Het tijdstip waarop de eerste mensen in de prehistorie door Zeeland liepen is niet vast te stellen. Vanaf dit moment van onbekendheid tot aan het einde van de prehistorie, het moment waarop de Romeinen in dit deel van de lage landen verschenen ligt een periode van tienduizenden jaren.

Voor wat we over die periode van deze provincie weten, moeten we op zoek naar kleine dingen die we toevallig ontdekt hebben en wetenschappelijk vast zijn gesteld. Zo weten we dat na de laatste ijstijd Nederland hoger kwam te liggen. Grote stukken land kwamen droog te liggen, Maar door het koude klimaat was er nauwelijks begroeiing en Zeeland bestond uit een grote zandvlakte.

Zeeland zoals het er vermoedelijk duizenden jaren geleden uitzag.

Rivieren, zoals de Schelde en de Maas, die vanuit het binnenland van Europa door Zeeland stroomden op hun weg naar de zee, schuurden grote stukken land weg en er ontstonden eilanden. Door de invloed van diezelfde rivieren en stormvloeden werden de eilandjes steeds kleiner.  Een fenomeen dat Zeeland altijd zal blijven plagen.

Uit opgravingen uit die periode tot aan het moment waarop de Romeinse veldheren en geschiedschrijvers Zeeland beschreven is duidelijk op te maken dat Zeeland wel bewoond werd. Er werden werktuigen, sieraden, wapens, aardewerk en keramiek gevonden. Maar vooral sporen van nederzettingen en begraafplaatsen geven ons een idee van een bevolking van jagers, vissers en later landbouwers die elkaar afwisselend opvolgden, met tussendoor lange perioden van ontvolking die soms duizenden jaren duurden.

De oudste vondst, een stenen vuistbijl gevonden bij Cadzand, is gedateerd op ongeveer 15.000 jaar oud. De vondst van de bijl, juist op die plaats, is te verklaren uit de wetenschap dat Cadzand op een soort zanderige, lange heuvelrug lag die van oost naar west liep. Op die rug was men beter beschermd tegen de zee.

Een vuursten vuistbijl

Een vuurstenen vuistbijl

Rond 4500 v.Chr. begon de landbouw in Zeeland op te komen. Veeboeren woonden op de hoger gelegen veengronden. Aardewerk werd in deze periode zelf gemaakt of werd geïmporteerd vanuit de Rijnstreek.

De prehistorie wordt verdeeld in verschillende perioden; Oude-Steentijd, Midden-Steentijd, Jonge- of Late-Steentijd, Bronstijd en IJzertijd. Uit al deze tijden zijn bodemvondsten bekend. Opvallend daarbij is dat de Bronstijd en de vroege IJzertijd (3050 tot 500 v.Chr.) nauwelijks vertegenwoordigd zijn. Dit houdt waarschijnlijk verband met het gegeven dat de leefomstandigheden in deze periode, Zeeland bestond toen uit uitgestrekte maar ontoegankelijke venen en bossen, nauwelijks mogelijk waren. Het zou tot de tweede helft van de eerste eeuw n.Chr. duren voor de eerste invloeden van de Romeinen merkbaar worden.

Maar de wetenschap staat voor niets. Door opgravingen en moderne technieken wordt ons, over Zeeland in die oeroude tijd, meer en meer bekend.