Jan Hendrik Eekhout werd op 10 januari 1900 geboren in Sluis. Hij zou zich ontwikkelen tot een van de meest besproken Nederlandse dichters, romanschrijvers, jeugdboekenschrijver, toneelschrijver en vertaler.

Ware het niet dat hij, vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog de verkeerde richting koos, dan was zijn naam op de lijst van Nederlands Beste schrijvers komen te staan.

Protestants Christelijk

Jan Eekhout

Jan Eekhout

Eekhout was oorspronkelijk een protestants christelijk schrijver. Met zijn vroege poëzie behoorde hij tot de kring van ‘Opwaartse Wegen’. Toch was hij veelzijdig genoeg en zo liberaal en vrij van geest dat hij ook meewerkte aan ‘De Vrije Bladen’. Daarnaast was hij hoofdredacteur van ‘Werk’ een tijdschrift waar veel jonge, protestantse auteurs aan de slag gingen.

Debuut

In 1927 debuteerde hij met de dichtbundel Louteringen. In de daaropvolgende jaren publiceerde hij meer poëzie en enkele romans.

In juni 1931 maakte Eekhout een einde aan zijn bestaan als bon vivant en trouwde hij met Elisabeth Reitsma, een Groningse dichter/prozaïst. Hij verhuisde naar Groningen. Elisabeth kende Eekhout goed en hield hem behoorlijk onder de duim. De vrolijke Eekhout begon te versomberen en werd zwartgallig. Later begon hij een romance met de dienstbode waaruit een kind voortkwam. Een woedende Elisabeth ging gescheiden van hem leven en in 1943 werd de echtscheiding officieel uitgesproken.

Eekhout met vrouw en schoonmoeder in Groningen

Eekhout met vrouw en schoonmoeder in Groningen

 

Flirt met de vijand

Eekhout ging door met schrijven van romans. Daaronder in 1937 ‘Warden, een koning’. Rond die tijd begon hij te flirten met het nationaalsocialisme. Hier voelde hij zich geborgen. Dat had ook veel te maken met de bewondering die hij kreeg van Dr. J. van Ham die later hoofd van de Afdeling Boekwezen van het nationaalsocialistische departement van Volksvoorlichting en Kunsten zou worden.

 

NSB’er

In 1939 werd Eekhout lid van de NSB. Toch duurde het nog tot na de bezetting van de Duitsers in mei 1940 voor hij duidelijk koos voor zijn nationaalsocialistische overtuiging. In die jaren schreef hij voornamelijk ‘volks proza’. Als Zeeuws Vlaming liet hij zijn romans voornamelijk afspelen in Vlaanderen. Zijn beste romans uit die tijd zijn ‘Leven en daden van pastoor Poncke van Damme in Vlaanderen’ en ‘De waarachtige historie van Tijl Uilenspiegel in Vlaanderen, respectievelijk in 1941 en 1940.

Omslag Tijl Uilenspiegel

Omslag Tijl Uilenspiegel

In 1942 kreeg Eekhout de Meesterschapsprijs voor zijn proza van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. In de daaropvolgende jaren bleef hij publiceren bij uitgeverij de Schouw die als bijzonder nationaalsocialistisch bekend stond. In 1942 verscheen zijn ‘Groot-Duitsche Dichtkunst’ een door Eekhout vertaalde bloemlezing van Duitse nationaalsocialistische poëzie.

Kritiek

Maar hier begon het gezag van Eekhout langzaam af te brokkelen. Uit eigen kring kreeg hij veel kritiek op dit werk, onder anderen van Gerard Wijdeveld. Deze was lid van de Nederlandse Kultuurraad. Wijdeveld heeft op tal van manieren geprobeerd de Nederlandse letterkunde te nazificeren. Hij publiceerde lofdichten op Adolf Hitler, Arnold Meijer en de Oostfrontstrijders. In Wijdeveld kreeg Eekhout een geduchte vijand.

Illustratie uit Pastoor Poncke

Illustratie uit Pastoor Poncke

 

 

Tegelijkertijd werd hij door ’s-Gravenzande in het dagblad ‘Het Vaderland’ beschuldigd van plagiaat. In zijn roman ‘Pastoor Poncke’ zou hij gebruik hebben gemaakt van motieven uit de verhalen van Nasreddin Hodja. Natuurlijk ontkende Eekhout, maar hij werd steeds minder serieus genomen.

In 1944 publiceerde hij ‘De historie van Kathelijne Claes van Sluis in Vlaanderen’. Om weer in het gevlij te komen droeg hij dit werk op aan Dr. H. Lohse. Deze stond aan het hoofd van het Referat Schrifttum, een instantie die tijdens de oorlog bepaalde wat wel en wat niet uitgegeven mocht worden.

Zijn laatste publicatie in de oorlog verscheen in maart 1945. Het gedicht ‘Laat ons heidenen zijn’ werd gepubliceerd in Storm, het weekblad van de Nederlandse SS.

 

Tribunaal

Na de oorlog moest Eekhout voor een tribunaal in Leeuwarden verschijnen. Daar werd hij, wegens collaboratie, veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Ook kreeg hij een verbod om gedurende tien jaar iets te mogen publiceren.

Anton van Duinkerken, de enige die het voor Eekhout opnam

Anton van Duinkerken, de enige die het voor Eekhout opnam

Rehabilitatie

Eekhout zette alles in het werk om zich te rehabiliteren. In 1954 schreef hij het autobiografische ‘Vlucht naar de vijand’. De bekende en gezaghebbende Anton van Duinkerken was de enige die begrip op kon brengen voor Eekhout. Hij schreef het voorwoord. De jarenlange stilte rond Eekhout werd hierdoor verbroken.

Eekhout kwam weer op gang en schreef daarna nog tientallen romans en jeugdboeken waaronder in 1962 ‘De Duivelstoren’ en in 1967 ‘Het dorp bij de hemel’.

Eekhout overleed op 6 maart 1978 in Amsterdam.