Groot was het verdriet, de onthutsing, de frustratie en later de woede na de Watersnoodramp in 1953. Grote delen van Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland kwamen onder water te staan en duizenden mensen lieten het leven.

Voorloper

Zeeland had gedurende eeuwen talloze keren last gehad van overstromingen. In het begin van vorige eeuw kwam de hoop dat de regering eindelijk iets zou gaan doen aan dit altijd op de loer liggend gevaar. En er werd ook wel over gesproken in Den Haag. Maar het was moeilijk om de regering in beweging te krijgen.

Plannen

Rijkswaterstaat was al in 1937 begonnen met studies naar meer veiligheid voor de rivierendelta. Daaruit bleek dat de veiligheid van dit gebied bij hoge waterstanden niet kon worden gegarandeerd. Datzelfde gold voor de stroomgebieden.

Johan van Veen (1953) Foto J.D. Noske Anefo - Nationaal Archief, commons.wikimedia.org

Johan van Veen (1953) Foto J.D. Noske Anefo – Nationaal Archief, commons.wikimedia.org

In de dichtbevolkte gebieden waar Schelde, Maas en Rijn hun weg naar de zee vonden was het te duur om dijken te verstevigen of nieuwe te bouwen. Men kwam op de gedachte om alle riviermondingen, de Wester- en de Oosterschelde, het Haringvliet en het Brouwershavense Gat af te dammen. Dit voorstel dat na de Tweede Wereldoorlog definitief werd gepresenteerd door de waterbouwkundig ingenieur Johan van Veen noemde men het Deltaplan.

Een klein beginnetje

Naar aanleiding van de plannen van Van Veen werd in 1950 begonnen met de afdamming van de Botlek en het Brielse Gat. De Brielse Maas veranderde daardoor in een zoetwaterbekken. Voor de tuinbouwers op Voorne was dat een belangrijke beslissing. Zij hadden een permanent gebrek aan zoet water.

Te laat!

Opnieuw twijfelde de Nederlandse regering onder leiding van de zuinige minister president Willem Drees. De wederopbouw van heel Nederland kostte veel geld en met mogelijke overstromingen zou het wel meevallen. Het Deltaplan zou in fasen worden uitgevoerd.

Willem Drees, Foto Collectie SPAARNESTAD PHOTO NAnefoBreijer, commons.wikimedia.orgw

Willem Drees, Foto Collectie SPAARNESTAD PHOTO Anefo Breijer, commons.wikimedia.orgw

 

 

 

Maar de Watersnoodramp van 1953 veranderde de zaak. 1835 mensen verloren het leven en ruim 150.000 ha. van ons land kwam onder water te staan. Eindelijk was daar het besef dat er onmiddellijk iets moest gebeuren. Eindelijk werden de altijd al aanwezige risico’s ingezien en ging met over tot actie.

 

 

Deltaplan.

De vollkedige plannen

De vollkedige plannen

Jacob Algera (minister van verkeer en waterstaat) installeerde 20 dagen na de ramp, op 21 februari 1953 de Deltacommissie. Deze stond onder leiding van A.G. Maris, toenmalig directeur-generaal van Rijkswaterstaat. Deze commissie moest concrete plannen maken om een ramp zoals die zich voorgedaan in de toekomst te voorkomen.

Er werden twee varianten gemaakt. Verhogen en versterken van ruim 1.000 kilometer dijken in het betreffende gebied.

De tweede mogelijkheid was de kustlijn met ettelijke honderden kilometers inkorten door kunstwerken in de vorm van dammen aan te leggen. Maar daarbij moest wel rekening worden gehouden met het feit dat de havens van Rotterdam, Gent en Antwerpen bereikbaar moesten blijven.

Groen licht

Koningin Juliana bezoek Zeeland na de Ramp

Koningin Juliana bezoek Zeeland na de Ramp

In oktober 1955 diende de Deltacommissie haar laatste advies in. Op 16 november ging het ontwerp van de Deltawet naar de Tweede Kamer. Op 5 november 1957 werd het wetsvoorstel aanvaard en werd het doorgestuurd naar de Eerste Kamer. Deze keurde de wet goed op 7 november 1958 en werd de aangenomen wet doorgestuurd naar koningin Juliana, die de getroffen gebieden al had bezocht.

De vorstin zette een dag later haar handtekening onder de wet. De Deltawerken konden van start gaan.

Lees op de onderliggende pagina’s alles over dit gigantische werk en het tot stand komen van het Zevende Moderne Wereldwonder.

De Brouwersdam

De Grevelingendam