Vlag van Zeeuws Vlaanderen

Vlag van Zeeuws Vlaanderen

Zeeuws Vlaanderen (ook wel Zeeuwsch Vlaanderen) is het zuidelijkste gedeelte van de provincie Zeeland. Het is het enige provinciedeel dat niet tenminste aan drie delen door het water is omgeven. Zeeuws Vlaanderen ligt ten zuiden van de Westerschelde en wordt begrensd door de Belgische provincies Oost- en West Vlaanderen.

De oppervlakte van Zeeuws Vlaanderen is 875,8 km², waarvan 142,61 km² uit water bestaat. Het aantal inwoners bedraagt 105.741 (december 2015). We zien wel een zekere daling van het aantal inwoners. In dit jaar liep het aantal met 169 terug.

Na de gemeentelijke herindeling van 1 januari 2003 bestaat Zeeuws Vlaanderen nog maar uit drie gemeenten; Sluis, Terneuzen en Hulst.

We weten niet precies wanneer de eerste mensen zich vestigden in Zeeuws Vlaanderen. Het is te danken aan Romeinse veldheren en geschiedschrijvers dat we de eerste geschreven documenten kennen over deze streek.

Voor wat bekend is van de vele tienduizenden jaren daarvoor zijn we aangewezen op getuigen die de bodem al die tijd heeft bewaard. Deze bestaan uit werktuigen, sieraden, wapens, aardewerk en keramiek. Maar vooral sporen van nederzettingen en begravingen geven ons een beeld van bewoners, bestaande uit jagers, vissers en later landbouwers die elkaar afwisselden. Soms na lange tussentijdse perioden van duizenden jaren van ontvolking.

Gevonden Neanderthaler fossiel

Gevonden Neanderthaler fossiel

 

Maar dat er in die periode bewoning was op Zeeuws Vlaanderen blijkt uit een gevonden stuk hertenrib dat ooit door Neanderthalers gebruikt moet zijn om leer te bewerken.

Ook werd een stuk van een schedel gevonden van wat de oudste Zeeuwse Neanderthaler moet zijn geweest. De vondst van het schedelfragment met de kenmerkende brede wenkbrauwknobbel zou het bewijs moeten zijn dat in dit deel van Zeeland 100.000 jaar geleden al mensen rond gezworven hebben.

Het mesolithicum, ook wel de middensteentijd, is de aanduiding die wordt gebruikt voor de periode die begint na het aflopen van de laatste ijstijd (10.500 v.Chr.) en eindigde toen de samenleving overstapte op landbouw en veeteelt en tal van nieuwe technologieën ontwikkelde.

Voorwerpen die uit die tijd dateren zijn vooral gevonden in de omgeving van Aardenburg en in Westelijk Zeeuws Vlaanderen waar het dekzand vrijwel aan de oppervlakte ligt. De vondsten bestaan voornamelijk uit kleine vuursteenafslagen en fijn geretoucheerde dubbele spitsen en wapens zoals pijlpunten.

Gevonden werktuig, waarschijnlijk een boor

Gevonden werktuig, waarschijnlijk een boor

 

De geografie van Zeeuws Vlaanderen is in de loop der tijden sterk verandert. Nu is het een deel van het vaste land van Europa, maar dat is niet altijd zo geweest.

Terneuzen, Zaamslag en Axel lagen oorspronkelijk op een eiland. De plaatsen werden bevolkt door mensen van de overkant (Walcheren). Daardoor had dit deel van het gebied een sterk Calvinistisch karakter. Bij Zaamslagveer begon het eigenlijke vasteland aan de oostelijke zijde, het land van Hulst.

Dit deel van Zeeuws Vlaanderen heeft nog steeds een sterk katholiek karakter. Het gebied werd later door de Republiek veroverd. De hele streek vormde tijdens de Tachtigjarige Oorlog de frontlijn. Het gebied rond Axel, Zaamslag, Terneuzen, Hoek en Biervliet werd als ‘committimus’ vanuit Middelburg door de Staten van Zeeland bestuurd.

De rest van het uiteindelijk veroverde gebied werd een Generaliteitsland; Staats-Vlaanderen.

Zeeuws Vlaanderen omstreeks 1700

Zeeuws Vlaanderen omstreeks 1700

 

Ten westen van Terneuzen was een gebied met veel water. De Braakman, een zeearm die pas in de jaren vijftig van vorige eeuw werd afgedamd, is daar nog een restant van.

Ook het westen van Zeeuws Vlaanderen heeft een bewogen verleden. Breskens werd niet voor niets ´de Bresjes´ genoemd. Ooit bestond dit gebied uit veel kleine eilandjes.

Het Zwin is nu niet veel meer dan een slufter die de doorwaadbare grens met België vormt. Maar het was ooit een grote zeearm die Brugge via Damme met de Noordzee verbond. Sluis ligt nu ongeveer 9 km. uit de kust, maar de Slag bij Sluis op 26 mei 1603, was een heuse zeeslag.

De zeeslag bij Sluis

De zeeslag bij Sluis

 

Op 20 juli 1814 bepaalde koning Willem I de samensmelting van Staats-Vlaanderen met Zeeland onder de naam Zeeuws-Vlaanderen. Staats-Vlaanderen heette vanaf die datum officieel Zeeuws-Vlaanderen. Het duurde nog tot 19 september van dat jaar voor de vereniging met Zeeland een feit was. Voor die tijd hoorde het nog enige maanden bij de nieuw gevormde provincie (Noord) Brabant.

Maar al snel ontstond er weerstand in de zuidelijke Nederlanden. Een opvoering van de opera ‘De stomme van Portici’ op 25 augustus 1830 werd de aanleiding tot georganiseerde rellen van de Fransgezinde separatisten. Deze werkten volksrumoer in de hand dat door de burgerij met een inderhaast gevormde burgerwacht in bedwang werd gehouden. Er volgde een revolutie en België riep haar eigen onafhankelijkheid uit.

Het duurde echter nog tot 1839 voor Nederland de onafhankelijkheid van België erkende. In het verdrag van Maastricht werd de uiteindelijke grens tussen België en Nederland officieel vastgelegd. Opmerkelijk dat de grens tussen Zeeuws-Vlaanderen en België nagenoeg gelijk loopt met de fysisch geografische verschillen in de ondergrond. De grond van Zeeuws-Vlaanderen bestaat vooral uit kleigrond, terwijl de bodem in België al meteen veel meer uit zandgrond bestaat.

Zeeuws-Vlaanderen bleef een twistpunt en een doorn in het oog van de Belgen die op dit deel van Nederland aanspraak bleven maken.

Na de onafhankelijkheid van België was Zeeuws-Vlaanderen lange tijd een smokkelparadijs.

Opstandige Belgen in Brussel in 1830

Opstandige Belgen in Brussel in 1830

 

Het is weinig bekend, maar de Belgische Koning Leopold II had plannen om zowel Zeeuws-Vlaanderen als delen van Noord Brabant en Limburg te annexeren. Nog voor hij koning was, stuurde hij in 1854 spionagemissies naar Nederland. Zij moesten de sterkte van het Nederlandse leger in kaart brengen. Ook stelde hij een aanvalsplan op waarna hij via diplomaten de goedkeuring van Frankrijk hoopte te krijgen. Deze missie mislukte.

Maar de Belgen gaven Zeeuws-Vlaanderen niet op. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstonden er in België opnieuw annexatieplannen. Dit zou ter compensatie zijn voor geleden schade. De schade zou er uit hebben bestaan dat Nederland de Duitsers tijdens deze oorlog zou hebben bevoordeeld.

Als ander argument werd aangehaald dat Zeeuws-Vlaanderen altijd een integraal gebied zou zijn geweest van België. Nederland zou zich het gebied hebben toegeëigend als Zeeuws gebied nadat dit was buitgemaakt op de Spanjaarden. Het werd vervolgens foutief ingedeeld en het zou voor de Belgen zelfs Vlaams-Zeeland moeten heten. Vanwege het gebrek aan verbinding over land met de rest van Zeeland zou het beter bij België worden aangehecht.

Als reactie op die annexatieplannen kozen de inwoners van het gebied duidelijk voor de Nederlandse nationaliteit. Ze creëerden zelfs een Zeeuws-Vlaams volkslied. Dit werd geschreven in 1917 door ds. Jacob Pattist en J.Vreeken op muziek van A. Lijssen. Het lied is net als het Zeeuws volkslied een reactie op die annexatieplannen. In Zeeland werd fel en emotioneel op die plannen gereageerd en in Zeeuws-Vlaanderen werd een strijdlied geschreven. Dit lied moest de band tussen ‘het andere landje’ zoals Zeeuws-Vlaanderen ook wel werd genoemd en Nederland benadrukken. Dit strijdlied groeide later uit tot het Zeeuws-Vlaams volkslied.

De tekst was klaar en duidelijk, zeker in het refrein:

Van d’Ee tot Hontenisse

Van Hulst tot aan Cadzand

Dat is ons eigen landje,

Maar deel van Nederland.

Voor het hele lied, luister hier.

Heel Nederland leefde met Zeeland mee tijdens en na de Watersnoodramp van 1953. Daardoor is de Watersnoodramp uit 1906 enigszins uit beeld geraakt. Toch was de impact vooral op het land van Hulst groot. Hier zijn toen weliswaar geen slachtoffers gevallen, maar de schade was enorm. Vanaf de Perkpolder tot de Emmapolder stonden alle polders onder water en ook de achterliggende Zandepolder stond blank. Het duurde jaren voor alles weer in goede staat was gebracht.

Beschadigingen aan de Groedse duinen

Beschadigingen aan de Groedse duinen

 

En toen kwam de nacht van 31 januari op 1 februari. In de kern van Breskens werd een waterhoogte gemeten van NAP + 4,80 m. De zeewering liep aanzienlijke schade op. Bij de Groedse Duintjes raakte het duin zwaar beschadigd. Het binnengebied van de duinen liep vol. Ook aan het verder naar het westen gelegen duingebied was de schade aanzienlijk.

De dijk van de herdijkte Zwartepolder was bezweken waardoor de polder onder water kwam te staan.

Op veel plaatsen was de duinvoet tussen de 10 en 40 meter achteruit gezet.

Het was niet te begrijpen dat de zeesluis van Cadzand nauwelijks schade opliep. Hiervoor werd al jaren daarvoor gevreesd. Nog wonderlijker is het dat Zeeuws-Vlaanderen, ondanks grote schade, geen slachtoffers kende.

 

De overstroomde gebieden van Zeeuws-Vlaanderen

De overstroomde gebieden van Zeeuws-Vlaanderen

En hoe ziet Zeeuws-Vlaanderen er nu uit? Er wacht u een verrassing als u Zeeuws-Vlaanderen bezoekt. Het is een uniek en veelzijdig stuk van Zeeland, met Vlaanderen inmiddels als goede buur. Een eigenzinnig stukje Nederland met een aangename mix van culturen.

Het ‘andere landje’ is te verdelen in een oostelijke en een westelijk deel. Vroeger werden deze delen gescheiden door de Braakman, een oude zeearm die momenteel grotendeels is ingepolderd. Tegenwoordig worden de delen gescheiden door het Kanaal Gent-Terneuzen.

Het meest westelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen is de gemeente Sluis. Dit deel grenst aan de Noordzee en is vooral aantrekkelijk voor toeristen vanwege de stranden, Cadzand voorop. Ook aantrekkelijk is het Zwin, een natuurgebied aan de monding van de Westerschelde tussen Cadzand-Bad en Retranchement. Het gebied van 75 ha. is eigendom van de Stichting Het Zeeuwse Landschap.

In het Zwin ligt de Kievittepolder. Een gebied waar veel broedvogels voorkomen, zoals de nachtegaal, de fitis, de grasmus en de braamsluiper.

Ook heeft u kans hier kennis te maken met de vrij zeldzame boomkikker.

Het Zwin

Het Zwin

 

Het middelste deel van Zeeuws-Vlaanderen bestaat uit de gemeente Terneuzen, een uitgesproken werkstad. Langs het kanaal Gent – Terneuzen liggen de industrieplaatsen Terneuzen en Sas-van-Gent. Valuepark Terneuzen staat bekend om haar chemische productie, waarvan DOW Benelux wel het grootste bedrijf is.

Daarnaast hebben zich hier veel distributiebedrijven gevestigd. Zeeland Seaports speelt een belangrijke rol in de havens van Vlissingen en Terneuzen.

Hier moet u zeker het mosseldorp Phillippine bezoeken. Het dorp tel slechts een goede 2.000 inwoners. Maar wel zijn er acht mosselrestaurants. Vijf van de acht eigenaren zijn familie van elkaar. Afstammelingen van grootvader en mosselvisser Arie Wissekerke die hier in 1947 een mosselrestaurant opende.

Momenteel serveren de deze restaurants samen ongeveer een half miljoen kilo mosselen per jaar. De acht restaurants verschillen wezenlijk van elkaar. Zij variëren van een eerlijke keuken tot een culinaire belevenis met talrijke specialiteiten buiten de mossel-gerechten om. Maar allemaal hebben ze de mosselen “op Philippiense wijze” op de kaart staan. Gekookte mosselen met kruiden, groente en witte wijn.

Mosselen, verheven tot culinaire manifestatie

Mosselen, verheven tot culinaire manifestatie

 

De gemeente Hulst in het oostelijke deel van Zeeuws-Vlaanderen manifesteert zich als de ‘meest Vlaamse stad’ van Nederland. Het is met name de Bourgondische levensstijl en het leuke winkelcentrum met zijn terrassen en restaurants dat veel Belgische bezoekers trekt.

Zeeuws-Vlaanderen is streek met veel contrasten. Een sfeervol deel van Zeeland vol afwisseling. Het land van Reinaert de Vos, Jantje van Sluis en Jan Willem Beukelszoon.

Jantje van Sluis.

Jantje van Sluis.

 

Cultuur en traditie van eeuwenoude stadjes gaan hier hand in hand met zee- en strandplezier. In gezellige havens maakt u kennis met een rijk maritiem verleden en het moderne heden.

Typisch voor het landschap van Zeeuws-Vlaanderen zijn de hoge bomen op de dijken, kleine kreken en oneindige landweggetjes, begrenst door knotwilgen. Tijdens uw tochten door dit mooie land staat u plotseling oog in oog met Spaanse forten en andere vestingwerken. Er is een mooi fietsknooppunten systeem aangelegd waarin tal van routes elkaar aanvullen of kruizen.

Al gedurende lange jaren worden de Zeeuws-Vlaamse stranden verkozen tot de schoonste van Nederland. Hier kunt u elk jaargetijde genieten, niet alleen in de zomer. Wat is er nog leuker dan, lekker ingeduffeld, een lange strandwandeling te maken en een heerlijke warme beker chocolademelk te drinken in een van de vele strandpaviljoens in de winter, om daarna te genieten van lekkernijen van eigen bodem in een van de vele restaurants?

Zeeuws-Vlaanderen heeft altijd wat te bieden.