De Fransen noemen Nederland ‘Les Pays Bas’. Eigenlijk is die naam toepasselijker dan Nederland, het lage land aan de Noordzee. In de loop van miljoenen jaren is ons huidige land ontstaan. Deels door de natuur gevormd, maar belangrijker, in de afgelopen eeuwen door de mens vormgegeven.

IJstijden

Ruim 2.000.000 jaar geleden was onze omgeving onbewoond. De aarde werd geteisterd door de Eerste IJstijd. In die periode was er nog geen sprake van de Lage Landen. Vanuit het noorden werden enorme massa’s ijs richting zuiden opgestuwd. Met het ijs werden enorme hoeveelheden klei, zand en grind in onze richting verplaatst.

Nederland in de IJstijd

De grote rivieren hielpen een handje mee. Vanuit het zuiden en oosten voerden zij ook grote hoeveelheden aan waardoor land steeds hoger kwam te liggen. Wat we nu het Noordzeebekken noemen werd opgevuld met aarde. Ook ontbrak het aan water om de laag gelegen delen op te vullen. Er was immers alleen maar sprake van ijs.

De geologische tijdschaal tussen 2,580.000 tot 11.700 jaar geleden noemt men het kwartair. Dit wordt onderverdeeld in diverse andere perioden. Deze waren het Plioceen, dat werd opgevolgd door het Pleistoceen en tenslotte het Holoceen. Daarnaast doen zich tijdens die delen van het Kwartair een vijftigtal meer of mindere ijstijden voor die werden afgewisseld door warmere tussenperioden.

Pleistoceen

Deze periode kenmerkt zich door perioden van glacialen (ijstijden) die werden afgewisseld door perioden met een gematigd warm klimaat (interglacialen).  De zeespiegel werd door de glacialen, ook buiten de poolgebieden met name op het noordelijk halfrond, tot landijskappen omgevormd. Door het zich ophopen van al dat ijs daalde elk glaciaal de zeespiegel met enkele tientallen, oplopend tot wel 200 meter. Door die enorme daling werden de ondiepe randzeeën steeds smaller, eilanden groeiden aan elkaar vast en raakten vergroeid met het vasteland. De wereld begon zijn huidige vorm aan te nemen.

Mammoeten

Flora en fauna

In die periode deden zich grote veranderingen voor. Niet alleen op het gebied van landschapsvorming. Door de relatief snelle afwisseling van warme en koude perioden stierven veel plant- en diersoorten uit. Maar voor andere soorten zoogdieren betekende het een tijd van snelle evolutie zoals bij woelmuizen en de niet onbekende mammoet. Ook zag het pleistoceen de opkomst en de ontwikkeling van het geslacht Homo, de mensachtigen.

 

De laatste ijstijd

De laatste ijstijd

Van de laatste ijstijd is veel in detail bekend. Het was geen uniform koude periode: er waren afwisselend warme en koude intervallen, de warme heten ‘interstadialen’ en de koude ‘stadialen’. Sinds kort is ontdekt dat die stadialen en interstadialen elkaar snel afwisselden – met een ritme van zo’n 1500 jaar. Bovendien kon vooral de opwarming zeer snel gaan, binnen enkele tientallen jaren, of nog korter. De terugkeer naar een koud stadiaal ging weer langzamer, er zit een soort  zaagtandbeweging in het klimaat. Is er nieuws onder zon?

Nederland 5500 jaar voor onze jaartelling Door RACM


De  invloed van de mens.

Na de laatste ijstijd bleef de temperatuur in onze omgeving redelijk constant en boven het vriespunt. IJs begon te smelten en begon de dieper gelegen delen van het land op te vullen. Zeeën en meren ontstonden en land en eilanden kregen vorm.

De eerste mensen gingen zich permanent vestigen in de Lage Landen. Zeeland met haar delta werd afwisselend bewoond en verlaten. Het water en het weer verhinderden een vaste vestiging.

De Romeinen wisten door ingenieuze werken het water min of meer in toom te houden en door het ontwerpen van terpen de voeten droog te houden.

In de middeleeuwen waren het vooral monniken die begonnen met het aanleggen van eenvoudige dijken en deze kunst vervolmaakten. Het land begon steeds meer vorm te krijgen. Maar iedere keer opnieuw werd het land overvallen en verzwolgen door het water

 

Romeinse reiskaart uit het begin van onze jaartelleing

Stormvloeden

Vaak werd al het werk echter teniet gedaan door stormvloeden. Een kleine greep uit die rampen:

De watersnood van 28 september 1014 resulteerde in wat zeer waarschijnlijk de eerste doorbraak van de vrijwel gesloten kustlijn van de Lage Landen was. Dit was het ontstaan van het begin van de Zuiderzee.

De stormvloed van 4 oktober 1034 trof zuidwest Nederland en de Belgische kust. Hierdoor ontstond Het Zwin.

Op 14 december 1287 trof de Sint-Lucasvloed het noorden van Nederland. ‘God doe sende ene vloet also groot, daer vele volx in bleef doot.’

‘Waarschijnlijk verloren tussen de 50.000 en 80.000 mensen het leven. West-Friesland en Friesland werden van elkaar gescheiden en de Zuiderzee was een feit.

23 november 1334, de Sint-Clemensvloed overstroomd Walcheren. Het eiland Wulpen in de Westerschelde vangt de eerste klap op. Bronnen maken melding van duizenden doden.

Wulpen tussen Cadzand en Breskens in 1645

Op 16 januari 1362 overstroomd de 2de Sint-Marcellisvloed , ook wel de Eerste Grote Mandrenke, ons land. Langs de gehele kust braken dijken door en grote delen van ons land liepen onder. Helemaal duidelijk is het aantal slachtoffers niet. Schattingen lopen uiteen van 25.000 tot 40.000.

De stormvloed van 9 oktober 1374 was een ramp die vooral op Walcheren, Borsele, Voorne, West-Voorne en Goeree grote schade aanrichtte.

De Eerste Sint Elisabethsvloed op 19 november 1404 veegde de Zeeuw-Vlaamse dorpen Hughevliet, Oud-IJzendijke en Oostmanskapelle voorgoed van de kaart.

Bij de Tweede Sint Elisabethsvloed op 19 november 1421 kwamen door dijkdoorbraken in Zeeland en Holland ca, 2.000 mensen om het leven.

De Derde Sint Elisabethsvloed op 19 november 1424 had vooral effect op de wilskracht van veel mensen. Door deze vloed werden namelijk veel herstelwerkzaamheden van de vorige vloed ongedaan gemaakt.

Sint-Elisabethsvloed 1421

 

Het dorp Arnemuiden werd op 27 september 1477 verwoest door de Eerste Cosmas- en Damiaans vloed. Walcheren kwam volledig onder water te staan.

In 1484 verging een groot deel van de handelsvloot van Zierikzee tijdens een zware storm. Het verlies was zo groot dat: ‘meer dan vijfhonderd vrouwen binnen deze stad daardoor tot weduwen gemaakt werden.

Op 26 september 1509 werd Veere zwaar getroffen door de Tweede Cosmas- en Damiaans vloed. Oud-Stavenisse verdween in de golven. In 1599 werd het gebied pas opnieuw ingepolderd.

In 1519 vergingen opnieuw 18 schepen van de handelsvloot van Zierikzee waarbij zeker 400 opvarenden verdronken.

De Sint-Felixvloed van 5 november 1530 trof het stroomgebied van de Westerschelde. Deze Quade Saterdach is wellicht de ernstigste overstroming uit de Nederlandse geschiedenis. Schattingen lopen op tot 100.000 doden. Daar waar nu het Verdronken land van Zuid-Beveland ligt, verdwenen 18 dorpen in de golven. In de stad Reimerswaal verdronken 404 parochies.

De trieste restanten van Reimerswaal in Smallengannes Cronyk 1696

De Allerheiligenvloed van 2 november 1532 verwoeste alle herstelwerken van de Sint-Felixvloed van twee jaar eerder. De schade die hierdoor werd aangericht was zo mogelijk nog groter. Reimerswaal werd definitief opgegeven. Ook Sint-Philipsland werd helemaal verwoest.

13 januari 1532, het eiland van Bath verdwijnt in de golven tijdens de Sint-Pontiaansvloed. Het duurde tot 1773 voor het opnieuw werd ingepolderd en het vast kwam te zitten aan Zuid-Beveland.

Op 1 november 1570 teistert weer een Allerheiligenvloed Zeeland en Friesland. Het totaal aantal doden bedraagt volgens een nauwkeurige schatting circa 100.000.

Opnieuw is het prijs op Allerheiligen. Op 1 november 1633 zorgt een zware storm voor tal van dijkdoorbraken in Zeeland. Er worden 360 verdronken mensen geteld.

De stormvloed van 26 januari 1682 doet 161 polders in Zeeland en Zuid-Hollend onder stromen. Op Goeree-Overflakkee verdrinken 22 mensen, de meesten op Ooltgensplaat.

Dorpen en steden langs de Westerschelde worden op 12 maart 1906 tijdens extreem hoog water getroffen door zware storm. Diverse dijken breken door. Omdat de stormvloed overdag plaatsvind, zijn er geen overledenen.

Stormramp in Bruinisse

Bruinisse beleeft een ramp op 30 september 1911. Nagenoeg de gehele vissersvloot gaat verloren. Er vallen geen doden te betreuren, maar de economische schade is enorm. Het dorp is in een klap brodeloos.

16 juli 1924 dompelt Arnemuiden in diepe rouw. Tijdens een plots opstekende storm vergaan vier vissersschepen uit dit dorp. Hierbij verdrinken 15 visserlieden.

De Watersnoodramp van 1 februari 1953 is de grootste ramp van de voorbije eeuw. In heel Zeeland, delen van Zuid-Holland en West-Brabant verdrinken totaal 1.836 mensen. 865 in Zeeland, 677 in Zuid-Holland en 247 in Brabant.

Daarbij nog 6 op Texel. Ruim 100.000 mensen verliezen hun huis en bezittingen.

 

1953, het jaar van de omslag

 

Rampen

 

Naast al deze rampen werden delen van Zeeland ook nog eens opzettelijk onder water gezet tijdens diverse oorlogen. De meest ingrijpende inundaties vonden plaats op Schouwen-Duiveland en Walcheren in 1945.

Kortom, het werd hoog tijd om in te grijpen. De watersnoodramp was het startschot voor het wereldberoemde Deltaplan. Een werk dat overal bewondering en respect afdwong. En dat alles onder het motto: ‘Luctor et Emergo’.

 

 

 

 

Rampen, stormvloeden en slachtoffers

Johan van Veen, geniaal en vernuftig

Vader van het Deltaplan

Het ontwerp van de eerste Delta computer

Wat vooraf ging aan de ramp

De Ramp van 1953

Deltaplan en Deltawerken

Hollandse IJssel

Aan dit artikel wordt gewerkt

Veerse Gatdam

Aan dit artikel wordt gewerkt

Zandkreekdam

Aan dit artikel wordt gewerkt

1 april 1965 – de Grevelingendam

Volkerakdam

Aan dit artikel wordt gewerkt

Haringvlietdam

Aan dit artikel wordt gewerkt

15 december 1965 – Openstelling van  de Zeelandbrug

3 oktober 1972 – De Brouwersdam – deel 7 van het Deltaplan

4 oktober 1987 – de Finale, de Oosterscheldekering