Eduard Pieter Schorer was een bijzonder gerespecteerd man in en rond Middelburg. Hij was jurist en vicepresident van de rechtbank in Middelburg. In 1893 werd hij geadeld. Zijn moeder, Jacoba Susanne Rethaan Macaré was lid van het, in 1844, geadelde geslacht Rethaan Macaré.

Afkomst

Op 1 maart 1866, hij woonde toen in Heinkenszand, werd het gezin verblijd met de geboorte van een zoon. Deze werd genoemd naar zijn grootmoeder Jacoba. Jacob Anton Schorer kon bij zijn geboorte al worden aangesproken als jonkheer.

Goede opleiding

In deze gegoede familie groeide de jonge Jacob op in redelijke welvaart. De nadruk tijdens zijn opvoeding lag op het vergaren van kennis.

Na zijn middelbare schoolopleiding trok hij naar Leiden om rechten te studeren. Hij promoveerde op 13 februari 1897 op de rechtshistorische dissertatie over ‘De geschiedenis der Calamiteuse Polders in Zeeland tot het reglement van 20 januari 1791’.

Jacob Schorer

Jacob Schorer

Veelbelovende carrière

 

In datzelfde jaar werd Schorer benoemd tot klerk op de griffie van de arrondissementsrechtbank in Middelburg. In 1899 kreeg hij daar de functie van plaatsvervangend kantonrechter. Ook werkte hij, naast deze functies, op zijn eigen kantoor als advocaat en procureur.

Zijn vader bekleedde tal van maatschappelijke functies en Jacob trad hierbij in diens voetsporen. Hij zette zich in voor maatschappelijke doelen. In 1898 was hij medeoprichter van de Zeeuwse afdeling van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren. Niets wees er op dat moment op dat de jonge jurist Jonkheer Meester J.A. Schorer de eerste Nederlandse homoactivist zou worden.

In opspraak

In het voorjaar van 1903 keerde het lot zich tegen Schorer en zijn juridische carrière. Hij werd beticht van seksuele omgang met een jongen van zestien jaar. Er werd een strafrechtelijk onderzoek uitgevoerd, maar dat leverde geen strafbare feiten op. Toch kon hij niet meer functioneren in zijn functies. Al snel stond hij bekend als een man met zeer onzedelijke neigingen. Schorer vroeg ontslag en kreeg dit. Hij vluchtte naar Vorden en Gelderland en reisde later door naar Berlijn.

 

Verboden

Verboden

Duitse periode

In Duitsland ging Schorer aan de slag als vertegenwoordiger van de verzekeringsmaatschappij Teutonia. Hoewel hij homofiel was, kon hij zijn gevoelens in die tijd niet uiten. Wel wilde hij, initiatiefnemer als hij was, daar iets aan doen.

Magnus Hirschfeld

Magnus Hirschfeld

 

 

 

Hij ging studeren bij de seksuoloog Magnes Hirschfeld en werd diens medewerker in het Wisssenschaftlich Humanitätee (WhK). Deze organisatie werd in 1897 opgericht en zette zich in voor gelijke rechten voor homoseksuelen. Schorer hielp Hirschfeld bij zijn onderzoek naar het voorkomen van homoseksualiteit onder diverse bevolkingsgroepen. Ook maakte hij zich diens theorie van de Sexuelle Zwischenstufe of het derde geslacht eigen. Daarbij werd uitgegaan van het aangeboren karakter van seksuele voorkeuren.

Magnus Hirschfeld

Boek van Magnus Hirschfeld

 

 Terug naar Nederland

In 1909 overleed zijn vader. Een jaar later keerde hij terug naar Nederland. Samen met zijn moeder vestigde hij zich in Den Haag. Aanvankelijk was hij financieel aangewezen op een jaarlijkse toelage. Zijn moeder overleed in 1916 en Schorer verhuisde noodgedwongen naar een etage aan de Laan van Meerdervoort. In 1912 richtte hij het Nederlands Wetenschappelijk Humanitair Komitee (NWHK) op. Na zijn verhuizing diende zijn etage tevens als hoofdkantoor voor zijn organisatie. In die tijd kon hij leven van inkomsten uit beleggingen. Maar voor zijn emancipatiewerk was er steeds geld te weinig.

Woning en kantoor aan de Laan van Meerdervoort 539 Fot Paul2 commons.wikimedia

Woning en kantoor aan de Laan van Meerdervoort 539 Fot Paul2 commons.wikimedia

Homofilie strafbaar

In 1911 was in Nederland, onder het kabinet Heemskerk, kwam onder de minister van justitie Edmund Regout de zedelijkswet tot stand.

Regout kwam uit een welgestelde ondernemersfamilie (Sphinx) uit Maastricht. Hij werd er van verdacht dat grote delen van zijn beleid werden beïnvloed door de katholieke kerk. Hij was er verantwoordelijk voor dat pornografie, abortus, bordelen, prostitutie, vrouwenhandel en souteneurschap als misdrijf strafbaar werden gesteld.

Datzelfde gold voor homoseksuele relaties van volwassenen met minderjarigen. Maar feitelijk was het een strafbaarstelling en discriminatie van homofielen. Artikel 248-bis Wetboek van Strafrecht.

 

Edmond Regout

Edmond Regout

Tot 1971 verbood dit artikel seksuele relaties tussen min 21 jarigen en 21-plussers. Althans, homoseksuele relaties. Gek genoeg gold dit niet voor heteroseksuele relaties. Dit onrecht gaf aanleiding tot de eerste homodemonstratie van Nederland.

Opgepakt worden door de zedenpolitie, omdat je seks hebt met een jongere partner. Door je eigen ouders aangegeven worden vanwege een gevonden liefdesbrief. Het is nu bijna onvoorstelbaar dat dit in Nederland tot in de jaren zestig voorkwam. In de zestig jaar dat de wet van kracht was zijn ruim vijfduizend homoseksuelen vanwege dit artikel vervolgd, voor het overgrote deel mannen. Ruim de helft werd schuldig bevonden. Zij moesten gemiddeld drie tot zes maanden zitten.

Tegenwind voor wetsartikel zedenloosheid 1911

Tegenwind voor wetsartikel zedenloosheid 1911

 

 

 

Strijdbaar

Schorer zou zich de rest van zijn leven blijven verzetten tegen dit onrecht in de Nederlandse wetgeving. Tegen de chantage die het gevolg was van dit wetsartikel. Maar vooral tegen het algemeen heersende onbegrip en vooroordelen tegen homoseksualiteit.

 

Brochure uit 1912

Brochure uit 1912

 

 

 

 

 

Hij werd daarin gesteund door en kreeg medewerking van een handjevol medestanders. Een van hen was de student medicijnen die later een bekend schrijver werd, Arnold Aletrino.

Ook Lucien van Römer, die in Leiden en Amsterdam medicijnen had gestudeerd en zich in 1903 vestigde als zenuwarts.

Marie Jacob Exler was een medestander van het eerste uur en betrokken bij de oprichting van NWHK. Hij was een schrijver, astroloog en theosoof.

Dit kleine clubje, geïnspireerd door Schorer was actief op tal van fronten. In eigen beheer gaven zij boeken en brochures uit.

 

Alnold Aletrino

Arnold Aletrino

 

Activist

Schorer was een activist pur sang. Steeds probeerde hij homoseksuelen met elkaar in contact te brengen. Hij probeerde met hooggeplaatste figuren in gesprek te komen om hen ervan te overtuigen dat homoseksualiteit geen ziekte of misdaad was.  Zijn titel ‘jonkheer’ opende beslist deuren voor hem die voor anderen gesloten bleven. Zo wist hij de ‘coming man’ van de CHU,  jhr. D.J. de Geer, ertoe te bewegen tegen het wetsartikel 248-bis te stemmen, en kon hij persoonlijk belet vragen bij de secretaris-generaal van justitie (een Leidse studiegenoot) om de vervolging van homoseksuelen tijdens het Haagse Zedenschandaal van 1920 te stoppen. Dit was gebaseerd op de suggestie dat Louis Couperus, samen met prins Hendrik en Abraham Bredius zouden zijn aangetroffen in een jongensbordeel in de hofstad.

 

Louis Couperus in 1917

Louis Couperus in 1917

 

Bibliotheek

Schorer legde een bibliotheek aan van wetenschappelijke werken over (homo)seksualiteit en bellettrie waarin homoseksualiteit op de een of andere manier werd gethematiseerd. Schorer stelde deze unieke collectie ter beschikking aan onderzoekers en andere geïnteresseerden. Dankzij de in 1922 uitgegeven catalogus en de sinds 1926 verschenen aanvullingen weten wij nu hoeveel er reeds voor de Tweede Wereldoorlog over homoseksualiteit is geschreven.

Toen de Duitsers (hun opvatting en optreden tegen homoseksuelen kennende) Nederland binnen vielen hief Schorer meteen het NWHK op. Samen met vrienden vernietigde hij de hele ledenadministratie en het hele archief. Dat heet vooruitziend. Al op 15 mei 1940 deden de Duitsers een inval in de etage van Schorer. De omvangrijke bibliotheek, bestaande uit bijna 1900 boeken, werd in zijn geheel in beslag genomen. Er is nooit meer een spoor van terug gevonden. Alleen de bibliotheekcatalogus bleef behouden.

De bibliotheek catalogus

De bibliotheek catalogus

Na de oorlog

Tijdens de oorlog was Schorer naar Harderwijk verhuisd. Vanuit zijn nieuwe woonplaats richtte hij zich in 1946 nog een keer tot het grote publiek. Hij gaf de brochure ‘Gelijkheid van Recht’ uit. Buiten zijn eigen kring kreeg deze brochure nauwelijks aandacht.

Het werk van het NWHK werd overgenomen door de Shakespeare Club. Sinds 1948 stond deze bekend als het Cultuur en Ontspanningscentrum (COC). Het COC eerde in 1947 Schorer met het erelidmaatschap. Maar hij voelde zich hier nauwelijks mee verbonden. Hij kon niet enthousiast raken bij de opvatting dat politiek en cultureel werk vermengd werd met vermaak voor de leden.

 

 

Het einde

In zijn laatste jaren vereenzaamde Schorer. Dat had ook te maken met zijn steeds erger wordende doofheid. Hij ging op kamers wonen. Hij kreeg last van een gezwel in zijn nek dat bij velen afkeer opriep.

Jacob Adriaan Schorer overleed op 18 augustus 1957, 91 jaar oud.

Hoewel er wettelijk veel veranderd is voor holibies en transgenders is er, ondanks het liberale klimaat in Nederland, nog veel te winnen. Publiekelijk is het werk van Schorer nog lang niet af.