Jacob Cats werd op 10 november 1577 in Brouwershaven geboren als vierde kind van een weinig bekende regentenfamilie uit Zeeland. Zijn familie had geen enkele verwantschap met de steenrijke Heeren van Cats op Noord-Beveland.

Studie

Jacob Cats begon zijn studie aan de Latijnse School in Zierikzee. Na het afronden van zijn studie, trok hij naar Leiden om aan de universiteit rechten te studeren. Merkwaardig genoeg ontbreekt zijn naam in het studentenalbum.

Na zijn afstuderen trok Cats, om kennis te maken met andere culturen, naar Frankrijk. Hij belandde in Orléans, 130 kilometer ten zijden van Parijs. Orléans was in die tijd al een gevestigde universiteit stad met een bisschopszetel. Hier promoveerde Cats.

Advocaat

Terug in Nederland legde hij zijn eed af als advocaat in Den Haag.

Een kapersbrief getekend door Willen van Oranje welke hij in 1570 aan Nicolaas Ruychaver gaf.

Een kapersbrief getekend door Willem van Oranje welke hij in 1570 aan Nicolaas Ruychaver gaf.

Na zijn eedaflegging vestigde hij zich in 1603 te Middelburg. Hier bouwde hij een bijzonder drukke praktijk op waarbij hij zich vooral specialiseerde in geschillen over de kaapvaart. Kaapvaart was, in het kort, piraterij met toestemming van de regering. Een kaper kreeg van een staatshoofd een zogenaamde kapersbrief, een piraat niet. In die kapersbrief gaf het staatshoofd de kaper officieel toestemming om vijandelijke schepen te kapen. Een uiterst lucratieve bezigheid. Kapers voeren dus officieel in dienst van hun land en moesten daarom de opbrengst met hun opdrachtgever delen.

Hierover ontstonden nogal eens verschillen en het was aan Cats om in deze gevallen als bemiddelaar op te treden.

Stadsadvocaat

In het jaar van zijn vestiging in Middelburg werd hij in december, samen met Simon van Beaumont, aangesteld als stadsadvocaat. Het ging hem voor de wind. Hij besloot te trouwen en zijn uitverkorene was de Antwerpse Elisabeth van Valckenburg. Zij was welgesteld en verwant met de schatrijke familie Vogelaer. Voor de voltrekking van zijn huwelijk, op 29 mei 1605, koos Cats dan ook niet minder dan de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Afkondiging 12 jarig bestand in Antwerpen

Afkondiging 12 jarig bestand in Antwerpen

 

Grootgrondbezitter en schrijver

Gedurende het twaalfjarig bestand (1609-1621) tijdens de tachtigjarige oorlog werd er niet of nauwelijks gevochten door de opstandelingen in de republiek. Ook de kaapvaart hield op waardoor de stedelijke processen verminderden. Aan het einde van 1612 had Cats al zijn tijd en geld beschikbaar om geïnundeerde stukken land in Zeeuws Vlaanderen op te kopen en te bedijken. Ondanks tegenwerking en rechtszaken was hij na een aantal jaren grootgrondbezitter geworden.

Ook begon hij in deze periode zijn werk als dichter. Cats werd bekend als Vadertje Cats vanwege zijn veelal didactische gedichten. Een bijna door iedereen gekende frase is: “Kinderen zijn hinderen”.

Didactiek is de wetenschapsdiscipline welke zich bezig houdt met de vraag hoe kennis, vaardigheden en leerhoudingen, ook wel attitudes, door een leerkracht kunnen worden onderwezen aan hun leerlingen. Vanwege deze bemoeienissen was de invloed van Cats op het onderwijs, groter dan nu wordt aangenomen.

In deze periode begon hij ook te publiceren.

Pensionaris

Omslag van het boek Self stryt uit 1625

Omslag van het boek Self stryt uit 1625

Op 30 oktober 1621, na het beëindigen van het twaalfjarig bestand, werd hij onverwacht de politiek ingezogen. Op basis van zijn eerdere ervaringen en zijn kalme manier van bemiddelen werd hij verzocht zich ter beschikking te stellen als pensionaris van Middelburg.

Een pensionaris was de titel die men gaf aan de voornaamste adviseur van een stad of gewest in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Raadspensionaris

Na Middelburg kreeg hij dezelfde functie in Dordrecht waar hij verbleef van 1623 tot 1636. Op 3 juli van dat jaar werd hij benoemd tot Raadspensionaris van Holland. Daardoor werd hij de eerste ambtenaar en rechtskundig adviseur van de Staten van zowel het gewest Holland als van Zeeland.

Lakzegel van de Staten Generaal uit 1578

Lakzegel van de Staten Generaal uit 1578

 

 

 

 

In 1645 kwam het ambt van Grootzegelbewaarder daar voor in de plaats. De Grootzegelbewaarder is de titel voor een hoge ambtenaar die is belast met het bewaren en vervaardigen van het grootzegel. Dat is het zegel (lakstempel) waarmee belangrijke oorkondes van het staatshoofd en later van de staat werden bezegeld als teken van hun echtheid.

 

Voorzitter Grote Vergadering

Van 18 januari tot 21 augustus 1651 vond de Grote Vergadering plaats. Dit was de naam die men gaf aan twee bijeenkomsten van afgevaardigden van alle gewesten van de Verenigde Nederlanden en vond plaats in de Ridderzaal in Den Haag. Deze bijeenkomst was eigenlijk een uitgebreide vergadering van de Staten-Generaal van de Nederlanden.

Het initiatief voor deze vergadering lag bij de Staten van Holland, zij wilden streven naar eensgezindheid tussen de gewesten. De vergadering werd geopend door Jacob Cats die, als voorzitter, een lange toespraak hield.

Opening van de Grote Vergadering

Opening van de Grote Vergadering

Op de agenda van de vergadering stonden drie hoofdpunten. Het eerste was het stadhouderschap.

In 1650 had Willem II van Oranje een staatsgreep gepleegd door middel van een aanslag op Amsterdam. Daarna liet hij zes prominente Hollandse regenten opsluiten op slot Loevestein. Hierdoor had hij veel weerstand opgeroepen. Na zijn plotselinge dood in december 1650 besloten de gewesten Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel om voorlopig geen stadhouder aan te stellen. Tijdens de vergadering werd deze opstelling aangenomen.

Het tweede punt ging over religie. Besloten werd dat de Nederduitse Gereformeerde Kerk niet tot staatskerk zou worden verheven. De plakkaten tegen de katholieken bleven van kracht. Een plakkaat was in de Nederlanden in die tijd een ordonnantie waardoor regeringsvoorschriften aan het volk werden over gebracht.

Een derde, en niet onbelangrijk punt, was de organisatie en bevelstructuur van het Staatse leger. De meningen van de gewesten over hoe het leger zonder stadhouder bestuurd moest worden liepen sterk uiteen. Er werd besloten dat elk gewest zijn eigen leger zou onderhouden en zeggenschap had over de benoeming officieren en troepenbewegingen.

Prent van het huis van Cats op Sorghvliet

Prent van het huis van Cats op Sorghvliet

 

Einde carrière 

Vlak na het einde van de Grote Vergadering op 27 september 1651, Cats was inmiddels 74 jaar oud en vermoeid, legde hij al zijn ambten neer.

Zijn Munnikenhof in Grijpskerke, bij Veere, de Catshoeve in Groede, bij Sluis maar vooral landgoed Sorghvliet, gelegen tussen Den Haag en Scheveningen, getuigden van zijn zin voor economisch werken en zijn hang naar het buitenleven. Op Sorgvliet liet hij een door stadsarchitect Claes Dircx van Balckeneynde ontworpen huis bouwen. Cats nam Huis Sorghvliet, zoals hij het noemde, op 14 juli 1652 in gebruik.

Het huidige Catshuis

Het huidige Catshuis

 

 

 

 

Sinds 1963 doet het, onder de naam Het Catshuis, dienst als de ambtswoning van de minister-president en is het het ontvangstcentrum van de regering.

Vadertje Cats overleed op Sorghvliet op 12 september 1660. Hij werd begraven in de Kloosterkerk aan het Lange Voorhout in Den Haag. Op de plaats van zijn graf is een gedenkteken geplaatst.

In 1829 werd in Brouwershaven een standbeeld van Jacob Cats opgericht, gemaakt door Philippe Parmentier.

Standbeeld van Cats in Brouwershaven

Standbeeld van Cats in Brouwershaven

Voor een kijk op het leven van Cats, zie hier, met dank aan “Zeeuwse Ankers”.