Een inlaag of een inlaagpolder is een speciaal fenomeen. Deze gebieden ontstonden wanneer afkalving van dijken, dijkval, plaatsvond en men tegen het risico van nog meer verzakkingen een reservedijk aanlegde die als nieuwe waterkering dienst moest gaan doen. Deze nieuwe dijken werden inlaagdijken genoemd.

Het gebied tussen een door dijkval bedreigde dijk en een inlaagdijk, wordt inlaag genoemd. Omdat de grond die nodig was voor de nieuwe dijk uit de inlaag werd gehaald, kwam deze lager dan de grond achter de bedreigde dijk te liggen. Deze gebieden worden karrevelden genoemd, het gebied dus achter een dijk waar klei is afgegraven voor het aanleggen van de nieuwe dijk. In deze karrevelden is de invloed van zout kwelwater groot. Ze zijn erg drassig en daarom totaal ongeschikt voor landbouw of veeteelt. In het verleden bleven ze daarom ook meestal braak liggen.

De oesterput - © Evelyne Scheijbeler

De oesterput – © Evelyne Scheijbeler

Soms werden ze gebruikt als boezem om het water uit de achterliggende polder te lozen. Op andere plaatsen werden ze in gebruik genomen als hooiland. Door tal van greppeltjes aan te leggen werd de afwatering geregeld.

In de vorige eeuw kwamen ook de hooilanden braak te liggen en kon de natuur haar gang gaan. Daarom zijn de meeste inlagen tegenwoordig natuurgebied. Ze worden nu in beslag genomen door tal van weide- moeras en zeevogels die er hun voedsel en broedgebied van hebben gemaakt. Inlagen zijn ook ideale hoogwatervluchtplaatsen, plaatsen waar vogels bij vloed wachten tot het  water zich weer terug trekt en zij weer verder gaan met naar eten zoeken. Kijk eens hier.

Tussen de Oosterscheldekering en Colijnsplaat bestaat de Noord-Bevelandse kust uit een aaneengesloten serie van inlagen. Het Zeeuwse Landschap heeft er een aantal van in beheer, waaronder de Torenpolder, de Vlietepolder, de inlaag Oesterput en de Keihoogte.

De Keihoogte is net als vele andere inlagen, of kupen zoals ze op het eiland worden genoemd, erg geliefd bij vogelaars. Op de plaats die men nu Keihoogte noemt, was eeuwen geleden een dorp, waarschijnlijk Vliete. Die oude nederzetting kwam bij egaliseringswerkzaamheden in 1959 weer tevoorschijn. Grote bakstenen, op zijn Zeeuws moppen of kloostermoppen werden opgegraven. Vandaar de naam Keihoogte.

De zeldzame Blauwe Zeedistel

De zeldzame Blauwe Zeedistel

Dit natuurgebied bij Wissenkerke is een paradijs voor vogelliefhebbers. In elk jaargetijde verandert de populatie. Talloze steltlopers wisselen elkaar hier af. Vogels die u hier zeker tegen komt zijn de kluut, de tureluur, scholekster, rosse grutto, kemphaan en wulp. Maar ook de bosruiter en de watersnip zijn hier geen onbekenden.

De rosse grutto

De rosse grutto

Als u naar de uitkijk hut wandelt, zie je in het struikengebied, met verschillende soorten zeldzame planten, verschillende soorten zangvogels, zoals de kneu en de putter. Maar ook haviken en sperwers hebben hier hun domein.

In deze groene zone moet u zeker uitkijken naar zeldzame vlindersoorten waaronder de argusvlinder, het Icarisblauwtje of de oranje luzernevlinder.

Voor een voorproefje van wat u kunt verwachten, kijk hier.

Voor meer informatie over de inlagen van Noord-Beveland kunt u hier terecht.