Het tijdstip waarop de eerste mensen in de prehistorie door Zeeland liepen is niet vast te stellen. Vanaf dit moment van onbekendheid tot aan het einde van de prehistorie,  tot het moment waarop de Romeinen in dit deel van de lage landen verschenen ligt een periode van tienduizenden jaren.

Toch is bekend dat omstreeks 3.000 jaar v.Chr. er al mensen geleefd moeten hebben in de omgeving van het huidige Tholen.

Stadswapen van Tholen

Stadswapen van Tholen

Bij Sint-Maartensdijk werd een hamerbijl opgegraven en bij het aanleggen van een nieuwe akker verscheen onverwacht een ‘takkenpad’ dat in die tijd door mensen werd aangelegd om zich makkelijker door het moeras te kunnen bewegen. Dat er in die periode sprake was van zompig moerasland staat onomstotelijke vast.

Terug in de tijd

De Striene was ooit een water dat tot in de late middeleeuwen tussen de toenmalige beddingen van de Schelde en de Maas liep. De Striene zou uiteindelijk verdwenen zijn door het ingrijpen van de mens in het land in de omgeving van de Striene. Om grond te winnen voor landbouw en veeteelt werden afwateringskanalen gegraven. Door de ontwatering van de veenpakketten ontstond daling van het land door inklinking en oxidatie. Het lagergelegen land werd kwetsbaar voor overstromingen vanuit zee en het zeewater doordrenkte het veen met zout.

Verschillende stadia van Darinck Delven

Verschillende stadia van Darinck Delven

Toch bracht dat ook welvaart. Zout kwam in die tijd uit Frankrijk en Duitsland. Daar werd diep in de bergen steenzout gewonnen. De schaarste aan zout in de Nederlanden en de grote afstanden die zouthandelaren moest afleggen maakten zout erg kostbaar.

Moernering of Darinkdelven

De Romeinen die vroeg in onze jaartelling al in Zeeland verbleven, hadden in onze provincie al op kleine schaal zout uit zeewater gewonnen. Dit vond plaats in de tweede helft van de 1ste  eeuw na het begin van onze jaartelling. Zij overgoten brandend hout met zeewater waarbij het water verdampte en er een laagje zout achterbleef.

De inwoners van Zeeland ontdekten een andere methode om zout te winnen. Deze bestond uit ‘moernering’ of ‘darinkdelven’. Moer was ooit door de zee overspoeld veen. Dit werd afgegraven en verbrand, waardoor zout kon worden gewonnen. Deze economische activiteit werd vooral groot vanaf de middeleeuwen tot een het begin van de moderne tijd.

De oudste aanwijzingen voor het winnen van zout dateren van omstreeks 200 en bestaan uit de resten van een zoutoven, die bij het plaatsje ’s-Heer Abtskerke op Zuid-Beveland zijn gevonden.

Tholen, een rijk van eilanden

Tholen, een rijk van eilanden

Gevolgen

Door de voortdurende afgravingen daalde het land steeds verder en schuurden de afwateringskreken bij nieuwe overstromingen uit tot zeearmen en het landschap veranderde in een gebied vol eilanden en slikken. Dit hele proces van ontwatering van het veen en zoutwinning schoof in een tempo van 35 km per eeuw (of 1 meter per dag) op van de kuststrook landinwaarts tot aan de zandgronden van Roosendaal en Breda. Uiteindelijk bereikten ook de zeearmen het stroomgebied van de Striene.

Hierdoor was het oude Tholen een samenstel van talloze kleine en vijf grotere eilanden.

Aaneengroeien

De natuur gaat echter haar eigen gang. Met name op plaatsen waar niet te veel stroming was, bleef veel slib achter. Daardoor kwamen delen van het huidige Tholen steeds hoger te liggen. Er begonnen zoutwater planten te groeien die op hun beurt weer meer zand en slib vasthielden.

Dit ‘verzanden’ ging in een steeds sneller tempo. De slikken veranderden in schorren die na jaren zo ver waren opgehoogd dat ze slechts bij uitzonderlijk hoog water even verdwenen onder de zeespiegel. Kreken en geulen verloren hun functie als afvoerkanalen en ook zij verzandden. Steeds grotere stukken van schorren groeien aan elkaar en uiteindelijk, omstreeks de 7de eeuw, verdween het water tussen de afzonderlijke eilanden en werd Tholen één. Niet alleen het grondgebied groeide. Ook de bevolking nam toe en er was een langzame groei van welvaart waar te nemen. Later werden polders ingedijkt.

Tolne

Er verrezen dorpen in het nieuw ingepolderde gebied. Tholen is hiervan zonder twijfel het oudste. Door de inpoldering waren vaarwegen verdwenen of verlegd. Langs de nieuwe vaarweg, de rivier de Eendracht werd, even ten noorden van het huidige Tholen, een tolkantoor gebouwd. Hier werd tol geheven voor schepen die vanuit de Zeeuwse wateren naar Brabant wilden varen.

Jan II van Avesnes Jan I graaf van Henegouwen

Jan II van Avesnes Jan I graaf van Henegouwen

 

Bij het tolkantoor werden al snel de eerste huizen gebouwd. Het begin van het dorp kreeg de toepasselijke naam Tolne. In de daarop volgende decennia groeit Tolne snel uit. De versnelling is onder andere het gevolg van het feit dat vanaf 1316 Tolne in handen valt van de heren van Henegouwen. De ontwikkeling gaat vanaf dan snel. In 1365 krijgt het dorp wallen en poorten.

In 1366 werden stadsrechten verleend.

 

 

 

 

 

 

 

Visserij

In 1631 verdween Reimerswaal door natuurrampen van de kaart. Veel mosselvissers trokken naar Tholen. Zij beheersten het vissen van mosselen als geen ander. Mosselen werden al eeuwen lang, zelfs al in de tijd van de Romeinen, gretig geconsumeerd. Tholen groeide uit tot het mosselcentrum van Zeeland. Hoewel de mosselmannen van Tholen zich toen uitsluitend beperkten tot het vissen van mosselen en nog geen kijk hadden op de kweek van deze lekkernij, waren ze zich wel al bewust van de noodzaak selectief te zijn bij het vissen. Bepaalde percelen werden wisselend bevist. Andere bleven gespaard voor de toekomst.

Na 1631 verhuisden de mosselvissers uit Rijmerswaal naar Tholen. Op deze afbeelding van Tholen zijn diverse vissers actief onder andere net fuiken. (N. Visscher Speculum)

Na 1631 verhuisden de mosselvissers uit Rijmerswaal naar Tholen. Op deze afbeelding van Tholen zijn diverse vissers actief onder andere net fuiken. (N. Visscher Speculum)

In een vrij korte periode groeide Tholen uit tot een redelijk aanzienlijk dorp. Mosselen waren smakelijk, maar vooral goedkoop. Het werd dan ook wel armenvoedsel genoemd.

In 1689 werd in Tholen zelfs een ‘Mosselgilde’ opgericht. Door de geïmporteerde kennis van de Reimerswalers en hun succesvolle manier van werken, ontstonden zelfs heuse ‘Mosseloorlogen’ met vissers uit andere steden, zoals Bruinisse, Gent, Axel en Terneuzen. Deze bleven voortduren tot de Staten van Zeeland bepaalden dat alleen nog Zeeuwen in de eigen provincie mochten vissen. Uiteindelijk bleek Yerseke de belangrijkste concurrent.

 

Industrie

 

In de loop der jaren verschenen in Tholen ook andere Zeeuwse Zaligheden op het toneel. Er werden oesters gekweekt en in de vorige eeuw werd met andere, modernere schepen op vis gevist. Een van de belangrijkste vangsten werd gedaan door schipper Bout van de TH 6 (Johanna Cornelia) toen hij bij Colijnsplaat altaarstukken van de verdwenen Nehalennia tempel  boven water haalde. Op dat moment waren deze Thoolse vissers zich nauwelijks bewust van het feit dat ze bepalend waren voor een belangrijk stuk geschiedschrijving van Zeeland.

Bemanning van de TH 6 met schipper Bout

Bemanning van de TH 6 met schipper Bout

 

De inwoners van Tholen profiteerden van de mosselkweek. Er werden nieuwe producten verwerkt. Daaronder het idee om mosselen in het zuur in de markt te gaan zetten. Dit bleek een gouden greep. De kleine glazen potjes met daarop het etiket van ‘Eendrachts Roem’ veroverden de Nederlandse winkels.

Het beroemde etiket

Het beroemde etiket

Mannen, vrouwen en kinderen werkten in de mosselindustrie, maar helaas, de relatieve welvaart mocht niet blijven.

Mosselen uit de schelpen halen in een mosselkokerij omstreeks 1950 Afbeelding Zeeuwse Beeldbank

Mosselen uit de schelpen halen in een mosselkokerij omstreeks 1950 Afbeelding Zeeuwse Beeldbank

 

Teloorgang

 

Omstreeks 1910 beschikte Tholen over een vrij grote vloot. In de havens kon met 135 schepen tellen. Vanaf die tijd begonnen de inkomsten tegen te vallen. Daardoor begon de vloot in te krimpen. Vijftien jaar later was de vloot al met de helft gereduceerd. De Tweede Wereldoorlog ging ook aan Tholen niet voorbij. Schepen werden tot zinken gebracht of werden door de Duitsers gevorderd.

Na de oorlog ging de inkrimping verder. Tholen beschikte in 1955 over nog maar 36 schepen.

De haven van Tholen - Detail van een schilderij van Hendrik J. Wolter

De haven van Tholen – Detail van een schilderij van Hendrik J. Wolter

 

De Watersnoodramp gaf uiteindelijk de doodsteek. De moderne tijd deed haar intrede. In 1975 werd het Schelde-Rijn Kanaal geopend. Door de aanleg van dit kanaal werd de vaartijd voor binnenvaartschepen tussen Antwerpen en Rotterdam met vijf uur ingekort.

Later werden de Oesterdam en de Markiezaatskade gebouwd en het Volkerak ingedamd. Doordoor was het kanaal niet langer onderhevig aan getijden. Door de bouw van de Oesterdam verdween de oesterteelt uit Tholen.

Voor Tholen waren deze een drama. Door al dit menselijk ingrijpen ging de ooit zo belangrijke Eendracht, de rivier tussen Tholen en Brabant verloren.

Oosterscheldekering - foto Vladimír Šiman commons.wikimedia.org

Oosterscheldekering – foto Vladimír Šiman commons.wikimedia.org

 

Een tweede probleem was de afsluiting van de Oosterschelde door de gelijknamige dam. Er volgden tal van protesten tegen de volledige afsluiting van de Oosterschelde vanwege het verdwijnen van de getijden en de onbereikbaarheid van tal van havens. Uiteindelijk werd voor een oplossing gekozen met een aantal schuifdeuren, die alleen bij stormvloed gesloten zouden worden. Maar voor Tholen kwam dit allemaal te laat. De overgebleven vissers verhuisden voornamelijk naar Colijnsplaat.

Tholen  nu.

Het Tholen van nu is de gemeentelijke zetel van de Gemeente (het eiland) Tholen. Het ligt aan het Schelde-Rijnkanaal, dus nog steeds aan het water. Er zijn dan ook nog enkele havens die voornamelijk worden gebruikt als jachthaven. Aan een van deze havens ligt een historische scheepswerf.

 

Het Tholen van nu

Het Tholen van nu

 

Toch is het oude Tholen nog heel goed herkenbaar. De historische stadskern is nog steeds omgeven door wallen en vesten. Sinds 1991 is het gebied binnen de vesten uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht.

Het centrum wordt gedomineerd door de Grote of Onze Lieve Vrouwenkerk. Dit is een in de Brabant-Gotische stijl opgetrokken kruisbasiliek. Met de bouw van deze kerk werd in 1404 gestart. De 49 meter hoge toren is vanuit alle richtingen een perfecte wegwijzer naar dit leuke stadje.

 

 

Het voormalige stadhuis

Het voormalige stadhuis

 

 

 

Uit de vijftiende eeuw dateert het Stadhuis van Tholen. In de zeskantige toren van dit gebouw hangt het oudste carillonklokje van Nederland. Ook dit stamt uit dezelfde eeuw. Het gebouw is ontworpen door Anthonie Keldermans, lid van een beroemde familie van Belgische bouwmeesters.

Als stadhuis doet het gebouw al lang geen dienst meer. Maar het is nog steeds in gebruik. De Stichting Anthonie Keldermans organiseert hier door het hele jaar prachtige klassieke concerten.

Het stadsbeeld wordt ook bepaald door twee molens die binnen de stadskern staan. De Hoop is gebouwd in 1736. De Verwachting stamt uit 1848 en is in 2009 volledig gerestaureerd. Beide zijn stenen stellingmolens die gebruikt werden (en worden) voor het malen van koren.

 

Korenmolen de Verwachting

Korenmolen de Verwachting

 

 

 

 

In het noorden van Tholen ligt de Tholense Brug over het Schelde-Rijnkanaal. Vlak bij de brug, tussen de jachthaven en het centrum vindt u nog de restanten van oude oesterputten.

 

 

 

 

Vandaar is het een kleine stap naar het centrum. Een centrum dat wordt gekenmerkt door tal van gezellige straatjes en een groot aanbod aan winkels. Eem centrum waar u even moet wennen aan ongewone verkeersborden. Tijdens een wandeling door Tholen valt u van de ene in de andere verbazing. Er zijn maar weinig steden waar de historie zo zorgvuldig is gekoesterd.

Ongewonene verkeersborden

Ongewonene verkeersborden

Omgeving

De omgeving van Tholen bestaat uit een polderlandschap, doorsneden door tal van dijken. Hier worden voornamelijk aardappelen, mais en graan verbouwd. Maar sta niet verbaasd als er plotseling een geurig veld gekleurde bloemen voor u opduikt. De omgeving van Tholen staat bekend om haar teelt van snijbloemen.

Centrum van snijbloementeelt

Centrum van snijbloementeelt

 

 

U kunt er op de fiets op uit om het eiland Tholen op uw gemakt te ontdekken. Buiten de dijken liggen de Oosterschelde en het Zoommeer. Beide zijn uitstekend geschikt voor het beoefenen van tal van watersporten waarbij de Oesterdam gekend is als een leuk gebied voor sportduikers.

 

 

Ook de schorren, de hoger gelegen delen welke onregelmatig onder water komen te liggen, zijn een bezoek meer dan waard. De bodem is hier behoorlijk zout. Lamsoor en zeeasters zijn planten die hier goed gedijen. Hoewel de slikken kaal lijken is hier leven genoeg. Het krioelt hier van de wormen, schelpdieren en kleine kreeftjes. Voor vogels dus een waar paradijs. Voor de toerist een lust voor het oog.

Aanrader

Hoewel Tholen als vakantiebestemming niet zo voor de hand ligt, is het wel degelijk een onmiskenbaar deel van Zeeland. Er is volop water in de buurt, U kunt hier genieten van prachtige natuur en het centrum van de stad zorgt er voor dat u niet naar andere plaatsen behoeft te gaan.

Waar het verleden gekoesterd wordt zoals het oude postkantoor

Waar het verleden gekoesterd wordt zoals het oude postkantoor

 

 

 

 

In de omgeving zijn heerlijke wandelingen te maken en er zijn goed onderhouden fietsroutes.

Er worden regelmatig festiviteiten georganiseerd, waarvan de bekendste wel de Tholense Havendagen zijn.

Wat let u om kennis te maken met het historische Tholen?

 

 

 

Bronnen: Wikipedia

                    Tholen – Kees Slager: Maak hier kennis met een fantastisch boek

Tholen

Tholen