Aan het begin van de 9de eeuw was Walcheren een rustig eiland. Er waren een aantal kleine nederzettingen. Eén daarvan was een naamloos gehucht legen aan het riviertje de Arne dat late, tussen 1266 en 1301 werd afgedamd.

Het vredige leven werd ernstig verstoord door voortdurende invallen van de Vikingen. Hun zucht naar gebiedsuitbreiding die gepaard ging rooftochten teisterden de hele westkust van Europa.

Maquette van een ringburgwal – museum de Burghse Schoole

 

 

Wallen en Burchten

Om zich te beschermen tegen deze aanvallen werden ter bescherming ringburgwallen opgetrokken tussen Domburg en Souburg. De wallen werden versterkt door burchten. In het zuiden bouwde men de Zuidburcht (Souburg) In het noorden werd de wal versterkt door de Duinburcht (Domburg). In het midden werd ook een fortificatie opgetrokken die logischerwijs de Middelste Burcht werd genoemd.

Standbeeld van Rollo op het dorpsplein van Falaise – Foto Imars Michael Shea. – Publiek domein Wiki

 

Rust gegarandeerd

De voornaamste leiders van de Noormannen raakten moe van hun eeuwige oorlogen en bezettingen. Hrôlfr, die later Rollo werd genoemd, gaf het voorbeeld. Na onderhandelingen met Koning Karel de Eenvoudige die een einde wilde maken aan de terreur, tekende hij tijdens het verdrag van Saint-sur-Epte een overeenkomst met Rollo. Deze zou het gebied rond de Seine monding met Rouan als hoofdstad in leen krijgen. Rollo moest bij wijze van tegenprestatie de rivier tot en met Parijs verdedigen tegen andere Vikingen. Rollo werd de eerste graaf van het gebied dat later uit zou groeien tot Normandië.

 

Harald

De broer van Hrôlfr, Harald, was hem hierin voorgegaan. Hij was een leven van zwerven, vechten en roven meer dan moe. Hij besloot zich met zijn mannen, en later vrouwen en kinderen permanent op Walcheren te vestigen. Lotharus I, de oudste zoon van Lodewijk de Vrome, reageerde tot 846 als keizer onder andere over de Lage Landen. Hij zag het voordeel van een vaste vestiging van de Noormannen om de rust te herstellen. Lotharus gaf Harald in 841 Walcheren in leen. Maar daar waar Rollo een rijk stichtte en uitbreidde, verdween Harald in de loop der tijden geleidelijk uit beeld.

Lotharus I

 

Bestuurscentrum Middelburg

Aan het begin van de 11de eeuw maakte Zeeland deel uit van het Rijk van de Duitse koning Hendrik II die als bijnaam de heiige kreeg. Hendrik was van 1002 tot 1024 koning van het Oost-Frankische Rijk.

Eeuwenlang was er over de Zeeuwse eilanden oorlog gevoerd tussen de graven van Holland en Vlaanderen over het bezit hiervan.

Afbeelding van de kroning van Hendrik II

 

 

 

 

In 1012 dacht Hendrik een oplossing te hebben gevonden. Hij droeg het grafelijk gezag over Zeeland Bewester Schelde op aan Boudewijn IV van Vlaanderen. Het gebied  Bewester Schelde was van strategisch groot belang. Vooral omdat het de belangrijkste vaarroute via de Oosterschelde naar Vlaanderen was. Het was tevens de korenschuur voor het dichter bevolkte Vlaanderen.

Middelburg werd aangesteld als bestuurscentrum over een gebied dat Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland en Wolphaartsdijk omvatte. Bij het verdrag van Brugge in 1167, dat gesloten werd tussen de Vlaamse graaf Filip van den Elzas en Graaf Floris III van Holland werd vastgesteld dat Zeeland Bewester Schelde door twee heren bestuurd zou worden.

Veel hielp deze ingreep niet. Zeeland Bewester Schelde bleef een toneel van strijd tussen het graafschap Holland in de noorden en het machtiger graafschap Vlaanderen in het zuiden.

De verbouwde Koorkerk

 

 

Stadsrechten

Omstreeks 1125 werd in Middelburg een abdij gesticht. Deze werd later uitgebreid met twee kerken; de Koorkerk en de Nieuwe Kerk. De graafschappen Holland en Vlaanderen, respectievelijk geregeerd door Graaf Willem I en Johanna van Vlaanderen verleenden Middelburg in 1217 stadsrechten. Middelburg was al aangewezen als bestuurscentrum, maar het zou ook een religieus centrum worden.

De stadsrechten brachten Middelburg een aantal belangrijke voordelen. Naast het recht op het  bouwen van Stadsmuren kreeg het het recht op heffen van tol en belastingen. Maar vooral een eigen bestuur en rechtspraak.

 

In 1254 werden de stadsrechten door graaf Willem II van Holland en Zeeland belangrijk uitgebreid. Beslist werd dat de rechtspraak voortaan zou worden geregeld en bepaald door hetgeen door de schepenen met de daartoe gekozen burgers werd vastgesteld, kracht van wet zou hebben.

Walcheren ten westen van het Sloe

 

 

Welvarend

Het Sloe was vaarwater dat tussen Walcheren en Zuid-Beveland liep en eeuwenlang een belangrijk knooppunt vormde in de scheepvaartverbindingen in Zeeland. Middelburg lag aan de westelijke oever van dit vaarwater.

Deze ligging stelde Middelburg in staat zich te ontwikkelen tot een welvarende handelsstad. Na Amsterdam de belangrijkste van de toenmalige Republiek. Zowel de VOC als de WIC hadden hier een zogenoemde kamer.

De Middelburgse haven werd veel aangedaan door Franse en Engelse schepen. Tal van straatnamen en namen van oude huizen verwijzen dan ook nog naar de buitenlandse bezoekers. De welvaart van toen is nog terug te vinden in de vele eeuwenoude gebouwen waaronder natuurlijk het vermaarde stadhuis waaraan van 1452 tot 1520 is gebouwd voordat het in gebruik kon worden genomen.

Het stadhuis van Middelburg

 

 

Oudste

In de loop der jaren zijn door politieke ingrepen stadsrechten steeds minder belangrijk geworden. Aansprekend zijn ze nog wel. Het is grappig om te zien dat de eerste stadsrechten, onder invloed van het graafschap Vlaanderen, in Zeeuws-Vlaanderen zijn verstrekt. Aardenburg in 1127 is de oudste stad. Daarna volgden Hulst in 1180 en Biervliet in 1183.

Middelburg werd in 1217, twee jaar eerder dan Zierikzee in 1219, de stad met de oudste stadsrechten in het gewest Zeeland.