wapen Zuid-Beveland

wapen Zuid-Beveland

Het schiereiland Zuid-Beveland is het oostelijke deel van Midden Zeeland. Het bestaat uit een overwegend landelijk gebied en ligt tussen drie verstedelijkte regio’s; de Randstad, de Brabantse Stedenrij en de Vlaamse ruit.

Zuid-Beveland grenst aan Walcheren, via de Zandkreekdam, een afsluitdam tussen Kats op Noord-Beveland en Wilhelminadorp op Zuid-Beveland en via een landengte aan Woensdrecht in Brabant.

Ten noorden van het schiereiland stroomt de Oosterschelde, ten zuiden de Westerschelde. Aan de oostelijke kant van Zuid-Beveland, tussen Hansweert en Wemeldinge loopt het Kanaal door Zuid-Beveland.

Zuid-Beveland telt ongeveer 92.700 inwoners die verdeeld zijn over 4 gemeenten, Goes, Borsele, Kapelle en Reimerswaal.

In de 3de en 4de eeuw was een groot deel van Zuid-Beveland overstroomd gebied.

Zuid-Beveland in de 16de eeuw.

Zuid-Beveland in de 16de eeuw.

 

Vanaf de 11de eeuw begon men het eiland stukje bij beetje in te polderen. Overstromingen kwamen hierdoor minder voor, hoewel het water een vijand bleef. Door de inpolderingen ontstonden er landbouwgronden die door de zeeklei bijzonder vruchtbaar bleken. De bevolking leefde voornamelijk van landbouw en visserij en werd steeds welvarender. Vanaf de 13de eeuw ontstonden er dorpen. Goes ontwikkelde zich tot het centrum van het eiland. Maar ook Reimerswaal speelde een belangrijke rol.

In de 12de eeuw begon men, onder leiding van de monniken van Sint Bavo uit Genk (waarschijnlijk de naamgevers van het eiland) op kleine schaal het landschap rond het latere Borssele in te polderen. Hierdoor ontstond een kleinschalig landschap dat gekenmerkt wordt door kleine polders en talloze binnendijken. Dit gebied wordt de Zak van Zuid-Beveland genoemd.

Tussen 1134 en 1530 waren er meer dan 45 vloeden die tot overstromingen leidden. Als gevolg van de Sint-Felixvloed in 1530 verdwenen grote delen van het eiland in de golven. 40 jaar later deed de Allerheiligenvloed op 1 november 1570 er nog een schepje bovenop. Dit leidde tot het verdronken land van Zuid-Beveland. Veel dorpen en steden gingen verloren, onder andere de stad Reimerswaal.

Het rijke Reimerswaal

Het rijke Reimerswaal

 

Reimerswaal was ooit een van de meest vooraanstaande steden van Zeeland. Het stond op de derde plaats na Middelburg en Zierikzee. Reimerswaal lag aan de oostelijke kant van Zuid-Beveland. Reimerswaal werd dateert al van 1214. Stadsrechten werden verleend in 1375. De stad was op economisch gebied groot als producent van zout, meekrapteelt en wolnijverheid. Het was een bloeiende handelsstad die zaken deed met Engeland, Frankrijk, en de landen aan de Oostzee. In deze periode telde de stad 6.000 inwoners.

Na 1530 wist Reimerswaal nog een eeuw het hoofd boven water te houden in het verdronken land van Zuid-Beveland. Maar na die eeuw raakte de stad zwaar in verval. Het werd getroffen door overstromingen in 1532, 1552, 1555 en een zware storm in 1557. Ook waren er regelmatig grote stadsbranden.

Tijdens de storm van 1557 bezweken de stadsmuren en –poorten. Het stadhuis, kerken, huizen en zoutketen stortten in. Het jaar daarop woedde er opnieuw een grote brand. In 1561, 1563 en 1571 werd Reimerswaal weer geteisterd door stormvloeden en overstromingen.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog waren in 1573 Zeeuwse troepen in opstand gekomen tegen de Spanjaarden. Zij trokken Reimerswaal binnen om de Spaanse troepen te verjagen. De stad werd (weer eens) in brand gestoken. Voor veel inwoners was dit de druppel die de emmer deed overlopen. Ze braken alles af wat nog overeind stond en verkochten dat wat nog bruikbaar was, van het zink van de daken tot de bakstenen van de ingestorte kerk. Slechts een klein aantal mensen bleef in de stad achter.

De Slag op het Slaak

De Slag op het Slaak

 

In 1631 werd de Slag op het Slaak bij het Volkerak uitgevochten. Isabelle van Oostenrijk, de toenmalige landvoogdes in Nederland wilde Holland en Zeeland van elkaar scheiden om de Schelde en daardoor de toegang tot de haven van Antwerpen in handen te krijgen. Een vloot van 96 platboomschepen aangevuld met andere vaartuigen met daarop meer dan 6.000 soldaten kwam de Zeeuwse wateren opvaren met als doel de Ooltgensplaat te veroveren.

Tegelijkertijd was in het oosten een Spaans landleger actief en dat bezette Roosendaal en Dinteloord.

Prins Frederik Hendrik voorzag de problemen. Hij gaf de admiraliteiten van Holland en Zeeland de opdracht alle beschikbare schepen bijeen te brengen. Deze vloot bestond uit 50 schepen die samenkwamen bij Saeftinge en stond onder bevel van Vice-Admiraal Hollaer.

Hollaer liet de vijandelijke vloot op de Schelde eerst aan zich voorbij trekken. In de avond van de 12de september, nadat de Spanjaarden op het Slaak waren aangekomen viel hij aan met de Staatse vloot.

De Spanjaarden waren volkomen verrast door deze onverwachte aanval ook nog versterkt door een opkomende mist. Met tientallen tegelijk doken ze het water in de hoop uit handen van de Zeeuwen te blijven. De vloot van de Spanjaarden werd vernietigend verslagen. Bijna 1.500 zeelieden en soldaten verdronken. Bij Steenbergen kwamen 4.000 manschappen aan land en werden krijgsgevangene gemaakt.

Na de Slag op het Slaak werden deze Spaanse gevangenen in Reimerswaal gehuisvest. Dit was voor de laatste Reimerswalers het teken de stad voorgoed te verlaten. De meesten trokken naar Tholen waar de tot in de 2de helft van de 18de eeuw een gesloten groep bleven.

Wat overbleef van de eens zo trotse stad werd openbaar verkocht. Lange tijd was Reimerswaal nog als een klein eilandje te herkennen, maar in de 19de eeuw ging het vergoed ten onder in de Oosterschelde.

Reimerswaal na de ondergang

Reimerswaal na de ondergang

 

In de daarop volgden eeuwen liep de welvaart in Zeeland, dus ook voor Zuid-Beveland sterk terug. De landbouw en de visserij floreerden, maar het geïsoleerde karakter van de provincie stond de vooruitgang in de weg.

Men trachtte de waterverbinding tussen Rotterdam en Antwerpen (het verkeer liep over zee en de Schelde) een boost te geven door de aanleg van het Kanaal door Zuid-Beveland. Hierdoor ontstond een waterweg tussen de Ooster- en de Westerschelde. Met begon met de bouw van het 9 km. lange kanaal in 1850 en het werd geopend in 1866.

In de 20ste eeuw was het kanaal door Zuid-Beveland een van de drukst bevaren kanalen van Europa maar na de komst van het Schelde-Rijnkanaal is het belang voor de scheepvaart sterk afgenomen.

Het Kanaal door Zuid-Beveland

Het Kanaal door Zuid-Beveland

 

Een tweede boost om Zeeland en met name Zuid-Beveland en Walcheren economisch te ondersteunen was de aanleg van de Zeeuwse Lijn, die ook wel Staatslijn F werd genoemd. Deze spoorlijn liep van Roosendaal naar Bergen op Zoom om deze stad te verbinden met Goes, Middelburg en Vlissingen, waardoor Walcheren en Zuid-Beveland een verbinding over land kregen met het achterland. Hiervoor moesten wel eerst de Sloedam en de Kreekrakdam worden aangelegd.

Later werden twee spoorbruggen aangelegd, één over het Kanaal door Zuid-Beveland, de andere, 100 jaar later, over het Rijn-Scheldekanaal.

Het eerste deel van de spoorlijn, Roosendaal – Bergen op Zoom, werd geopend op 23 december 1863. Het was de derde spoorlijn die door de Staatsspoorwegen in haar eerste jaar van haar bestaan werd geëxploiteerd.

Vijf jaar later, op 1 juli 1868 was de lijn doorgetrokken tot Goes, waarna in drie etappes tussen maart 1872 en 1 september 1873 het eindpunt Vlissingen werd bereikt. Na het gereedkomen van de spoorlijn ontstond er een aansluiting op een veerdienst naar Engeland. Deze werd geëxplodeerd door de Stoomvaart Maatschappij Zeeland. De Zeeuwse Lijn werd hierdoor de snelste verbinding tussen Londen en Berlijn. Tot de Eerste Wereldoorlog reden er rechtstreekse boottreinen tussen Vlissingen en Berlijn.

Na deze oorlog kwam de nadruk steeds meer op het vervoer van toeristen te liggen. Al voor de Tweede Wereldoorlog werd de veerdienst met Engeland, wegens de oorlogsdreiging, naar Hoek van Holland verplaatst en verdwenen de boottreinen voorgoed uit Zeeland. Momenteel is de Zeeuwse Lijn en normaal deel van het Nederlandse spoorwegennet.

De Zeeuwse Lijn veranderde in veel gemeenten het stadsbeeld.

De Zeeuwse Lijn veranderde in veel gemeenten het stadsbeeld.

 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Zuid-Beveland vrij van schermutselingen. Wel werden duizenden Vlaamse vluchtelingen opgevangen.

In 1939, vooruitlopend op de Tweede Wereldoorlog werden de oostelijke polders van Zuid-Beveland opgenomen als inundatievlakte in de Bathstelling. Deze stelling werd opgetrokken om de opmars van de Duitsers te vertragen en werd verdedigd door twee tirailleur compagnieën en een compagnie zware infanteriewapens. Artilleriesteun zou worden geleverd door de marine.

Op 10 mei werd het bevel gegeven de polders onder water te zetten. De sluiswachter zette de sluizen van de Kreekrak- en de Völckerpolder open. Maar de inundatie mislukte als gevolg van te lage waterstanden en een harde oostenwind.

Op 16 mei vonden er nog felle gevechten plaats bij Kapelle tussen Duitse troepen en Franse gemotoriseerde eenheden die Nederland te hulp waren geschoten. Een dag later werden 65 gesneuvelde Fransen door de plaatselijke bevolking begraven. Het doek was over Nederland gevallen.

Monument bij de Franse Militaire Begraafplaats in Kapelle.

Monument bij de Franse Militaire Begraafplaats in Kapelle.

 

In februari 1953 werd ook Zuid-Beveland getroffen door de Watersnood. Een groot deel van het schiereiland kwam er relatief goed vanaf. Met name de regio rond Goes werd gespaard vanwege de hoge ligging. Maar de oostkant van het schiereiland stond lange tijd onder water.

Hierna werd aangevangen met de Deltawerken. Een project waar ook Zuid-Beveland de vruchten van zou plukken.

Op 1 januari 1970 werd de gemeentelijke herverdeling doorgevoerd. Er bleven uiteindelijk nog maar vier gemeenten over. Een van die gemeenten is Borsele. Deze gemeente is ontstaan door het samenvoegen van de gemeenten Borssele (twee ss-en) Baarland, Driewegen, Ellewoudsdijk, ’s Gravenpolder, ’s Heer Abtskerke, ‘sa Heerenhoek, Heinkenszand, Hoedekenskerke, Nisse, Oudelande, Ovezande en het deel van ’s Heer Arendskerke dat ten zuiden van de A58 lag, waaronder de dorpen Nieuwendorp en Lewedorp.

De gemeente geniet vooral bekendheid door de aanwezigheid van haar kerncentrale. In 1973 werd deze centrale in gebruik genomen. Aanvankelijk waren er de nodige protesten, maar deze doofden langzaam uit. In 2006 sloot de regering een convenant met de eigenaren van de centrale. Daarin werd vastgelegd dat Borssele tot 2033 in bedrijf zal blijven.

Vanaf begin 2009 zijn er plannen om een tweede centrale te bouwen. De voorlopige naam is Borssele 2. Onmiddellijk staken de protesten de kop weer op. In mei 2010 werd het Zeeuwse actiecomité ´Borssele 2, Nee!´ opgericht, gevoed door verschillende Zeeuwse politieke partijen en milieubewegingen. Ook de Nederlandse antikernenergie beweging, onder aanvoering van Greenpeace en Wise gingen zich weer roeren. Aanvankelijk kregen zij weinig gehoor. Maar naar aanleiding van de ramp bij Fukushima en recente voorvallen in de kerncentrales in het Belgische doel, krijgen ze meer en meer belangstelling.

De kerncentrale Borssele

De kerncentrale Borssele

 

Het landschap van Zuid-Beveland wordt over het algemeen gekenmerkt door kleinere polders omgeven door dijken. Omdat de bodem bestaat uit zeeklei is het een groot landbouwgebied. Er is een beperkt stedelijk gebied dat zich voornamelijk bevindt rondom Goes, de grootste kern. Een iets kleinere kern bevindt zich rond Kapelle.

Het industriegebied Sloe, bij Vlissingen, straalt wel economisch uit op Zuid-Beveland.

Het mooiste landbouwgebied treft u in de z.g. ‘Zak van Zuid-Beveland’. Het is een prachtig gebied met waardevolle natuur- en landschapselementen bestaande uit welen, grenslinden, kreken, vliedbergen en kleine dorpjes. In 2005 werd de Zak van Zuid-Beveland aangewezen als deel van het Nationaal Landschap Zuidwest Zeeland.

De meeste kreken die in dit gebied voorkomen zijn oude herinneringen aan vroegere dijkdoorbraken. Veel vogelsoorten maken dankbaar gebruik van deze poelen. Fort Ellewoutsdijk aan de Westerschelde is een historisch hoogtepunt. Dit indrukwekkende zeefort geeft u een prachtig uitzicht over Zuid-Beveland.

In dit gebied is fruitteelt een belangrijke bron van inkomsten, vooral zwarte bessen, appels en peren. De percelen, omringd door meidoornhagen zijn een geweldig gebied voor fietsers en wandelaars. Daarbij kunt u op veel plaatsen voor betrekkelijk weinig geld een doos appels of peren kopen.

Appelbomen in bloei in de Zak van Zuid-Beveland

Appelbomen in bloei in de Zak van Zuid-Beveland

 

Een aanrader is de fietsroute ‘Sporen van het water’. Deze mooie route is een openbaring. U rijdt door verschillende dorpen als Nisse, Hoedekenskerke, Ellewoudsdijk en Borssele en heel verschillende landschapstypen. We noemen het open poelgebied, het kleinschalig poldergebied met de beroemde bloemendijken, langs het heggenreservaat en diverse weeltjes.

Een dag fietsen of wandelen kan hongerig maken. Gelukkig kan Zuid-Beveland aan deze behoefte voldoen. Met typische traditionele streekgerechten zoals Zeeuwse vissoep, kreeft uit de Oosterschelde, zeekraal of oesters kunt u zich heerlijk laten verwennen.

Zuid-Beveland heeft toeristen, naast wandelen en fietsen, veel te bieden. Ga in de zomermaanden eens een rit dwars door de Zak van Zuid-Beveland maken met de stoomtrein Goes-Borsele. Als je toch in Goes bent neem dan de tijd om het oude stadscentrum te verkennen.

Dit laat zien dat Goes ooit een welvarende handelsstad was. De kaden, de markt, indrukwekkende kerken en oude straatjes liggen allemaal op loopafstand binnen de restanten van de oude stadswallen. Goes is samen met Middelburg de belangrijkste winkelstad van Zeeland.

De oude haven van Goes

De oude haven van Goes

 

Ook aan watersporters heeft Zuid-Beveland veel te bieden. Diverse jachthavens zoals Yerseke, Wemeldinge en Wilhelminadorp zijn uitstekende ligplaatsen vanwaar uit u het Veerse Meer kunt verkennen. Dit is een prachtig watersportgebied ook geschikt voor kleinere boten.

In het Veerse Meer liggen diverse eilandjes die aangeplant worden en leuk te gebruiken zijn als picknickplaats.

Historische stadjes, leuke havens, veel ankerplaatsen en een goed betond vaarwater maken het Veerse Meer tot een gezellig, druk vaarwater voor watersporters.

Op verschillende openbare aanlegplaatsen kunt u gratis aanleggen voor maximaal 24 uur.

Zuid-Beveland heeft erg veel te bieden. Wij wensen u dan ook een fijne vakantie op het historische en gezellige Zuid-Beveland.