In Nederland hebben we, al zolang als we ons kunnen herinneren, gevochten tegen het water. Anna van Bourgondië had grote invloed op het inpolderen van grote delen van Zeeland.

Vanaf haar tijd begon waterbeheer en waterbouwkunde uit te groeten tot een wetenschap. Dat leverde veel bekende namen op.

Grote namen

In de 15de eeuw zorgde Jan Adriaanszoon Leegwater met de inpoldering van de polders bij Heerhugowaard, de Purmer, het Stammeer, de Wormer de Beemster en de Schermer dat de droge oppervlakte van Noord Holland met bijna 100% groeide.

Christiaan Brunings, die leefde van 1736 tot 1805, werd als waterbouwkundige de grondlegger van de Rijkswaterstaat.

In de 17de eeuw leverde Zeeland een naam af die in dit rijtje zeker niet mag ontbreken. De in Colijnsplaat geboren  Johannis de Rijke werkte aan de andere kant van de wereld, maar zijn naam leeft nog steeds voort in Japan en China.

Arbeiders binden riet voor de aanleg van afsluitdijk

Cornelis Lely stond aan de wieg van de drooglegging van de Zuiderzee. Een gigantisch karwei was dit idee van Lely. Maar hierdoor is er wereldwijd nog steeds bewondering voor het vakmanschap waarmee het gedurfde project werd uitgevoerd. Het bevestigde de vooraanstaande positie van Nederland op het gebied van waterbouwwerken.

En laten we vooral Johan van Veen niet vergeten. Mijn zijn vooruitziende blik wist hij zich later te ontwikkelen tot de vader van het Deltaplan.

Abraham Caland

Een indrukwekkende rij van grote namen. Daardoor is de naam van Abraham Caland misschien een beetje ondergesneeuwd. Maar zijn werk is niet minder indrukwekkend.

Eenvoudige komaf

De vader van Abraham Caland, Pieter was een eenvoudige dijkwerker in Westkapelle toen het gezin op 22 maart 1789 werd uitgebreid met een zoon, Brammetje. Half Westkapelle leefde van de zeedijk die veel onderhoud nodig had. Het was dus logisch dat kleine Bram ook aan de dijk ging werken. Dat kon echter niet voorkomen dat hij opgroeide in armoede. Men kon toen zeker niet vermoeden dat later in Westkapelle een plaquette voor hem zou worden aangebracht.

Plaquette ter herinnering aan Caland in Westkapelle

 

 

 

 

Bedelaartje

Om het gezinsinkomen wat op te krikken werd hij door zijn moeder zelfs uit bedelen gestuurd, zo wordt beweerd. Bram was nauwelijks tevreden met zijn leven, hij wilde hogerop. Tijdens zijn bedeltochten drukte hij steeds een paar stuivers achterover. Toen dat bedrag aardig was opgelopen stapte hij naar de plaatselijke schoolmeester met het verzoek hem les te geven.

 

Het armoedige Westkapelle waar Caland opgroeide

 

Talent

Die schoolmeester had oog voor talent. Hij stimuleerde Abraham vooral alles uit de studie te halen en maakte zoveel mogelijk tijd voor hem vrij. Bram zoog als een spons alle informatie op en samen hadden ze succes. Het succes was zo groot dat Abraham Caland in 1803 werd toegelaten tot het Instituut voor de Waterstaat. In die tijd gevestigd in de Abdij van Middelburg.

Kloostergang van de Abdij van Middelburg

 

 

Carrière

Ook daar bleek Abraham Caland een snelle en intelligente leerling. Na het afronden van zijn studie werd hij aangesteld als Opzichter bij de polder Walcheren. Daarna ging het snel. In 1812 trad hij in dienst bij Rijkswaterstaat. In 1826 werd hij te werk gesteld op Schouwen-Duiveland. Vanuit Zierikzee was hij verantwoordelijk voor de waterhuishouding van heel het eiland.

Later kwam daar de verantwoording over Tholen en Sint-Philipsland nog bij. Als ambtenaar bij Rijkswaterstaat doorliep Caland alle functies en rangen. In 1837 werd hij hoofd van het district Zeeland. In de rang van hoofdingenieur bekleedde hij die functie tot 1854.

In 1826 werd in zijn periode in Zierikzee zijn zoon Pieter geboren.

Originele tekening van het ontwerp van een dijk van Caland

 

 

Geen makkelijk mens

Men kan wel zeggen dat geen Zeeuw is die een meer opmerkelijke carrière heeft gemaakt dan Abraham Caland. De dijkwerkers jongen uit Westkapelle die zich opwerkte tot hoofdingenieur bij Rijkswaterstaat drukte overal zijn stempel op. Vooral tijdens zijn jaren in Zierikzee.

Daarbij viel op dat hij niet makkelijk in de omgang met andere mensen was. Zijn tijdgenoten beschreven hen als eigenwijs en autoritair.

De Nieuwe Kerk in Zierikzee

 

 

Nieuwe kerk

 

Gedurende die tijd hielden ingenieurs van Rijkswaterstaat ook toezicht op de bouw van kerken. Dat was voor een belangrijk deel het gevolg van het feit dat deze werden gesubsidieerd door het rijk.

In 1832 brandde de Lievens Monsterkerk in Zierikzee af. Caland bemoeide zich nadrukkelijk met de bouw van de Nieuwe Kerk. De aanvankelijke plannen voor de bouw werden op basis van zijn inzichten sterk gewijzigd.

 

 

Bestuurlijke carrière

Wat niemand had verwacht was dat Caland naast zijn tijd bij Rijkswaterstaat ook carrière zou maken in de politiek. Hij werd na 1854 president van de centrale directie van de polder Walcheren. Daarnaast was hij na zijn verhuizing naar een buitenhuis in Middelburg lid van gemeenteraad van die stad. En zelfs enige tijd lid van de Provinciale Staten van Zeeland.

Nalatenschap

Beroemd werd Abraham Caland vooral door zijn publicaties. Hij publiceerde tal van stukken over de Zeeuwse polders. Ook ontwierp hij het ontwerp voor de haven van Scheveningen en werkte hij een plan uit voor een directe verbinding van Amsterdam naar de Noordzee, het latere Noordzeekanaal.

Zijn belangrijkste werk schreef hij in 1833 toen hij nog in Zierikzee woonde. Dat was de ‘Handleiding tot kennis der dijkbouw en zeeweringskunde” Dit is nog altijd een belangrijk boek voor wie wil weten wat het waterstaatswerk in de 19de eeuw behelsde.

Het veelgeroemde handboek

 

 

Pieter Caland

Een andere belangrijke erfenis was zijn zoon Pieter. Ook die volgde een opleiding tot civiel ingenieur bij Rijkswaterstaat. In de voetsporen van zijn vader ontwierp hij het plan voor de Nieuwe Waterweg. Na goedkeuring van het plan kreeg hij de leiding over de uitvoering in de jaren 1866 – 1872.

Aan dit project kleefden de nodige risico’s. Het verliep dan ook niet zonder tegenslagen en problemen. Ter hoogte van Hoek van Holland moest een brede duinenrij worden geslecht en speciale voorzieningen moesten worden getroffen om het dichtslibben van de vaargeul te voorkomen. Dit alles had een behoorlijke overschrijving van het budget tot gevolg. Pieter Caland werd door vakbroeders finaal afgebrand, maar maakte het kanaal uiteindelijk naar zijn inzichten af.

Pieter Caland

 

Maar toen de haven van Rotterdam na de voltooiing van de Nieuwe Waterweg een enorme groei doormaakte, bleek dat deze kosten ten volle verantwoord waren.

Zijn vader die hem zeker op ideeën had gebracht en mentaal gesteund had mocht de opening echter niet meer meemaken.

 

 

 

 

 

Reproductie van een tekening Het Huis Arnestein aan de achterzijde – afbeelding RCE

Overlijden

In vroeger eeuwen werd bij het riviertje de Arne een tolhuis gebouwd. Dit riviertje vond waarschijnlijk zijn oorsprong in de duinen bij Oostkapelle. Als natuurlijke open verbinding met de zee ontstond er spoedig een haven in Middelburg. Voor tolheffing van het vaarverkeer werd er vlak voor Middelburg een tolhuis gebouwd, met een vierkante toren en twee wachthuisjes op de hoeken.

Door verzanding verdween de vaarweg en werd het tolhuis overbodig. Het werd omgetoverd tot een buitenplaats dat later als bewoner de burgemeester van Middelburg Jacob Hendrik Schorer onderdak bood.

Abraham Caland – foto Stadhuismuseum

 

Het is hier dat Abraham Caland zijn laatste dagen sleet. Hij overleed op 11 april 1869 op tachtigjarige leeftijd.

 

 

./