Over wat zich tijdens de Watersnoodramp in 1953 afspeelde is bijna alles wel bekend. Maar wat gebeurde er daarna?

Van Schouwen-Duiveland, een van de zwaarst getroffen delen van Zeeland, wist men aanvankelijk niet hoe de situatie ter plaatse was. Het duurde tot maandagmiddag, 2 februari, voor het eerste verkenningsvliegtuig over het eiland vloog. De piloot moet geschrokken zijn toen hij zag hoeveel mensen zich nog steeds in gevaarlijke situaties en hopeloze toestand bevonden.

Verbijstering

Verbijstering

Onoverzichtelijk drama

Opnieuw moesten de bewoners de nacht in, in volkomen afgelegen huizen, in kerken en geïsoleerde boerderijen, afwachtend wat de vijfde opeenvolgende vloed hen zou brengen. Men was bang voor een herhaling van de tweede vloed op zondagmiddag. Daarbij  kwamen opnieuw 534 mensen om. Drie dorpen op Duiveland (Oosterland, Nieuwerkerk en Ouwerkerk) werden bijzonder zwaar getroffen. Daar vielen respectievelijk 65, 289 en 91 slachtoffers.

Meer dan 200.000 dieren verdronken door de overstromingen. Dit waren vooral koeien, varkens, schapen, pluimvee en paarden.

Ruim 47.000 gebouwen raakten beschadigd of vernield, waarvan ongeveer 10.000 zeer ernstig of onherstelbaar.

Buren of dorpsbewoners probeerden elkaar aanvankelijk zo goed en zo kwaad als dat ging te helpen. Vaak kwam de eerste hulp niet van de autoriteiten, instanties of personen waar dit van te verwachten was. Hulp en ondersteuning op met name 1 februari vonden bovendien slechts op kleine schaal plaats.

Gevolgen.van de ramp

Gevolgen.van de ramp

 

 

Communicatie met de buitenwereld was in het begin onmogelijk. Het waren de vissers die als eerste door de gaten in de dijken het land op voeren en later met slachtoffers en met nieuws naar buiten kwamen. Zij speelden een belangrijke rol in het redden van mensen. Ook vanuit de lucht werd er hulp geboden. Maar in het begin beschikte Nederland slechts over één helikopter.

Algemeen Dagblad - 4 februari 1953

Algemeen Dagblad – 4 februari 1953

Worstelend boven komen

In het jaar van de ramp was er nog geen vastomlijnd plan hoe en wat te doen bij een stormvloed. De eerdere regeringen hadden niets geleerd van het verleden. Er werd geen rekening gehouden met een ramp, zoals die zich al zo vaak had voorgedaan in Zeeland. Er bestond geen rampenplan.

Toch verliep de eerste hulp vrij efficiënt. Ook de hulp op wat langere termijn werd redelijk glad uitgevoerd. Volgens de toenmalig directeur-generaal van Rijkswaterstaat, Ir. Maris, was dit goed te verklaren. “Als er onverwachts een massale aanval van buiten komt, ontstaat er spontaan een eenheid”.

Dat gold niet alleen voor de eilandbewoners, heel Nederland werd eensgezind waardoor er wonderen van medemenselijkheid werden verricht.

Koningin Juliana, bijna dagelijks aanwezig

Koningin Juliana, bijna dagelijks aanwezig

Koningin Juliana

De betrokkenheid van de koningin bleek uit de vele, bijna dagelijkse, bezoeken die ze aan de getroffen gebieden bracht. Ze was direct betrokken bij sociale vraagstukken en, niet onbelangrijk, ze zocht waar ze kon internationale hulp. En niet vergeefs.

De eerste weken na de ramp werd er schijnbaar niets gedaan. Als prioriteit gold, de gaten in de dijken moesten worden gedicht. Echter, de problemen waren groot. Er waren geen begaanbare wegen, geen huisvesting en geen droge terreinen die als uitvalsbasis voor werkzaamheden gebruikt konden worden. Er was slechts water.

Begin van de wederopbouw

Toch bleef men met veel inzet en de nodige creativiteit en zin voor innovatie werken aan het herstel.

Het duurde niet lang voor de eerste berichten binnen kwamen dat dijkgaten waren gedicht. Toch moest men nog hard en fel vechten tegen het water. Het duurde uiteindelijk tot 6 november van dat jaar voor het laatste dijkgat bij Ouwerkerk werd gesloten.

Sluiting laatste dijkgat

Sluiting laatste dijkgat

 

 

 

 

Internationale hulp

Ook het buitenland stuurde hulp. België, Groot-Brittannië, Verenigde Staten, Canada, Frankrijk en Zweden stuurden militairen en materieel. Vooral helikopters en amfibievaartuigen bleken uiterst waardevol bij het verkennen en in kaart brengen van de gevolgen van de ramp. Ook bij het daadwerkelijk redden van mensen speelden ze een voorname rol. De hulp was niet te onderschatten.

In de Scandinavische landen had men een grote ervaring opgedaan in het bouwen van prefab woningen. Deze manier van bouwen was een heuse industrie geworden. We mogen aannemen dat de goede betrekkingen die koningin Juliana onderhield met de vorsten van landen uit die regio uiterst belangrijk was om die regio te bewegen hulp te verlenen.

Medewerking aan het plan om prefab woningen te leveren werd dan ook verleend door die Scandinavische landen. Het Zweedse Rode Kruis verklaarde zich bereid voor 237 huizen te zorgen, het Noorse voor 200, het Finse voor dertien woningen en het Deense voor ongeveer veertig.

Zweedse woningen in Nieuwerkerk

Zweedse woningen in Nieuwerkerk

Zweden

Oscar Frederik Willem Olaf Adolf werd geboren in Stockholm op 11 november 1872. Hij was de oudste zoon van koning Gustaaf V van Zweden. Toen zijn vader in 1950 op 92-jarige leeftijd overleed werd hij koning van Zweden, Gustaaf VI Adolf, als bijna 68-jarige. Hij was, na het overlijden van zijn eerste vrouw, in 1923 opnieuw gehuwd met prinses Louise Mountbatten. Het echtpaar was bijzonder sociaal betrokken.

Het persoonlijke motto van Gustaaf was; Plikten framför allt (Plicht voor alles).

 

 

Koning Gustaaf VI Adolf van Zweden

Koning Gustaaf VI Adolf van Zweden

Prinses Louise van Zweden

Prinses Louise van Zweden

 

 

 

 

Zijn betrokkenheid bij de ramp in Nederland had hij al getoond door het, via het Rode Kruis, schenken van woningen. Door datzelfde Rode Kruis werd hij gewezen op het gebrek aan medische voorzieningen. Hij bedacht zich geen moment en gaf order een nieuw ziekenhuis te laten bouwen op Schouwen-Duiveland.

 

 

Samen met zijn echtgenote bezocht hij met koningin Juliana en prins Bernhard het eiland en Zierikzee waar de bouw was gepland.

In april 1955 zou hij ook de eerste steen plaatsen.

Het Zweeds Rode Kruis Ziekenhuis

Twee jaar later werd het Rode Kruis Ziekenhuis in Zierikzee opgeleverd. Kosten nog moeiten waren gespaard. Het was een van de modernste ziekenhuizen van ons land.

Prinses Beatrix opent het Rose Kruis Ziekenhuis Foto Harry Pot (Anefo)

Prinses Beatrix opent het Rose Kruis Ziekenhuis Foto Harry Pot (Anefo)

Op 11 mei 1957 in de voormiddag arriveerde prinses Beatrix met een helikopter. Op haar verzoek hesen een vertegenwoordiger van het Rode Kruis en een verpleegster de Zweedse en de Nederlandse vlag. Daarna werd het Rode Kruis Ziekenhuis officieel voor geopend verklaard. Het Zierikzee ’s Oratoriumkoor zong vervolgens het Zweedse volkslied. De prinses maakte een ronde door het nieuwe ziekenhuis, waarbij vooral een pasgeborene haar volledige aandacht kreeg. Het nieuws werd uiteraard groot gebracht in de regionale pers.

 

 

 

 

Het nieuwe ziekenhuis vlak na de oplevering

Het nieuwe ziekenhuis vlak na de oplevering

 

 

 

 

 

 

Tussen koning Gustaaf VI Adolf van Zweden en Zeeland is altijd een bijzondere band blijven bestaan. De bevolking van Schouwen-Duiveland toonden hun dank door een, speciaal ontworpen glas-in-lood raam te laten vervaardigen bij de Koninklijke Leerdam waar het werd uitgevoerd naar een ontwerp van W. Hessen.

Het bijzondere raam siert nu het hoofdkantoor van het Rode Kruis in Stockholm.

 

Bronnen: Cobouw.nl

                Rijkswaterstaat