Een schip is een vervoermiddel voor transporten over wateroppervlakten. De kortste weg van punt A naar B is een rechte lijn.

Wat voor ons dagelijkse kost is, is in de loop der eeuwen ontstaan. Vernuft en logisch denken hebben ons zo ver gebracht. Maar van geïmproviseerde kaarten en simpele hulpmiddelen tot technische hoogstandjes was een lange weg.

Schepen van toen; De Paerrel een OostIndievaarder en Den Dubbelen Arent een WestIndievaarder afb Reinier Nooms ca.1650

Schepen van toen; De Paerel een Oostindievaarder en Den Dubbelen Arent een Westindievaarder afb Reinier Nooms ca.1650

VOC. Wie was in die tijd de baas?

Ten tijde van de VOC en de WIC waren de taken strak verdeeld. Maar helemaal duidelijk waren ze niet. De gezagvoerder, aanvankelijk schipper (“heer van het schip”) genoemd, werd in de 18e eeuw ook kapitein of kapitein-luitenant.

Tot 1742 was in theorie de opperkoopman degene met de hoogste positie. Hij was verantwoordelijk voor de lading en de handel. En deze was duur, zo duur als peper, dus ‘peperduur’. Maar in de praktijk gaf de schipper de bevelen aan boord. Hij moest de instructies en opdrachten die hij meegekregen had van de bewindhebbers (Heren XVII) naleven en uitvoeren. In het algemeen moest de schipper aan boord een goede orde en discipline handhaven. Hij had de eindverantwoordelijkheid voor de navigatie, maar moest bij het bepalen van de koers wel degelijk rekening houden met de mening van anderen. De schipper werd in zijn taken ondersteund door de stuurlieden, kooplieden en de boekhouder.
In 1751 werd een examen ingesteld voor de hoogste rang onder het zeevarend personeel, de schipper.

Wereldkaart van Gerrit Schagen uit 1689

Wereldkaart van Gerrit Schagen uit 1689

 

Navigatie in de 17de eeuw

Het spreekt voor zich dat voor een scheepvaartonderneming als de Verenigde Oostindische Compagnie de navigatie op zee van vitaal belang was. Om die reden waren de eisen die men stelde aan schippers niet gering. Ze moesten om kunnen gaan met de gecompliceerde structuur aan boord, orde en rust bewaken, maar vooral goede zeelieden zijn.

Voor de navigatie van de schepen werden ze uitgerust met verschillende soorten kaarten en tabellen, een aard- en hemelglobe en navigatie-instrumenten. Voor de positiebepaling werden twee methoden toegepast: plaatsbepaling aan de hand van gegist bestek en door metingen. Ook andere waarnemingen, zoals kleurveranderingen in het water, waarnemingen van land en waarnemingen van bepaalde soorten vogels en vissen, droegen bij tot de positiebepaling.

Navigeren

Om de koers van een schip te berekenen en de positie te bepalen werd gewerkt met een gegist bestek. Daarvoor waren de volgende gegevens nodig;

Handlog - foto Lokilech - commons.wikimedia.org

Handlog – foto Lokilech – commons.wikimedia.org

  • De snelheid van het schip. Dit werd berekend door middel van een log en een zandloper. Met behulp van het log werd de snelheid berekend. Het log was eigenlijk een simpel plankje met de vorm van taartpunt. De ronde kant was verzwaard met lood. Hieraan zat een lijn die voorzien was van op vaste afstand aangebrachte gekleurde lapjes. Het plankje werd overboord gezet en de loglijn werd gevierd. Door in 14 of 28 seconden het aantal merktekens te tellen, kon men vrij nauwkeurig de snelheid bepalen.
  • Het peillood: dit was een staafvormig loden gewicht. De loder stond op een bordesje buitenboord  en met een speciale techniek zwierde hij het lood ver voor zich in het water. Daarna werd de lijn ingehaald en wel tot het lood, strak stond op de bodem. Aan de hand van aangebrachte gekleurde lapjes kon met de diepte aflezen. Vooral bij het binnenvaren van havens of het opvaren van rivieren, was het ‘lood’ onmisbaar om de waterdiepte te peilen. Het lood was voorzien van een holle ruimte in de kant waarmee het de bodem raakte. Deze was voorzien van vet. Daardoor bleven bodemmonsters achter in deze ruimte en kon man zien of de grond geschikt was op te ankeren
  • Belangrijk was ook de mate van afdrijven. Deze werd berekend door een boei aan een lijn uit te laten drijven waarna met een kompas de hoek van het afdrijven kan worden berekend.
  • Het kompas werd een van de belangrijkste instrumenten. Het werd door de Chinezen uitgevonden en door de Arabieren in de 12de eeuw naar Europa gebracht; met behulp van een kompas kon men een bepaalde, vaste koers volgen
Kompas Si Nan gebruikt tijdens de Han_Dynasty -commons.wikimedia.org

Kompas Si Nan gebruikt tijdens de Han_Dynasty -commons.wikimedia.org

 

  • De maat. De gemiddelde afstand die een schip per uur aflegde werd als maat aangehouden en mijl genoemd.
  • De koers, deze werd uitgezet met een passer en een liniaal op een kaart waarop lijnen waren getrokken tussen herkenbare punten.

Het spreekt voor zich dat men met deze eenvoudige middelen vaak op grote afstand van het doel terecht kwam.

Hulpmiddelen

Voor de navigatie werd in die tijd gebruik gemaakt van een aantal hulpmiddelen. Om de plaats van sterren te vinden was een hemelglobe onontbeerlijk. De Poolster was een van de belangrijkste sterren op het noordelijk halfrond. Simpel gezegd, aan de noordpool staat deze ster op 90° boven de waarnemer. Aan de evenaar op 0°. Door ’s nachts de hoek te meten kon men deze gebruiken voor het bepalen van de breedtegraad.

Een davisquadrant

Een davisquadrant

Op het zuidelijk halfrond werd de zon op haar hoogste punt gebruikt. Met behulp van tabellen werd de meting omgerekend naar een breedtepositie.

Voor deze metingen had met simpele hulpmiddelen ter beschikking. Men gebruikte hoekinstrumenten zoals het kwadrant, de Jacobsstaf of een sextant.

Kaarten

Kaarten waren, naast de al andere genoemde hulpmiddelen van essentieel belang. De VOC en WIC maakten gebruik van eigen kaarten. De Nederlandse kaarten behoorden in die periode tot de besten van de wereld. Ze werden aanvankelijk uitsluitend met de hand vervaardigd in Amsterdam.

De Kamer van Zeeland vervaardigde haar eigen kaarten in Middelburg. Naast grootschalige kaarten (leeskaarten) werden ook kleinschalige paskaarten gebruikt. De paskaart gaf een overzicht van de hele oceaan of delen daarvan. Zij bevatten een topografische weergave van kustlijnen, rivieren en eilanden en waren voorzien van een verdeling in lengte- een breedtegraden.

De leeskaart gaf een beschrijving van kusten, havens, stomen, getijdetabellen en dieptepeilingen. Leeskaarten waren voorzien van details, schetsen en afbeeldingen.

Leeskaart van de kusten van Holland

Leeskaart van de kusten van Holland

 

De kaarten werden beschouwd als bedrijfsgeheim. In 1665 nam men zelfs het besluit dat de vier hoofdofficieren verantwoordelijk waren voor deze kaarten en ze moesten hiervoor tekenen.

Niet veel veranderd, hoewel…

In wezen is er niet veel veranderd. In de moderne scheepvaart wordt nog steeds gewerkt met paskaarten en leeskaarten. Ze zijn minder fraai uitgevoerd als eeuwen geleden en ze heten nu overzichtskaarten, kustkaarten of detailkaarten. Maar ze dienen nog steeds het zelfde doel.

De kaartenmakers van vroeger hebben een andere naam gekregen. Ze worden  nu cartograaf genoemd. Het kaarten tekenen is van ambacht uitgegroeid tot wetenschap. Cartografie is de communicatiewetenschap die zich bezig houdt met het doorgeven van informatie via kaarten.

Kaarten geven die informatie en beschrijven vaarwegen, de zeebodem en gevaren onder water. De dienst hydrografie van de Koninklijke Marine maakt hiervoor nog steeds zeekaarten en geeft de laatste veranderingen door via de berichten aan zeevarenden. Deze dienst heeft  hiervoor twee ultramoderne schepen in dienst.

Wel zijn de sextant, de Jacobsstaf en het peillood, hoewel nog steeds aanwezig, vervangen door moderne technieken.

Zr.Ms. Luymes op de Noordzee. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Zr.Ms. Luymes op de Noordzee. (Foto: Jaime Karremann/ Marineschepen.nl)

Elektronica

In de zestiger jaren van verleden eeuw was er al veel veranderd. De zeilschepen, de windjammers waren verdwenen en vervangen door stoom-turbineschepen of schepen met dieselmotoren.

De Tweede Wereldoorlog zorgde voor de intrede van de elektronica. Het log, de dieptemeter en de radar namen de ‘schippers’ al veel werk uit handen.

Vlak na die oorlog werd al geëxperimenteerd met DECCA, een hyperbolisch navigatiesysteem dat werkte op basis van radiogolven. Het systeem werd gebruikt voor nauwkeurige kustnavigatie.

Decca Navigator Mk 12 - commons.wikimedia.org

Decca Navigator Mk 12 – commons.wikimedia.org

 

In het midden van de vijftiger jaren van vorige eeuw werd door de Amerikanen een militair systeem ontwikkeld dat de naam LORAN (Long Range Navigation system kreeg. Het werkte volgens dezelfde principes als DECCA maar op een lage frequentie. Het bereik van het signaal was ongeveer 800 zeemijl voor signalen die parallel liepen aan het aardoppervlak en 2.500 mijl voor signalen die reflecteerden tegen de ionosfeer. LORAN had een nauwkeurigheid van 40 tot 400 meter.

Kaart van de aanloop New York met LORAN positielijnen

Kaart van de aanloop New York met LORAN positielijnen

Toch verdwenen al deze technische hoogstandjes na het ontwikkelen van Global Positioning System – GPS. Dit systeem werd vanaf 1967 in gebruik genomen waarbij de hulp van satellieten werd ingeschakeld. Het systeem is inmiddels zou goed geworden dat het niet meer weg te denken is uit onze hedendaagse maatschappij.

Wetenschappelijke opleiding

Was het vroeger mogelijk op te klimmen van bootsmaatje tot schipper, tegenwoordig eist het varen van een modern schip, naast zeemanschap, een grote technische en nautische kennis.

Begin verleden eeuw zag men die verandering in de toekomst al aankomen.

Om die reden werd op 1 mei 1903 in Vlissingen, aan de Frans Naereboutstraat de Hogere Zeevaartschool geopend. Onder leiding van directeur S. Visser, begonnen 17 leerlingen aan de studie tot stuurman grote vaart. In de loop van dat jaar groeide het aantal studenten tot 25.

De officiële naam was Hogere Zeevaartschool – de Ruyterschool – Vlissingen. Een aantal jaren later werd een nieuwe school gebouwd aan de Boulevard Banckert.

In 1978 werd de naam veranderd in Maritiem Instituut de Ruyter (MIR). Aanvankelijk kon met aan deze Zeevaartschool alleen worden opgeleid tot stuurman.

Op de brug is techniek niet meer weg te denken

Op de brug is techniek niet meer weg te denken

Nieuwbouw

Aan het einde van de Tweede Wereld Oorlog werd Vlissingen door bombardementen zwaar getroffen. Ook het gebouw waarin de Zeevaartschool was gevestigd raakte zwaar beschadigd.

Er werd een nieuwe school gebouwd ter vervanging van het oude gebouw. Het werd opgetrokken in de karakteristieke ‘shake hands’ architectuur met een combinatie van een betonskelet en gemetselde bakstenen gevels.

 

De Boulevard van Vlissingen na de verwoestende bombardementen

De Boulevard van Vlissingen na de verwoestende bombardementen

Het object kreeg een prominente situering aan de Boulevard Banckert en geldt nog steeds als een beeldbepalend gebouw van historische betekenis, zowel gezien van zee als vanaf de wal. Aanvankelijk was het gebouw ontworpen in schone baksteen met onbeschilderde lichtgekleurde betonnen vensteromlijstingen en daklijsten, maar kort na de oplevering zijn de gevels wit geschilderd ter voorkoming van bouwfysische problemen. De locatie was geweldig,  namelijk aan de boulevard van Vlissingen, waardoor men uitzicht op zee en de scheepvaartroutes van de Westerschelde had. Op deze manier was men tijdens het studeren dus erg dichtbij de praktijk en het latere beroep. Maar niets is voor eeuwig.

 

Maritiem Instituut de Ruyter

Maritiem Instituut de Ruyter

 

De opleiding HBO Maritiem Officier in Vlissingen wordt momenteel verzorgd door de HZ University of Applied Sciences (voorheen Hogeschool Zeeland). De lessen worden sinds het begin van het studiejaar 2013 gegeven op de De Ruyter Academy op de hoofdlocatie van de HZ. In dat jaar verdween het voormalig Maritiem Instituut De Ruyter uit het historische gebouw. Momenteel wordt nog steeds gezocht naar een andere bestemming van dit unieke gebouw.

Voor de normale lessen is men nu dus naar de hoofdlocatie van de HZ verhuisd. Simulatortrainingen, als onderdeel van de opleiding, zullen echter nog wel op de locaties aan de boulevard van de HZ en Scalda (die de MBO-opleiding Maritiem Officier in Vlissingen aanbiedt) worden gegeven. De theorie wordt écht naar de praktijk gebracht op onder andere de Westerschelde met betonningsvaartuig de Frans Naerebout, dat door de zeevaartschool als opleidingsschip wordt gebruikt.

Het huidige logo

Het huidige logo

Hogere Technische School

Vanuit MIR werd later ook de HTS van Vlissingen gesticht. Men kon op de Zeevaartschool namelijk ook Scheepswerktuigkunde studeren en, mede vanuit de industrie, zoals de Koninklijke Maatschappij de Schelde, was er behoefte aan een niet-maritieme hogere Werktuigkunde opleiding. Dit was de eerste studierichting aan de Vlissingse HTS, later gevolgd door Elektrotechniek en Weg- en Waterbouwkunde. De HTS was organisatorisch niet met de Zeevaartschool verbonden.

In de jaren 80 van de 20ste eeuw volgden fusies en splitsingen. De hbo-opleidingen behoren momenteel bij de HZ University of Applied Science, inclusief de vanuit de Zeevaartschool opgerichte HTS, en de mbo-opleidingen bij het Scalda College. Ook is het De Ruyter Training en Consultancy verbonden aan het instituut.

De opleiding HBO Maritiem Officier, officieel Bachelor of Maritime Operations, is een voltijds opleiding die vier jaar duurt.

Het sextant, ondanks alles, nog steeds in gebruik

Het sextant, ondanks alles, nog steeds in gebruik

 

De opleiding leidt op om aan boord van zeeschepen te kunnen gaan werken. Beroepscompetenties spelen hierin een grote rol. Deze competenties zijn vastgelegd in de ‘Standards of Training, Certification en Walltraining (STCW). De eisen in dit internationale verdrag leiden tot de Vaarbevoegdheden Alle Schepen.

 

Hoewel de oude naam zeevaartschool is verdwenen, wordt Maritiem Instituut De Ruyter gezien als een toonaangevende maritieme academie in Europa. De afgestudeerde leerlingen zijn graag geziene officieren bij reders.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.