Het Veers museum vindt haar onderdak in twee, los van elkaar staande, gebouwen. Eén deel is gehuisvest in het voormalige, middeleeuwse stadhuis. Het andere deel van de collectie vindt u in de beroemde Schotse Huizen. Hierbij willen we eerst de geschiedenis van deze bijzondere gebouwen belichten

Stadhuis

Hendrik IV van Borsele gaf in 1474, als Heer van Veere, opdracht tot de bouw van het stadhuis. De opdracht tot de bouw kwam in handen van de Vlaamse bouwmeester Everaert Spoorwater. Hij was vertegenwoordiger van de Brabants-gotische stijl en heeft een belangrijk stempel gedrukt op de architectuur in Brabant, Zeeland en Holland.. Spoorwater werkte dikwijls samen met leden van het geslacht  Keldermans.t. Hij had voornamelijk veel waardering voor de beeldhouwkunst van Mattthijs II  Keldermans en maakte dus geregeld gebruik van zijn diensten. Daardoor ontstonden gebouwen die rijk versierd waren met tal van beelden, zoals bijvoorbeeld het Stadhuis in Middelburg.

 

 

De klokkentoren

Carillon

Het carillon van het stadhuis van Veere is oorspronkelijk gebouwd in 1403, waardoor het een van de oudste klokkenspellen van ons land is.. Natuurlijk zijn er in de loop van de jaren de nodige restauraties en veranderingen aangebracht. Een heel belangrijke kon worden uitgevoerd door een schenking van koningin Wilhelmina in 1908. De Oranjes zijn al eeuwenlang markies of markiezin van Veere.

Het carillon telt momenteel nog 47 klokken. Hiervan zijn 17 klokken gegoten door cellebroeder Peeter van den Gheyn in de jaren 1734/1735. Een nazaat van hem, Andreas Jozef van de Gheyn goot vervolgens nog 9 klokken in 1790. Petit en Fritsen goten in 1948 nog 2 klokken. Het carillon werd gecompleteerd door de firma Eijsbouts met de overige klokken in 1972.

Het carillon is een van charmes van Veere

De beeldengevel

Beeldengevel

De gevel van het stadhuis is opgetrokken uit ledesteen en nog vrijwel in de oorspronkelijke staat. In de gevel was plaats ingeruimd voor zeven manshoge beelden. De stukken stellen de heren en vrouwen van Veere voor, telgen uit het roemruchte geslacht Van Borsele.

De beelden waren aanvankelijk gepolychromeerd, een term die werd gebruikt voor beschilderingen.  De kleuren vervaagde in de loop der eeuwen en werden door weer en wind behoorlijk aangetast. Daarom werden ze vervangen door replica’s. De oorspronkelijke beelden vonden een plaats in de beeldenzaal van de Schotse huizen.

Bestuurscentrum

Eeuwenlang fungeerde de stad Veere, dat in 1355 stadrechten kreeg, als bestuurscentrum voor het westelijke deel van Walcheren. Uiteraard resideerde het bestuur, de vierschaar, in het stadhuis.

In de gewesten van de Lage Landen werd tijdens de middeleeuwen het bestuur gevormd door de vierschaar.

Bestuur was in die periode nog niet bekend met  het principe van de scheiding der machten. De rechtspraak was onderdeel van de taken van het bestuur. De hoge jurisdictie berustte meestal bij de graaf. De middelbare en lage jurisdictie werd opgedragen aan de plaatselijke ambachtsheer. Op zijn beurt legde deze de uitvoering hiervan in de handen van de schout en schepenen. De plaats en de manier waarop dat gerechtelijk bestuur bijeenkwam werd ook vierschaar genoemd.

 De vierschaar in Veere is goed bewaard gebleven en geeft een prachtig beeld van het bestuur in de middeleeuwen. Een aantal pronkstukken zijn de ‘vuisten’.

De vuist van Adriaen Bra

De vuist van Adriaen Bra hangt nog steeds boven de schouw. Het is een bronzen vuist die Adriaen als boetedoening in 1546 heeft moeten laten maken en betalen.

Adriaen Bra was visser van beroep. Hij werd veroordeeld voor het aanvallen van de baljuw met een mes. Dat mes had hij gewonnen bij een potje dobbelen (of teerling werpen). Cafébaas Pieter Ritssaerss. had het mes ter beschikking gesteld, op voorwaarde dat de winnaar de baljuw en zijn dienaren ermee zou ‘cloppen’. Ritssaerss. had nog een rekening te vereffenen met de baljuw en Bra aarzelde niet.

Samen met twee andere vuisten getuigd de vuist nog van het recht dat hier ooit werd gesproken.

Maar ook andere vormen van straffen werden toegepast. Links voor de gevel bevindt de schandsteen waarop gestraften te kijk werden gezet. Daarboven hangt een ketting verzwaard met stenen. Daarmee moesten kwaadsprekende vrouwen een schandtocht door de stad maken.

Hier kon men beter wegblijven

In het deel van het Museum Veer dat in het stadhuis is gevestigd kunt u zich laten verassen door tal van historische bezienswaardigheden, In de voormalige raadszaal op de eerste verdieping, die tegenwoordig als trouwzaal gebruikt kan worden wordt de band tussen Veere en het koningshuis zichtbaar gemaakt

Veere Oranjestad

Veere heeft altijd een grote band met de Oranjes gehad. Het eerste bezoek van Willem van Oranje vond plaats op 27 december 1573 toen hij na een inspectie van de Zeeuwse vloot bij Bergen op Zoom doorvoer naar Veere, waar hij met grote vreugde werd ontvangen.

De band tussen Willem van Oranje en Veere dateert al van 1 mei 1572 toen hij de magistraat opriep tot gewapend verzet tegen de Spanjaarden en beloofde de stad met troepen en schepen te zullen steunen.
Vijf dagen later werd Veere door de Watergeuzen bezet en verklaarde zich voor de prins.

Beker van Maximiliaan

Bij zijn inhuldiging als markies wierp Willem van Oranje in 1581 gedenkpenningen van het bordes van het stadhuis in het publiek met daarop de tekst Nodus Indissolubilis (‘onlosmakelijke knoop’).
Hiermee gaf hij te kennen dat wat hem betrof de band tussen Oranje en Veere blijvende was.
Blijkbaar dachten de inwoners van de stad er ook zo over, want weinig steden zijn in de loop van de jaren zó Oranjegezind geweest.

 

In 1672 was Veere de eerste stad waar Willem III op aandringen van de burgerij werd uitgeroepen tot stadhouder.

In 1747 was het opnieuw Veere dat als eerste voorstelde Willem IV te benoemen tot stadhouder van Zeeland.

En toen in 1787 de patriotten overal in het land voor een felle anti-Oranjestemming zorgden, kregen ze in Veere geen voet aan de grond.

Op 2 juli 1787 zwoeren de leden van het stadsbestuur op het bordes van het stadhuis de Oranjes eeuwige trouw.

De historische band tussen Veere en het koningshuis is in het stadhuis duidelijk zichtbaar. In de raadzaal op de eerste verdieping hangen portretten van alle markiezen en markiezinnen van het huis van Oranje-Nassau. Nog een adellijke souvenir is de verguld zilveren beker uit 1551 die Maximiliaan van Bourgondië (1514-1558) aan de stad Veere schonk. Deze bevindt zich in de trouwzaal

Los van de unieke collectie worden er gedurende het jaar prachtige wisselexposities ingericht.

Kleine wandeling

Als u bent uitgekeken in het stadhuis wacht u nog een bezoek aan de tweede vestiging van het Museum Veere, de Schotse Huizen.

Veel bezoekers maken van de gelegenheid gebruik om tussen de bedrijven door even een terrasje te pikken en even bij te komen. Wandelend langs de Kaai staat u plotseling voor een merkwaardig fenomeen. Een winkeltje in een trapgat. Hier wordt fotowerk van een Store Foto.nl verkocht. Het is zelfbediening, waar u op uw eerlijkheid wordt getest. Het geld voor het door u gekochte kunt u deponeren in een daarvoor bestemd busje. Waar vind je nog zoveel vertrouwen!

Straatwinkeltje

Schotse Huizen

De Schotse Huizen is een eigenzinnig deel van het Zeeuws Museum. In ‘het Lammeken’ en ‘in de Struijs’ zoals de huizen heten. treft u onder andere de originele beelden uit de gevel van het stadhuis, de familie van Borsele. Via een paar stijlkamers beland u in de periode van de Schotse wolhandel op Veere.

Wapens van het Lammeken en de Struijs

In de Schotse Huizen maakt u kennis met het succesverhaal van de commerciele handel van Veere in de late middeleeuwen. De rede van Walcheren was het centrum van de Zeeuwse handel en scheepvaart. Tussen Veere en Schotland ontstond een bijzondere band.

Willem Hermansz. van Diest – Zicht op de rede van Walcheren bij Fort Rammekens

Stapelstad

In de Middeleeuwen probeerden vele steden lucratieve handelsrechten te bemachtigen. Als een stad het stapelrecht van goederen had, bracht dat vele voordelen met zich mee. Het stapelrecht hield namelijk in dat goederen eerst in de stad die het stapelrecht had (stapelstad) moesten worden opgeslagen om daar ter verkoop te worden aangeboden.

Brugge had het stapelrecht van goederen uit Schotland. Veere had niets en keek met begerige ogen naar Brugge waar alle Schotse goederen werden verhandeld. En zo begon het grote paaien. De Veerse adel kon door haar positie als opperbevelhebber van de oorlogsvloot nogal eens een zeereisje maken.

Wolfert VI van Borsele – de grote paaier

Wolfert VI van Borsele was in de 15de eeuw Heer van Veere. In 1444 trouwde hij met Mary Stuart, de dochter van de Schotse koning Jacobus I. Door dit verstandshuwelijk duurde het niet lang voor Veere Brugge als stapelplaats het verdrongen en het alleenrecht op Schotse goederen kreeg.

Wolnaties

In 1541 werd Veere officieel stapelplaats. Het werd de vestigingsplaats voor zogenaamde wolnaties, Schotse handelsondernemingen. Wol was veruit het belangrijkste product. Het was bestemd voor de Vlaamse lakenindustrie. Het bezit van de Schotse stapel was de garantie dat niet alleen wol, maar ook linnen, zalm, boter, leer en huiden alleen in Veere verhandeld mochten worden. Factors vestigden zich in Veere om de goederen voor rekening van Schotse kooplieden te verhandelen.

Bevoorrecht

Deze voorspoed had wel tot gevolg dat een aanzienlijk aantal Schotten de Noordzee overstaken om zich in Veere te vestigen. Er ontstond een complete Schotse enclave waarbij deze bepaalde voorrechten kregen. De Schotten kregen pakhuizen en woonhuizen. Zelfs een eigen kerk met een in Schotland opgeleide dominee. Deze bevond zich in een aparte kapel in de Grote Kerk.

In herberg ‘de Swaene’ konden Schotten logeren en eten zonder accijns op bier en wijn te betalen. In deze herberg spraken ze ook hun eigen recht.

Grote kerk van Veere

Terugloop

Aan het einde van de 16de eeuw nam Holland belangrijke delen van de handel over. Middelburg en Vlissingen zochten nieuwe handelsactiviteiten. De VOC werd opgericht en de kaapvaart bloeide. Met Veere als welvarende plaats ging het steeds minder. Dankzij de Veerse stapel wist het stadje nog lang te overleven. 60% van de inwoners van Veere was in het midden van de 17de eeuw voor hun bestaan afhankelijk van de Schotse stapel.  Deze werd in 1799 definitief opgeheven. Veere sliep in en werd een stil stadje.

Kunstenaars in Veere

In de 19e eeuw ontdekten de eerste (Belgische) kunstschilders het pittoreske en verstilde stadje Veere, met zijn prachtige stadhuis en zijn imposante kerk, de kade met zijn oude koopmanshuizen en de altijd in beweging zijnde vissershaven. Al snel vestigde zich een aanzienlijk aantal kunstenaars in het stadje. Het hoogtepunt van deze internationaal georiënteerde kunstenaarskolonie lag tussen 1900 en 1940.

Veerse Joffer Goth – Portret door haar vader

et einde werd ingeluid met de sluiting van het Veerse gat in april 1961. Veere was voorgoed van haar artistieke levensader, de zee met haar eb en vloed, afgesloten. De kleurrijke vissersvloot, dagelijks een bron van inspiratie, werd vervangen door saaie recreatievaart. Met het overlijden van de Veerse Joffer Sáriká Góth  kwam een einde aan de oorspronkelijke Veerse kunstenaarskolonie.

Bijna gesloopt

De Schotse huizen “Het Lammeken’ en ‘De Struijs’ aan de Kaai zijn oorspronkelijk gebouwd als elkaars spiegelbeeld. Het had niet veel gescheeld of Het Lammeken was aan het einde van de 19de eeuw gesloopt. Het werd gered door Jhr. Mr. Victor de Stuers die het gebouw in 1891 voor 800 gulden kocht. In 1907 schonk hij het aan de Staat der Nederlanden op voorwaarde dat het in de oorspronkelijke staat bewaard zou blijven.

Spiegelbeelden

Museum Veere

Albert Ochs was een rijke Engelse verzamelaar. In 1896 kocht hij ‘De Struijs’ voor 1.200 gulden. Vooral zijn dochter Alma Francis Oakes verbleef veel in Veere.

Zij verzamelde meubelen, serviezen en Zeeuwse klederdrachten. In 1947 schonk zij het huis inclusief haar verzamelingen aan de Staat der Nederlanden. Ook zij verbond een voorwaarde aan de gift. Het huis moest als een museum geëxploiteerd worden.

In 1950 werden het Lammeken en de Struijs als museum ingericht. De door Alma Oakes bijeengebrachte verzameling diende als basis van de collectie.

Collectie

In de Schotse huizen is opvallend veel terug te vinden over de Walcherse streekdrachten. Ze bieden ook onderdak aan de Stichting ‘het Walchers Kostuum’.

Indrukwekkend is de beeldenzaal met de oude gevelbeelden van de familie van Borsele.

Beeldenzaal

Daarnaast worden er, naast de indrukwekkende vaste collectie, regelmatig wisselexposities ingericht.

Samen met het Stadhuis beschikt Veere over een prachtig museum met een veelzijdige collectie. Het is de meest complete plaats om kennis te maken met de historie van Veere. Bij een bezoek aan Zeeland mag u dit unieke museum dan ook zeker niet overslaan.

Voor meer info kijk hier. 

 

Het Museum Veere  heeft als adres: Kaai 25-27. 4351 AA Veere

Telefoon:

Locatie Schotse Huizen – 0118 50 17 44

Locatie Stadhuuis – 0118 43 58 58

nuseum@museumveere.nl

 

Kijk hier voor de openingstijden