Kaarten, wie gebruikt ze nog? Onhandige grote lappen papier uit de vorige eeuwen. Neen, dan nu! Elektronica en GSM  brengen ons, zonder dat we er bij na hoeven te denken over de hele wereld.

Toch moeten we blij zijn dat in de 17de en 18de eeuw er kaartenmakers bestonden. Vooral Nederlandse kaartenmakers stonden internationaal hoog aangeschreven. Goede kaarten waren zeldzaam en zelfs staatsgeheim. Schippers van de VOC kregen kaarten mee waarvoor ze moesten tekenen en aan niemand getoond mochten worden. Ze moesten verborgen blijven voor andere zeevarende naties vanwege de voorsprong die ze ons land verschaften tijdens de reizen en als navigatiehulp.

Nederlandse kaartenmakers waren wereldberoemd. Vader en zoons Hettinga waren bekend om hun nauwkeurige landkaarten die zij voornamelijk in opdracht van de Staten vervaardigden en gebruik werden voor en tijdens veldslagen.

Maar echte meesterwerken werden vervaardigd door de familie Blaeu.

Willem Jansz. Blaeu

Willem Jansz Blaeu werd geboren als zoon van een welgestelde haringkoopman. Hij begin zijn carrière als timmerman, later klerk. Hij  ontwikkelde een grote interesse voor de wetenschap. Dat deed hem besluiten in de winter van 1595 naar het Deense eiland Ven te verhuizen. Daar ging hij werken bij de Deense astronoom Tych Brahe waar hij instrumenten en globes leerde maken.

Terug in Nederland  vestigde hij zich eerst in Alkmaar waar zijn zoon Joan werd geboren. Later verhuisde hij naar de Korte Nieuwedijk In Amsterdam. Hier kocht hij een stuk grond op de Lastage, tegenwoordig de Nieuwmarktbuurt. Hij ging zich toeleggen op het maken van globes in diameter variërend van 10 tot 68 cm.

Globe van Blaeu

 

 

Ook ging hij astronomische en nautische instrumenten produceren. Hiermee konden schippers, als Frederik Houtman en Pieter Keyser hem de informatie aanleveren die nodig waren voor het vervaardigen van kaarten.

 

 

Kaart van Zierikzee

 

 

 

 

 

In 1605 was Blaeu een man geworden die een redelijk kapitaal had verdiend. Hij verhuisde naar het Damrak dat toen nog ‘op Het Water’ werd genoemd. Hij noemde zijn pand ‘De Vergulde Sonnewijser’. Hier begon hij zich volledig toe te leggen op het vervaardigen van kaarten. In 1605 bracht hij zijn Nova Universi terratum orbis mappa, de eerste wereldkaart uit.

Nederlandse ontdekkingsreizigers  zoals Waghenaer en Willem Barentsz publiceerden zeemansgidsen. Zij vormden de basis voor de uitgave van ‘Het Licht Der Zeevaart’ waaraan Blaeu begon te werken. De eerste uitgave had een omvang van 115 pagina’s en bevatte 19 kaarten. In de daaropvolgende jaren werd het werk uitgebreid, verbeterd en vertaald in het Frans en Engels.

In 1623 bracht Blaeu zijn revolutionaire ‘Zeespiegel, inhoudende een korte onderwijsinghe in de Konst der Zeevaart’. Deze uitgave bestond uit drie delen en omvatte 111 kaarten. In 1638 werd het uitgebreid met een vierde deel over de Middellandsche Schipvaert. Deze vier uitgaven vormden de basis van de uitgeverij.

In 1619 liep het privilege van Blaeu af. Zijn buurman Johannus Janssonius begon de Zeemansgidsen van Blaeu te kopiëren en op de markt te brengen. Kort daarop begon ook zijn overbuurman Jacob Aertsz Colom het werk te jatten.

Kaart van Schouwen Duiveland

Toch bleef Blaeu de vernieuwer. Zijn drukkerij was uitgegroeid tot een immens imperium. Naast zijn cartografie gaf hij ook boeken uit, bijvoorbeeld van zijn neef P.C. Hooft.

 

 

 

 

Wat het werk van Blaeu voor die tijd uniek maakte was, dat hij zich als wetenschapper bezig hield met het berekenen van de omtrek van de aarde. De bepaling van de lengtegraden had zijn speciale aandacht. Hij nam deel aan de beoordeling van de methode Galileo Galilei om de lengtegraad te bepalen aan de hand van manen van Jupiter.

 

 

Galileo Galilei

Van zijn zoon Joan is minder bekend. Hij studeerde in 1620 in Leiden af en promoveerde tot doctor in de rechten. In 1623 stond hij ingeschreven aan de Universiteit van Padua.

 

 

Portret van Joan Blaeu uit 1663 door Jan van Rossum (collectie Amsterdam Museum)

 

 

 

 

 

Na de dood van zijn vader in 1628 zette Joan samen met zijn broer Cornelis het bedrijf voort. Cornelis overleed in 1642,

Cornelis Blaeu

 

 

 

 

Joan ging alleen verder en breidde het bedrijf uit tot een enorme omvang. Vanwege zijn grote kennis werd hij in 1658 benoemd tot examinator voor de stuurlieden van de VOCTientallen, zo niet honderden graveurs, drukkers, redacteuren, ‘afsetters: (inkleurders van gravures), auteurs, stuurlieden, collega-drukkers en boekverkopers werkten samen met of voor de firma Blaeu. Kees Zandvliet is de schrijver van een geweldig werk over de geschiedenis van deze imponerende familie. Hij besteedde aandacht en onderzocht het uitgebreide netwerk van de familie Blaeu. Hij besteedt aandacht aan opvallende vrouwen, zwarte schapen, regenten en vorsten. Hij gaat in op huwelijkskeuzes, verzamelaars en de hunkering naar Italië. We zien rampen voor onze ogen plaats vinden en maken kennis met oplichters. Ook grondbezit, het vetmesten van ossen en de Atlantische handel blijven niet onbelicht. Na het lezen van dit boek zijn er geen geheimen meer over de familie Blaeu

Kortom een boek waar wij lyrisch enthousiast over zijn.

 

De auteur

Professor Doctor Kees Zandvliet (1953) is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was hoofd presentatie van het Amsterdam Museum en hoofd van de afdeling geschiedenis van het Rijksmuseum.

Kees Zandvliet

De wereld van de familie Blaeu

ISBN nr: 9789462499416

Uitgever Walburg Pers

Hardcover

384 pagina’s  vier kleurendruk

Afmetingen: 22 x 28 x 3,2 cm.

Inkijk en introductie: Download introductie en inhoudsopgave

Prijs: € 49,99

Voor meer informatie: info@walburgpers.nl

Klantenservice

Bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 14:00 uur tot 16:00 uur:
020-4200050
verkoop@walburgpers.nl