Je bent bezig de noordkust van Schouwen-Duiveland te verkennen en, peddelend langs oude dijkjes sta je plotseling voor een wit plaatsnaambord. ‘Dijkhuisjes’. Zeven, uit de losse pols uitgestrooide, huisjes aan een dijk die parallel loopt aan de Rietdijk. Onze nieuwsgierigheid was gewekt.

Bommenede situatie in 1575

Bommenede

We doken in het verleden en kwamen terecht in Bommenede. Het blijkt dat de naam Bommende voor het eerst werd genoemd in 1165. Bommenede was toen nog een eiland voor de noordelijke kust van Schouwen. Weliswaar had het een naam die in die tijd paste; ‘Insula Bomne’. Het was in het bezit van Cisterciënzer abdij van Ter Duinen bij Koksheide in Vlaanderen.

Ruines van de abdij ter duinen – foto User Limo Wreck – Publiek domein Wiki

 

 

 

 

Ongeveer 10 jaar later werd het eiland overgedragen aan de dochterabdij Ter Doest in het Vlaamse Lissewege. De monniken van deze abdij stichten op Bommenede een uithof, een grote kloosterboerderij, een abdijhoeve. Van daaruit werden de vaak aanzienlijke landerijen die aan een kloosterorde toebehoorden, bewerkt en beheerd.

In eerste instantie deden monniken meestal zelf het werk op deze uithoven, later werden die taken vaak uitbesteed aan lekenbroeders. Soms werden de hoeven ook verpacht. Vooral kloosters van ordes als de cisterciënzers hadden vaak vele uithoven.

Groei van Bommenede

Het is bekend dat de inpolderingen in Zeeland vaak een initiatief waren en werden uitgevoerd door monniken. Ook Bommenede werd door hen beveiligd tegen de eeuwige vijand die water heette. Stormvloeden in 1469, 1470, 1530, 1532 en 1565 richtten echter grote schade aan. Maar Bommenede wist zich iedere keer weer op te richten..

Monnik van de abdij van Ter Duinen

Moernering

Moernering, selnering of darinkdelven zijn namen voor het afgraven van moer, ooit door de zee overspoeld veen, om daaruit door verbranding zout te kunnen winnen. Het is een typische economische activiteit voor de Middeleeuwen.

Het klimaat en het lage zoutgehalte van de Noordzee maakten zoutwinning  uit de zee te bewerkelijk en te duur. Daarom werd het meeste zout geïmporteerd uit Duitse en Franse gebieden, waar diep in de bergen steenzout werd gewonnen.  De schaarste aan zout in de Nederlanden en de grote afstanden die de zouthandelaren moesten afleggen maakten het in deze gebieden erg kostbaar.

In gebieden waar het veen doordrenkt was geweest met zeewater en daardoor rijk aan natrium was kon zout gewonnen worden. De naam voor een dergelijke laag veen die zich onder zeeklei of zand bevindt is darink. De darink werd uitgegraven en verbrand in een speciale oven. Aan de overgebleven as werd water toegevoegd en uitgekookt, waarna zout overbleef. Dit proces heet selnering of zelnering, een naam waar het Latijnse woord sal, dat ‘zout’ betekent, in te herkennen is.

In de 13de eeuw werd de moernering een bloeiende industrie in de Lage Landen. Het in Zeeland en westelijk Noord-Brabant gewonnen zout kon gemakkelijk concurreren met steenzout en het vond in de Vlaamse steden een gewillig afzetgebied. Welvaart door moernering was gegarandeerd.

Darick delven. Op dit schilderij uit 1540 worden de verschillende stadia van moernering afgebeeld – Stadhuismuseum

Hollands eigendom

Hoewel Bommenede tegen het graafschap Zeeland aanleunde en omringd was door Zeeuwse eilanden maakte het deel uit van het graafschap Holland en het was in bezit van de heeren van Voorne. De reden hiervoor was dat de stroom die het eiland scheidde van de rest van Zeeland, de Sonnemere, de grens markeerde tussen Holland en Zeeland.

Dijkdoorbraken en verdwijning van een eiland

Het darinkdelven en de daaruit voortvloeiende welvaart werd echter duur betaald. Door het uitgraven van het veen, ook vlak bij de dijken, werd het gevaar van het water en overstromingen toe. Ter Doest wilde het eiland dan ook maar wat graag van de hand doen. Land verpachten aan boeren was een oplossing. De heeren van Voorne trachtten de monniken te verleiden om te blijven om het onderhoud aan de dijken te blijven verzorgen. De moernering verdween en de fok van schapen werd de belangrijkste bron van bestaan. In 1314 verkocht Ter Doest haar bezittingen op Bommenede.

Aan het einde van de 14de eeuw was het gedaan met het eiland Bommenede. Tegen het steeds verder oprukkende water was het niet bestand. De polder werd ingenomen door slikken en schorren.

Wapen van Bommende – de bel herinnert aan Jan met de Bellen

Jan II van Egmont was heer van Egmont en van IJsselsteijn, ambachtsheer van Breul en voogd van Gelre. Zijn bijnaam was Jan met de Bellen. Deze welgestelde edelman kocht de slikken en schorren rond het voormalige eiland. Hij gaf zijn zoon Arend de opdracht het eiland opnieuw te bedijken op een zodanige manier dat het vast kwam te liggen aan Schouwen. Bommenede werd een Hollandse enclave in Zeeland.

Er werd een nieuwe stad gebouwd. De parochie Bommenede  met de aan Sint-Catharinakerk werd voor het eerst vermeld in 1443. De plaats moet ergens ten oosten van Brouwershaven hebben gelegen.

Welvaart

Er werd een haven aangelegd met twee havenhoofden Scheepvaart en visserij maakten van Bommenede een welvarende stad. Omdat bij Bommenede drie dijken samen kwamen kreeg de stad een grote strategische waarde. Het lag daarnaast ook gunstig op een vooruitstekende punt in de Grevelingen aan een belangrijke vaarweg. Dat had echter ook een nadeel. De ligging was kwetsbaar. Bij de Allerheiligenvloed in 1570 overstroomde Bommenede. Het duurde een jaar voor de stad en omgeving weer droog lagen.=

Gezicht op Bommende in 1650 – Zacharias Roman

In 1573 werden er wallen en bastions aangelegd, want inmiddels zaten we in het begin  van de opstand tegen Spanje. Toen de Spaanse bevelhebber Mondragon in 1573 tijdens zijn befaamde voettocht door het Zijpe op Schouwen aan kwam, viel hij meteen Bommenede aan. Na 20 dagen hevige strijd wist hij het versterkte stadje te veroveren. Later werd de aangerichte schade hersteld, maar de welvaart kwam niet meer terug. De kwetsbare positie aan het water leidde tot voortdurende schade aan de dijken en in 1684 werd het stadje prijsgegeven en verlaten. Spoedig verzonken de restanten van de eens zo rijke stad in de vaargeul.

Het grootste deel van de bewoners vestigde zich aan de dijk bij Zonnemaire. Hier ontstond een nieuw dorp en de gemeente Bommenede, door de meeste mensen Nieuw-Bommende genoemd.

 

Bloois

het wapen van het voormalige Bloois

Bloois, ook wel geschreven als Blois, Bloys, Bloijs en Beloys is een voormalige heerlijkheid tussen Brouwershaven en Zonnemaire. Bloois werd ingedijkt in 1425 en behoorde tot 1687 ook bij Holland. De naam Bloois komt van de familie Van Bloois, de eigenaren van de grond. In 1815 ging dit dorp op in de gemeente Bommende. In 1866 verdween de gemeente Bommenede voorgoed doordat het opging in de gemeente Zonnemaire.

De huisjes op de dijk in Zonnemaire liggen in het voormalige Bommenede en de dijk heet dan ook Dijk van Bommenede. De Bommeneders en de inwoners van Bloois zijn nog vele generaties lang een aparte groep gebleven binnen de dorpsgemeenschap van Zonnemaire. Wel kwam er nu een eind aan de vreemde staatkundige toestand.

Rust en ruimte gegarandeerd

 

 

De resten van het oude stadje moeten nog altijd op de bodem van de Grevelingen liggen, maar omdat er een diepe vaargeul is ontstaan, zal er weinig meer van terug te vinden zijn. Bij een duikonderzoek werden alleen wat resten van één van de havenhoofden opgespoord.

Het enige wat nog herinnert aan de tijd van toen is Dijkhuisjes. In 1961 werd het buurtschap ingedeeld in de gemeente Brouwershaven. En veel is er na die tijd niet veranderd.

 

 

Omgeving Dijkhuisjes

De zeven oude huisjes liggen rondom een dijk die parallel loopt aan de Rietdijk, benoorden Zonnemaire. Een prachtig poldergebied, goed om te wandelen en te genieten van de natuur. En vergeten is het oude Bommende niet. Tal van namen herinneren aan de tijd van toen.  De naam van de dijk tussen Zonnemaire en Dijkhuisjes. Residentie Oud-Bommende is een modern gezondheidscentrum, gelegen aan de andere kant van de Rietdijk.

Op een paar honderd meter naar het oosten ligt de werkhaven Bommenede, genoemd naar het door de zee opgeslokte dorp. Duiken is daar niet toegestaan omdat de restanten van het dorp in de vaargeul liggen. Ook in de haven en de aanloop naar de haven mag niet gedoken worden.

 

Werkhaven Bommenede

 

Dichter bij de kant kun je wel leuk duiken en snorkelen. Er is veel parkeerruimte waardoor deze plek geschikt is voor grotere groepen. Ook voor jeugd die een snorkeltrip wil maken, is hier volop gelegenheid met voldoende parkeergelegenheid, een strandje, een groot grasveld en een afgeschermd zwemgebied.

Niks te doen? Ga Dijkhuisjes en de prachtige omgeving dan verkennen.