Op 17 december 1906 werd het echtpaar de Casembroot, Eduard August Otto en Margaretha Adriane  Wagtho, verblijd met de geboorte van een zoon. Hij werd Guus genoemd.

Portret van Leonardus de Casembroot

De Casembroot is van oorsprong een Italiaans geslacht waarvan de leden van de oude adel tot de notabelen behoorden. Sinds 1815 behoorde de familie ook tot de Nederlandse adel.

Lange familiegeschiedenis

De stamreeks begint met Caspar Casembroot Ottozn. Deze zag het daglicht in Fossano in de Italiaanse streek Piëmont. Rond 1430 vestigde hij zich in het Belgische Damme. Hij overleed in 1435 in Brugge.

 

Een directe afstammeling, Leonard de Casembrood werd op 16 april 1815 ingelijfd in de Nederlandse erfelijke adel. Leonard was een zoon van Jan Lodewijk de Casembroot en zijn tweede echtgenote L.C.E. Clunder. Hij begon aan een militaire loopbaan: cadet bij de jagers te voet, vaandrig bij het regiment van Pallandt, militair-intendant 1e klasse, agent in Overijssel van het Departement van Oorlog.

Waar de inlijving in de adel op was gebaseerd is nog steeds onduidelijk

Vanaf 1838 worden leden van het geslacht erkend te behoren tot de Nederlandse adel.

Viceadmiraal François de Casembroot

 

 

Een oom van Jhr Guus de Casembroot, François (Frans) de Casembroot was een Nederlands viceadmiraal, die zelfs als officier in de Militaire Willemsorde. werd onderscheiden.

 

De jonge Guus groeide op in een sfeer van verantwoordelijkheid en dienstbaarheid. Hij werd maakte kennis met een leven als provinciaal bestuurder. Zijn vader, Eduard, was maar liefst 26 jaar lang lid van de  Gedeputeerde Staten van Zeeland. Zijn oudste broer was werkzaam op de provinciale griffie.

 

 

 

Opleiding

Guus studeerde aan het stedelijk Gymnasium in Middelburg. Na hier met goede cijfers eindexamen te hebben afgelegd verhuisde hij naar Utrecht, waar hij rechten ging studeren. Ook deze opleiding vormde geen probleem en hij deed in 1931 zijn doctoraalexamen.

Politiek

In mei 1932 werd Jhr. Guus de Casembroot, tot ieders verbazing, benoemd als burgemeester van Westkapelle. Op zijn 25ste jaar was hij daarmee de jongste burgemeester van Nederland.

Hij zal gedacht hebben; ‘Adel verplicht’ toen hij in datzelfde jaar trouwde met Sophie Constance baronesse van der Feltz.

Voor de Liberale Staatspartij werd hij op 19 april 1939 als lid van de Liberale Staatspartij, gekozen in de Provinciale Staten van Zeeland.

affiche van de Vrijheidsbond

Liberaal

De Liberale Staatspartij ging tot 1937 door het leven als ‘De Vrijheidsbond’. Deze partij ontstond in 1921 en was een hereniging van de liberalen uit de Liberale Unie, de Bond van Vrije Liberalen en een aantal kleinere liberale partijen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was De Vrijheidsbond verboden.

Na afloop van de oorlog in 1946 ging de partij op in de nieuw opgerichte Partij van de Vrijheid, de voorloper van de huidige VVD.

Oorlog

Op 17 december 1940 golden de democratische regels nog in ons land. De Casembroot werd gekozen tot lid van de Gedeputeerde Staten. Hij kreeg de portefeuille van financiën, gebouwen en provinciale veerdiensten. Omdat deze functie niet te combineren was met het burgemeesterschap van Westkapelle werd hem op 1 januari 1941 eervol ontslag verleend.

Zijladingpont Grevelingen in 1948

In de zomer van 1941 werden in Nederland de politieke partijen verboden. De Provinciale Staten werden buiten werking gesteld. Vanaf dat moment was De Casembroot partijloos. Wel bleef hij op zijn post. Nu in de functie van bestuursraad. In die functie werd hij toegevoegd als medewerker van commissaris  Petrus Dieleman, onder toezicht van de Duitse Beauftragte Willi Münzer.

 

Dieleman was een Zeeuwse advocaat en kwam uit een geslacht van agrariërs. Hij had al vele jaren een belangrijke rol gespeeld in het bestuur van Zeeland. Hij was lid van de Anti Revolutionaire Partij vurig aanhanger van het huis van Oranje. Toch ontwikkelde hij na de capitulatie een warme sympathie voor het nationaal socialisme.

Om die reden werd hij in september 1940 aangesteld als commissaris van de provincie. Hij werd de steunpilaar van de bezetters. Na een ‘zeer ernstig gebed’ werd hij begunstiger van de Germaanse SS.

De evacuatie Walcheren in 1942

 

Andere taken

Intussen kreeg De Casembrood andere opdrachten. In 1942 werd hem de leiding opgedragen over de transporten over de evacuatie van Walcheren.

In mei 1943 werd hij als bestuursraad ontslagen.

Intussen was hij al actief in het verzet. In november 1942 werd hij chef-staf van Gewest 15 van de ordedienst in Zeeland. In april 1943 werd de burgemeester van Vlissingen, Carel van Woelderen, de burgemeester van Vlissingen en commandant de gewestelijke ordetroepen door de Duitsers opgepakt. De Casembroot werd  waarnemend commandant tot van Woelderen op   3 december 1943 weer werd vrijgelaten.

Na de bevrijding

In november 1944 was Walcheren bevrijd. De Duitsers hadden zich, na het nodige tegenstribbelen, overgegeven en Duitse soldaten werden gevangen genomen.

De Casembroot werd aangesteld en gelijkgesteld in rang als majoor bij het militair gezag en in de functie als algemeen Adviseur van militair commissaris. Hierbij kwam zijn kennis van de provincie goed van pas.

J.W. Quarles van Ufford

 

 

Londen

 

Tussen 6 en 16 november 1944 was hij waarnemend Commissaris van de Koningin. De, tot het uitbreken van de oorlog, zittende commissaris J.W.Quarles van Ufford was naar Londen geroepen om zich te verantwoorden voor zijn gedrag tijdens de Duitse inval. Hij werd later van alle blaam gezuiverd en opnieuw Commissaris van de Koningin tot 1948.

Op 15 december werd De Casembrood ingelijfd bij het militair gezag. Hij kreeg de rang van reserve majoor in de functie van Eerste Toegevoegde Officier bij het Militair Commissariaat in Middelburg. Hij kreeg de leiding over het bureau zuivering.

 

In januari 1945 had hij een persoonlijke ontmoeting met koningin Wilhelmina. Naar aanleiding daarvan werd hij een maand later hoofd van het Zeeuwse deel van een delegatie van 17 personen uit het bevrijde zuiden die de koningin opzocht in Londen. Het doel was haar te informeren over de toestand die daar was ontstaan.

Daarnaast bracht hij, samen met Louis Beel en Frans Wijffels advies uit aan Wilhelmina over de samenstelling van het nieuw te vormen kabinet Gerbrandy III.

Op 13 maart 1945 was hij aanwezig in het gevolg van de koningin aan Zeeland. Omroep Zeeland maakte hierover een leuke impressiefilm.

 

Westkapelle na de bevrijding

 

Opnieuw politiek actief

Na enige maanden als lid van het tijdelijk college van Gedeputeerde Staten werd De Casembroot op 1 januari 1946 burgemeester van het bijna plat gebombardeerde Westkapelle. Twee jaar later werd hij benoemd tot commissaris van de koningin van Zeeland.

Dat gebeurde overigens door persoonlijk optreden van Wilhelmina zelf. Het kabinet had een andere kandidaat voorgedragen. Zij betoogde dat De Casembroot zich bijzonder dapper had gedragen in het verzet. En, niet onbelangrijk, hij was getrouwd met een goede vriendin van haar dochter Juliana.

Guus de Casembroot – Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid NOS

 

Commissaris van de Koningin

Zeventien jaar bleef hij actief in die functie. Hij werd een gerespecteerd en geliefd persoon in Zeeland. De Casembroot was een dynamisch mens die open stond en makkelijk contact maakte met mensen uit alle lagen van de maatschappij.

Hij trok door de hele provincie om tal van officiële gelegenheden, uitnodigingen en werkbezoeken bij te wonen. Alles met ‘opnieuw verbinden’ in het achterhoofd. Vanwege zijn grote kennis van de provincie werd hij door de Zeeuwen beschouwd als ‘Een van ONS’. Hij sprak Zeeuws, kende de volkscultuur en beschikte over het vermogen om makkelijk mensen en namen te onthouden. Samen met de Zeeuwen treurde bijvoorbeeld hij toen hij het Zeeuwse K9999 van zijn Pontiac moest inruilen voor een nationaal kenteken.

 

De Pontiac met kenteken K9999 van Casembrood tijdens een bezoek van de koningin 1954

Vooral in de jaren van de wederopbouw en tijdens de Watersnood in 1953 kreeg hij het respect van de Zeeuwen vanwege zijn improvisatietalent en zijn grote en vooral gemeende en oprechte betrokkenheid.

 

Onvermoeibaar

Zeeland stond tijdens de ambtsperiode van De Casembroot aan de vooravond van grote veranderingen. De traditionele landbouw maakte langzaam plaats voor bedrijven. Toeristen ontdekten de provincie. De Casembroot maakte lange dagen.  Hij werd gevraagd mee te denken over industrialisatie, nutsvoorzieningen, toerisme, waterbeheer en woningbouw. Daarnaast ging er nauwelijks een dag voorbij waarop hij niet werd gevraagd voor een openingshandeling of een ingebruikstelling. Vooral de door de provincie ontwikkelde industriegebieden langs het Kanaal van Gent naar Terneuzen en in Vlissingen Oost ontsnapten geen ogenblik aan zijn aandacht.

Ook de eerste fase van de aanleg van de Deltawerken beleefde hij bewust. In 1960 opende hij het tweede bouwwerk van de Deltawerken, de 830 meter lange Zandkreekdam.  Dit is de afsluitdam tussen Kats en Wilhelminadorp op respectievelijk Noord- en Zuid-Beveland.

Intussen vergat hij de kleine dingen niet waarvan hij wist dat ZIJN Zeeuwen ze belangrijk vonden.

De Casembroot bleek een ervaren sjeesrijder

 

 

Overlijden

58 jaar was Guus de Casembroot toen hij op 10 februari 1965, na een kort ziekbed, in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht plotseling overleed. Zijn uitvaartdienst vond plaats in de Nieuwe Kerk in Middelburg op 15 februari. Daarbij namen  honderden mensen afscheid van hem.

Later die dag werd hij begraven op de begraafplaats van Gapinge, waar een eenvoudige steen zijn graf siert.

Grafsteen van Jonkheer Guus de Casembroot

Niet vergeten

De populariteit van De Casembroot ging niet verloren. In december 1999 organiseerde de PZC een verkiezing. Wie moest het predicaat ‘Zeeuw van de Eeuw’ worden toegedicht. 35 jaar na zijn overlijden werd Een van Ons, de meest bewonderde en geliefde Zeeuw van de 20ste eeuw.