbinding moest komen.

In de morgen van 1 februari was er met de meeste overstroomde gebieden contact gelegd en kwam de eerste hulpverlening vanaf het vaste land op gang. Alleen met Schouwen-Duiveland kon over en weer geen contact worden gelegd.

Intussen was Hossfeld naar de radiozaak waar hij werkte gegaan. Al het materiaal dat hij nodig had om een zender te maken nam hij mee. Uren zat hij met bijeengeraapte materialen te knutselen om een werkende zender/ontvanger in de lucht te krijgen. Hij slaagde daarin.

De noodradio van Hossfeld

Op de vroege ochtend van 2 februari ontving men van noodzender PA0ZKR in Middelburg een eerste signaal. Hossfeld liet weten welke ramp zich op het ‘vergeten eiland’ had afgespeeld.

Zijn eerste vraag was vliegtuigen te sturen die rubberboten en voedsel zouden kunnen droppen.

 

Kees Slager Zaal

Slager is een bekende Zeeuwse journalist en radiomaker. Hij werkte onder anderen als scribent voor het Vrije Volk en als programmamaker bij de VARA en de VPRO. Voor de laatste omroep was hij medepresentator van het geschiedenisprogramma OVR (onvoltooid Verleden Tijd), een radioprogramma van de publieke omroep VPRO. Het programma staat in het teken van de geschiedenis, met nadruk op gebeurtenissen die gerelateerd zijn aan de Nederlandse geschiedenis.

Kees Slager was daarnaast ook nog vier jaar senator in de Eerste Kamer namens de SP. Zijn keuze voor deze partij was niet zo vreemd. Slager is een uitgesproken mensen-mens. Deze in Scherpenisse geboren Zeeuw heeft een groot aantal boeken gepubliceerd. Telkens staan daarin gewone mensen centraal. Echter, één dingen hebben ze allemaal gemeen. Slagers werk kenmerkt zich door gedegen, bijna wetenschappelijk, onderzoek. Hij publiceerde een twintigtal boeken. Maar de meest in het oog springende zijn: ‘Watersnood’ en ‘De Ramp – een reconstructie’

Kees Slager – Foto wikiportret.nl

 

Van dat laatste mag worden aangenomen dat niemand de oorzaak, de gevolgen en de nasleep ooit beter op schrift heeft gesteld.

Hiervoor deed hij uitvoerig onderzoek in archieven en sprak hij met ruim 250 ooggetuigen. Zo is een aangrijpend en onthullend verslag ontstaan van wat er zich in die noodlottige dagen in de winter van 1953 van uur tot uur en van plaats tot plaats heeft afgespeeld. Slager onthult niet eerder gepubliceerde feiten over vergeefse waarschuwingen tegen de te zwakke zeewering, verwaarloosde dijken en slecht toegeruste hulporganisaties.

Het is volkomen terecht dat Kees Slager via zijn naam voorgoed aan het Vijfde Caisson is verbonden.

 

 

Museumbrasserij Het Vijfde Caisson

Museumbrasserij Het Vijfde Caisson onderscheidt zich van de meeste Musea restaurants. Waar u over het algemeen een belegd broodje, met veel geluk een warme kroket daarbij, kunt consumeren, beschikt het Vijfde Caisson over een goed geoutilleerde keuken, perfecte koks en uitgesproken vriendelijk personeel.

Brasserie Het Vijfde Caisson leent zich dan ook perfect voor een uitgebreide lunch, of beter nog, laat u culinair verwennen met een verrassend drie gangen menu, aangevuld met een perfecte wijnkaart.

Het gastvrije keukengilde staat voor u klaar

 

Het Watersnoodmuseum kan met trots haar vergader- en congrescentrum annex restaurant propaganderen. Het Vijfde Caisson is een bijzonder aangename verrassing.