Komt de nieuwe Marinierskazerne nu wel of niet naar Vlissingen? Lokale, provinciale overheid en het rijk zijn er al tijden mee bezig. Iedereen heeft zijn bedenkingen en ziet beren op de weg. Er is dus waarschijnlijk nog een lange weg te gaan voor de eerste broeken met rode biezen door het centrum van de stad van Michiel Adraansz. De Ruyter flaneren.

Ook de leden van dit roemruchte korps verzetten zich. Ze halen wel of geen terechte argumenten aan in hun verzet tegen de verhuizing. Wij, van Zalig-Zeeland kijken daarbij toch wel bedenkelijk. Deze mariniers realiseren zich, gespeend van enig historisch besef, dat ze na ruim 350 jaar, hun bestaan te danken hebben aan Zeeuwen en Vlissingen. Daarom zou hun verhuizing naar Zeeland eigenlijk een thuiskomen moeten zijn.

Willem II met zijn vrouw Maria Stuart door Gerard van Honthorst

 

Hoe het begon

Na het overlijden van Willem II van Oranje-Nassau op 6 november 1650 zaten de Staten Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel, Gelre en Zutphen, Groningen. Friesland en Drenthe zonder stadhouder. Zijn zoon, Willem III werd pas acht dagen na zijn overlijden geboren.

Willem II had kort voor zijn overlijden door middel van een staatsgreep een militaire dictatuur gevestigd en zijn tegenstanders, de regenten gevangen gezet in slot Loevestein. Voor hen was dit overlijden dan ook een uitgelezen kans om zich van het stadhouderschap te ontdoen.

De periode die hierop volgde werd later aangeduid als de periode van ‘De Ware Vrijheid”.

1650 werd het eerste jaar van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk, dat zou duren tot 1672.

Slot Loevestein, de gevangenis van de regenten – wiki.org

 

Tegengestelde belangen

De regenten keerde terug naar huis. En ze namen de macht weer over. Een aanzienlijk deel dat partij koos voor de regenten bestond voornamelijk uit de zogenaamde gegoede burgerij. Zij werden, met het gedachtengoed van de republiek voor ogen, dan ook de ‘Staatsen’ genoemd.

Daartegenover stonden de adel, de ambachtslieden en het gewone volk die meer zagen in een stadhouder en waren op de hand van de Oranjes. Zij noemden zich dan ook ‘Prinsgezinden’ of ‘Orangisten’. Deze tweedeling zorgde voor veel onrust en tegenstellingen.

Economie en belang

Overal in de republiek was de welvaart gebaseerd op de landbouw. In de meeste provincies beschikte de adel over veel geld door de boeren te belasten. Dat geld werd dan weer uitgegeven aan en in de steden. Daardoor ontstond er een bondgenootschap tussen adel en burgerij.

In Holland en Zeeland echter werd het meeste geld verdiend met de overzeese handel. De stadhouders waren er bij gebaat de spanningen tussen steden en het platteland, en tussen rijke burgers en de arme massa te misbruiken om hun politieke macht te vergroten.

Raadspensionaris Adriaan Pauw

 

Opstanden

Vanwege het overlijden van Willem II waren de ‘Orangisten’ hun natuurlijke leider kwijtgeraakt. Het gevolg was dat ze door meningsverschillen en onderlinge strijd in groepen uiteen begonnen te vallen. Sommige verzamelden zich rond de weduwe van Frederik Hendrik, Amalia van Solms. Anderen kozen partij voor Mary Stuart of voor de stadhouder van Groningen, Friesland en Drenthe, Willem Frederik van Nassau Dietz

De regenten maakten van deze chaos handig gebruik om hun positie te verstevigen. Toch zou het nog even duren, mede door de verwarde binnen- en buitenlandse toestand, voor de situatie was gestabiliseerd.

Adriaan Pauw was van 1611 tot 1627 pensionaris van Amsterdam. In 1631 werd hij aangewezen als raadspensionaris van Holland. Aangezien Holland de belangrijkste plaats in nam onder de staten, was hij automatisch de leider,

Ontbreken van leiderschap

Waar het vooral aan ontbrak was een organisatie onder leiding van één persoon. Er was geen visie in de Republiek der Zeven Provinciën. Het was schijnbaar niet mogelijk voor de regenten om gezamenlijke eenduidige besluiten te nemen.

In 1651 dachten de Engelsen een kans te zien om de vele twistpunten tussen hun land en de Republiek met betrekking tot handel en politiek op te lossen. Oliver Cromwell was van oorsprong een herenboer. Hij leidde de republikeinse troepen tijdens de Engelse Burgeroorlogen tegen de anglicaanse, maar tegelijk pro-Vaticaanse koning Karel I. Dat had uiteindelijk tot gevolg dat de monarchie in 1649 werd afgeschaft. Nadat Cromwell Karel I had laten onthoofden werd hij staatshoofd van her Engelse Gemenebest.

Oliver Cromwell door Samuel Cooper – Wikipedia.org

 

 

Cromwell was van mening dat, nu zowel Engeland als de Republiek hun tirannieke adellijke heersers buitenspel hadden gezet ze makkelijker samen zouden kunnen werken. Hij stelde voor een unie of een bondgenootschap tussen beide staten aan te gaan.

Deze mogelijk, maar moeilijke zaak werd door de Staten van Holland zo onbeholpen aangepakt dat het Engelse gezantschap, na maandenlang door een Orangistische meute te zijn beledigd, woedend Den Haag verliet.

Akte van Navigatie

Woest over de vernederende behandeling van hun vertegenwoordigers besloot het Engelse parlement de Akte van Navigatie aan te nemen. Deze wet  beperkte de handel van buitenlandse schepen naar Engeland. Maar de wet was vooral tegen de Nederlanders gericht.

Op dat moment begonnen de belangen van de handelssteden en de politieke belangen van de Orangisten en de Engelse Royalisten samen te vallen. In 1652 was dit dan ook de oorzaak van de Eerste Engels Nederlandse Oorlog (29 mei 1652 tot 8 mei 1654).

De slag bij Terheijde tijdens de eerste Engelse Oorlog – Jan Abrahamsz. van Beerstraten

Johan de Witt

Op 10 december 1652 vond de Slag bij de Singels plaats. De slag werd door de Nederlandse vloot, onder leiding van Maarten Tromp gewonnen. De republiek was nu duidelijk in het voordeel. Toenmalig Raadspensionaris Adriaan Pauw wist dit voordeel niet om te zetten in een gunstige vrede.

Onder leiding van Cornelis de Graeff schoven de gezamenlijke regenten in 1653 de jonge, maar bijzonder intelligente Johan de Witt naar voren als hun nieuwe leider. De Republiek had eindelijk een raadspensionaris met visie.

Johan de Witt

 

 

De Witt en de macht

Johan de Witt werd geboren op 24 september 1625 in Dordrecht. Hij had een twee jaar oudere broer Cornelis. Johan was begaafd wiskundige en zou zich o.a. ontwikkele tot grondlegger van de verzekeringswiskunde.

Zijn groot familienetwerk gaf hem makkelijk toegang tot tal van instellingen. Zelf was De Witt Heer van Zuid- en Noord Linschoten, Snelrewaard, Hekendorp en IJsselvere.

Hij was een groot tegenstander van de functie van stadhouder en liet dat vaak blijken. Toen hij in 1653 werd aangesteld als raadspensionaris sprak hij dan ook over ‘de periode van ware vrijheid’.

De provincies bleven, net als de steden autonoom. Maar beslissingen die voor de hele republiek belangrijk waren, werden door de regenten gezamenlijk genomen. Weliswaar bij meerderheid van stemmen, maar onder strenge leiding van Holland. Bij erg belangrijke zaken was wel eenstemmigheid nodig.

Als raadspensionaris beschikte De Witt officieel niet over enige macht. Bij alles was hij afhankelijk van anderen. Maar vooral door zijn familienetwerk kreeg hij het voor elkaar de belangrijkste politicus van de Republiek te worden. Als we de vergelijking naar de leden van het huidige kabinet zouden doortrekken dan was De Witt een combinatie van minister president, minister van zowel binnen- als buitenlandse zaken en minister van financiën. Hij regelde zelf alle lopende zaken.

Orde op Zaken

In snel tempo bracht De Witt de staatsfinanciën op orde. Omdat hij het belang inzag van een sterke vloot ging een belangrijk deel van die financiën op aan het bouwen van een sterke vloot. De vloot van de jaren 1664-1665 werd zelfs ‘De vloot van de heer De Witt’ genoemd.

Baron Jacob van Wassenaer Obdam, circa 1660, door Abraham Westerveld

Op 8 mei 1665 lag een grote Engelse vloot uitdagend voor de Nederlandse kust. Dit luidde het begin in van de Tweede Engels Nederlandse Oorlog. De Staatse Vloot die op dat moment onder bevel stond van opperbevelhebber Admiraal Jacob van Wassenaar Obdam. Op dat moment stond er een stabiele oostenwind. Volgens De Witt was dit een ideale situatie om de Engelsen agressief aan te vallen. Van Wassenaar vond het volkomen onverantwoord. Toen aandringen van De Witt niet hielp volgde een knetterende ruzie, waarna Van Wassenaar inbond. Op 24 mei 1665 koos de vloot uiteindelijk het ruime sop.

Buitengaats bleek tot opluchting van de admiraal dat de Engelse verdwenen waren. Zij waren huiswaarts gekeerd wegens gebrek aan proviand.

Tweede Engels-Nederlandse Oorlog

 Nauwelijks een maand later lagen de Engelse en de Nederlandse armada’s opnieuw tegenover elkaar. Daar vochten ze de Slag bij Lowestoft, ongeveer 40 mijl ten zuidoosten van die beruchte plaats uit. Het werd voor de republiek de meest vernederende nederlaag ooit.

Een paar dagen eerder lag Van Wassenaar in een uitstekende positie die het schaakspel op zee toen was. Hoewel hij duidelijke instructies van De Witt had gekregen, durfde hij de strijd niet aan te gaan. Mogelijk omdat hij te weinig vertrouwen had in zijn nog niet helemaal afgebouwde vloot. Het kan ook zijn dat hij zijn weinig geoefende bemanning niet vertrouwde.

Helemaal ongelijk had Van Wassenaar niet. zijn vloot bestond uit twaalf weliswaar grote, maar slecht getrainde Oost-Indiëvaarders en andere koopvaarders. Daarbij waren sommige schepen erg slecht bezeild, dat wil zeggen: zo vervuild met aangroeisel onder de waterlijn dat ze erg traag waren.

De Zeven Provinciën 1665 – Het vlaggenschip van De Ruyter

 

Het coördineren met de nieuwe “schone” schepen lukte niet goed. Van Wassenaer begon toen al grote twijfel te gevoelen over de geoefendheid van zijn vloot, maar kon niet meer onder de zeeslag uit: Ik ben er in en ik moet er deur merkte hij op.

Hij heeft de gang van zaken en de oorzaak van de nederlaag nooit aan De Witt uit kunnen leggen. Nadat een Engelse kanonskogel de kruidkamer van zijn schip raakte, vloog dit de lucht in waarbij Van Wassenaar sneuvelde.

Michiel de Ruyter

 

Tromp en De Ruyter

Cornelis Tromp Had al een voorlopige aanstelling als opvolger van Van Wassenaar op zak. Toch besloot De Witte de 22 jaar oudere, maar in zijn ogen meer betrouwbare Michiel Adriaansz. De Ruyter aan te stellen als opperbevelhebber van de vloot. De Ruyter stond bekend als groot maritiem tacticus, maar ook als eigenwijs en koppig. Ondanks dat was er een klik tussen beide mannen en ze werden vrienden.

De Ruyter drong aan op beter onderhoud en uitbreiding van de vloot. Ook wilde hij de beschikking over goed opgeleide zeesoldaten. Tot aan dat moment werd het enteren van vijandelijke schepen uitgevoerd door matrozen of een gedetacheerde afdeling van het landleger.

Cornelis Tromp – Peter Lely 1667

 

Willem Joseph baron van Ghendt tot Drakenburg

Het idee om met zeesoldaten te gaan werken was niet nieuw. Deze eenheid moest overal inzetbaar zijn. Nog voor hij werd bevorderd tot admiraal drong hij er op aan een eigen eenheid zeesoldaten op te leiden. De Ruyter begon met toestemming van De Witt een idee uit te werken hoe zijn zeesoldaten moesten worden opgeleid, welke uitrusting en welke structuur moest worden uitgezet. Maar vooral, aan wie kon hij deze gecompliceerde opdracht geven.

Baron Willem Joseph van_Ghendt door Jan de Baen

 

 

 

 

Zijn oog viel op Willem van Ghendt. Deze had vanaf 1645 carrière gemaakt in het leger in het regiment van de graaf van Hoorne. In 1648 werd hij daar bevorderd tot kapitein.

Zijn eerste kennismaking met de marine was, toen hij, in 1659 op het eiland Funen, tijdens de Vierde Noordse Oorlog tegen Zweden een landing uitvoerde. Van Ghendt stond toen als onbezoldigd majoor aan het hoofd van een regiment Walen. Hij stond onder bevel van Michiel de Ruyter. Om die reden schoof De Ruyter bij De Witt naar voren als commandant van het op te richten regiment zeesoldaten.

Regiment de Marine

Op 6 maart 1663 werd Van Ghendt benoemd tot bezoldigd Majoor. Op 3 december 1664 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en gouverneur van de marinebasis Hellevoetsluis.

In maart 1665 brak de Tweede Engels-Nederlandse oorlog uit. In augustus van dat jaar werd de Slag bij Bergen uitgevochten.

 

Slag in de baai van Bergen – Arnold Bloem 1670

De Slag in de Baai van Bergen was een zeeslag tussen een Nederlandse handelsvloot en een Engels flottielje van oorlogsschepen op 12 augustus. De slag vond plaats in de baai Vågen,  de natuurlijke haven van de Noorse stad Bergen. Noorwegen was destijds deel van het Koninkrijk Denemarken en Noorwegen, dat neutraal was in de oorlog.

Wegens een vertraging in de orders kozen de Noorse bevelhebbers de kant van de Nederlanders, in strijd met de geheime bedoelingen van de Deense koning. De slag eindigde met de nederlaag van de Engelse vloot, die zich terugtrok, zwaar beschadigd maar zonder schepen verloren te hebben. De kostbare handelsvloot werd zeventien dagen na de slag opgehaald door een Nederlands eskader van oorlogsbodems onder luitenant-admiraal De Ruyter, geassisteerd door Van Ghendt. Samen konden zij de retourvloot ontzetten.

In overleg met De Ruyter en De Witt stond Van Ghendt op 10 december 1665 aan de basis van de oprichting van het Regiment de Marine, het latere Korps Mariniers.

Titels werden niet veranderd en de galons b leven

 

Geen marinerang

Van Ghendt was de eerste commandant in de rang van kolonel. De Witt wenste dat Van Ghendt een marinerang aan zou nemen. Maar Van Ghendt weigerde dat. Hij stelde zich op het standpunt dat hij als marineofficier te weinig er- en herkenning zou krijgen binnen het landleger.

In dat standpunt van Van Ghendt is later nooit meer verandering gekomen. Officieren van het Korps Mariniers hebben nog steeds legerrangen, wel zijn ze trots op hun rangonderscheidingstekens, marinegalons.

Eerste optreden van de mariniers

Al snel na de oprichting van het Regiment de Marine, kon Van Ghendt zijn kunsten tonen. De Tweede Engels-Nederlandse Oorlog was nog steeds niet beëindigd. De Vierdaagse Zeeslag, die duurde van 11 tot 14 juni 1966, was het gevolg. Ze werd uitgevochten tussen de Vlaamse en de Engelse kust.

De Vierdaagse Zeeslag door Abraham Storck

De slag is een van de langste zeeslagen in de geschiedenis en de enige overwinning die de Nederlandse vloot tijdens die oorlog in een echte zeeslag zou behalen.

De Engelse vloot bestond uit 56 schepen onder het bevel van generaal George Monck, de hertog van Albemarle.  Dat aantal was aanzienlijk minder dan de 85 schepen van de Nederlandse vloot. Men verwachtte dan ook een eenvoudige overwinning. De vloot van de Republiek stond onder het bevel van admiraal De Ruyter.

Dat de slag over zoveel dagen verspreid werd kwam doordat de Engelse vloot tijdens de slag door een nieuw flottielje versterkt werd. De slag werd beëindigd door de Nederlanders omdat de Engelsen erin slaagden over hun zandbanken weg te vluchten.

De Nederlandse vloot kon zware schade toebrengen aan de Engelse schepen. De Engelsen verloren tien schepen, zo’n 4250 man en twee admiraals. De Nederlanders verloren slechts vier schepen. Maar door de inzet van de enterende mariniers maakten ze er zes buit. De schepen die door Nederland verloren werden waren  o.a. ‘Liefde’ en ‘Hof van Zeeland’  Treuriger was het verlies van twee admiraals: Cornelis Evertsen en Abraham van der Hulst.

Van kapitein tot luitenant-admiraal

Zes weken later koos men opnieuw zee, nu met tien fluitschepen met mariniers aan boord. Men hoopte de Engelse vloot die nog in reparatie lag alsnog in de dokken te overvallen. Van Ghendt bevond zich op de Gelderland. Slecht weer maakte de landing echter onmogelijk en de Britse vloot verliet de Theems. De transportschepen werden daarom achtergelaten en de Nederlanders zochten de Britten op voor een beslissend gevecht.

Mariniers in 1667 – afbeelding Equipage De Delft-

 

In deze Tweedaagse Zeeslag  functioneerde de Gelderland als seconde van De Zeven Provinciën en schoot de tuigage van de Royal Charles eraf toen die het vlaggenschip van De Ruyter aanviel. Zelf moest het schip met aan flarden geschoten zeilen voor anker gaan. De Gelderland raakte in het nauw door een brander, die echter net op tijd onderschept werd door Jan van Brakel die juist met zijn bemanning in sloepen een Nederlandse brander verlaten had. Ook deze keer kon van landingsoperaties geen sprake meer zijn: men was op het eind al blij de vloot van een zekere ondergang gered te hebben. Na deze slag kwam het tot een enorme ruzie tussen De Ruyter en Tromp die de laatste de nederlaag verweet. Tromp kwam ook onder verdenking te staan deel uit te maken van een samenzwering tot een staatsgreep. Hij werd door de Staten van Holland  op 24 augustus op non-actief gesteld.

Tocht naar Chatham

Een jaar later kregen de mariniers de gelegenheid om hun faam voorgoed te vestigen. De stoutmoedige tocht naar Chatham. Chatham is een plaats in het Engelse graafschap Kent.

De plaats ligt aan de rivier Medway, en nabij de monding in de Noordzee. Eigenlijk was het een voorstad van het op 50 kilometer dieper landinwaarts gelegen Londen. Chatham was een belangrijke marinebasis. Onder Hendrik VIII werden er dokken gegraven en onder Elisabeth I werd een arsenaal gebouwd.

Tocht naar Chatham – Door OSeveno, httpscommons.wikimedia.org]

Onder bevel van de Ruyter vertrok de Nederlandse vloot op 4 juni 1667, met een gunstige oostenwind vanaf de Nederlandse kust. Er wachtte hem meteen een teleurstelling. Omdat de eskaders van Zeeland en Friesland moeilijk te bemannen waren, zouden deze later komen. Aan boord bevonden zich ongeveer 1.000 zeesoldaten.

Op 6 juni bereikte men de monding van de Theems. Cornelis de Witt, de broer van, die als toezichthoudend regent mee voer, opende op 7 juni de geheime instructies. Die lokten veel protest uit onder de officieren. De Witt noteerde dat de meesten wel hun best deden bezwaren te ontdekken, maar niet om oplossingen aan te dragen. Het was De Ruyter die alle neuzen een kant op kreeg.

Tocht naar Chatham – afbeelding Scheepvaartmuseum

Op 8 juni probeerde men een handelsvloot van een twintigtal schepen die hoger op de Theems voor anker lag te overmeesteren, maar dit mislukte.

De Engelsen waren gewaarschuwd, maar geloofden niet in de stoutmoedigheid van de Nederlanders. Op 9 juni sloeg het eskader van Van Ghendt op de Theems linksaf richting Medway. Schout bij Nacht David Vlugh voerde het bevel over de zwaardere schepen. Van Ghendt stapte daarom over van de Dolphijn op het fregat Agatha. Toen pas wilden de Engelsen geloven dat het doel van de Nederlandse missie Chatham was.

 

Fort Sheerness

De Engelse viceadmiraal Edward Spragge en de al eerder genoemde George Monck werd bevolen snel de verdediging op orde te brengen, maar daar was eigenlijk geen tijd meer voor. Bij het navigeren in de smalle wateren maakten de Nederlanders gebruik van twee overgelopen Engelse loodsen: één ervan was een calvinistische tegenstander van Karel, de tweede een gevluchte smokkelaar.

De Nederlandse vloot bombardeerde het onvoltooide Sheerness Fort op 10 juni. Het fort werd alleen ondersteund door het fregat HMS Unity met 44 kanonnen en een aantal branders. Het fort bracht eerst vuur uit op de vloot, maar toen zo’n 800 Nederlandse mariniers een mijl verderop aan land werden gezet, sloeg de bezetting op de vlucht. De Nederlanders konden zonder tegenstand het fort innemen en verwoestten.

Nederlandse-Mariniers gaqan aan land en gedragen zich als heren. foto Equipage De Delft

Heren

De Engelse schepen voeren verder terug de Medway op. Het garnizoen dat het fort bemande was op de vlucht geslagen. De mariniers trokken het stadje binnen en bezetten het. Overigens hadden de soldaten het strenge bevel gekregen zich zo fatsoenlijk mogelijk te gedragen. Men wilde het verschil laten zien met de Engelsen die Terschelling geplunderd hadden. De Engelse inwoners waren dan ook bijzonder verbaasd en ingenomen met de  beschaafde manier waarop de mariniers zich gedroegen. Ze betaalden zelfs voor de maaltijden.

De ketting

De rivier was verderop bij Gillingham door de Engelsen afgesloten door een ketting, op negen voet onder de waterlijn. De Engelsen hadden al vanaf 1585, vanwege de dreiging door de Spaanse Armada, op deze positie een geïmproviseerde beweegbare “boom” aangelegd. Tijdens de Engelse Burgeroorlog werd deze geïmproviseerde barricade geheel vervangen door een systeem met een enkele ophijsbare ketting in de hoofdgeul, met schakels die zes duim dik waren.

Nederlandse mariniers verbranden de Engelse schepen – Jan van Leynden

 

De enorme Golden Phoenix (het voormalige VOC-schip Gulden Phenix) en House of Sweeden (de voormalige Oost-Indiëvaarder Huis van Swieten), de Vanguard met 60 kanonnen en de Welcome en de Leicester werden met opzet in hoofd- en nevengeulen voor de ketting tot zinken gebracht om de rivier onbevaarbaar te maken en enkele batterijen werden langs de rivier opgesteld. De HMS Charles V en HMS Matthias (de buitgemaakte Nederlandse koopvaarders Carolus Quintus en Geldersche Ruyter) verdedigden verderop de rivier achter de ketting, samen met de HMS Monmouth. Op 11 juni werden nog meer schepen afgezonken, maar die avond al hadden de eerste Nederlandse fregatten een vaargeul vrijgemaakt.

Blokkades

De Nederlanders naderden de blokkade op 12 juni en vielen elk vijandig schip aan dat binnen bereik kwam. De Charles V en de Mathias werden vernietigd, de Unity buitgemaakt. De wat verder liggende HMS Royal Charles werd zonder gevecht buitgemaakt en meegesleept. De ketting bleek geen moeilijke hindernis. Kapitein Jan van Brakel voer er met zijn bijzonder licht gebouwde schip de Vreede overheen, voorafgegaan door de branders Susanna en Pro Patria. Hoewel de Nederlanders lichte verliezen leden bij het doorbreken van de blokkade, kon hun opmars niet verhinderd worden. Traditioneel wordt het zo beschreven dat een van de Nederlandse schepen de ketting stuk voer — Jan van Brakel is de typische held in dit verband — maar dat is verre van zeker.

Het opbrengen van de Rotal Charles, Jeronymus van Diest

Een dag later

De volgende dag waren de gebieden stroomopwaarts langs de Theems tot en met Londen in paniek, omdat men een volledige Nederlands-Franse invasie vreesde. Het gerucht ging dat de Nederlanders op het punt stonden het leger van Lodewijk XIV, dat zich in Duinkerke bevond, naar Engeland over te zetten. De elite ontvluchtte de hoofdstad.

Toen De Ruyter die dag, langs het weinig uitwerking hebbende vuur van Upnor Castle, in Chatham aankwam, werden enkele van de beste schepen van de vloot, inclusief de HMS Royal James (82 kanonnen), de nieuwe HMS Loyal London (80 kanonnen), en de HMS Royal Oak (76 kanonnen) door branders aangevallen en in brand gestoken.

Van de acht overgebleven Engelse linieschepen met meer dan 75 kanonnen, gingen er op die manier vier verloren.

Verder doorvaren om de rest van de Engelse vloot, waaronder de Royal Katherine te vernietigen, werd door De Ruyter onverantwoord geacht vanwege de nauwte van de vaarweg en de toenemende kans op effectieve Britse tegenmaatregelen door de te verwachten problemen met de getijdenstroming. Cornelis de Witt liet zich overtuigen. De Nederlandse vloot trok zich terug  met de buitgemaakte schepen zonder de dokwerken en scheepswerven te verwoesten De Ruyter dankte God voor de overwinning in een “rechtvaardige oorlog ter zelfverdediging” en voer de volle zee op.

Uniformen door de eeuwen heen Foto Equipage De Delft-

Nadien

Het korps Mariniers was niet alleen geboren, maar had meteen nationaal en internationaal een overweldigende indruk achter gelaten. Een elitekorps was ontstaan. Er volgden goede en slechte tijden met hoogte en dieptepunten. Ooit in Nederlands Indië uitgegroeid tot een volledige brigade. Maar het heeft ook op het punt gestaan opgedoekt te worden.

Commando overdracht bij het korps, symbool staat het vaandel

 

 

Toch zullen wapenfeiten zoals Chatham, Spanje-Algiers, West-Indië, Seneffe, Kijkduin, Doggersbank en van later datum Atjeh-Balie, Rotterdam, Javazee, Java en Madoera en Nieuw-Guinea nooit worden vergeten. Ze staan dan ook niet voor niets in het, met de Militaire Willemsorde getooide, vaandel in goud geborduurd. Het vaandel werd voor het eerst uitgereikt in 1929. Na de Tweede Wereldoorlog aangepast  en voor het laatst bijgewerkt in 1988.

 

Het Korps Mariniers heeft wereldwijd een onuitwisbare indruk achtergelaten hun wapenspreuk i n gedachten: Qua Patet Orbis – Zover de wereld strekt.